LLO op de agenda: regio vraagt om daadkracht

Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (Progressief Nederland) bracht vrijdag 17 april een werkbezoek aan Stroomopwaarts. Haar bezoek stond in het teken van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en de noodzaak om landelijke ambities beter te laten landen in de regionale praktijk. Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland zijn als drie organisaties gezamenlijk actief betrokken binnen LLO in Zuid-Holland en constateren dat het huidige LLO-beleid vaak te versnipperd is en pleiten daarom voor meer samenhang, duidelijke keuzes en een sterke regionale uitvoering.

Samen werken aan een toegankelijk LLO-systeem

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan. Vanuit de Human Capital Agenda wordt gewerkt aan het verbinden van initiatieven en het versterken van samenhang tussen vraag en aanbod. Waar de Techniekcoalitie zich richt op vraagbundeling vanuit werkgevers, zorgt Via Delta dat het opleidingsaanbod overzichtelijk en toegankelijk wordt. Stroomopwaarts vervult een cruciale rol in de toeleiding en begeleiding van mensen. Deze geïntegreerde aanpak draagt bij aan een beter functionerend LLO-systeem.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

LLO en re-integratie: aanvulling, geen vervanging

Betrokken organisaties juichen de extra politieke aandacht en middelen toe, maar waarschuwen dat het huidige beleid in de praktijk vaak onoverzichtelijk en lastig toegankelijk is. Dit geldt in het bijzonder voor de mensen die scholing het hardst nodig hebben, zoals praktisch opgeleiden, ouderen, flexwerkers en niet-werkenden. Een belangrijk aandachtspunt tijdens het bezoek is de relatie tussen LLO en re-integratie. Hoewel preventie cruciaal is om uitval te voorkomen, benadrukken de regionale partners dat re-integratie essentieel blijft voor groepen die pas na uitval bereikt worden. Investeringen in LLO mogen daarom niet ten koste gaan van re-integratiebudgetten; beide zijn hard nodig en moeten elkaar aanvullen.

Verder werd gesproken over de inzet van individuele leerrechten. Hoewel deze rechten kansen bieden voor meer eigen regie, waarschuwen de organisaties ook voor een zogenoemd ‘zoek-het-zelf-uit’-model. Want, zonder goede begeleiding dreigt ongelijkheid, waarbij vooral hoger opgeleiden die wel de weg weten te vinden een streepje voor hebben op lager opgeleiden. Juist regionale partijen, onderwijsinstellingen en sociale partners spelen een belangrijke sleutelrol in begeleiding en matching.

Basisvaardigheden en regionale structuren als fundament

Tot slot legden we tijdens het bezoek de link met actuele beleidsontwikkelingen, zoals de talenagenda van het ministerie, waarbij de EBZ betrokken is. Wij pleiten ervoor om basisvaardigheden nu structureel te verbinden aan LLO en werk. Ook benadrukken wij de wens om de uitvoering van LLO-beleid te laten verlopen via bestaande, goed functionerende regionale structuren zoals de Human Capital Agenda (HCA), Via Delta en Stroomopwaarts.

De gezamenlijke ambitie van Via Delta, EBZ, Stroomopwaarts en Mikal Tseggai is helder: LLO moet eerlijk, samenhangend en uitvoerbaar worden. Dit vraagt om scherpe keuzes, publieke regie en het optimaal benutten van de kracht in de regio.

Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de Economic Board Zuid-Holland presenteren een gezamenlijke Kijk op Campussen. Met deze aanpak willen de drie partijen het sterke netwerk van campussen in de regio beter benutten en de samenwerking voor stakeholders eenvoudiger en effectiever maken.

Zuid-Holland heeft de hoogste campusdichtheid van Nederland. Tegelijkertijd blijft het potentieel nog deels onbenut. De nieuwe gezamenlijke visie brengt daar verandering in door meer samenhang, duidelijkheid en samenwerking te creëren.

 

Sterk netwerk van innovatiecampussen als basis

Zuid-Holland kent al een sterk en actief netwerk van innovatiecampussen. Veel campussen werken samen, delen kennis en versterken elkaar via regionale en nationale netwerken, onder andere op het gebied van technologieontwikkeling, talent en valorisatie. Zo werkt Leiden Bio Science Park intensief samen met andere toonaangevende campussen aan kennisdeling en innovatie, terwijl Campus Gouda in de opbouwfase actief leert van andere initiatieven via werkbezoeken en intervisienetwerken.

Tegelijkertijd liggen er nog duidelijke kansen om dit netwerk beter te benutten. Denk aan het sterker verbinden van R&D-activiteiten en het stimuleren van cross-overs tussen sectoren zoals Life Sciences & Health, technologie en maatschappelijke opgaven zoals bodem en water. Ook op het gebied van positionering en investeringskeuzes is winst te behalen: waar Leiden Bio Science Park inzet op internationale topposities, ontwikkelt Campus Gouda zich rond regionale vraagstukken. Door deze profielen beter op elkaar af te stemmen, kan Zuid-Holland zich als geheel krachtiger positioneren.

De gezamenlijke kijk op Campussen speelt hierop in door richting te geven en samenhang te brengen. Door betere afstemming tussen provincie, MRDH en Economic Board Zuid-Holland ontstaat meer focus en kunnen middelen en inspanningen effectiever worden ingezet, onder andere op het gebied van talentontwikkeling en samenwerking tussen campussen.

“De gezamenlijke Kijk op Campussen biedt een gedeeld strategisch kader dat onze rol als internationale hotspot voor Life Sciences & Health versterkt. Het helpt ons om samenwerking met andere campussen te verdiepen en investeringen in innovatie en talent beter af te stemmen.”
— Esther Peters, Leiden Bio Science Park

 

Wat verandert er concreet voor stakeholders?

Met de gezamenlijke Kijk op Campussen introduceren de partijen onder andere het:

  1. Eén loket: het ‘no wrong door’-principe. Initiatieven kunnen bij elk van de drie organisaties terecht en worden altijd naar de juiste plek geleid.
  2. Transparantie: er komen heldere criteria en verwachtingen voor innovatiecampussen en de onderlinge afstemming tussen de organisaties wordt versterkt.
  3. Intensieve samenwerking: de drie organisaties werken nauw samen, zodat campussen actief met elkaar verbonden worden om kennis te delen, van elkaar te leren en samenwerking te versterken.

Deze aanpak moet ervoor zorgen dat campussen zich beter kunnen ontwikkelen en dat publieke en private investeringen effectiever worden ingezet.

 

Verschillende campussen, gedeelde ambitie

De kracht van Zuid-Holland zit in de diversiteit aan innovatiecampussen: van internationaal toonaangevende clusters tot regionale netwerken rond maatschappelijke opgaven. Zo is Leiden Bio Science Park een Europese koploper in Life Sciences & Health, terwijl Campus Gouda zich richt op thema’s als zorg, bodemdaling en logistiek en partijen samenbrengt om te leren en te innoveren.

Juist in die diversiteit liggen kansen. Door betere afstemming en gerichte investeringen kan samenwerking worden versterkt, ontstaan meer cross-overs tussen sectoren en wordt het regionale innovatiesysteem krachtiger. Dat draagt bij aan sterkere R&D, talentontwikkeling en internationale concurrentiekracht.

“Voor ons als netwerkcampus zijn samenwerking en kennisdeling essentieel. De gezamenlijke aanpak helpt om relaties met andere campussen te versterken en samen innovatie rond thema’s zoals bodem en water verder te brengen.”
— Frank Slingerland, Campus Gouda

5 jaar Campus Gouda
Viering 5 jaar Campus Gouda

 

Innovatiecampussen spelen een sleutelrol in de economie van morgen. Door bestaande samenwerking te versterken en gerichter in te zetten op kansen zoals R&D, talent en positionering, ontstaat een stevig fundament om deze rol verder uit te bouwen.

 

Bekijk hier de Kijk op Campussen: Kijk op Campussen

 

Voor meer informatie of contact

 

Op vrijdag 27 maart vond de EBZ-vergadering plaats in de Rotterdam Science Tower. Dit is één van de hubs van Rotterdam Square, versterker van het ecosysteem van onderzoek, onderwijs, bedrijven en faciliteiten in de Life Sciences & Health-sector binnen de regio Rotterdam, met een focus op health & tech. Directeur Ellen Smit, tevens lid van de Kopgroep Innovatiecampussen, vertelde over de ontwikkelingen en de ambities van Rotterdam Square en de verschillende samenwerkingen in de regio, Nederland en Europa.

Aan het begin van de vergadering werden nieuwe leden Luc Sels (Voorzitter Collge van Bestuur Universiteit Leiden), Ingrid Thijssen (Voorzitter Collge van Bestuur TU Delft) en Pieter Verhoeve (burgemeester gemeente Gouda) welkom geheten. Daarna werd stilgestaan bij de gevolgen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Boudewijn Siemons, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, vertelde over de effecten op energie, voor zowel olie als gas stijgen de prijzen. Olie en gas vertonen verschillende reacties op de crisis. Een aantal fabrieken in Azië staan inmiddels stil door de hiervoor besproken disrupties. Dit leidt tot verstoring van de supply. De ernst van de verstoringen wordt bepaald door hoe lang dit zal aanhouden en of nog meer energie-installaties zullen worden geraakt. Dit wordt onderschreven door enkele analyses die de Rabobank heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat regio’s waarin energie-intensieve sectoren groot zijn het sterkst worden geraakt. Daarnaast zijn de industrie, bouw, vervoer, groothandel en de reisbranche het meest gevoelig voor de economische gevolgen van het conflict. Bij een kortdurend conflict van enkele weken wordt een inflatie van 2,7% (+0,3%) verwacht. Enkele maanden sluiting van de Straat van Hormuz leidt tot een inflatie van meer dan 3%. Wanneer er sprake is van vernietiging van kritische infrastructuur voor de productie/opslag van olie en gas loopt de inflatie zelfs op tot 4,3 tot 5,0%. Dat betekent een verdubbeling van de energierekening voor flexibele en nieuwe contracten (+€400) en €1 extra per liter benzine.

Ook werd kort stilgestaan bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. In alle 50 gemeenten van Zuid-Holland worden momenteel nieuwe coalities verkend. Ook werd nog een update gegeven over de verkenning Life Sciences & Health, waar in een consultatiebijeenkomst is aangegeven graag te willen starten met een EBZ-taskforce Life Sciences & Health. De komende periode wordt hiervoor aan een voorstel gewerkt.

