Cybersecurity is, met de toenemende digitale ontwikkelingen, belangrijker dan ooit. Binnen mkb-bedrijven valt op dat hier groeiende aandacht voor is, maar dat er nog onvoldoende bekend is over wat human capital hieraan kan bijdragen. Welke aandachtsgebieden zijn er? Hoe en waar zijn die te beleggen? En vooral: wat betekent dat vervolgens voor de werving en scholing van je medewerkers en de cultuur binnen je organisatie? Daar heeft Paula Kager, als Kwartiermaker human capital cybersecurity, in opdracht van Security Delta en de Economic Board Zuid-Holland onderzoek naar gedaan.

“Er is veel informatie beschikbaar over welke acties mkb-bedrijven dienen te ondernemen voor een goede cybersecurity, maar er staat niet bij wie dat gaan doen en of ze dat kunnen”, aldus Paula Kager

Wie doet wat?

Grote bedrijven hebben cyberveiligheid meestal ondergebracht bij een CISO, ISO en/of een team van security officers. Bij het mkb ontbreken vaak de middelen en de noodzaak om specialisten in dienst te nemen of externe experts in te huren. Kleinere bedrijven (10-50 fte) hebben vaak geen eigen IT- en HR-afdeling. Tegelijk moet de basis van cybersecurity wel op orde zijn én blijven. Dit betekent dat je processen, systemen en (het gedrag van) mensen continu moet monitoren. Mkb-ondernemingen hebben IT vaak uitbesteed aan hun IT-leverancier en verwachten dat deze alles onder controle houdt, zoals een beveiligingsbedrijf die de fysieke beveiliging van gebouwen, terreinen en mensen bewaakt. Bij cyberveilig ondernemen komt veel kijken. De kwartiermaker heeft het landschap van cyberveilig ondernemen onderverdeeld in aandachtsgebieden, die opgeknipt in taken en deze verdeeld over 12 clusters. Welke cybersecuritytaken liggen bij de directeur/eigenaar? Welke van deze taken passen onder de verantwoordelijkheid van, als die er zijn, een Office Manager, een IT-manager of HR-managers? De resultaten van dit onderzoek zijn terug te vinden in het ‘Instrument Human Capital Cybersecurity’.

“Veel kleinere bedrijven hebben geen beleid op papier vastgelegd, dus ook geen functiebeschrijvingen, takenpakketten en inwerkprogramma’s. Het gaat vaak goed totdat het goed fout gaat.”

Hoe cybertalent aantrekken, boeien, binden?

Tot de human capital aspecten van cybersecurity behoren ook het aantrekken, boeien en binden van potentieel talent voor cybertaken. Een belangrijk advies in het rapport is: “Ondernemers, bied een aantrekkelijk groeiperspectief aan.” En vergroot de vijver voor werving, denk hierbij aan bestaand personeel, zij-instromers, herintreders en senioren. Door te investeren in- en samen te werken met een goede IT-leverancier of brancheorganisatie, kan er een rol gecreëerd worden die aansluit op talenten, competenties en ambities. Cybersecurity medewerkers dienen de ruimte te krijgen om zich te ontwikkelen; het is een jonge tak van sport waarvan de inhoud nog niet in beton is gegoten. De bedrijfsleiding dient mee te denken over de vorming van een cyberteam, waarin techniek, mens en organisatiebeleid goed en evenwichtig belegd zijn. Zet de deuren open voor potentieel talent en stel jezelf de vraag: waarom zou iemand juist bij mijn bedrijf willen werken?

Een organisatie kan de techniek nog zo goed geregeld en het beleid nog zo goed geformuleerd hebben, in de praktijk is de ketting zo sterk als de zwakste schakel. Daarbij gaat het om cultuur en gedrag, beleid communiceren en daarnaar handelen, elkaar aanspreken, fouten durven maken en daar van leren en kennis delen.

Wat zijn de volgende stappen?

