Zuid-Holland is hard onderweg naar een nieuwe economie. Van een fossiele grondstoffen en lineaire bedrijfsmodellen gaan we naar een economie die schoner, slimmer, gezonder en inclusiever is. Die eindbestemming bereiken we alleen samen. Daarom kwamen vanavond 200 van de belangrijkste spelers uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid in Zuid-Holland bij elkaar. Dit jaarlijkse regio-evenement – het Diner – vond op 18 november plaats in het Zuiderstrandtheater in Den Haag, op uitnodiging van Commissaris van de Koning Jaap Smit, burgemeester Ahmed Aboutaleb, waarnemend burgemeester van Den Haag Johan Remkes, EBZ-voorzitter Jan Kees de Jager en Rinke Zonneveld, directeur van InnovationQuarter.

 

Zuid-Holland sleutelspeler bij vernieuwing economie

Bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland slagen er steeds beter in om gezamenlijk te bouwen aan een concurrerende regio in de nieuwe economie constateerde Jan Kees de Jager. “Een regio die Nederland en Europa op sleeptouw neemt. Een regio vooral waar mensen en bedrijven zich graag vestigen omdat het hier goed toeven is – een regio waar de luchtkwaliteit hoog is, waar het afval van de één de grondstof is voor de ander. Een digitale samenleving waar het internet voor iedereen veilig en toegankelijk is. En regio waar we ziektes voorkomen in plaats van genezen dankzij gezonde voeding en slimme diagnoses.”

EBZ-voorzitter Jan Kees de Jager: investeer in het vestigingsklimaat

De Jager riep de aanwezige regiospelers en nationale en Europese vertegenwoordigers op om mee te bliiven doen en zichtbaar te zijn: “Het vestigingsklimaat staat onder druk en daar maak ik me zorgen over. Om op koers te blijven en snelheid te maken is dus actie nodig. Dat begint met erkenning van- en waardering voor de cruciale rol van het bedrijfsleven bij de transitie. Een helder en consistent beleid zorgt voor rust en een stevige basis. Het kabinet wil gaan investeringen in het vestigingsklimaat: onderzoek, infrastructuur en talent. De urgentie daarvan kunnen we niet stevig genoeg onderstrepen.”

Architecte Francine Houben: verlies de mens niet uit het oog

Dat de transitie naar de Next Economy niet louter een technocratische exercitie kan zijn, maar ook aandacht moet blijven houden voor de mens, bepleitte architecte Francine Houben. Zij nam Rotterdam-Zuid en de Rotterdamse haven als ultiem voorbeeld van de grote opgaven waar we in Zuid-Holland voor staan. “Als we de transitie óók in Rotterdam-Zuid voor elkaar krijgen, dan zijn we geslaagd. Het is belangrijk dat we sámen, met álle Zuid-Hollanders, bij die toekomst aankomen.”

Ecosystemen in de regio versterken

InnovationQuarter en de Economic Board Zuid-Holland spannen zich samen met partners in om ecosystemen en clusters in onze regio te versterken en de internationale aantrekkingskracht van onze regio te verbeteren. En met succes: investeerders weten steeds beter hun weg naar Zuid-Holland te vinden. In 2018 vonden voor het eerst de meeste venture-capitaldeals van Nederland in onze regio. Recente successen zijn de aangekondigde komst van Black Bear Carbon naar Rotterdam en de investeringen van DSM in de Biotech Campus Delft. Beide bedrijven lichtten tijdens Het Diner hun investeringen toe.

Er moet serieus geld vrijkomen om onze economie te vernieuwen en daarbij moet de politiek scherp durven kiezen. Het nieuw op te richten fonds Hoekstra/Wiebes moet vooral naar R&D, infrastructuur en het versterken van de kenniseconomie. Anders verliezen we ons verdienvermogen in Nederland. Als we nu niet investeren, hebben we straks weinig meer om uit te geven. Dit pleidooi deden Jan Kees de Jager (voorzitter Economic Board Zuid-Holland) en TNO-CEO Paul de Krom vanmiddag bij BNR Nieuwsradio.

Als oud-minister en -staatssecretaris begrijpen Jan Kees de Jager en Paul de Krom hoeveel druk er op politici komt te staan om dit geld op een bepaalde manier uit te geven. “Het is belangrijk dat het Investeringsfonds dicht bij de oorspronkelijke gedachte blijft,” leggen De Jager en De Krom uit. “Het geld moet gericht worden besteed aan het vernieuwen van de Nederlandse economie en onze kennis, zodat we ons verdienvermogen niet verliezen.”