Startups en scale-ups

Sinds begin dit jaar is onder de vlag van de EBZ de taskforce startup scale-up gestart. Voorzitter Joeri van den Steenhoven, tevens lid College van Bestuur van de Hogeschool Leiden, vertelde over de ambities van het startup en scale-up programma:

  • Het verdubbelen van het aantal startups (van 1.750 naar 3.500)
  • Vergroten van de ratio startups/scale-ups in de regio (van 19% naar 25%)
  • Het creëren van 10 internationale marktleiders in Zuid-Holland in 2037

Zuid-Holland telt ruim 1.500 startups en scale-ups. Zuid-Holland heeft een sterk en divers ecosysteem van startups en scale-ups, maar de laatste jaren is er weinig groei van startups en veel te weinig doorgroei naar scale-ups en verder naar internationaal marktleider. Ook presenteerde Joeri de top 25 scale-ups van Zuid-Holland, waarvan de taskforce het accountmanagement wil verbeteren. Dit zorgt ervoor dat niet alleen deze bedrijven beter gefaciliteerd kunnen worden in hun groei en ontwikkeling maar ook de toekomstige topbedrijven kunnen worden geholpen.

In de komende periode wil het programma actief accountmanagement voeren om hen te helpen verder te groeien in Zuid-Holland. Daarnaast wil het programma op de lange termijn gezamenlijk gericht het ecosysteem voor startups en scale-ups in Zuid-Holland versterken. Voor meer informatie, kijk op de pagina van de taskforce startup scale-up.

Verdeling van schaarse ruimte

Het tweede punt op de agenda ging over de verdeling van schaarse ruimte. Het Rijk werkt momenteel aan een nieuwe Nota Ruimte: hoe verdelen we de ruimte in Nederland? En hoe ziet dat er uit in 2050? Binnen Zuid-Holland zijn hiervoor drie Nationale Omgevingsvisies Extra (NOVEX) voor aangewezen: de Zuidelijke Randstad (gebied tussen Leiden en Dordrecht), Haven en Groene Hart. Marijn Fraanje, directeur Ruimte & Economie van de gemeente Den Haag, lichtte de NOVEX Zuidelijke Randstad, programmalijn toekomstbestendige economie toe, waar de verdeling van de ruimte voor economie in 2050 centraal staat. Hier wordt de komende periode met ondersteuning vanuit TNO verder invulling aan gegeven.

 

 Sinds december is Jan Jeronimus gestart als projectleider van WE-IT en het IT-Verband Zuid-Holland bij De Haagse Hogeschool en is daarmee de opvolger van Remco Engels. Als verbinder tussen ondernemers, overheid en onderwijs werkt hij aan een van de grootste uitdagingen van deze tijd: zorgen voor genoeg talent om de digitale transitie in Zuid-Holland waar te maken. In dit interview maken we kennis met Jan Jeronimus. Als projectleider vertelt hij wat aantrof bij WE-IT, waarom het MKB ook voor hem van belang is, welke resultaten al zichtbaar zijn op de arbeidsmarkt en waar hij de komende periode extra op wil inzetten, denk aan AI en cybersecurity, inclusiviteit, opschaling en samenwerking met de regionale werkcentra. 

 

OVER JAN JERONIMUS 

Wie ben je? 

Ik ben Jan Jeronimus, een verbinder in hart en nieren met een passie voor de digitale transitie. Afgelopen december ben ik gestart bij De Haagse Hogeschool als projectleider voor WE-IT en het IT Verband Zuid-Holland. In die rol sla ik de brug tussen ondernemers, overheid, onderwijs, en andere stakeholders. Gezamenlijk vergroten we de instroom van IT-professionals, versterken we de digitale vaardigheden via om- en bijscholing, en maken zo de IT-arbeidsmarkt in onze regio toekomstbestendig.  

Waar kom je vandaan? 

Mijn achtergrond ligt op het snijvlak van strategie en uitvoering binnen complexe publiek-private samenwerkingen. Hiervoor was ik projectleider van het European Platform for Urban Greening: een internationale publiek-private samenwerking die zich richtte op het klimaatadaptiever maken van stedelijke omgevingen, bijvoorbeeld met groene gevels en daktuinen. Ik heb altijd gewerkt op plekken waar maatschappelijke uitdagingen vragen om een ondernemende aanpak, en die ervaring neem ik mee naar de dynamische regio Zuid-Holland. 

Waarom wilde je deze functie? 

Deze functie biedt de unieke gelegenheid om op grote schaal impact te maken. De digitale transitie is een van de grootste uitdagingen van deze tijd. WE-IT is een human-capital antwoord op die opgave: digitalisering zorgt in vrijwel alle sectoren voor nieuwe en veranderende functies, en tegelijk is er een groot tekort aan IT’ers. 

Zonder mensen geen digitale transitie. We kunnen het ons niet veroorloven om talent te laten liggen. De skills-, instroom-, om- en bijscholingsinfrastructuur van WE-IT is essentieel om digitalisering in Zuid-Holland op schaal te realiseren. Dat biedt de prachtige kans om het verschil te maken. 

OVER WE-IT 

Wat trof je aan? Zijn er al effecten zichtbaar op de arbeidsmarkt? 

Ik trof een krachtig consortium aan van gemotiveerde partners die elkaar vertrouwen en elkaar weten te vinden. In de uitvoering werkt WE-IT met een breed portfolio van scholingstrajecten. De effecten daarvan zijn zeker zichtbaar: we hebben al ruim tweeduizend mensen succesvol begeleid naar een baan in de IT en aanverwante sectoren zoals cybersecurity, data, AI en cloud technology. Zowel bij IT-bedrijven als bij het MKB in andere branches waar IT ondersteunend is aan de producten of diensten die ze leveren. Met name in de maakindustrie, in de bouw, de techniek en de zorg.  

Tegelijkertijd zie ik ook een versnipperd landschap van veel initiatieven die naast elkaar bestaan. We werken aan meer synergie, bijvoorbeeld door nauwere samenwerking binnen IT-Verband Zuid-Holland, en een structurele aansluiting met de werkcentra. 

Wie zijn er allemaal betrokken bij het Deelakkoord? Samenwerkingspartners? 

WE-IT is uitgegroeid tot een breed ecosysteem. Naast de Economic Board Zuid-Holland zijn gemeenten en werkgeversorganisaties betrokken. Bedrijven als ManpowerGroup, Main Capital en opleidingsfonds TechMeUp. Private opleiders zoals Bee-Ideas, Bit Academy, de ICT Praktijk Academie, Techgrounds, The Young Digitals en IPro Training NL, om maar enkele namen te noemen. Plus publieke onderwijsinstellingen zoals ROC Mondriaan, mboRijnland, en De Haagse Hogeschool (penvoerder van WE-IT).  

Binnen het IT-Verband Zuid-Holland werkt WE-IT samen met IT Campus Rotterdam, Dutch Innovation Factory in Zoetermeer en Security Delta (HSD).   

Bovenstaand overzicht is niet compleet, maar geeft aan dat we een ketenbrede alliantie hebben gesmeed. 

Waar wil je sterk(er) op inzetten? 

In z’n algemeenheid gesteld, lag de focus van WE-IT bij de start op het leggen van een basis voor samenwerking. Er ligt inmiddels een stevig fundament. Daarom zetten we nu sterker in op het opschalen en verankeren van succesvolle interventies, en is de focus verschoven naar een samenhangende aanpak met concrete impact als leidraad. Laat me dit illustreren met enkele voorbeelden. 

De scope van WE-IT is niet langer beperkt tot IT, maar op basis van de behoeften vanuit de arbeidsmarkt richten we ons ook op digitale beroepen die daar nauw mee verweven zijn, zoals cybersecurity, AI, data en cloud technologie. 

Daarnaast verbeteren we de inclusiviteit zodat er een grotere en diversere vijver aan talent ontstaat. Ondersteund door initiatieven zoals TechMeUp, maken we de toegang tot bij- en omscholing makkelijker voor doelgroepen die moeilijker bereikbaar zijn en vaak buiten de boot vallen. 

We schalen het leven lang ontwikkelen-aanbod op en maken een verdiepingsslag met een modulair en flexibel opleidingsaanbod, onder andere op het gebied van AI en cybersecurity. Daarmee pakken we de mismatch op de arbeidsmarkt aan en zorgen we dat digitaal talent sneller aan het werk kan. 

WE-IT zet ook sterker in op samenwerking met de werkcentra in de regio. Als verbindende schakel, brengen we zo vraag en aanbod van omscholing voor digitale beroepen direct bij elkaar. Dit zorgt eveneens voor een efficiëntere arbeidsmarkt waar talent sneller op de juiste plek terechtkomt.  

Waarom en hoe gaat WE-IT het verschil maken? 

WE-IT maakt het verschil door de last mile te overbruggen: we verbinden de scholing direct aan de behoefte van de werkgever. Door co-creatie en het bundelen van krachten, creëren we een schaalbaar model dat nergens anders in Nederland zo intensief en effectief wordt toegepast. 

OVER HET MKB 

Wat doen jullie specifiek voor het MKB? 

We maken IT-talent toegankelijk voor kleinere bedrijven die zelf geen grote HR-afdelingen of eigen interne academies hebben. Dat doen we door ondersteuning te bieden op een aantal gebieden en zo de drempels te verlagen. Graag geef ik enkele praktijkvoorbeelden. 

Toegang tot IT-talent: WE-IT helpt MKB-bedrijven bij het vinden van geschoold personeel door zij-instromers en omgeschoolde professionals direct te koppelen aan werkgevers in de regio. 

Samenwerking met belangenbehartigers: Het programma zoekt structurele aansluiting bij organisaties zoals MKB Zuid-Holland en VNO-NCW om de specifieke behoeften van kleinere ondernemers beter te begrijpen en te vertalen naar scholingstrajecten. 

Regionale Werkcentra: Door aan te sluiten bij de werkcentra in Zuid-Holland brengt WE-IT de vraag naar IT-vaardigheden van lokale MKB-ondernemers en het aanbod van omgeschoolde talenten dichter bij elkaar. 

Focus op AI: WE-IT voegt AI toe aan het scholingsportfolio om ook het MKB te ondersteunen bij de adoptie van nieuwe technologieën, zodat zij niet achterblijven in de digitale transitie. 

Financiële toegankelijkheid: Via partners zoals TechMeUp wordt geprobeerd de toegang tot IT-omscholing te vergroten, wat indirect gunstig is voor het MKB dat op zoek is naar betaalbare en goed opgeleide krachten. 

Wat maakt deze doelgroep bijzonder? 

Het MKB is de ruggengraat van onze economie, maar zij voelen de krapte op de IT-markt het hardst. Hun wendbaarheid is hun kracht, maar ze hebben vaak een zetje nodig om de stap naar digitalisering en nieuw talent te durven zetten. 

Waarom is het MKB voor jullie belangrijk? 

Zonder een sterk digitaal MKB stagneert de innovatie in de regio. Als wij hen helpen aan goed opgeleid personeel, versterken we de gehele economische structuur van Zuid-Holland. 

 

TOT SLOT 

Wanneer ben je tevreden? 