Er ligt nu een bruikbaar instrument voor mkb-ondernemers en hun adviseurs. Human capital is tot dusver een onderbelicht aspect is geweest bij het realiseren van cybersecurity. Dit is ook meegenomen in de Human Capital Agenda Security die vandaag wordt gepresenteerd op de website en LinkedIn van Security Delta (HSD). En daarnaast in de gehonoreerde groeifondsaanvraag IT verband Zuid-Holland om meer (cyber) IT-ers in het mkb werkzaam te krijgen.

Nu is het zaak om dit ook goed onder de aandacht te brengen en te houden bij mkb-ondernemingen. Juist daar willen we ons vanuit de Economic Board Zuid-Holland en Security Delta (HSD) de komende periode hard voor maken.

Human Capital Agenda Zuid-Holland

Door de vervolgstappen uit te voeren en in gesprek te gaan met organisaties in de regio over scholing in cybersecurity, kan een Human Capital deelakkoord voor Zuid-Holland een mogelijk vervolg zijn. Want bewustwording is goed, maar scholing is beter.

Je downloadt de beknopte versie van het “Instrument Human Capital Cybersecurity” hier. Voor meer informatie kan je contact opnemen met Ron Brans (ra.brans@pzh.nl) of Mark Ruijsendaal (mark.ruijsendaal@securitydelta.nl).

 

Het Human Capital project Smitzh Leven Lang  Ontwikkelen (LLO) gaat verder en wel onder een andere vlag: Digitalzh. We spraken over Smitzh LLO met Marie-Claire van Doremalen, werkzaam bij Koninklijke Metaalunie en projectleider en met Hans van der Steen, eveneens vertegenwoordiger van het bedrijfsleven voor dit initiatief.

Marie-Claire, als projectleider van Smitzh LLO, kun je ons vertellen over de, bij aanvang opgestelde, opgaves en doelstellingen van het project?

Marie-Claire: “Onze opgaves waren gericht op het bevorderen en ordenen van de opleidingsvraag, het adviseren over de leercultuur, de ontwikkeling van het aanbod en het certificeren en het verbinden met regulier onderwijs. Om aan deze doelstellingen te voldoen, hebben we nauw samengewerkt met partners die financieel hebben bijgedragen. Er is geld verstrekt door de provincie Zuid-Holland in samenwerking met de Economic Board Zuid-Holland maar de basis is de bijdrage van de sectorfondsen OOM, WIJ Techniek en A+O Metalektro. We hebben goed geluisterd naar de behoeften van de organisaties en het bedrijfsleven. We wilden de doelstellingen van deze organisaties en de vraag vanuit het bedrijfsleven met elkaar verbinden. De bedragen die bij aanvang waren afgesproken, zijn verhoogd gedurende de uitvoering, door groot enthousiasme.”

Beoogde kwantitatieve doelstellingen Behaalde resultaten
2.000 werknemers in de hightech-maakindustrie bijscholen  2.025 unieke personen bijgeschoold
70 bedrijven adviseren met als doel het versterken van de leercultuur binnen het bedrijf 87 bedrijven ondersteund bij het versterken van de leercultuur binnen het bedrijf
100 werkgevers ondersteunen om hun arbeid beter te gebruiken  500 bedrijven aangesloten

“Alle gestelde doelen zijn behaald. Met dank aan het enthousiasme van het bedrijfsleven. We hadden cofinanciering nodig van de bedrijven. We moesten voor 44.000 euro geschreven uren vanuit het bedrijfsleven realiseren, en in totaal is er 48.000 uur geschreven. Dat geeft al aan hoeveel tijd de bedrijven hierin steken.”, aldus Marie-Claire.

“In oZone hebben we 22 modules ontwikkeld. We hebben 33.000 actieve gebruikers bereikt.”

Hoe hebben jullie dit aangepakt?

Marie-Claire: “We hebben goed gevraagd en geluisterd: waar is er behoefte aan? We hebben de doelstellingen van dit project verbonden aan de vraag vanuit het bedrijfsleven.”