Nederlandse bedrijven moeten concurreren met buitenlandse bedrijven die met staatssteun in het zadel geholpen en gehouden worden. “Neem als voorbeeld China. Dat land investeert momenteel ongelooflijk veel in quantumtechnologie. Als we willen dat Nederland zich technologisch kan blijven meten aan buitenlandse spelers, dan moeten de randvoorwaarden voor innovatie op orde zijn,” zegt Paul de Krom. “Dat betekent zorgen dat óók de quantumcampus in Delft voldoende middelen en een goede infrastructuur heeft.” Jan Kees de Jager vult aan: “Voor een land als Nederland, waar arbeidskosten relatief hoog zijn, blijft innovatie cruciaal, door de hele keten. Zo zorgen we dat de kennis die we opbouwen, ook toegepast gaat worden in nieuwe producten bij ons bedrijfsleven.”

Investeer in R&D, Infrastructuur en versterken kenniseconomie

De noodzakelijke randvoorwaarden voor innovatie en economische vernieuwing zijn R&D, infrastructuur en een sterke kenniseconomie, vinden De Jager en De Krom. “We zien steeds meer mensen en bedrijven zich in  Nederland vestigen. Dat legt regionaal een enorme druk op het OV-netwerk. Maar we moeten óók op korte termijn flink investeren in de infrastructuur voor duurzame energie en een digitale economie.”

Op het vlak van de kenniseconomie pleiten De Jager en De Krom voor een persoonlijke leerrekening. “Bedrijven kampen met tekorten aan vakpersoneel, werknemers vinden niet altijd de juiste baan,” zegt De Jager. “Dan moet je mensen dus in staat stellen om flexibel te blijven op die turbulente arbeidsmarkt. Bij een nieuwe economie horen nieuwe vaardigheden. Met zo’n leerrekening kunnen mensen zichzelf ontwikkelen.”

De nieuwe economie draait om welvaart én welzijn

In de nieuwe economie gaan welvaart en welzijn hand in hand. Om onze maatschappelijke missies te kunnen realiseren en onze publieke voorzieningen draaiende te houden, is het cruciaal dat ons verdienvermogen op peil blijft. De Jager: “Als je vandaag investeert in het vernieuwen van de kennis en economie, dan heb je morgen geld voor publieke voorzieningen als onderwijs en zorg.”

Zuid-Holland sleutelspeler bij vernieuwing economie

Bij het vernieuwen van de economie speelt óók Zuid-Holland een ongelooflijk belangrijke rol. In deze regio wordt bijna een kwart van het BNP verdiend. “Met drie universiteiten en een grote diversiteit aan wereldleidende sectoren is de kennisdichtheid in Zuid-Holland hoog ,” zegt Paul de Krom. Tegelijkertijd komt ook een aanzienlijk deel  van de CO2-uitstoot uit deze regio. Dat geeft Zuid-Holland de urgentie én potentie om een belangrijke rol te spelen in de transitie naar die nieuwe economie.

Nationale keuzes slaan regionaal neer

Om onze nationale missies – een duurzame energievoorziening, gezond ouder worden, een zuiniger omgang met onze grondstoffen en een veilige en toegankelijk internet – te realiseren, moeten we regionaal investeren. “De nationale keuze om in te zetten op quantumtechnologie slaat ook regionaal neer op de campus van de TU Delft,” aldus De Krom. “Het is ongelooflijk belangrijk om dat soort innovatieknooppunten goed te ontsluiten. Alleen zo kunnen we concurrerend blijven in het buitenland.”

Informeren, afstemmen, samen nieuwe dingen doen: deze drie niveaus van samenwerking kwamen allemaal aan bod tijdens de inspirerende EBZ-vergadering op 26 september bij het prachtige bedrijf Bolidt van gastheer Rientz Willem Bol. 

 

Van de bedenker van deze drie niveaus van samenwerking – voormalig rector magnificus van de TU Delft Karel Luyben, man van het eerste uur – namen we in stijl afscheid met een gouden Delftse klinker.