Ik ben pas echt tevreden als een carrièreswitch naar de IT voor iedereen in Zuid-Holland een logische en toegankelijke optie is, ongeacht je achtergrond, en als werkgevers ons blindelings weten te vinden voor hun talentbehoefte. 

Wat hoop je dat dit deelakkoord over 3 tot 5 jaar concreet heeft veranderd? 

Dan is WE-IT getransformeerd naar een duurzame organisatievorm waar co-creatie de standaard is zodat we de verschillende doelgroepen kunnen bedienen met een ontwikkelaanbod dat specifiek op hen is afgestemd. Starters met diploma maar zonder werkervaring hebben iets anders nodig dan zij-instromers met werkervaring maar zonder IT-skills of nieuwkomers zoals statushouders. 

Ik hoop dat we dan een structurele daling van de onvervulde IT-vacatures in de regio hebben gerealiseerd en dat AI-geletterdheid de norm is geworden, dat wil zeggen: verstandige en mensgerichte toepassingen van AI die daadwerkelijk waarde toevoegen. 

Heb je een oproep? 

De digitale transitie in Zuid-Holland versnelt, maar het tekort aan IT-talent blijft een uitdaging. Ben je een innovatieve ondernemer, onderwijspionier of maatschappelijke partner? Sluit je dan gerust aan. WE-IT heeft al zo’n 3.000 IT-professionals opgeleid, maar om onze ambities te realiseren en echt impact te maken, kunnen we jouw expertise en netwerk goed gebruiken. Als partner van WE-IT profiteer je van de volgende voordelen: 

  • Je hebt directe toegang tot gemotiveerde zij-instromers en omgeschoolde professionals; 
  • Je bent onderdeel van een breed ecosysteem waarin je samenwerkt met en leert van innovatieve koplopers. Zo profiteer je van de synergie van ons netwerk. 
  • Co-creatie en innovatie: Je denkt, praat en bouwt mee aan nieuwe scholingsvormen, zoals de recente focus op AI, en zorg dat het aanbod naadloos aansluit op de actuele vraag uit de markt. 
  • Je draagt bij aan een inclusieve arbeidsmarkt en een toekomstbestendige regionale economie, en levert zo een maatschappelijke bijdrage. 
  • Je maakt niet deel uit van een project, maar van een beweging waarin we gezamenlijk eigenaarschap nemen over de human capital-uitdagingen en werken aan de digitale transitie. 

Bel of mail gerust; ik vertel graag meer over hoe we elkaar kunnen versterken. 

 

Lessen en tips: wat kunnen anderen leren? 

WE-IT heeft een aantal good practices ontwikkeld die andere regio’s of sectoren kunnen overnemen om complexe arbeidsmarktvraagstukken op te lossen. In willekeurige volgorde: 

  • Combineer publieke en private kracht. Terwijl publieke onderwijsinstellingen zorgen voor accreditatie en structuur, brengen private opleiders snelheid en flexibiliteit in die de IT-sector vereist. 
  • Focus op skills in plaats van diploma’s. WE-IT laat zien dat zij-instromers met een intensief kortdurend scholingstraject snel en succesvol inzetbaar zijn. Dat vraagt om een cultuuromslag bij werkgevers: kijk naar wat iemand kan en de mate waarin iemand leerbaar is, niet alleen naar het cv. 
  • Organiseer mede-eigenaarschap. Zo ontstaat er synergie, succesvolle spin-offs en andere vormen van toegevoegde waarde, en daarmee een duurzamer netwerk dat ook na een subsidieperiode blijft bestaan en niet afhankelijke is van één penvoerder. 
  • Verlaag de drempels voor omscholingskandidaten. Door samen te werken met fondsen zoals TechMeUp, wordt omscholen ook bereikbaar voor mensen die geen budget hebben voor een dure IT-opleiding. En soms zit het ‘m ook in zoiets praktisch als een half uur later beginnen zodat een alleenstaande ouder eerst z’n kind naar de opvang kan brengen. Een inclusief ecosysteem zorgt voor een grotere en diversere vijver aan talent. 
  • Sluit aan bij bestaande regionale structuren. WE-IT werkt niet op een eiland, maar zoekt actief de verbinding met werkgeversorganisaties zoals MKB Zuid-Holland en met werkcentra in de regio. Zo vinden we niet opnieuw het wiel uit, maar zijn we als WE-IT daar waar vraag en aanbod elkaar al ontmoeten. 

Meer weten over het Deelakkoord WE-IT? Bekijk deze pagina of neem contact op met Strategisch Projectadviseur Ron Brans.

Inmiddels is het stof weer enigszins neergedaald na de presentatie van het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ door Rob Jetten (D66), Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA). Na een lange periode van politieke onzekerheid merken wij in de regio hoezeer ondernemers, kennisinstellingen en overheden verlangen naar betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. De recente bespreking van het verslag van informateur Rianne Letschert in de Tweede Kamer gaf een eerste voorproefje van hoe een minderheidskabinet zich de komende jaren zal moeten manoeuvreren tussen uiteenlopende belangen binnen de oppositie.

Als Economic Board Zuid-Holland stemt het coalitieakkoord ons positief. De beoogde minderheidscoalitie wil vol inzetten op defensie, het versterken van het investeringsklimaat en de verduurzaming van de industrie. Dat zijn precies de thema’s waar bedrijven en instellingen in onze provincie dagelijks mee te maken hebben. In onze gesprekken met ondernemers horen we keer op keer dezelfde boodschap: behoefte aan een stabiele koers, voorspelbaar beleid en randvoorwaarden die investeren weer mogelijk maken. Het is bemoedigend dat in het coalitieakkoord kennis en onderzoek nadrukkelijk worden genoemd. Dit is uiteindelijk de basis voor het verdienvermogen van de toekomst en voor het vermogen van Nederland om grote transities daadwerkelijk waar te maken.

Met sterke ecosystemen zoals de haven van Rotterdam, het Leiden Bio Science Park en het rijkste kennisecosysteem van Nederland staat Zuid-Holland klaar om een concrete bijdrage te leveren aan het Nederlandse verdienvermogen én aan onze strategische autonomie. Onze provincie is goed voor 22% van het nationale bbp en ongeveer 1,8 miljoen banen – ruim één op de zes banen in Nederland. In sectoren als haven en maritiem, life sciences & health, hightech, energie, ruimtevaart en digitalisering wordt hier dagelijks gewerkt aan innovaties die niet alleen regionaal, maar nationaal en Europees van strategisch belang zijn.

Tegelijkertijd realiseren wij ons dat dit coalitieakkoord het begin is van een intensief onderhandelingstraject met de rest van de Tweede Kamer. We begrijpen dat dit van de toekomstige ministerploeg veel vraagt: voortdurend in gesprek met Kamerleden, openstaan voor amendementen en compromissen, en steeds opnieuw meerderheden zoeken in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. In zo’n dynamisch politiek landschap is het des te belangrijker dat maatschappelijke partners, zoals de economic boards, helpen om beleidskeuzes te verbinden met de praktijk in de regio.

Alles valt of staat uiteindelijk met de uitvoering van het akkoord. De centrale vraag is: hoe laat je toekomstig beleid effectief en rechtvaardig landen in de provincies en regio’s? Wij zien daarbij een cruciale rol voor de economic boards. Zij zijn bij uitstek de plek waar publiek-private samenwerking samenkomt, waar kennis van de regionale economie wordt gebundeld en waar overheid, onderwijs en bedrijfsleven elkaar weten te vinden. Economic boards beschikken over diepgaande kennis van regionale innovatieclusters, actuele ontwikkelingen met betrekking tot de arbeidsmarkt en investeringen en brede netwerken die noodzakelijk zijn om beleid om te zetten in concrete projecten en resultaten.

Onze oproep aan het nieuwe kabinet is daarom helder: gebruik de economic boards als vehikel voor het laten landen van nationaal beleid in de regio. Dat betekent concreet: betrek ons vroegtijdig bij de uitwerking van landelijke programma’s, stel gezamenlijk regionale uitvoeringsagenda’s op en benut onze netwerken om investeringen gericht en effectief in te zetten. Zo voorkomen we dat beleid op papier blijft steken en zorgen we ervoor dat het daadwerkelijk voelbaar wordt in bedrijven, op campussen en in onze steden en dorpen.

Nederland én Zuid-Holland snakken naar een vaste, duidelijke en stabiele koers. Het is van groot belang dat de randvoorwaarden weer op orde komen, denk aan investeringszekerheid, voldoende en betaalbare energie, ruimte voor innovatie, passende regelgeving en een goed opgeleide beroepsbevolking, zodat bedrijven weer willen én kunnen investeren in ons land. Dat is essentieel voor onze toekomstige welvaart én voor de strategische autonomie van Europa in een wereld die snel verandert.

Als Zuid-Holland staan wij klaar om deze handschoen op te pakken. Met onze sterke economische basis, onze kennisinstellingen van wereldniveau en onze brede ervaring met publiek-private samenwerking hebben we alles in huis om het verdienvermogen van de toekomst veilig te stellen. Wij dragen graag bij met onze kennis van regionale innovatieclusters, ontwikkelingen met betrekking tot de arbeidsmarkt en onze publiek-private netwerken, zodat nationaal beleid daadwerkelijk resulteert in uitvoering, banen en duurzame groei. Samen met het nieuwe kabinet, de Tweede en Eerste Kamer en onze partners in de regio bouwen we graag aan een sterke en weerbare economie.

Zuid-Holland wil de beroepsbevolking 5–15% productiever maken. Daaraan is sinds 2019 gewerkt met de Human Capital Agenda. Met de vernieuwde HCA wordt de aanpak aangescherpt, door gericht te werken aan slimmer werken, opdat met dezelfde mensen meer productie kan worden geleverd. Joyce Oomen verkent namens Team Human Capital waar kansen liggen. Hoe bestaande en nieuwe initiatieven verbonden en opgeschaald worden om zowel technologische als sociale innovatie te versnellen?

Op dit moment ontwikkelt Joyce Oomen samen met Team Human Capital een programmaplan Slimmer Werken, dat niet opnieuw het wiel uitvindt, maar focust op het (sneller) opschalen van vooral bestaande initiatieven die veelbelovend zijn op het vlak van arbeidsbesparing en betere talentbenutting.

Waarom deze versnelling nodig is

De arbeidsmarkt krimpt. Het aantal werkenden neemt af, terwijl de maatschappelijke opgaven groeien: energietransitie, digitalisering, zorg, onderwijs, defensie en woningbouw drukken allemaal zwaar op de vraag naar arbeid. De HCA bereikt al mooie resultaten – duizenden mensen worden geschoold of voorbereid op nieuwe stappen – maar de structurele krapte vraagt om méér.