Hans: “Ik vertegenwoordig een stichting (Hygenic design network) van de MetaalUnie, waarbij we vooral bezig zijn met de herkenning van technische maatregelen op het gebied van hygiëne en van erkenning van het vakmanschap. Met onze stichting hebben we een methodiek opgesteld en hebben we de technische vakgebieden in kaart gebracht binnen de hygiënische procesindustrie. We zijn begonnen met de beroepen hygiënisch lasser, – fitter, – engineer, werkvoorbereider, projectleider en onderhoudsmonteur, alles wat nodig is voor de machines en installatie daarvan in de voedingsindustrie of farmaceutische industrie. Er is geen enkele school die hier onderwijs in biedt. Erkenning van het vakmanschap stond bij ons voorop. Wij maken hierbij gebruik van het online leerplatform oZone (www.ozone.nl/). In oZone hebben we 22 modules ontwikkeld. We hebben 33.000 actieve gebruikers bereikt.”

“Mensen in de techniek willen steeds minder een boek in hun hand krijgen.”

Wat is het voordeel van zo’n digitaal leerplatform als oZone?

Marie-Claire:  “We hebben een enquête gehouden bij bedrijven en daarmee echt de behoeftes opgehaald uit het bedrijfsleven. Naar aanleiding van de resultaten zijn modules in oZone ontwikkeld, vraaggestuurd dus. Er ontstaan vervolgens netwerken en een ‘zwaan-kleef-aan-resultaat’. Toen oZone net was gelanceerd, ontmoette ik Hans. Hij wilde een boek ontwikkelen, maar ik dacht: waarom niet via oZone, waarbij je bijvoorbeeld ook filmpjes kunt plaatsen. Mensen in de techniek willen steeds minder een boek in hun hand krijgen.”

Hans: De verbinding met Smitzh LLO voor het bedrijfsleven is dat het platform oZone ook echt meteen ingezet kan worden. Het heeft ontzettend veel los gemaakt op allerlei fronten. Naar aanleiding van de communicatie in Zuid-Holland is er een opleider in Gouda enthousiast geworden en wil hij een vakopleiding in het aanbod meenemen. Smart Industry in samenwerking met de provincie Noord-Brabant wil ook graag vergeten vakmanschap en de bijbehorende opleidingen in kaart brengen. Om dit in kaart te brengen wordt figuurlijk een ‘metrotraject’ opgezet wordt, waarbij je van het begin- naar het eindstation kan, maar ook bij alle tussenstations kunt overstappen.

De vakmensen die hun kennis en kunde in een bedrijf moeten overbrengen, willen het wel voordoen maar hebben geen tijd en kunde om dit goed uit te leggen. De kracht van technische mensen is dat ze het de hele dag voor kunnen doen, en een digitale leermodule geeft de benodigde theorie hierbij.”

“Zonder hulp van de provincie en de Economic Board Zuid-Holland was dit niet gelukt.”

Wat maakt dit online leerplatform zo’n succes en waarom is het voor bedrijven interessant?

Hans: “We geven een objectieve herkenning aan de technische maatregelen die in de markt ‘normaal’ zijn. Zonder daar een commerciële lading aan te geven. Danone en Friesland Campina stellen dit al voor hun personeel beschikbaar. In één module leggen we microbiologische corrosie uit en dat is bijvoorbeeld bij veel voedingsmiddelenbedrijven heel actueel. Er heerste een kritische noot, namelijk of digitaal leren niet te veel zelfdiscipline vraagt en of de leerlingen niet de voorkeur zouden geven aan lezen van papier. Maar het is een perfecte ondersteuning gebleken, omdat mensen zich eenvoudig kunnen voorbereiden.

Het onderhoud van dit platform vraagt ook om vakmanschap. Het moet veilig blijven en de aangeboden kennis moet actueel blijven. De diverse groepen bedrijven die erkenning van  vakmanschap wensen, bepalen zelf wat de inhoud van een opleiding moet worden (een cursus, een opleiding, een workshop) en wat voor erkenning daar uit moet komen: een diploma of certificaat. Deelnemers moeten ook gedurende de jaren punten halen om deze te behouden. Dit is vaak vereist vanuit het verzekeringswezen.”