Afscheid Karel Luyben - EBZ boardvergadering 26 september 2019

Dave Vander Heyde, CEO van Royal IHC, en Marnix Krikke, directeur innovatie bij NMT, informeerden de board over de uitdagingen en kansen in de maritieme sector en agendeerden urgente opgaven waar de regio gezamenlijk aan moet werken: human capital, crosssectorale innovatie, positionering van de regio en level playing field.

 

Wouter Kolff, burgemeester van Dordrecht, en André Flach kregen van de board full support voor de regiodeal Drechtsteden en Gorinchem als prioritaire deal voor Zuid-Holland.

 

De technologische industrie, cruciaal voor de transities in de regio, staat voor grote uitdagen. Een taskforce vanuit de EBZ met o.a. Martin Van Gogh, Jac Gofers en Jan van der Wel gaat een actieagenda ontwikkelen om die op te pakken.

 

Ook blikten we terug op de lancering op 16 september van het statement ‘Van investeren in Zuid-Holland plukt Nederland de vruchten’ tijdens het Prinsjesfestival. De boardleden spraken af dat dat statement de basis is voor de regio-inzet richting de nationale Groeiagenda en het Investeringsfonds.

Op 7 oktober heeft de Europese Commissie de nieuwe versie van de driejaarlijkse Regional Competitiveness Index (RCI) gepubliceerd. De index rangschikt Europese regio’s naar concurrentiekracht. De basis daarvoor is een set van 74 indicatoren. Zuid-Holland…

De Europese Unie moet vol inzetten op innovatie en excellente randvoorwaarden bieden aan onderzoekers en ondernemers. Belangrijk hierbij is in te zetten op regionale ecosystemen, sterke clusters en fieldlabs. De regio ziet dit als een noodzakelijk antwoord op de staatssteun en het protectionisme in andere delen van de wereld. Tijdens het Industriediner in Brussel werd dit Zuid-Hollandse perspectief aan de Europese partners gepresenteerd. Hierbij spraken ondernemers en bestuurders uit Zuid-Holland met Europarlementariërs, de permanente vertegenwoordiger Ronald van Roeden, en vertegenwoordigers van de Europese Commissie en het Europese Comité van de Regio’s.

In zijn openingsspeech benadrukte Tim van der Hagen, rector magnificus  van de TU Delft en lid van de Economic Board Zuid-Holland, het belang van Europese steun voor innovatie en samenwerking in Europa. Hierbij pleitte Van der Hagen voor een modern, op de toekomstgericht Europees budget dat innovatie steunt en daarmee echte impact heeft. Dit bouwt voort op de oproep die de Economic Board Zuid-Holland een week eerder richting het Nederlandse kabinet uitbracht: investeer in excellente randvoorwaarden voor innovatie.

Naast directe investeringen in innovatie is er meer Europese steun nodig voor regionale ecosystemen en clusters, en moet er een pan-Europese aanpak komen om te zorgen dat werkenden de juiste vaardigheden voor de toekomst hebben. Dit waren twee hoofdconclusies uit het Industrierapport dat Jeannette Baljeu, gedeputeerde van de provincie Zuid-Holland, tijdens het diner presenteerde.

Je krijgt per definitie een etiket opgeplakt als farmaceutisch bedrijf. Er heerst een sentiment rond geneesmiddelen en de geneesmiddelenindustrie dat zich vooral laat leiden door emoties en minder door de feiten. Bart van Zijll Langhout ziet het als zijn taak om tegengas te geven in het farmadebat. Want dat debat schaadt het innovatief vermogen van de Zuid-Hollandse economie en bovenal de BV Nederland.

Economic Board Zuid-Holland feliciteert het nieuwe College van Gedeputeerde Staten van Zuid-Holland met hun installatie op 4 september. EBZ wil ook komende vier jaar weer met het College samenwerken om onze regionale economie te vernieuwen en zo Zuid-Holland iedere dag beter te maken, schrijft EBZ-voorzitter Jan Kees de Jager in de felicitatiebrief.

De EBZ onderschrijft de in het coalitieakkoord genoemde prioriteiten en ambities. De aangekondigde investeringen in innovatie, bereikbaarheid, schone energie en het versterken van de stedelijke omgeving ziet de board als noodzakelijk.

In het bijzonder is de EBZ verheugd met de ambities omtrent een versnelde transitie van de Zuid-Hollandse economie en een beroepsbevolking met de juiste ervaring en kennis. De aangekondigde inzet en middelen voor de uitvoering van het Human Capital akkoord dat op initiatief van Provincie Zuid-Holland en EBZ is opgesteld, juicht de board dan ook toe.