Het vergroten van arbeidsproductiviteit is daarbij geen kwestie van mensen harder laten werken. Het gaat om waardevoller en slimmer werken, in vier domeinen:

  1. Het stimuleren van kennis en vaardigheden: leven lang ontwikkelen, praktische leeromgevingen en werken aan nieuwe beroepsvaardigheden.
  2. Werk slimmer organiseren: autonomie, betere processen, teamleren en minder bureaucratie.
  3. Technologie en innovatie: robotisering, digitalisering en AI, mensgericht toegepast.
  4. Motivatie en cultuur: werkplezier en leiderschap dat ruimte geeft om te leren en te experimenteren.

Juist in de combinatie van deze domeinen zit de sleutel tot structurele groei. Bedrijven die investeren in zowel techniek als hun medewerkers, blijken veerkrachtiger, innovatiever én productiever.

De kracht van Zuid-Holland schuilt in het rijke netwerk

Deze aanpak bouwt verder op het rijke netwerk dat er al is. Zuid-Holland kent een enorme diversiteit aan campussen, fieldlabs, innovatiehubs en publiek-private samenwerkingen. Van de maakindustrie in Drechtsteden tot het Leiden Bio Science Park, van maritieme innovatie in Rotterdam tot energietransitie in de regio’s rond Delft en Den Haag. Overal werken bedrijven en kennisinstellingen aan vernieuwing.

Het programma moet zorgen voor richting, verbinding en versnelling, zodat innovaties sneller landen in het mkb, meer werknemers kunnen meebewegen en succesvolle experimenten regionaal opgeschaald worden.

Productiviteit als middel voor brede welvaart

Productiviteit wordt geen doel op zich. Het uiteindelijke streven van de provincie is brede welvaart voor álle Zuid-Hollanders: een economie die draait, bedrijven die kunnen groeien en mensen die gezond en met plezier kunnen werken.

Daarom zal het programma inzetten op technologische én sociale innovatie. Want een productieve organisatie is niet alleen efficiënter, maar ook een plek waar mensen met plezier bijdragen aan innovatie en vooruitgang.

De komende maanden werkt Joyce Oomen, samen met partners in de regio, aan een concreet programmaplan. Eind februari wordt het plan voorgelegd aan de Taskforce en moet het leiden tot een nieuw deelakkoord in 2026.  Eén ding staat vast: Zuid-Holland kiest niet voor harder werken, maar voor slimmer, samen en toekomstgericht werken. En dat is precies wat deze tijd vraagt.

 Heb je een goed idee? Laat het weten!

Werk jij aan een initiatief of project dat bijdraagt aan slimmer werken? Of heb je een goed idee dat past binnen deze ambitie? Joyce komt graag in contact met vernieuwers, doeners, pioniers en ondernemers die willen meebouwen aan een productiever Zuid-Holland.

📩 Mail je idee of initiatief naar Joyce, p/a thaiza.kwas@economicboardzuidholland.nl

Als ondernemer in Zuid-Holland ziet Jasper Neuteboom als geen ander wat er de komende jaren nodig is op de arbeidsmarkt: met minder beschikbare werknemers moeten we productiever worden en technologie slimmer inzetten. Zijn toetreding namens VNO NCW West tot de Taskforce Human Capital van de Economic Board Zuid-Holland past precies bij die opgave. Vanuit zijn ervaring als innovator weet hij waar ondernemers tegenaan lopen en welke kansen er liggen. Binnen de Taskforce werkt hij samen met andere bedrijven en met overheid en kennisinstellingen om bedrijven in de regio te helpen deze noodzakelijke transitie te maken.

 

Jasper Neuteboom 1 en compagnon Richard

 

Ondernemerschap uit technische nieuwsgierigheid

De loopbaan van Jasper Neuteboom, oprichter en directeur van Inventeers, begon vroeg: op zijn twaalfde wist hij al dat de technieksector zijn richting was. Via een bewust gekozen mbo-traject, gevolgd door hbo en een afstudeerperiode bij TNO, bouwde hij een breed technisch vakmanschap op. Met collega-stagiair en vriend Richard Mesman startte hij twintig jaar geleden Inventeers. “Wij begonnen zonder groot plan, maar wel met overtuiging. Samen iets bouwen dat écht waarde toevoegt, dat was het uitgangspunt. Die mentaliteit is nooit veranderd.”

 

Innovatie vanuit maatschappelijke urgentie

Voor Neuteboom is technologie geen doel op zich maar een antwoord op grote maatschappelijke opgaven. “De wereldbevolking groeit richting de 10 miljard. Tegelijkertijd krimpt de beroepsbevolking. Dat betekent dat we met minder werkenden meer mensen moeten voeden, verzorgen en ondersteunen. Zonder technologische vernieuwing is dat eenvoudigweg niet haalbaar.” Die dubbele druk, demografie en personeelstekorten, vormen de kern van Neutebooms ondernemerschap. Met Inventeers ontwikkelt hij producten en systemen die bijdragen aan voedselvoorziening, zorginnovatie, energietransitie en industriële automatisering. “We moeten werk anders organiseren. Menselijk contact en vakmanschap blijven essentieel, maar repetitief werk en processen die structureel tekortschieten kunnen we slimmer en efficiënter inrichten. Precies ook een van de pijlers van de Human Capital Agenda 2025-2030, waar ik me de komende jaren sterk voor wil maken.”

 

Inventeers ziet Technologische innovatie ook als antwoord op arbeidsmarktkrapte. “Technologie neemt geen banen weg; het zorgt dat de banen die we vandaag niet meer kunnen invullen, toch uitgevoerd worden.” Voorbeelden van innovaties waar Inventeers dagelijks mee bezig zijn:

  • Voedsel en landbouw: systemen om productie te automatiseren en te optimaliseren.
  • Zorginnovatie: oplossingen die zorgprofessionals ontlasten zonder het menselijk contact te verdringen.
  • Industrie: automatisering van repetitieve processen om schaarse werknemers vrij te spelen voor complexere taken.
  • Energietransitie: van slimme meters tot systemen die bijdragen aan verduurzaming.

 

Jasper Neuteboom 2

 

Circulariteit als ontwerpopgave

Naast innovatie voelt Neuteboom als ondernemer ook verantwoordelijkheid voor circulair ontwikkelen. “Wanneer we nieuwe producten ontwikkelen, denken we direct na over de eindfase. Hoe kan iets gedemonteerd worden? Kan het uit gerecycled materiaal bestaan? En wat betekent dat voor kosten en schaalbaarheid?” In projecten, zoals de ontwikkeling van slimme meters, vraagt hij om aandacht voor circulariteit, ook in aanbestedingen. “Als duurzaamheid in de uitvraag ontbreekt, blijf je achter de feiten aanlopen. Het moet onderdeel zijn van de opdracht, niet van de nabeschouwing.”

 

 

Een blik op duurzaam leiderschap

Ondernemen met een duidelijke visie vraagt veel, maar Neuteboom is helder over zijn prioriteiten. “Je eigen gezondheid en die van je team gaan altijd vóór groei. Dat besef maakt je scherper in keuzes. Duurzaam leidinggeven begint bij jezelf.” Voor zijn medewerkers betekent dat een organisatie waarin vakmanschap wordt gewaardeerd, ruimte is voor ontwikkeling en fouten onderdeel zijn van leren. “We bouwen aan technologie voor de toekomst, maar ook aan mensen die die toekomst vormgeven.”

 

VNO-NCW West

Ondanks snelle groei benadrukt hij het belang van in verbinding blijven. Met het team, met zijn compagnon, maar ook met andere ondernemers in de regio. Als lid van VNO-NCW West zit hij regelmatig aan ondernemerstafels om zijn blik op ondernemen te verbreden. “Ondernemen is soms eenzaam. Daarom zijn netwerken met andere ondernemers die exact begrijpen waar je mee bezig bent, welke verantwoordelijkheid je draagt en wat ondernemen inhoudt, zoals bij VNO-NCW, essentieel. Je leert het meest van mensen die ondernemen kennen en dezelfde verantwoordelijkheid dragen.”

 

Jasper Neuteboom 1

Een brede kijk op talent

Een inclusieve arbeidsmarkt begint volgens Neuteboom met een andere manier van werven. “Ik zoek niet naar een persoon die past in een bestaande functie. Ik kijk welke functie ik kan vormgeven rond de kwaliteiten van de kandidaat. Dat vraagt flexibiliteit van werkgevers, maar levert loyalere en productievere medewerkers op.” Hij ziet dat vooral jonge generaties inclusie en diversiteit vanzelfsprekend vinden en werkgevers daarop selecteren. “Als je talent wilt aantrekken, moet je als organisatie een omgeving bieden waarin iedereen tot zijn recht komt.”

 

Ook richt Neuteboom zich liever op vaardigheden dan op diploma’s. Hij is groot voorstander van een skillsgerichte arbeidsmarkt. “Competenties geven een veel beter beeld van het potentieel dan diploma’s alleen. Het vraagt wel om begeleiding en duidelijke verwachtingen. Niet iedere kandidaat past in elk ontwikkeltraject; daar moeten we eerlijk over zijn. Ze moeten wel graag willen” Volgens hem is dit precies het terrein waar de Human Capital Agenda kansen biedt: “We moeten systemen bouwen die gemotiveerde werkenden helpen overstappen tussen sectoren. Technologie verandert sneller dan opleidingen kunnen bijhouden. Daarom is leren op de werkvloer zo belangrijk. Mensen kunnen vraaggericht doorleren tijdens het doen van werk. Een flexibel skillsprofiel is essentieel om de arbeidsmarkt blijvend anders te laten werken. ”

 

Jasper Neuteboom 3

Inventeers Academy

Een van de initiatieven waar Neuteboom trots op is, is de Inventeers Academy: een leeromgeving waar mbo-, hbo- en wo-studenten samenwerken aan realistische opdrachten van bedrijven. “We hebben een omgeving gecreëerd waarin studenten interdisciplinair leren, bedrijven colleges geven en onze ingenieurs begeleiden. Daarmee ontstaat een praktische vorm van de Triple Helix: onderwijs, ondernemers en kennispartners die samen een innovatie-ecosysteem vormen.” De Academy trekt jaarlijks tientallen aanmeldingen, maar hanteert bewust een kleinschalige aanpak om kwaliteit te waarborgen. “Studenten leren niet alleen een vak, maar ook wat samenwerking in de praktijk betekent. Voor bedrijven is het een kans om talent vroeg te betrekken. En voor ons een manier om vakmanschap door te geven.”

 

Techniek en Human Capital: waarom de agenda urgent is

Voor Neuteboom is zijn deelname aan de Taskforce Human Capital een logische stap. “De cijfers liegen niet: we krijgen te maken met minder werkenden, toenemende zorgvraag en grote transities in energie en industrie. Het tekort aan vakmensen wordt structureel. De Human Capital Agenda Zuid-Holland 2025–2030 helpt ons deze uitdagingen niet los van elkaar te zien, maar als een samenhangende regionale opgave.”

