Met eigenaarschap en samenwerking komen we verder

,

Met een brede bestuurlijke achtergrond en een sterk sociaal profiel trad Peter Heijkoop in 2024 aan als burgemeester van Leiden. In deze rol brengt hij bestuurlijke ervaring mee. En een duidelijke visie op regionale samenwerking, economische ontwikkeling en de rol van kennisinstellingen. Als nieuw lid van de Economic Board Zuid-Holland spreken we Peter over de kracht van de Leidse regio, de noodzaak van focus in het economische beleid en het belang van de samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijfsleven.

Peter is sinds september 2024 burgemeester van Leiden, na jarenlang als wethouder in Dordrecht te hebben gewerkt. De overstap van stad en functie was ingrijpend, geeft hij toe.

Toch was Leiden een bewuste keuze. “We kwamen hier privé al graag. De stad vibreert, het is een studentenstad met een economisch profiel dat draait om kennis en innovatie. Deze stad heeft een rijke historie, net als Dordrecht. Ik heb hier in Leiden eerst doordeweeks in mijn eentje gewoond, want ik wilde de stad echt goed leren kennen. Dan is het wel belangrijk dat je er helemaal bent. Ondertussen hebben we een fijn huis gevonden en dit verduurzaamd en naar onze zin gemaakt. Mijn kinderen hebben inmiddels ook hun plek gevonden. Ik ben me ervan bewust dat we bevoorrecht zijn. Betaalbare huisvesting is hier een groot vraagstuk. Veel jongeren, maar ook ouderen, hebben moeite een geschikte woning te vinden.

De stad kan nog wel groeien, maar het komt wel steeds meer onder druk te staan. Ruimte is prioriteit nummer één om talent hier te houden. We kampen met een woningentekort, Leiden is de meest dichtbebouwde stad van Nederland. Een andere vorm van ruimtegebrek is netcongestie: hoe sluit je bedrijven en woonwijken aan op het stroomnet? We hebben in Leiden ondertussen wel een goed beeld waar de knelpunten zitten. Nu is de vraag hoe we daar goed op kunnen anticiperen. Mobiliteit is de derde factor. Leiden Centraal is na de G4 een van de belangrijkste stations van het land. Het is hét station voor de hele regio. We zijn bereid er zelf in te investeren, maar het Rijk moet ook meedoen.”

Bedrijventerreinen vormen een ander puzzelstuk. “We kijken naar een brede regionale aanpak, met alle gemeenten in Holland Rijnland. In de Drechtsteden werkte dat goed: watergebonden bedrijven kregen de ruimte, andere bedrijven verhuisden. Hier willen we ook starten met spelregels en samenwerking. Het is een van de puzzelstukken die gaat over de grotere ruimtelijke puzzel. Daar zijn de wethouders economie volop over in gesprek met elkaar.”

Peter blikt terug op zijn periode in Dordrecht. Hij groeide op in de Alblasserwaard, studeerde in Rotterdam en kwam daarna via werk weer in Dordrecht terecht, zijn geboortestad. Hij heeft er uiteindelijk twintig jaar gewoond en zijn kinderen zijn er ook geboren. Zijn politieke loopbaan begon vroeg. “Ik werd benaderd door een wethouder toen ik 26 was. Binnen een jaar zat ik namens de CDA in de gemeenteraad. Op mijn 28e werd ik raadslid, later fractievoorzitter en op mijn 33e wethouder. Dat heb ik acht jaar gedaan. Als wethouder had ik een brede portefeuille: Sociale Zaken, Werk en Inkomen, en ook een termijn Onderwijs, Financiën, de Wmo. En daarnaast was ik ook bestuurder bij de VNG. Ik zat gemiddeld één tot twee dagen per week in Den Haag, als voorzitter van de commissie die zich bezighield met thema’s als participatie, schulden, inburgering, laaggeletterdheid. Ik heb daar ook een groot Haags netwerk opgebouwd.

Ik was als wethouder heel erg bezig met de inclusieve arbeidsmarkt, zodat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. Vanuit een uitkeringssituatie, maar ook mensen met een arbeidsbeperking. In Dordrecht ging ik geregeld met de wethouder Economische Zaken mee op bezoek bij grote bedrijven. Dan maakten afspraken: we helpen met jullie ontwikkeling, maar dan verwachten we ook dat jullie kansen bieden aan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Ik kom uit een ondernemersgezin en heb ook ondernemers onder mijn vrienden. Ik probeer ook altijd wel dat ondernemersperspectief voor ogen te houden. Zij moeten uiteindelijk ook de ruimte krijgen om te ondernemen en om die inclusieve arbeidsmarkt mogelijk te maken. De samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven, de zogenaamde Triple Helix, is daarbij essentieel.”