Lees hier de felicitatiebrief aan het nieuwe college van GS.

Zuid-Holland kampt met het grootste tekort aan vakmensen in Nederland. Tegelijk is de arbeidsmarkt versnipperd en staan veel mensen aan de kant. Ook staat de regio voor grote transities die veel impact hebben op de arbeidsmarkt. De Economic Board Zuid-Holland stelt daarom samen met overheid, bedrijfsleven en onderwijs een regionaal Human Capital akkoord op. De board werkt daarbij nauw samen met Provincie Zuid-Holland.

De economie in Zuid-Holland groeide het afgelopen jaar harder dan het landelijke gemiddelde. Dat blijkt uit de jaarlijkse Economische Monitor die deze week door de Economic Board Zuid-Holland is gepresenteerd. Ondanks de positieve groeicijfers is er nog veel werk aan de winkel voor de regio. Zuid-Holland heeft een economische achterstand op andere stedelijke regio’s in Europa. Een grote uitdaging is de beperkte beschikbaarheid van mensen. Hierdoor wordt de banengroei en de transitie van de economie in Zuid-Holland geremd.

 

Groeimotor Nederlandse economie hapert
Zuid-Holland is de motor van de Nederlandse economie. Op gebied van export, innovatie en werkgelegenheid draagt de regio Zuid-Holland meer dan 20% bij aan het nationale totaal. Maar sinds de crisis haperde die motor. Concurrerende stedelijke regio’s in Europa, zoals Antwerpen, München en Stockholm, groeiden sinds 2009 meer dan drie keer zo hard. Dit heeft Zuid-Holland op een grote economische achterstand gezet.

Toch bovengemiddelde groei
De economie in Zuid-Holland groeide in het afgelopen jaar met 2,8%, opnieuw boven het nationaal gemiddelde. Ramingen van ING geven zelfs aan dat een aantal stedelijke gebieden in Zuid-Holland dit jaar de snelst groeiende van Nederland zullen zijn: Alphen aan den Rijn, Gouda, Den Haag, Delft en het Westland. Dat is goed nieuws, maar de Economic Board Zuid-Holland geeft aan dat dit nog te weinig is om te spreken van een kantelpunt.

Verbeteren arbeidsmarkt levert veel winst op
De regio zal een aantal grote uitdagingen moeten overwinnen om de economische achterstand in te halen en de maatschappelijke opgaven, zoals het verduurzamen van de economie, te realiseren. Een van die uitdagingen is de arbeidsmarkt. Meer dan één op de vijf bedrijven in Zuid-Holland heeft een tekort aan personeel. De beperkte beschikbaarheid van mensen remt de banengroei en de transitie van de economie aan Zuid-Holland. Cijfers laten zien dat de regio winst kan boeken op leven lang ontwikkelen, overstap van werkenden naar andere sectoren en het activeren van onbenut potentieel.  Via het recent gepresenteerde Human Capital Akkoord pakken meer dan 65 werkgevers en andere partijen deze punten op.

Meer bedrijvigheid en innovatie
Als het gaat om nieuwe bedrijvigheid en innovatie dan scoort Zuid-Holland erg goed. De beschikbaarheid van kapitaal voor jonge en snelgroeiende bedrijven is sterk verbeterd, net als het vestigingsklimaat voor bedrijven. Steeds meer buitenlandse investeringen en bedrijven komen naar Zuid-Holland. Hiermee heeft de regio alle bouwstenen in handen om de economische achterstand op de Europese concurrenten in te lopen.

 

Lees de Economische Monitor Zuid-Holland 2019

Zuid-Holland kampt met de grootste arbeidstekorten van Nederland. Op 24 juni tekenden 66 partijen uit bedrijfsleven, onderwijs en overheid daarom het Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Samen committeren deze partijen zich aan harde doelstellingen omtrent (om)scholing van personeel, het aan het werk helpen van niet-werkenden en het aantrekken van internationaal talent. Met het Human Capital Akkoord wil Zuid-Holland nationaal en internationaal concurrerend worden dankzij een arbeidsmarkt die het talent van werkenden optimaal benut.