 

In de Taskforce brengt Neuteboom veel praktijkervaring mee: samenwerking met onderwijsinstellingen, ontwikkeling en begeleiding van talent, technologische innovatie en het verbinden van bedrijven aan regionale ambities. “De Human Capital Agenda is geen abstract beleidsdocument. Het is actiegericht en een routekaart voor economische en sociale veerkracht in Zuid-Holland. Onze opdracht is om die routekaart te blijven vertalen naar concrete projecten die bedrijven, onderwijs en inwoners daadwerkelijk vooruithelpen.”

Hij ziet drie thema’s waarin hij direct waarde kan toevoegen:

 

  1. Leven lang ontwikkelen — praktijkomgevingen creëren waar mensen zich continu kunnen bijscholen.
  2. Een skillsgerichte arbeidsmarkt — niet cv’s, maar competenties centraal.
  3. Kennisoverdracht tussen generaties — essentieel voor het behoud van vakmanschap.

 

“Neuteboom ziet zijn rol binnen de Taskforce als een kans om samen impact te maken: ‘Als we onze krachten bundelen, kunnen we de regio toekomstbestendig houden. Dat is waar ik me voor inzet.’”

 

Op 27 oktober 2025 vond het jaarlijkse Human Capital Event plaats in het Provinciehuis Zuid-Holland, georganiseerd door de Economic Board Zuid-Holland en Provincie Zuid-Holland. Dit event markeerde de start van een nieuwe fase (2025–2030) van de Human Capital Agenda Zuid-Holland. Werkgevers, onderwijsinstellingen, overheden, kennispartners, intermediairs en andere geïnteresseerden kwamen samen met één doel: samen werken aan een wendbare, veerkrachtige arbeidsmarkt die Zuid-Holland voorbereidt op de toekomst.

Terugblik en urgentie

Vorig jaar werd de Human Capital Agenda positief geëvalueerd door de EUR (SEOR). Daarop is door alle partners samen de Human Capital Agenda 2025-2030 ontwikkeld. Een verdubbeld aantal partners heeft zich daaraan gecommitteerd. Tijdens het event is gesproken over het hoe van de aanscherpingen, waartoe met de vernieuwde agenda is besloten. De centrale boodschap van het event was daarmee: “Samen Doen Wat Werkt”.

De urgentie is groot: menselijk kapitaal is belangrijker dan ooit voor onze economie, arbeidsmarkt en brede welvaart. Zuid-Holland kent veel bedrijvigheid, zoals Europa’s grootste haven, het glastuinbouwcluster, Innovatie District Delft en Leiden Bio Science Park. Tegelijkertijd kampt onze provincie met de grootste arbeidstekorten van Nederland: 40% van de bedrijven ervaart hierdoor belemmering. Talent wordt onvoldoende benut, onder meer door een toenemende skills gap.

De komende jaren schroeven we daarom de ambitie verder op, met meetbare doelstellingen, nieuwe Deelakkoorden en samenwerkingsverbanden die een einde moeten maken aan de versnipperde aanpak in onze provincie. We gaan voor een fundamentele arbeidsmarktinnovatie, met andere woorden: een systeemdoorbraak. Een human capital ecosysteem, waarbij werkgevers, onderwijs en overheid nauw samenwerken aan concrete oplossingen voor arbeidsmarktvraagstukken. Niet vanuit losse initiatieven, maar met één visie en één agenda.

 

Thema’s en samenwerking

Het event draaide om drie ’aanscherpingen in de Human Capital Agenda, die een belangrijke plaats krijgen in de koers van alle partners samen voor de komende jaren:

  1. Slimmer werken – Hoe kunnen we technologie en arbeidsproductiviteit slimmer inzetten, met oog voor mens en organisatie?
  2. Ondersteuning voor het mkb – Hoe bereiken en ondersteunen we ondernemers en werkenden in het mkb nog effectiever dan nu het geval is?
  3. Brede lerende en toepassende kennisomgeving – Hoe leggen we effectieve verbindingen binnen de rijke, maar gefragmenteerde kennisinfrastructuur in Zuid-Zuid-Holland, onder andere gericht op het tegengaan van personeelskrapte, een betere match, intensieve bij- en omscholing en economische innovatie en groei?

Inzichten van de sprekers

 

Jeffrey van Meerkerk (voorzitter Taskforce Human Capital Zuid-Holland)

Jeffrey van Meerkerk, tevens dagvoorzitter, opende het event met een korte terugblik op een succesvolle eerste vijf jaren HCA en met een vooruitblik op de verhoogde ambitie die met de HCA 2025-2030 door de partners is uitgesproken. Tienduizenden mensen zijn opgeleid en aan de slag geholpen, duizenden bedrijven zijn geholpen en met € 50 miljoen gezamenlijke investeringen is circa € 6 miljard economische waarde gerealiseerd. Maar, zo benadrukte Jeffrey: we zijn er nog lang niet. Zoals SEOR het uitdrukte: ‘De HCA is een succesvolle formule en het fundament staat, dus nu meters maken voor een systeemdoorbraak!’

 

Meindert Stolk (Gedeputeerde Provincie Zuid-Holland)

Meindert Stolk benadrukte dat Zuid-Holland al langer te maken heeft met structurele uitdagingen zoals vergrijzing en een dalend aantal afstudeerders. Tegelijkertijd is de regionale economie juist bijzonder breed en veerkrachtig, met drie universiteiten, een sterk hbo- en mbo-netwerk en toonaangevende topsectoren. Juist die veelzijdigheid maakt het volgens Stolk uitdagend om als regio één herkenbaar profiel neer te zetten. Daarom wordt human capital steeds belangrijker: onder andere voor innovatie, om de arbeidsproductiviteit te vergroten en om het mkb te versterken. “Het beleid voor 2030 lijkt misschien nog ver weg,” zei Stolk, “maar de koers die we vandaag inzetten bepaalt ons succes van morgen.” De provincie is trots op de gezamenlijke Groeiagenda en Human Capital Agenda en ook op de brede vertegenwoordiging tijdens het event. “Samen elkaar een stap verder helpen, dát is waar het om draait.”

 

Goedele Geuskens (TNO)

Goedele liet zien dat de arbeidsproductiviteit in Zuid-Holland de afgelopen jaren achterblijft bij andere regio’s. Waar we in 2007 nog 5% boven het landelijk gemiddelde zaten, is dat in 2022 verdwenen. Toch is er veel potentie. Door vergrijzing en een krimpend arbeidspotentieel moeten we slimmer werken om brede welvaart te behouden. Grote maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, veiligheid, zorg en verduurzaming vragen om meer mensen of om het slimmer organiseren van werk. Goedele benoemde vier knoppen waaraan je kunt draaien om arbeidsproductiviteit te verhogen: mensgerichte technologie, inzetbaarheid en ontwikkeling, slimmer organiseren van werk en snelle adaptatie van technologische en sociale innovatie. Regionale ecosystemen en samenwerking zijn essentieel om innovatie te versnellen en het gat tussen koplopers en middenmoters te verkleinen. Zuid-Holland heeft met de Human Capital Agenda en het ecosysteem, dat daaromheen is gebouwd, een mooie uitgangspositie om succesvol op verhoging van de arbeidsproductiviteit in te zetten. Daar werkt TNO graag mee, aldus Goedele.

 

 

Frank Slingerland (praktijkvoorbeeld: Campus Gouda)

Frank deelde hoe een netwerkorganisatie als Campus Gouda zorgt voor het versnellen van innovatie. Namelijk samen met en vooral ook gedragen door bedrijven in de regio. De netwerkorganisaties die bijvoorbeeld innovatietafels faciliteren, fungeren als ecosysteem waarbinnen partners worden samengebracht op specifieke onderwerpen en innovatie wordt versneld. Thema’s als bodemdaling, smart logistics en zorgtechnologie staan bij Campus Gouda centraal. Door per thema jaarlijks een evenement te organiseren en vraagstukken op te halen bij bedrijven en publieke partners wordt de innovatieagenda van Campus Gouda gevoed. Onder andere werken studenten in 20 weken samen met bedrijven aan prototypes die direct geïmplementeerd worden in de praktijk. Deze challenge based learning zorgt voor een informele, inspirerende samenwerking tussen onderwijs en werkgevers.

 

Josette Dijkhuizen (Hoogleraar, SER Kroonlid en ondernemer)

Josette presenteerde de resultaten van haar onderzoek over de duurzame inzetbaarheid van mkb ondernemers zelf. In opdracht van de Taskforce Human Capital heeft Josette in samenwerking met de bij de Human Capital Agenda aangesloten werkgeversverenigingen dit onderwerp onderzocht bij mkb ondernemers in Zuid-Holland. Uit het onderzoek blijkt dat veel mkb ondernemers te weinig stilstaan bij hun eigen ontwikkeling tijdens bepaalde levensfases, terwijl vitaliteit en groei ook voor hen essentieel zijn. Sparren met andere ondernemers kan hen helpen om te leren, te reflecteren een te vernieuwen.

Dit is voor de uitvoering van de HCA des te meer belangrijk, omdat de ondernemer een grote impact heeft op het eigen bedrijf en de medewerkers die daarin werkzaam zijn. Wanneer ondernemers aan hun eigen vitaliteit werken heeft dit ook invloed op hun bedrijf. Een ontwikkelingsgerichte cultuur binnen bedrijven draagt namelijk bij aan productiviteit, innovatie en werkplezier. Ook praktijkverhalen, workshops en netwerken zijn cruciaal om ondernemers te ondersteunen. En daarmee ook bij te dragen aan een leer- en ontwikkelcultuur binnen bedrijven.

 

 

Paneldiscussie: Josette Dijkhuizen, Peter Nagelkerke, Suzanne van Soest, Rogier Krabbendam

Samen met Josette Dijkhuizen gingen de panelleden in gesprek over de bevindingen en aanbevelingen in het rapport van Josette.  De werkgeversvertegenwoordigers gaven aan de uitkomsten van het onderzoek te herkennen en die verder te willen brengen in de activiteiten van de werkgeversverenigingen voor het komende jaar.  Zij vertegenwoordigen opgeteld veel ondernemers in Zuid-Holland en richten zich onder andere op inspireren, activeren en ondersteunen van hun achterbannen: de ondernemers. Weinig ondernemers hebben echt tijd om zorgvuldig stil te staan bij hun eigen duurzame inzetbaarheid. Ondernemers willen wel, maar hebben een breed takenpakket. Daarom was er een duidelijke tip: help ondernemers met praktische informatie, organiseer kleine clubjes waarin kennis wordt gedeeld en zorg voor follow-ups. Door praktische kennis kunnen ondernemers en daarmee ook hun medewerkers zich op een laagdrempelige manier blijven ontwikkelen.