Die lijn trekt Peter door in Leiden. Het Leiden Bio Science Park is een economische motor, met 30.000 medewerkers. Internationaal- t en regionaaltoptalent. Praktische inzet van mbo, hbo en universiteiten die samen de regio sterker maken. Hier zie je de economie van de toekomst. Toch is er nog veel te winnen, stelt hij. “Zuid-Holland heeft veel sectoren, maar soms ontbreekt focus. Je moet keuzes durven maken: waarin maak je het verschil? De nationale overheid is nauw betrokken, want die zien ook wel wat hier in de regio gebeurt. De regio Zuid-Holland kan nog meer investeren in de relatie met Brussel. Dit is wereldschaal. Grote Zuid-Koreaanse bedrijven investeren hier honderden miljoenen. Dat vereist visie, ook op cybersecurity en kennisinfrastructuur. We moeten ons als regio verhouden met gezamenlijk strategische belangen tot clusters in Amsterdam en Utrecht. Die zijn kleiner dan Leiden, maar trekken ook investeerders en kennis aan. We gaan hierbij  krachten bundelen en allianties smeden.”

Daarom is hij ook lid geworden van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). “Het is een platform waar Triple Helix elkaar ontmoet. Als EBZ focus aanbrengt en zich tot de politiek weet te verhouden, kan het veel impact hebben. Ik merk dat het bedrijfsleven vaak terughoudend is. Misschien omdat zij vinden dat zij hierin geen rol hebben, misschien ook wel vanuit de concurrentiepositie. Er is in ieder geval meer commitment nodig, ook financieel. Bijvoorbeeld via sectorfondsen. Het gaat niet alleen om geld, ook om eigenaarschap. Alleen dan krijg je echte samenwerking. De EBZ kan daar een rol in spelen. Het is belangrijk dat we businesscases uitwerken waarin duidelijk is wat het bedrijfsleven eraan heeft. Zo maak je inzichtelijk waar de EBZ voor is. En dan ook echt gezamenlijke projecten doen. Dat gaat verder dan publiek-private samenwerking.”

Tot slot hoopt Peter op een ander kabinetsbeleid. Hij verwijst nadrukkelijk naar het rapport-Draghi, dat hij als leidraad ziet voor toekomstig beleid. “Het vorige kabinet sprak vaak over innovatie, maar bezuinigde tegelijkertijd op kennis. Dat is wat mij betreft een fundamentele weeffout in het beleid. Als je innovatie belangrijk vindt, moet je ook structureel durven investeren in de kennisinfrastructuur. Dat rapport stelt dat Europa en dus ook Nederland structureel moet inzetten op groeivermogen door innovatie en kennisontwikkeling. Voor Leiden, met haar universiteit, het LUMC en het Bio Science Park, is dat essentieel. Hier is een ecosysteem van wereldniveau opgebouwd, dat mag en moet gekoesterd worden.”

“Door de veranderde sfeer, door onzekerheid over beleid hoor ik al signalen dat internationaal talent minder snel voor Nederland kiest. We moeten dat keren. Technologische opleidingen, dat is een internationaal speelveld. Dan moet je ook dat internationale talent naar je land halen en hier ook kunnen binden. Leiden kent heel veel expats en die dragen voor een belangrijke mate bij aan de economische groei van de stad. En dat komt ten goede aan alle inwoners. Het is bittere noodzaak dat het nieuwe kabinet het rapport-Draghi niet alleen leest, maar ook uitvoert. Dat betekent: investeren in fundamenteel onderzoek, innovatiebeleid, samenwerking met kennisinstellingen en het versterken van ons internationale profiel.”

Peter is optimistisch over de rol van EBZ. “Het is een plek waar je het goede gesprek kunt voeren. Mensen met kennis, invloed en visie, daar ben ik van onder de indruk. De EBZ moet zich ook nadrukkelijk tot de politiek verhouden, ook landelijk. We moeten ons niet bescheiden opstellen. Zuid-Holland is het economische powerhouse van Nederland. In het belang van Nederland moeten we de juiste keuzes maken. En daar kan de EBZ een belangrijke bijdrage aan leveren.”