Human Capital Akkoord staat voor een wendbare arbeidsmarkt

“Werkgevers hebben moeite met het vinden van goed personeel, werknemers hebben moeite met het vinden van een geschikte baan,” zegt Marja van Bijsterveldt, voorzitter van de taskforce Human Capital vanuit de Economic Board Zuid-Holland. “Die mismatch is niet een probleem van de werkgever of van de werknemer, dat is een probleem van ons allemaal. Het is belangrijk dat de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt wendbaarder wordt. We willen koploper zijn in het Leven Lang Ontwikkelen. Die ambities zetten we nu om in daden.”

Op 24 juni werd het Human Capital Akkoord Zuid-Holland ondertekend door 66 partijen uit bedrijfsleven, onderwijs en overheid. De provincie Zuid-Holland heeft voor de uitvoering van de Human Capital Agenda in het eerste jaar € 1 mln. beschikbaar gesteld. De agenda loopt in ieder geval tot 2024 en de regio heeft zich voor die horizon een aantal concrete doelen gesteld. Zo gaat de regio 40.000 werknemers in staat stellen zich te ontwikkelen, 55.000 werknemers de overstap laten maken naar een andere sector en 20.000 deeltijdwerkers die meer willen werken, aan werk helpen.

Van de financiële dienstverlening naar de glastuinbouw

De doelstellingen in het akkoord worden gerealiseerd via projecten, waarvan de eerste drie inmiddels zijn gestart, vertelt projectleider Ferrie Förster. “In het SMITZH lang leven ontwikkelen-project worden 2000 werknemers uit de hightechsector bijgeschoold, in onder andere het Expertisecentrum Precisietechnologie, met de nieuwste technieken en nieuwste machines. In het Van Werk Naar Werk-project in samenwerking met de Greenport West-Holland worden 1500 werknemers onder andere in het World Horti Center om- of bijgeschoold voor een baan in de glastuinbouw. Het IT-kavel project laat 5000 werknemers in vernieuwende, kortdurende IT-opleidingen om- of bijscholen voor een IT-baan in Zuid-Holland.”

Het Human Capital Akkoord staat voor een nieuwe trend op de arbeidsmarkt: het creëren van een leercultuur, zowel bij werkgevers als werknemers. In de arbeidsmarkt van morgen gaan we ons een leven lang ontwikkelen.

Akkoord breed gedragen in de regio

Het Human Capital Akkoord wordt breed gedragen in de regio Zuid-Holland. Dat blijkt niet in de laatste plaats uit de grote en diverse groep partners die zich middels aan de doelstellingen hebben verbonden. 66 partijen hebben op 24 juni het akkoord ondertekend. Onder hen is zowel het bedrijfsleven ruim vertegenwoordigd (onder vele anderen Unilever, KPN en Siemens), als onderwijsinstellingen (alle Zuid-Hollandse mbo’s, hbo’s, universiteiten en medisch centra), als overheden (de provincie Zuid-Holland en alle grote gemeenten).

“Dit akkoord is hard nodig,” zegt gedeputeerde Adri Bom-Lemstra van de provincie Zuid-Holland. “De knelpunten op de arbeidsmarkt kosten de regio veel geld. Via de afspraken in dit akkoord behouden en ontwikkelen we talent voor de regio, zorgen we voor economische groei en werken we aan de concurrentiekracht van bedrijven in de regio. Zo geven we een impuls aan de Zuid-Hollandse economie.”

Klik hier voor alle ondertekenaars van het Human Capital Akkoord.

Knelpunten arbeidsmarkt kosten Zuid-Holland € 6 miljard

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) en de provincie Zuid-Holland presenteerden eind 2018 de resultaten van een grootschalig arbeidsmarktonderzoek door Birch Consultants. Daaruit bleek dat de knelpunten op de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt de regio zo’n € 6 miljard kosten. 1 op de 5 bedrijven kan momenteel onvoldoende gekwalificeerd personeel vinden. Tegelijkertijd is er een groot onbenut arbeidspotentieel: 27.000 mensen zouden (meer) kunnen gaan werken, vergeleken met het Nederlandse gemiddelde. De regio kan op een extra groei van 3,7 % rekenen als ze de knelpunten op de arbeidsmarkt aanpakt.