Marie-Claire: “We hebben 17 digitale leergangen over verschillende technische onderwerpen ontwikkeld. De leergang van HDN (voedingsindustrie) is daar een van. Zonder hulp van de provincie en de Economic Board Zuid-Holland was dit niet gelukt. Het succes daarvan is dat je uit de markt haalt wat de behoefte is van de bedrijven, het is een skillsgerichte aanpak. We zijn naar de bedrijven toe gegaan met de kernvragen “Waar zijn jullie mee bezig?” en “Waar hebben jullie behoefte aan?” We hebben dit gedaan met hulp van bedrijven, inhoudelijk deskundigen en een onderwijsdeskundige. De onderwijsdeskundige heeft ervoor gezorgd dat alles ook goed leesbaar is geworden. Iedereen die interesse heeft kan zelf gratis een module inrichten in Ozone, maar je kunt het ook gebruiken als managementtool. Je kunt het openbaar maken zodat je de kennis deelt  maar je kan het ook gesloten houden voor alleen gebruik door medewerkers in jouw bedrijf.”

“Leven Lang Ontwikkelen is veel meer dan een diploma halen.”

Hoe draagt dit bij aan Leven Lang Ontwikkelen in Zuid-Holland?

Marie-Claire: Leven Lang Ontwikkelen is veel meer dan een diploma halen. Het is ook samenwerken, ook met klanten. Het is veel meer dan een boek en een docent voor de klas. Onze doelgroep bestaat uit stapelaars en doeners, gaandeweg in hun carrière zie je dat ze veel meer kunnen en meer capaciteit hebben dan enkel het diploma waarmee ze van school zijn gekomen. Leven Lang Ontwikkelen houdt in dat het vakmanschap dat ze hebben wordt behouden, verbreed, er verdieping is. Het is veel meer dan een cursus. Veel mensen zijn wel geïnteresseerd in meer kennis, gericht op hun vakgebied, maar niet in algemene theorie. Iemand die de accu van een brommer wil vervangen, gaat niet een technische opleiding volgen maar gaat gericht op zoek naar de informatie die nodig is voor het vervangen van de accu. Ik vind de termen ‘laagopgeleiden’ en hoogopgeleiden’ ook volledig onterecht, want het gaat om vakmensen.

Je kunt met dit platform ook inzicht geven in een loopbaanpad en wat er voor nodig is om dat te realiseren, zoals skills-ontwikkeling of het begeleiden van collega’s. Vaak begin je met een startsalaris, maar dat zegt nog niets over wat je met meer kennis en ervaring kan verdienen. Met inzicht in een loopbaanpad kun je je groeimogelijkheden inzien en ook de groei in salaris. We moeten vakmanschap verbreden en verdiepen en we moeten perspectief bieden.”

Smitzh LLO krijgt een vervolg in Digitalzh, de European Digital Innovation Hub voor Zuid-Holland, wat betekent dit voor het project?

Marie-Claire: Dat betekent dat het niet stopt. Integendeel. We gaan verder met al het moois dat uit Smitzh LLO is gekomen. De mensen die betrokken zijn, zijn echt enthousiast geworden. We zijn onderdeel van Digitalzh en verbinden ons daarmee met andere organisaties en projecten die zich ook in willen zetten voor digitale ontwikkeling. Maar we willen vooral de dingen die we al hebben gedaan en waar we goed in zijn voortzetten. Er is nog wel een weg te gaan als het gaat om docenten. Zij kijken vaak nog heel erg naar wat er verplicht is vanuit het onderwijscurriculum, wij bieden dit gratis vanuit een andere benadering aan. Daar willen we graag een slag in slaan.”

 

Zuid-Holland is een regio vol kansen en innovatie. Publiek-private samenwerkingen spelen een cruciale rol in het versterken van de regionale economie, onder andere door te investeren in technische en ICT-gerelateerde opleidingen. Recentelijk hebben vier Zuid-Hollandse publiek-private samenwerkingen een financiële bijdrage ontvangen vanuit het Nationaal Groeifonds. Met een totale subsidie van €29,4 miljoen geven deze samenwerkingsverbanden een belangrijke impuls  aan het opleiden van meer mensen voor de snelgroeiende sectoren van techniek en ICT.