 

 

Thaïza Kwas (Team Human Capital EBZ/PZH) & Harry de Boer (TNO)

Thaïza en Harry benadrukten de kracht van het collectief. Er zijn al 165+ partners bij de Human Capital Agenda aangesloten, maar er is nog volop ruimte voor uitbreiding en verdieping van de samenwerking in Zuid-Holland. Ondernemers, kennisinstellingen en overheid kunnen elkaars kracht en kennis beter benutten en samen zorgen voor het verder versterken van het tijdens het evaluatieonderzoek vastgestelde multipliereffect. Door samen te werken in Zuid-Holland kunnen we de arbeidsmarkt structureel anders laten werken en zo de beoogde systeemdoorbraak realiseren.

De Economic Board Zuid-Holland en de Provincie Zuid-Holland verkennen in samenwerking met TNO hoe er een brede Lerende en Toepassende Kennisomgeving kan worden opgezet. Dit betekent dat de bestaande Human Capital Learning Community wordt opgeschaald naar het brede netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland. Vraaggericht, met eigenaarschap van en op basis van de behoefte van bedrijven, samen werken aan de economische en maatschappelijke agenda die de partners op zich hebben genomen. De lerende en vooral ook toepassende (DOEN!) kennisomgeving moet bestaande netwerken verbinden, zodat inzichtelijk wordt op welke onderwerpen partners kunnen samenwerken, elkaar kunnen ondersteunen of kennis praktisch toepasbaar moet maken. TNO heeft een schat aan kennis, ervaring en tools, die daarbij actief wordt ingezet en zal daarbij ook de zorgen voor kennistransfer van andere regio’s naar Zuid-Holland en omgekeerd.

 

 

Adnan Tekin (voorzitter MBO Raad)

Adnan sloot af met het belang van samenwerking tussen scholen, bedrijven en overheid. Hij deelde een krachtige boodschap: het mbo is hofleverancier van de economie en is #onmisbaar voor de arbeidsmarktvraagstukken in de regio. Door het aanbod te bundelen en praktijkroutes te creëren, wordt het onderwijs beter afgestemd op de arbeidsmarkt. Investeren in talent en vakmanschap draagt daarmee bij aan een sterke arbeidsmarkt en samenleving. Ook nam Adnan het moment om partners in de zaal bewust te maken van de verandering die zij kunnen maken voor mbo-studenten, zoals goede stagevergoedingen, inclusief werkgeverschap en voldoende doorgroeimogelijkheden. Naar het nieuwe kabinet toe deed Adnan de oproep om te investeren in het mbo, met alle uitdagingen waar het mbo voor staat en met de bijdrage die het mbo heeft en kan bieden aan de economische en maatschappelijke agenda van Nederland, inclusief Zuid-Holland.

 

 

Oproep tot actie

Het Human Capital Event 2025 is een uitnodiging aan alle bedrijven en inwoners in Zuid-Holland om mee te doen aan en gebruik te maken van de gezamenlijke aanpak in de komende jaren. Voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt, belangrijker dan ooit met de snel veranderende economie en de uitdagingen die de maatschappelijke transities met zich mee brengen. De komende jaren bouwen we in Zuid-Holland aan een lerende en toepassende kennisomgeving, waarin werkgevers, onderwijs en overheid samenwerken aan concrete oplossingen. Niet door méér te praten en harder te werken, maar door te Doen Wat Werkt en slimmer werken. Voor een toekomstbestendig Zuid-Holland.

Benieuwd naar het event? Bekijk hier de foto’s: https://flic.kr/s/aHBqjCz4hT

Samen doen wat werkt – voor een toekomstbestendige innovatieve arbeidsmarkt in Zuid-Holland.

 

Zuid-Holland staat voor grote economische en maatschappelijke opgaven. Die uitdagingen kunnen we alleen samen aanpakken. Dagelijks zetten mensen zich (vaak achter de schermen) in om onze regio sterker, innovatiever en duurzamer te maken. Daarom starten we een nieuwe rubriek: ‘De 5 vragen aan…’. In de nieuwe rubriek laten we de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Human Capital Agenda Zuid-Holland aan het woord. We gaan in gesprek met ondernemers, projectleiders, kwartiermakers, onderzoekers, beleidsmakers en andere partners die werken aan het menselijk kapitaal van Zuid-Holland. Wat motiveert hen? Welke kansen zien zij in de regio? En wat is er volgens hen nodig om blijvende impact te maken?

We starten vandaag met Lisa Weggemans, projectleider van Young Professionals Chapters. Lees het artikel hieronder!


5 vragen aan… Lisa Weggemans (Young Professional Chapters)

 

Om jong talent aan te trekken en te binden voor de regio Drechtsteden startten Fokker, Damen, Boskalis en Heerema in 2017, samen met de Economic Development Board Drechtsteden, het Young Professionals programma. Jong talent (25 – 35 jaar) werkt hierin aan uitdagende projecten met impact op het innovatieve ecosysteem in de regio, ontmoet elkaar tijdens events en zet zich actief in als ambassadeur. Via deze werkwijze, ‘challenge based learning’, worden niet alleen talenten behouden, maar ook nieuwe verbindingen gelegd tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Inmiddels zijn er tientallen challenges en bijeenkomsten georganiseerd, waaraan honderden young professionals hebben deelgenomen. Op basis van de lessons learned via het aanvankelijk in Drechtsteden geconcentreerde deelakkoord, wordt dit succesvolle concept nu ook in andere regio’s in Zuid-Holland uitgevoerd.

Bedrijven staan aan de basis van de initiatieven van de HCA, maar er is altijd organiserend vermogen nodig om een aanpak van de grond te tillen en uit te voeren: een kwartiermaker of een projectleider, die via de HCA wordt ingezet. Aan het roer van het Young Professional Chapters programma staat Lisa Weggemans, woonachtig in Dordrecht en werkzaam als zelfstandig ondernemer met een focus op de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Als projectleider zet zij zich in om de verschillende Young Professional Chapters in Zuid-Holland verder op te bouwen en te laten groeien.

Vraag 1
Vernieuwing vraagt om lef en samenwerking. Welke concrete doelen streef je na om de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt te vernieuwen?

Wat mij vooral drijft bij de bijdrage die ik lever aan de uitvoering van de HCA Zuid-Holland, is dat het gaat om dingen die ertoe doen. Zoals:

  • Jong talent aantrekken, behouden en ontwikkelen in Zuid-Holland.
  • Innovatie en sectoroverstijgende samenwerking stimuleren.
  • Leven lang leren bevorderen.
  • Het Young Professionals-programma uitbreiden met meer bedrijven, challenges, events en ambassadeurs.
  • Triple helix-samenwerking versterken, ondersteund door regionale beleidsorganisaties.
  • Het programma doorontwikkelen met duidelijke governance en meer invloed voor young professionals.

We zien dat met de challenges innovatie wordt gestimuleerd. Young professionals werken in multidisciplinaire teams aan een uitdaging van een bedrijf in de regio. Juist doordat iedereen een andere achtergrond en ervaring heeft, ontstaan vaak creatieve oplossingen waar bedrijven zelf niet op zijn gekomen.

Daarnaast merken we dat young professionals in het regionale bedrijfsleven elkaar makkelijker weten te vinden, waardoor nieuwe samenwerkingen in de regio ontstaan.

 

Vraag 2

Kracht zit in samenwerking. Met welke partijen werk jij samen voor een sterke Zuid-Hollandse arbeidsmarkt?

De uitvoering van het deelakkoord is in handen van de projectorganisatie van Deal Drechtsteden, dat daarmee een provinciebrede coördinerende rol vervult. We doen dat ter uitvoering van de HCA en dus zijn ook de Provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland nauw betrokken.

We zoeken vooral de samenwerking met bestaande netwerken, zodat we elkaar niet in de weg staan maar juist versterken. Zo werken we samen met onder andere de Wereldhavendagen, de Jonghavenvereniging, Young Hi Delta en Young SpaceNed.

Young Professional Chapters

Vraag 3

Geen ambitie zonder obstakels. Waar zit volgens jou het spanningsveld dat we samen moeten oplossen?

Het samenwerken met bestaande netwerken verloopt goed. We zien dat de young professionals die deelnemen aan de challenges geïnspireerd raken en veel leren.

Wel merken we dat het opzetten van samenwerkingen in de vorm van challenges tijd kost. Omdat er meerdere partijen betrokken zijn, is het belangrijk om van tevoren alles goed af te stemmen en iedereen op één lijn te krijgen. Dat vraagt soms tijd en geduld. Er bestaat er geen one size fits all-aanpak. Binnen elke regio en elk netwerk in Zuid-Holland verlopen samenwerkingen weer anders.

Wat gaat goed:

Er gaat gelukkig veel goed. Ik denk aan:

  • Aansluiten bij bestaande netwerken: de samenwerking met regionale en (boven)lokale netwerken verloopt goed. Door hierop aan te haken, maken we gebruik van bestaande relaties, kennis en structuren. Dit versterkt de slagkracht van het deelakkoord en voorkomt dubbel werk.
  • Betrokkenheid en inspiratie bij young professionals: de challenges zijn een effectieve manier om jonge professionals te betrekken. Zij geven aan dat ze worden geïnspireerd, nieuwe inzichten opdoen en vaardigheden ontwikkelen die ze meenemen in hun werk.
  • Lerend netwerk: de ervaringen uit de challenges zorgen ervoor dat kennis en goede voorbeelden sneller worden gedeeld, wat bijdraagt aan een bredere leer- en ontwikkelcultuur.

Wat vraagt aandacht:

Het gaat allemaal niet vanzelf, natuurlijk. En we hebben onderweg, tijdens de uitvoering van het oorspronkelijke deelakkoord, zeker ook de nodige lessen geleerd, die we nu toepassen. Onder andere:

  • Tijdsinvestering en procesafstemming: het opzetten van een challenge is tijdsintensief. Omdat meerdere partijen betrokken zijn, is het noodzakelijk om vooraf duidelijke afspraken te maken over rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen. Dit vraagt om zorgvuldige procesbegeleiding en geduld.
  • Geen standaardaanpak mogelijk: samenwerkingen verschillen sterk per regio en per netwerk. Waar de ene regio snel tot concrete acties komt, kost het in een andere regio meer tijd om partijen op één lijn te krijgen. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, in plaats van een uniforme werkwijze.
  • Menskracht en tijd vrijmaken: binnen elk bedrijf is het druk, en in de praktijk blijkt het soms lastig om werknemers naast hun reguliere werk ook tijd te laten vrijmaken voor deelname aan een challenge.

Vraag 4

Impact maken doen we stap voor stap. Kun je lessen of tips delen aan partners die met vergelijkbare uitdagingen aan de slag gaan?