Het Human Capital Akkoord is een initiatief van de Economic Board Zuid-Holland. In de board voeren alle bestuurlijke boegbeelden uit de regio (bedrijfsleven, onderwijs en overheid) het structurele gesprek met elkaar. De nijpende tekorten op de arbeidsmarkt zijn al langer onderwerp van gesprek. Naar aanleiding van het arbeidsmarktrapport stelde de EBZ eind 2018 een taskforce Human Capital in onder leiding van oud-minister van Onderwijs, en inmiddels burgemeester van Delft, Marja van Bijsterveldt. Het Human Capital Akkoord werd op 24 juni ondertekend tijdens het jaarevenement van InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland, in de Van Nellefabriek in Rotterdam.

“Bedrijven moeten juist nu hun maatschappelijke rol pakken.”

Dit is het eerste interview uit de serie ‘Gezichten achter de EBZ’.

 

In de geest van Oskar Schindler, zo wilde hij zijn bedrijf leiden. Jac Gofers is oprichter en CEO van de absolute specialist in het spuitgieten van hightech kunststof producten, het Haagse Promolding. Gofers wil zijn mensen niet alleen werk bieden, hij wil van betékenis zijn voor de mensen die afhankelijk zijn van zijn activiteiten. Vroeger ging je als werknemer op je 18e bij Shell of Philips werken en dan was je verzorgd van wieg tot aan graf. Het bedrijf regelde de muziekvereniging, de sportvereniging, huisvesting en je sociale contacten. Die maatschappelijke functie zijn bedrijven kwijt. En die rol moeten ze hervinden, vindt Gofers.

Nog altijd heeft hij het uiterlijk van een muzikant. Boven een coltrui en ribkoord colbert pieken zijn witgrijze haren fier de lucht in, trillend van energie. Jac Gofers heeft nooit hoeven kiezen tussen zijn passie voor muziek en het bedrijfsleven. Het een kon niet zonder het ander. Zijn studie werktuigbouwkunde bekostigde hij als beroepstrompettist in een muziekkwartet. Zijn eerste baan nam hij aan onder de voorwaarde dat hij mocht blijven musiceren.

Inmiddels heeft hij de dagelijkse leiding over zijn bedrijf Promolding overgedragen aan een algemeen directeur. Dat geeft hem weer tijd om met zijn vrouw en kinderen muziek te maken in hun eigen huisband. Zij doet de vleugel, de kinderen keys en gitaar, en ze zingen vierstemmig. Gofers zelf ruilde zijn trompet in voor een contrabas. Om de anderen niet te overstemmen.

“Ik ben blij dat ik niet meer professioneel in de muziek zit,” verzucht Jac Gofers. “In de cultuursector is ongelooflijk veel kapot gemaakt.”

Je doelt op de Halbe Zijlstra met zijn cultuurbezuinigingen in 2011?

“Inderdaad, die man heeft er niks van begrepen. Dat wij dat hebben geaccepteerd in ons land begrijp ik nog steeds niet. Een groot deel van de cultuursector is kapotgemaakt in anderhalf, twee jaar tijd. Bouw dat maar weer eens op.”

We leven wel in een tijd van rendementsdenken. Begrijp je vanuit dat oogpunt de redenering dat muziek, podiumkunsten en beeldende kunst ons geen direct rendement opleveren en dus minder financiering behoeven?

“Daar ben ik het absoluut mee oneens.” Hij leunt ontspannen achterover, maar zijn grijsgroene ogen staan alert als van een kat in het donker. “Het gebrek aan aandacht voor cultuur in onze maatschappij zorgt juist voor zo veel onrust, voor gele hesjestaferelen. In plaats van de hele dag achter dat scherm, zouden mensen hun vrije tijd nuttiger kunnen besteden met muziek maken. Of toneel, dans of schilderen. Dat maakt je hoofd echt leeg; je kunt onmogelijk muziek maken en tegelijkertijd denken aan zorgen. Muziek geeft je perspectivische lenigheid en maakt je empathischer. Neuropsycholoog Eric Scherder legt dat zo prachtig uit. Als je de impact van muziek niet wilt zien, dan worden we een heel arme maatschappij. En dat bedoel ik ook letterlijk: de landen waar cultuur een substantieel onderdeel uitmaakt van opleiding en opvoeding, zijn namelijk ontzettend welvarend.”

Gofers organiseert regelmatig culturele avonden bij Promolding. “De mensen in mijn productiebedrijf zouden niet snel naar een dansvoorstelling gaan, maar komen er hier toch mee in aanraking. Vorige week hadden we een dansgezelschap. Niet het eerste het beste, echt de top. Ik nodig onze buren van het bedrijfsterrein uit, onze klanten, medewerkers, leveranciers en netwerkrelaties. En na afloop zegt iedereen: het was toch weer bijzonder.”