Versterken van samenwerkingen

De vier Zuid-Hollandse samenwerkingen die de financiële bijdrage hebben ontvangen, zijn: IT-Verband Zuid-Holland, de Greenport Horti Campus, Smart Campus Leerpark (SCALE) en Power to Energy transition and Organizing Port Learning Experiences (PEOPLE). Deze samenwerkingsverbanden van onderwijsinstellingen, bedrijven en kenniscentra hebben als doel de regionale arbeidsmarkt te voorzien van goed opgeleide professionals, in het bijzonder in de sectoren techniek en ICT.

Willy de Zoete, gedeputeerde Human Capital provincie Zuid-Holland: “Vanuit de Human Capital Agenda in Zuid-Holland en de doelstellingen die we hierin hebben opgesteld, is deze financiële bijdrage enorm waardevol. Hiermee kunnen we in Zuid-Holland weer nieuwe stappen zetten en ons verder inzetten voor personeel in- en naar de IT en technieksectoren.”

De financiële bijdrage aan de Zuid-Hollandse samenwerkingsverbanden komt voort uit het Nationaal Groeifonds en is onderdeel van het nationale Actieplan Groene en Digitale banen. Met de bijdrage uit het Groeifonds wil de overheid het personeelstekort in techniek en ICT aanpakken en Nederland blijven positioneren als leider in de energie- en digitale transitie. Deze Rijksbijdrage maakt deel uit van de totale investering van €20 miljard van het Nationaal Groeifonds. Het kabinet zet hiermee in op duurzame economische groei op de lange termijn.

Samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven

De subsidie biedt de mogelijkheid om de vier publiek-private samenwerkingen in Zuid-Holland verder uit te breiden en een meer structureel karakter te geven. Door lerenden en werkenden samen te laten werken aan innovaties, neemt de leereffectiviteit toe. Een goede aansluiting tussen beroepsonderwijs en arbeidsmarkt realiseren, waarbij een leven lang leren gestimuleerd wordt. Het stimuleren van Leven Lang Ontwikkelen is ook het centrale doel van de Human Capital Agenda Zuid-Holland. De provincie heeft daarom drie van de vier aanvragen financieel ondersteund in de voorbereiding en alle vier de aanvragen voorzien van een aanbevelingsbrief.

Meindert Stolk, gedeputeerde Economie provincie Zuid-Holland: “Een van de doelen van de Groeiagenda Zuid-Holland is zorgen voor een toekomstbestendige beroepsbevolking door het bijscholen en omscholen van werknemers. Deze extra financiële steun vanuit het Rijk helpt ons dit doel te bereiken en daarmee de Zuid-Hollandse economie en uiteindelijk ook de landelijke economie te versterken.”

Bij de provincie Zuid-Holland was Willy de Zoete de afgelopen vier jaar onderdeel van het college van Gedeputeerde Staten als gedeputeerde van de ChristenUnie/SGP, met in haar portefeuille onderwerpen als Cultuur & Erfgoed, Innovatie in het mkb en Human Capital. Gedeputeerde Willy de Zoete van de provincie Zuid-Holland is tevens lid van de taskforce Human Capital van de Economic Board Zuid-Holland. We vroegen haar naar haar inzichten op dit thema en zij doet ook een dringende oproep.

In 2019 is het Human Capital Akkoord gelanceerd met 67 partners uit Zuid-Holland. Waarom is dat akkoord destijds gesloten en welke rol speelde de provincie hierbij?

“Met het Human Capital Akkoord hebben we de afgelopen jaren bewezen dat we mensen aan een goede baan kunnen helpen door bijscholing, omscholing en het optimaal benutten van hun talenten”, zegt De Zoete. “We helpen daarmee ook bedrijven in verschillende sectoren met hun personeelstekorten, door vraag en aanbod goed op elkaar aan te laten sluiten. De EBZ en de provincie Zuid-Holland hebben samen veel energie gestoken in het bepalen van focus en het zoeken van partners. Het vinden en verbinden van de partijen verliep soepel en snel. Men was erg enthousiast. Inmiddels zijn er meer dan 165 partners.”

Wat zijn de grootste uitdagingen op het gebied voor Human Capital en Leven Lang Ontwikkelen in de regio?