Eerder noemde ik al een aantal lessons learned of tips, maar als ik er nog een paar mag noemen: begin met een kleinschalige samenwerking of challenge, zodat er ruimte is om te experimenteren en te leren. Op die manier kunnen partijen gezamenlijk ontdekken wat werkt. Daarna is het zinvol om op te schalen naar grotere samenwerkingen.

Het is daarnaast belangrijk om goed te kijken naar de regio en de vraagstukken die daar spelen. Kijk wat er al bestaat en bouw daarop voort, in plaats van naast bestaande netwerken iets nieuws op te zetten, waardoor het veld verder zou versplinteren.

 

Deal Drechtsteden/ Young Professionals

Vraag 5

Vooruitkijken om vooruit te komen. Welke blijvende verandering hoop jij dat we over vijf jaar in de regio zien dankzij deze samenwerking?

Over vijf jaar hoop ik dat dit deelakkoord ervoor zorgt dat young professionals zichtbaar een rol spelen als aanjagers van innovatie en sectoroverstijgende samenwerking. Ook hoop ik dat bedrijven en gemeenten via challenges en events actief van én met elkaar leren.

Daarnaast zie ik voor me dat het Young Professionals-programma bedrijven helpt om een cultuur van leven lang ontwikkelen te creëren. En natuurlijk dat het programma verder is uitgegroeid tot een breed en inspirerend netwerk van bedrijven, events en ambassadeurs.

 

Met deze rubriek willen we niet alleen de impact van onze samenwerkingen delen, maar ook laten zien wie de mensen achter de resultaten zijn. En ook willen we inspireren: de ‘zwaan kleef aan’ aanpak van de HCA. Zo maken we kennis, ervaring en inspiratie breed toepasbaar in Zuid-Holland en daarbuiten.

Met een brede bestuurlijke achtergrond en een sterk sociaal profiel trad Peter Heijkoop in 2024 aan als burgemeester van Leiden. In deze rol brengt hij bestuurlijke ervaring mee. En een duidelijke visie op regionale samenwerking, economische ontwikkeling en de rol van kennisinstellingen. Als nieuw lid van de Economic Board Zuid-Holland spreken we Peter over de kracht van de Leidse regio, de noodzaak van focus in het economische beleid en het belang van de samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijfsleven.

Peter is sinds september 2024 burgemeester van Leiden, na jarenlang als wethouder in Dordrecht te hebben gewerkt. De overstap van stad en functie was ingrijpend, geeft hij toe.

Toch was Leiden een bewuste keuze. “We kwamen hier privé al graag. De stad vibreert, het is een studentenstad met een economisch profiel dat draait om kennis en innovatie. Deze stad heeft een rijke historie, net als Dordrecht. Ik heb hier in Leiden eerst doordeweeks in mijn eentje gewoond, want ik wilde de stad echt goed leren kennen. Dan is het wel belangrijk dat je er helemaal bent. Ondertussen hebben we een fijn huis gevonden en dit verduurzaamd en naar onze zin gemaakt. Mijn kinderen hebben inmiddels ook hun plek gevonden. Ik ben me ervan bewust dat we bevoorrecht zijn. Betaalbare huisvesting is hier een groot vraagstuk. Veel jongeren, maar ook ouderen, hebben moeite een geschikte woning te vinden.

De stad kan nog wel groeien, maar het komt wel steeds meer onder druk te staan. Ruimte is prioriteit nummer één om talent hier te houden. We kampen met een woningentekort, Leiden is de meest dichtbebouwde stad van Nederland. Een andere vorm van ruimtegebrek is netcongestie: hoe sluit je bedrijven en woonwijken aan op het stroomnet? We hebben in Leiden ondertussen wel een goed beeld waar de knelpunten zitten. Nu is de vraag hoe we daar goed op kunnen anticiperen. Mobiliteit is de derde factor. Leiden Centraal is na de G4 een van de belangrijkste stations van het land. Het is hét station voor de hele regio. We zijn bereid er zelf in te investeren, maar het Rijk moet ook meedoen.”

Bedrijventerreinen vormen een ander puzzelstuk. “We kijken naar een brede regionale aanpak, met alle gemeenten in Holland Rijnland. In de Drechtsteden werkte dat goed: watergebonden bedrijven kregen de ruimte, andere bedrijven verhuisden. Hier willen we ook starten met spelregels en samenwerking. Het is een van de puzzelstukken die gaat over de grotere ruimtelijke puzzel. Daar zijn de wethouders economie volop over in gesprek met elkaar.”

Peter blikt terug op zijn periode in Dordrecht. Hij groeide op in de Alblasserwaard, studeerde in Rotterdam en kwam daarna via werk weer in Dordrecht terecht, zijn geboortestad. Hij heeft er uiteindelijk twintig jaar gewoond en zijn kinderen zijn er ook geboren. Zijn politieke loopbaan begon vroeg. “Ik werd benaderd door een wethouder toen ik 26 was. Binnen een jaar zat ik namens de CDA in de gemeenteraad. Op mijn 28e werd ik raadslid, later fractievoorzitter en op mijn 33e wethouder. Dat heb ik acht jaar gedaan. Als wethouder had ik een brede portefeuille: Sociale Zaken, Werk en Inkomen, en ook een termijn Onderwijs, Financiën, de Wmo. En daarnaast was ik ook bestuurder bij de VNG. Ik zat gemiddeld één tot twee dagen per week in Den Haag, als voorzitter van de commissie die zich bezighield met thema’s als participatie, schulden, inburgering, laaggeletterdheid. Ik heb daar ook een groot Haags netwerk opgebouwd.

Ik was als wethouder heel erg bezig met de inclusieve arbeidsmarkt, zodat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. Vanuit een uitkeringssituatie, maar ook mensen met een arbeidsbeperking. In Dordrecht ging ik geregeld met de wethouder Economische Zaken mee op bezoek bij grote bedrijven. Dan maakten afspraken: we helpen met jullie ontwikkeling, maar dan verwachten we ook dat jullie kansen bieden aan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Ik kom uit een ondernemersgezin en heb ook ondernemers onder mijn vrienden. Ik probeer ook altijd wel dat ondernemersperspectief voor ogen te houden. Zij moeten uiteindelijk ook de ruimte krijgen om te ondernemen en om die inclusieve arbeidsmarkt mogelijk te maken. De samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven, de zogenaamde Triple Helix, is daarbij essentieel.”

Die lijn trekt Peter door in Leiden. Het Leiden Bio Science Park is een economische motor, met 30.000 medewerkers. Internationaal- t en regionaaltoptalent. Praktische inzet van mbo, hbo en universiteiten die samen de regio sterker maken. Hier zie je de economie van de toekomst. Toch is er nog veel te winnen, stelt hij. “Zuid-Holland heeft veel sectoren, maar soms ontbreekt focus. Je moet keuzes durven maken: waarin maak je het verschil? De nationale overheid is nauw betrokken, want die zien ook wel wat hier in de regio gebeurt. De regio Zuid-Holland kan nog meer investeren in de relatie met Brussel. Dit is wereldschaal. Grote Zuid-Koreaanse bedrijven investeren hier honderden miljoenen. Dat vereist visie, ook op cybersecurity en kennisinfrastructuur. We moeten ons als regio verhouden met gezamenlijk strategische belangen tot clusters in Amsterdam en Utrecht. Die zijn kleiner dan Leiden, maar trekken ook investeerders en kennis aan. We gaan hierbij  krachten bundelen en allianties smeden.”

Daarom is hij ook lid geworden van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). “Het is een platform waar Triple Helix elkaar ontmoet. Als EBZ focus aanbrengt en zich tot de politiek weet te verhouden, kan het veel impact hebben. Ik merk dat het bedrijfsleven vaak terughoudend is. Misschien omdat zij vinden dat zij hierin geen rol hebben, misschien ook wel vanuit de concurrentiepositie. Er is in ieder geval meer commitment nodig, ook financieel. Bijvoorbeeld via sectorfondsen. Het gaat niet alleen om geld, ook om eigenaarschap. Alleen dan krijg je echte samenwerking. De EBZ kan daar een rol in spelen. Het is belangrijk dat we businesscases uitwerken waarin duidelijk is wat het bedrijfsleven eraan heeft. Zo maak je inzichtelijk waar de EBZ voor is. En dan ook echt gezamenlijke projecten doen. Dat gaat verder dan publiek-private samenwerking.”

Tot slot hoopt Peter op een ander kabinetsbeleid. Hij verwijst nadrukkelijk naar het rapport-Draghi, dat hij als leidraad ziet voor toekomstig beleid. “Het vorige kabinet sprak vaak over innovatie, maar bezuinigde tegelijkertijd op kennis. Dat is wat mij betreft een fundamentele weeffout in het beleid. Als je innovatie belangrijk vindt, moet je ook structureel durven investeren in de kennisinfrastructuur. Dat rapport stelt dat Europa en dus ook Nederland structureel moet inzetten op groeivermogen door innovatie en kennisontwikkeling. Voor Leiden, met haar universiteit, het LUMC en het Bio Science Park, is dat essentieel. Hier is een ecosysteem van wereldniveau opgebouwd, dat mag en moet gekoesterd worden.”

“Door de veranderde sfeer, door onzekerheid over beleid hoor ik al signalen dat internationaal talent minder snel voor Nederland kiest. We moeten dat keren. Technologische opleidingen, dat is een internationaal speelveld. Dan moet je ook dat internationale talent naar je land halen en hier ook kunnen binden. Leiden kent heel veel expats en die dragen voor een belangrijke mate bij aan de economische groei van de stad. En dat komt ten goede aan alle inwoners. Het is bittere noodzaak dat het nieuwe kabinet het rapport-Draghi niet alleen leest, maar ook uitvoert. Dat betekent: investeren in fundamenteel onderzoek, innovatiebeleid, samenwerking met kennisinstellingen en het versterken van ons internationale profiel.”

Peter is optimistisch over de rol van EBZ. “Het is een plek waar je het goede gesprek kunt voeren. Mensen met kennis, invloed en visie, daar ben ik van onder de indruk. De EBZ moet zich ook nadrukkelijk tot de politiek verhouden, ook landelijk. We moeten ons niet bescheiden opstellen. Zuid-Holland is het economische powerhouse van Nederland. In het belang van Nederland moeten we de juiste keuzes maken. En daar kan de EBZ een belangrijke bijdrage aan leveren.”

De Economic Board Zuid-Holland ziet in de Miljoenennota 2026 diverse positieve aanknopingspunten voor de economische ontwikkeling van onze regio en Nederland als geheel. Het kabinet presenteert vandaag een beleidsarme Miljoenennota in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, met enkele beleidsvoorstellen die ons toekomstig verdienvermogen en strategische autonomie kunnen versterken. In een tijd van mondiale onzekerheid en technologische versnelling is het cruciaal dat Nederland blijft investeren in innovatie, duurzaamheid en kennis.