Als bedrijf zou je dus een maatschappelijk belang moeten dienen?

“Absoluut. Kijk, als bedrijf ben je in wezen niet meer dan een georganiseerde chaos. Je zet een kluitje mensen bij elkaar – allemaal een andere mening, visie, manier van doen – en daar probeer je een organisch geheel van te maken. Zodat je uiteindelijk een gezamenlijk resultaat oplevert. Maar wat wij ook opleveren – of we nu een patatzaak runnen, zonnepanelen, of kunststof producten maken – die producten komen uiteindelijk allemaal in de maatschappij terecht. Waar onze medewerkers ook onderdeel van zijn. Daar moet je voeling mee houden.”

Wat gebeurt er dan als je als bedrijfsleven die voeling met de maatschappij verliest?

“Dan krijg je onrust. Mensen die zich wat populistischer uitlaten, krijgen momenteel al snel aanhang. Mensen willen zich graag identificeren met een groep. Vroeger was dat het bedrijf. Je was er trots op om bij Philips, DAF of Fokker te werken. Die bedrijven regelden alles voor je: werk, huisvesting, de muziekvereniging, sport en je sociale contacten. Je deed ertoe, was van A tot Z verzorgd, van wieg tot aan graf. Mensen voelen zich nu niet langer vertegenwoordigd door het bedrijf. We moeten ze dat vertrouwen teruggeven, dat ze er nog steeds toe doen. Het vertrouwen geven dat als het werk hier ophoudt, ze dan elders weer aan de slag kunnen. Eventueel in een andere sector. Dan maakt het namelijk ook niet meer uit wat voor arbeidscontract je hebt. Bedrijven in Zuid-Holland moeten die handschoen samen oppakken.”

Daarvoor moet de flexibiliteit bij bedrijven ook groter worden.

“Klopt. We moeten minder statisch denken. Ik zie bijvoorbeeld functieprofielen ook niet zo zeer als hokjes, eerder als rekbare ballonnen. Als een medewerker vaardigheid A goed beheerst en vaardigheid B nauwelijks, dan kun je beter A optimaliseren dan dat je onnodig veel energie steekt in het ontwikkelen van B. Een voorbeeld: mijn mensen in de productie zijn heel goed in het bedienen van de machines, maar hebben minder affiniteit met registreren en uren schrijven. Meer administratief ingestelde mensen vinden dat juist léuk. Bij ons houdt daarom soms de een de uren bij voor de ander. Het inlichten van zijn kompaan kost de productiemedewerker nu tien minuten, terwijl dat hem anders een half uur zou hebben gekost.”

Je maakt je ook binnen de Economic Board Zuid-Holland hard voor een wendbare arbeidsmarkt, toch?

“Met de Board zijn we die flexibiliteit op de arbeidsmarkt ook regiobreed aan het aanjagen. Onderdeel van het Human Capital Akkoord, dat we met bedrijven, kennisinstellingen en overheden uit de hele regio aan het opstellen zijn, is het beter begeleiden van werk naar werk. Hier op het terrein doen wij al aan collegiale doorlening. Als medewerkers van een van onze buurbedrijven minder te doen hebben, komen ze tijdelijk bij ons werken. En omgekeerd. Dat geeft de medewerker het vertrouwen dat het bedrijf met hem meedenkt. En hij leert tegelijk een ander bedrijf van binnen kennen.”

“Als je regelt dat de bedrijven in Zuid-Holland vraag en aanbod in een virtueel netwerk met elkaar gaan regelen, dan kom je ergens. Bedrijven moeten bovendien zorgen voor een goed scholingsaanbod en voldoende plek om door te stromen, intern en extern. Daardoor creëer je een enorme dynamiek op de markt die ook aantrekkingskracht gaat hebben op mensen buiten de provincie.”

Wat was je eerste indruk van de Economic Board Zuid-Holland?

“Rinke Zonneveld (directeur van InnovationQuarter) vroeg me een bijdrage te leveren aan de EBZ. En aanvankelijk dacht ik: die board, dat zijn vast weer mannen van een zekere leeftijd – lekker met een sigaar in de mond van alles vinden en hopen dat iemand anders het oplost. Inmiddels ben ik wat verder onderweg en heb ik me aangesloten bij de werkgroep Human Capital onder leiding van Marja van Bijsterveldt. En ik moet zeggen: ik krijg er wel energie van. Ik vind de board een daadkrachtige club die vooruit wil. Niemand zit z’n stoel warm te houden, iedereen geeft commitment en lévert. Dat ben ik heel anders gewend in sommige bestuurlijke gremia. Daar moet je toch vaak door dikkere modder heen.”