“Tijdens de lancering in 2019 was er, zoals nu, een sterke economie. Maar bedrijven kunnen nu niet uitbreiden en hebben te maken met productie- en omzetverlies, omdat er te weinig werknemers beschikbaar zijn. De economie kan zich nog beter ontwikkelen als er voldoende en goed geschoolde werknemers beschikbaar zijn. We helpen werknemers om zich bij te scholen en om steeds over de juiste competenties te beschikken. Ook ondersteunen we dat werknemers omgeschoold worden en vervolgens overstappen naar een andere sector. We weten inmiddels dat dit lukt, met het bundelen van onze krachten en met de Human Capital Agenda als leidraad. Hierdoor wordt bijgedragen aan het groeiperspectief voor de Zuid-Hollandse economie en een beter toekomstperspectief voor inwoners in onze provincie.”

“We zagen dat er in de techniek toch echt een groot probleem was.”

In 2022 is het Human Capital Akkoord geëvalueerd door de Erasmus Universiteit. Dit heeft geleid tot de Human Capital Agenda 2.0 Zuid-Holland, wat is hier in de progressie t.o.v. het akkoord?

“Bij de evaluatie in 2022 hebben we bekeken welke onderdelen succesvol en minder succesvol waren. Het akkoord richtte zich in eerste instantie op werknemers in de economische topsectoren uit de Groeiagenda Zuid-Holland. We concludeerden dat we ons in de toekomst meer moeten richten op de technische sector. We zagen dat er in de techniek toch echt een groot probleem was. Het tekort speelt onder andere op het gebied van digitalisering en IT, maar bijvoorbeeld ook bij het personeel dat huizen en gebouwen bouwt en verduurzaamt. Daar is de Human Capital Agenda 2.0 extra op gefocust. En er is steeds meer behoefte aan personeel. Zo hebben we bijvoorbeeld vanuit het Leiden Bio Science Park een oproep ontvangen dat er personeel nodig is voor laboratoriumtechniek. Niet alleen, maar veelal ook op mbo-niveau.”

“Het is niet eenvoudig is om parttimers meer te laten werken.”

“Met name het doel om parttimers meer te laten werken was veel te optimistisch. Het is wel mogelijk, maar niet op de schaal waarop wij dat hadden bedacht in de startfase van het Human Capital Akkoord. Onder andere ook doordat parttime werken bijna niet voorkomt in de sectoren, waar de Human Capital Agenda zich op richt, bijvoorbeeld de bouw en de techniek. Daarnaast is het  in algemene zin niet eenvoudig om parttimers meer te laten werken. Bijvoorbeeld studenten, mensen met zorgtaken en medewerkers die een duidelijke voorkeur geven aan een part time werkweek. Het zou mooi zijn om hen meer te laten werken, maar diverse factoren maken dat het ingewikkelder ligt dat het lijkt. “

Wat ervaar je als het grootste succes op het gebied van Human Capital tijdens jouw periode als gedeputeerde van de provincie?

 “Vroeger stonden werknemers op straat wanneer een bedrijf stopte. Het mooie van de Human Capital Agenda is dat wij van tevoren weten in welke sectoren er personeelsoverschot is en waar er juist vraag en matchingskansen zijn. Met gerichte scholing kunnen we de werknemers omscholen naar een andere sector waar schaarste is. Een voorbeeld is het Human Capital deelakkoord Van Bank naar Bouw en Techniek: in de banksector zijn er mensen over die goed kunnen rekenen en in de bouw hebben ze die mensen juist nodig. Zij kunnen door dit project goed begeleid worden.”

“Het is gewoon heel mooi als je dat ziet dat ik daaraan heb kunnen bijdragen.” 

“Als ik naar de resultaten en de cijfers kijk en zie hoeveel inwoners er zijn geholpen naar een betere plek in de maatschappij, in ieder geval economisch, dan ben ik daar echt trots op. Uiteindelijk geeft dit een impuls aan de economie in euro’s. Maar als mensen-mens zie ik vooral dat we veel mensen hebben geholpen naar een andere plek in de maatschappij. Ik ben er trots op dat ik daaraan heb kunnen bijdragen.”