Den Haag, 16-9-2025
Prinsjesdag 2025
Foto Martijn Beekman / ministerie van Financiën

De EBZ verwelkomt de toewijzing van 500 miljoen euro voor innovatie. Innovatie is de motor van onze economie en deze middelen worden verdeeld over sterke markten zoals halfgeleiders, en startups en scale-ups. Zuid-Holland herbergt toonaangevende technologieclusters en kennisinstellingen. Daarnaast is de EBZ verheugd dat het budget voor de Wbso (fiscale regeling voor R&D) stijgt. Hierdoor hoeven bedrijven, van klein tot groot, minder belasting te betalen voor hun onderzoek en ontwikkeling (R&D), wat innovatie goedkoper maakt. Investeringen in innovatie versterken onze internationale concurrentiepositie.

Het is positief dat het kabinet zich inzet voor een gelijk speelveld voor de industrie. Het is essentieel dat we de huidige industrie behouden en verduurzamen om onze strategische autonomie te waarborgen. Tegelijkertijd moeten we oog houden voor het verlagen van de CO2-uitstoot. Het is daarom belangrijk om de concurrentiekracht van de industrie te verbeteren en investeringen in verduurzaming aantrekkelijk te maken.

Stabiel en betrouwbaar beleid is van het grootste belang. Ondernemers, onderzoekers en overheden hebben behoefte aan duidelijkheid, continuïteit en een langetermijnvisie. De keuzes die worden gemaakt in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 zijn daarbij bepalend.

Zoals onze voorzitter Femke Brenninkmeijer het treffend verwoordt: “Juist nu is het moment om te kiezen voor een koers die rust en richting biedt – zodat we samen kunnen bouwen aan een sterke, innovatieve en duurzame economie.”

Simone Fredriksz human capital

Als voorzitter van het College van Bestuur van roc Albeda ziet Simone Fredriksz dagelijks de maatschappelijke betekenis van het mbo. “Met bijna 50.000 mbo-studenten in de regio Rijnmond en ruim 120 opleidingen is het mbo niet alleen van groot belang voor de arbeidsmarkt, maar ook voor kansengelijkheid en sociale vooruitgang. Het mbo is niet alleen de hofleverancier van de economie, maar ook een emancipatiemotor. Hier bereiden we jongeren en volwassenen voor op een snel veranderende samenleving.” 

 

Van bedrijfsleven naar het onderwijs

Fredriksz begon haar carrière in het bedrijfsleven, onder meer bij KPN en een internet-startup en maakte daarna de overstap naar het onderwijs. Bij De Haagse Hogeschool werkte ze zeventien jaar in diverse functies, waaronder directeur van de faculteit Business, Finance & Marketing. Vijf jaar geleden koos ze bewust voor het mbo. “Het mbo heeft een enorme maatschappelijke impact. Onze klassen zijn mini-samenlevingen: superdivers, met studenten uit alle hoeken en lagen van de maatschappij. Hier leren jongeren niet alleen een vak, maar ook hoe je samenleeft en samenwerkt. Dat maakt het mbo uniek.” Wat haar kenmerkt, zegt Fredriksz, is het vermogen om werelden bij elkaar te brengen. “Ik hou van verbinden en belangen afwegen, maar ook van in actie komen. Voor jongeren, voor werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt en zeker ook voor werkenden die wendbaar moeten zijn in een snel veranderende economie.”

 

Onderwijs als veilige haven

De turbulente tijdgeest benadrukt die rol van onderwijs, vindt Fredriksz. “We leven in een snel veranderende economie, met digitalisering, de energietransitie en de circulaire economie. Tegelijkertijd zien we polarisatie en spanningen in de samenleving. Onderwijs moet daarin een veilige haven zijn. Hier leren jongeren vakmanschap, maar ook burgerschap. Je bent eerst mens, dan werknemer. Onderwijs draagt bij aan sociale samenhang en weerbaarheid in een samenleving die steeds meer onder druk staat. Het onderzoek van Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) van afgelopen juni bevestigde de belangrijke bijdrage die we als mbo leveren aan de samenleving en de economie, namelijk met als uitkomst dat werkgevers zeer tevreden zijn over recent afgestudeerde mbo-studenten, inclusief hun sociale vaardigheden en motivatie.”

 

Albeda in cijfers en impact

’Verantwoordelijk met partners voor 30.000 studenten in regio Rijnmond en een breed aanbod van opleidingen in zorg, techniek, business, hospitality, kunst en sport is Albeda één van de grootste mbo-instellingen van Nederland. De instelling ontving meerdere landelijke erkenningen en won diverse prijzen, waaronder voor het innovatieve introductieprogramma met maatschappelijke impactweken en – samen met partners – voor de Talenthub op Zuid, waar jongeren die dreigen uit te vallen een nieuwe kans wordt geboden. Daarnaast is Albeda al twee jaar achtereen verkozen tot meest duurzame mbo-instelling van Nederland. Fredriksz: “Deze prijzen bevestigen dat we niet alleen opleiden, maar ook vernieuwen en bijdragen aan de samenleving. Niet alleen voor studenten in het vervolgonderwijs, maar ook werkenden en werkzoekenden die we bij- en omscholen voor de arbeidsmarkt. Daarmee leveren we ook een directe bijdrage aan de doelstellingen van de Human Capital Agenda Zuid-Holland, waar we als Albeda partner bij zijn”

 

Samenwerking Albeda en EUR – Maatschappelijke verdediging van dr. Kayla Green – Practor Gelijke Kansen bij Albeda. v.l.n.r. : Rateb Abawi, Eveline Crone, Simone Fredriksz, Kayla Green, Jantine Schuit, Ron Kooren en Gyzlene Zeroual – Kramer  

 

Innovatie bij Albeda

Fredriksz noemt met trots nog een aantal innovaties van Albeda. Zo is er, met steun van onder andere de gemeente Rotterdam en het ministerie van OCW, Albeda @night. Daarbij houdt Albeda de school ook ’s avonds open voor activiteiten & cursussen, advies & begeleiding, ontspanning & eten en als veilige plek voor studenten, hun familie en mensen uit de wijk. Of de eerdergenoemde Talenthub op Zuid en de manier waarop nieuwe studenten worden ontvangen in hun introductieweek. Duizenden nieuwe studenten beginnen hun eerste honderd dagen met een gezamenlijke beleving en maatschappelijke impactweken, waardoor ze zich welkom voelen, een netwerk ontwikkelen en op weg worden geholpen. “We willen jongeren niet alleen welkom heten, maar ze ook meteen met de maatschappelijke impactweken laten ervaren hoe je iets goeds kunt doen in de samenleving. Dat is onderwijs in actie.”

Albeda @Night

 

Samenwerking in Zuid-Holland

Albeda werkt intensief samen met partners in de regio. Ook met andere onderwijsinstellingen. Naast de samenwerking met andere mbo-instellingen, zoals met Zadkine o.a. via onze samenwerkingsschool Techniek College Rotterdam en met STC, HMC en het Grafisch Lyceum Rotterdam, zijn ook Hogeschool Rotterdam, InHolland en de Erasmus Universiteit Rotterdam vaste partners. Een bijzondere samenwerking is die met de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hoogleraar Eveline Crone als eerste hoogleraar verbonden is aan een mbo-instelling. Samen met practor Kayla Green wordt onderzoek gedaan naar kansengelijkheid en jongerenwelzijn, thema’s waar Fredriksz zich met haar hart voor inzet “We brengen wetenschap en praktijk bij elkaar. Dat versterkt de kwaliteit van ons onderwijs en vergroot de maatschappelijke impact.”

Daarnaast participeert Fredriksz in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs van de Human Capital Agenda Zuid-Holland en maakt Albeda deel uit van Via Delta, waarmee de roc’s in Zuid-Holland hun opleidingsaanbod voor volwassenen hebben gebundeld. Via Delta, mede mogelijk gemaakt dankzij de Human Capital Agenda Zuid-Holland, zal een belangrijke bijdrage gaan leveren aan ‘Zuid-Holland Koploper Leven Lang Ontwikkelen’. Inclusief een op maat scholingsaanbod voor werkenden en werkzoekenden. Fredriksz: “Via Delta maakt het voor bedrijven en inwoners makkelijker om scholing te vinden en benutten. De arbeidstekorten in Zuid-Holland lossen we niet op met alleen het reguliere onderwijs. We hebben álle beschikbare talenten nodig, ook de mensen die nu nog langs de kant staan. Daarnaast moeten we de huidige beroepsbevolking beter toerusten. Met Via Delta versterken we samen de arbeidsproductiviteit en geven we concreet invulling aan de Human Capital Agenda Zuid-Holland. ”

 

Lid van de EBZ-taskforce Human Capital

De keuze om toe te treden tot de Taskforce Human Capital van Economic Board Zuid-Holland was voor Fredriksz vanzelfsprekend. “De Human Capital Agenda gaat precies over wat ik dagelijks zie: de noodzaak om onderwijs, werkgevers en overheid te verbinden. Alleen als we krachten bundelen, kunnen we inspelen op de snelle veranderingen in de economie en de samenleving. Onderwijs is daarbij het fundament.”

Ze verwijst naar de gezamenlijke doelstellingen van de agenda: “Met elkaar willen we onder andere tenminste 55.000 werknemers ontwikkelperspectief bieden, 10.000 transities van werk naar werk realiseren en 1.000 internationale kenniswerkers aantrekken. En ook werken we via de Human Capital Agenda toe naar een structureel beter werkende arbeidsmarkt, inclusief een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de vraag van bedrijven. Dat vraagt om samenwerking op alle niveaus en daar draag ik namens Albeda en de mbo-partners in de regio graag aan bij.”

 

Voorbereiden op de toekomst

Hoe bereid je studenten voor op een toekomst die niemand kan voorspellen? “De kern is wendbaarheid en weerbaarheid,” stelt Fredriksz. “Dat betekent investeren in digitale vaardigheden, kritisch denken en sociale vaardigheden. Maar ook de basis moet op orde zijn: taal en rekenen. Zonder die basis ontneem je jongeren kansen op duurzame deelname aan de arbeidsmarkt en de samenleving.”

Ze besluit: “We weten niet hoe de toekomst eruitziet, maar we weten wél dat het onderwijs steeds moet vernieuwen en dat onderwijs de plek is waar we jongeren en volwassenen de competenties meegeven die hen in staat stellen richting te geven aan die toekomst. Daar ligt onze verantwoordelijkheid. En dat is ook waar de Human Capital Agenda op inzet: het benutten van het talent van onze studenten en alle Zuid-Hollanders. Daar ga ik me dus volop, samen met alle andere partners, voor inzetten.”

Simone Fredriksz is voorzitter van het College van Bestuur van Albeda en lid van de (Taskforce Human Capital van) Economic Board Zuid-Holland.