Tenslotte, in je regio sta je bekend als iemand die opstaat voor een veilige digitalisering van de maakindustrie. Waarom grijpt dit thema je?

“Als onze energiecentrale gehackt wordt, dan hebben we geen internet meer, baby’s kunnen niet meer in een warm bad, ziekenhuizen draaien nog maar 24 uur door voor de stroom definitief op is. Je kunt je niet voorstellen wat voor drama dat zou zijn. Daar zijn we veel te naïef in. De internetmaffia is echt onderweg. Ik weet zeker dat een heleboel bedrijven al gehackt zijn zonder dat ze het weten.”

Wat zijn de gevolgen van hacking?

“Je hebt twee typen hackers, een deel hackt gewoon voor de sensatie. Dat levert vooral heel veel last op, maar niet direct gevaar. Hacking door bedrijven of landen daarentegen – denk aan China en Rusland – is erger. Die zijn op zoek naar hoogwaardige kennis. Ik heb zelf twee vestigingen in China en heb een ambivalent gevoel bij dat land; de overheid heeft daar het beleid om hun voornamelijk lowtech-omgevingen om te vormen tot hightech-omgevingen. Alleen wil China niet de tijd nemen om de lange ontwikkeling door te maken zoals wij die in het Westen hebben doorgemaakt. Ze willen direct op hetzelfde niveau instappen. Als je die kennis niet hebt, dan moet je die ergens gaan halen. China neemt daarom veel Westerse bedrijven over – IBM, Volvo, KUKA – en ik vermoed dat er ook veel via achterdeurtjes gestolen wordt. China gaat gewoon de wereldmacht worden, daar hoeven we niet aan te twijfelen. Ze hebben eenvoudigweg een numerieke overmacht met hun 1,3 mrd. mensen.”

Ben je zelf wel eens gehackt?

“Ja, een keertje in China. Ik moest een Chinees bord lezen, daarvoor had ik vertaalprogramma gedownload. Niks aan de hand, niks in de gaten. Twee dagen later zegt mijn collega Petra van financiën tegen me: ‘Jac, die betaling doe ik morgen hoor, nog niet aan toegekomen!’ Ik zeg: Peet, welke betaling? ‘Die je me gisteren vroeg te doen, die 40.000 euro naar Engeland!’ Ze liet me een mail zien vanuit míjn account, ín het Nederlands en ook nog eens op collegiale, informele toon. ‘Groetjes, Jac,’ stond eronder.”

“Gelukkig hebben we bij Promolding een vierogensysteem. Ik fiatteer alle betalingen, dus hij was er nooit doorheen gekomen. Maar we schrokken ons rot. Dit was bijna niet van echt te onderscheiden.”

Wat is de oplossing?

“Binnen de EBZ zijn we nu bezig een regionaal cyberweerbaarheidscentrum op te zetten. Door zo’n centrum binnen de regio te houden, is er meer sociale controle en onderling vertrouwen. Je kent elkaar. Binnen het cyberweerbaarheidscentrum delen we incidenten, meldingen en best practices met elkaar. Bovendien zijn we aanspreekpunt voor het nationale Digital Trust Center. Dat deelt geen informatie met individuele bedrijven, maar wel met een cyberweerbaarheidscentrum.”

“Mag ik je nog even een filmpje laten zien van het strijktrio uit het Residentie Orkest dat laatst in onze draaiende productiehal heeft staan spelen?” Gofers kijkt naar zijn gekanteld schermpje, zichtbaar genietend. “Prachtig toch dat het Residentie Orkest hiervoor openstaat? Onze mensen verklaren me soms ook voor gek hoor, als ik zoiets voorstel. Dat kost toch alleen maar geld, zeggen ze dan. Maar ik wil niet alles vertalen naar geld. Je hoeft niet te begrijpen om te weten. In dit geval weten ze dat ik het belangrijk vind en dus doe. En geld? Ach, als het op de bankrekening staat, dan ga ik er toch weer een bedrijf mee beginnen.”