“Laten we ook financieel de handen ineenslaan!”

Welke stappen zijn essentieel voor de toekomst van de Human Capital Agenda Zuid-Holland?

 “Wat betreft de toekomst van de Human Capital Agenda; ik denk dat we dit langere tijd op deze manier moeten volhouden. Ik heb drie jaar geleden bij de Economic Board gelobbyd voor financiële steun. We werken erg hard en dat betekent ook dat het geld snel opgaat. Gelukkig waren op dat moment de Provinciale Staten bereid om extra geld in te leggen. De begroting laat dit in de toekomst niet meer toe. Daarom vraag ik het bedrijfsleven ook nu om te co-financieren. Laten we ook financieel de handen ineenslaan. Dan creëren we, met alle uitdagingen waar bedrijven en werknemers nu en de komende jaren voor staan, de maatschappelijke en economische impact die nodig is.”

“Dit is de kennis die we zo hard nodig hebben voor de energietransitie en voor verduurzaming”

“In dit verband doe ik de oproep aan al de bedrijfstakken die er het meeste baat bij hebben, bijvoorbeeld de Greenports en de techniekbranches. Op dit moment is er ook geld beschikbaar via het Just Transition Fund voor het havenindustrieel complex, grotendeels gefinancierd door de EU. En we zijn gelukkig onlangs ook succesvol geweest in het verkrijgen van budget vanuit het Nationaal Groeifonds voor Zuid-Holland. De kennis en vaardigheden, die met alle initiatieven worden ontwikkeld en via Leven lang ontwikkelen up to date blijven, kunnen vervolgens ingezet worden voor de gehele branche. Zo laten we het doorvloeien naar andere regio’s. Dit is de kennis die we zo hard nodig hebben voor energietransitie.”

“We zorgen ervoor dat mensen zich kunnen blijven ontwikkelen en onderdeel kunnen zijn van onze innovatieve economie.”

Wat wil je meegeven aan een volgende gedeputeerde met Human Capital in de portefeuille?

 “Aan mijn opvolger wil ik meegeven om vooral met een brede blik naar het geheel te kijken. De Human Capital Agenda is op basis van uitgevoerd onderzoek juist ontwikkeld om iets te doen aan een te versnipperde arbeidsmarktaanpak in onze provincie. Kijk naar de verschillende opgaven die we hebben om met de Human Capital Agenda te verbinden en vooral ook met- en tussen het bedrijfsleven. Neem daarin mee dat onze economie niet moet blijven groeien om te willen groeien, maar doordat de bevolking groeit. De economie is constant in beweging en daarom moet er ook constant geïnvesteerd blijven worden in ons human capital.

Wij zijn als provincie Zuid-Holland recentelijk naar voren gekomen als een internationaal sterk concurrerende en innovatieve regio. En in Nederland zijn vier van de tien sterkste ecosystemen gelegen in Zuid-Holland. Natuurlijk zeker niet alleen, maar wel mede ook door de economische agenda van de provincie en de samenwerking binnen de Economic Board. Ik vind het van het grootste belang dat onze inwoners profiteren van onze innovatieve economie. Dankzij de Human Capital Agenda zorgen we ervoor dat onze inwoners zich blijven ontwikkelen en hier deel van uitmaken.”

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) biedt ondernemers, kennisinstellingen en overheden een platform om gemeenschappelijke uitdagingen gezamenlijk op te pakken. Tijdens de EBZ- voorjaarsbijeenkomst van dinsdag 6 juni 2023 werd het belang van de triple helix samenwerking (overheid, onderwijs en bedrijfsleven) in Zuid-Holland onderstreept.

Commissaris van de Koning Jaap Smit benadrukte in zijn rol als voorzitter van de EBZ het belang van de triple helix samenwerking:

“Juist in een tijd van grote onzekerheden en transities, is de mix van ondernemers, kennisinstellingen en overheden cruciaal om omvangrijke uitdagingen waar we voor staan het hoofd te bieden.”

Zuid-Holland speelt een sleutelrol in het verwezenlijken van de ambities van Nederland op het gebied van CO2-reductie, woningbouw en brede duurzame economische groei.

Jaap Smit: “Wat ons bindt is de innovatie en vernieuwing van de Zuid-Hollandse economie. Die ambitie is er in een tijd van onzekerheden, denk aan: de geopolitieke spanningen die leiden tot schommelingen in de energieprijzen en stijging van de vluchtelingeninstroom. Tegelijkertijd hebben een aantal grote opgaven en transities – zoals de woningbouw, de energietransitie, klimaatadaptatie, digitalisering en de overgang naar de circulaire economie – een flinke impact op Zuid-Holland. In deze dichtbevolkte provincie vragen deze transities om scherpe keuzes in schaarse ruimte. Daarbij heeft Zuid-Holland een aantal traditioneel sterke sectoren met een economische structuur die vernieuwd moet worden om ook in de toekomst sterk te zijn.”

Er is toenemende aandacht voor regionale verschillen in brede welvaart. Daarbij gaat het om achterstanden in gezondheid, de kwaliteit van de leefomgeving en de beschikbaarheid van publieke voorzieningen zoals onderwijs, zorg en openbaar vervoer. In iedere provincie zijn er ook regionale verschillen. Aandachtswijken in Zuid-Hollandse steden en sommige landelijke regio’s hebben ook te maken met achterstanden in brede welvaart. In ons regionaal economisch beleid moeten we hier aandacht voor hebben, via bijvoorbeeld investeringen in mobiliteit, leefomgeving en human capital.

Tijdens de bijeenkomst werd benadrukt dat het vereenvoudigen van problemen, zoals de gedachte dat bedrijven of bewoners zich elders moeten vestigen, geen recht doet aan de complexiteit van de uitdagingen waar we voor staan. Er is geen sprake van een “randstad tegen de rest”-mentaliteit; iedere regio kent zijn eigen uitdagingen. Het maken van keuzes in de schaarse ruimte waarover we beschikken, is echter onvermijdelijk.

Er werd ook aandacht besteed aan de spanningsvelden die kunnen ontstaan, zoals de impact van een grote instroom van internationale studenten op instellingen en de krappe woningmarkt. Tegelijkertijd is internationaal talent van essentieel belang op een arbeidsmarkt waarin technische functies moeilijk vervuld kunnen worden. Daarnaast werd gewezen op de noodzaak om enerzijds extra woningen bij hoogwaardig openbaar vervoer te organiseren, en anderzijds de veiligheid in en om het spoor met betrekking tot het vervoer van gevaarlijke stoffen te waarborgen.

De bijeenkomst onderstreepte het belang van (triple helix) samenwerking in Zuid-Holland bij het vinden van oplossingen. Dit vereist niet alleen extra middelen en bevoegdheden vanuit de Rijksoverheid en Europese Unie, maar vooral ook praktische samenwerking tussen verschillende partijen. In Zuid-Holland is alles aanwezig om Nederland op Europees niveau een grote rol te laten spelen in de energietransitie, met name in de vorm van een waterstof-hub. Het realiseren van deze ambitie vereist samenwerking tussen verschillende toezichthouders en overheden op meerdere bestuursniveaus en beleidsvelden.

Als Economic Board Zuid-Holland reiken we graag de hand naar andere economic boards, zoals die in Noord-Brabant, om ons gezamenlijk in te zetten voor een veilige infrastructuur naar Chemelot in Limburg en naar het Ruhrgebied in Duitsland. Door krachten te bundelen en regionale samenwerking te bevorderen, kunnen we efficiënter en effectiever werken aan de economische groei en duurzame ontwikkeling van ons land.

De Economic Board Zuid-Holland blijft zich onverminderd inzetten voor het vernieuwen, verduurzamen en versterken van de Zuid-Hollandse economie en het bevorderen van een gunstig vestigingsklimaat in onze regio. Samen met ondernemers, bestuurders en andere belanghebbenden zullen we blijven streven naar innovatieve oplossingen, duurzame groei en een bloeiende toekomst voor Zuid-Holland.

We kijken terug op een succesvolle bijeenkomst, waarna we gezamenlijk verder werken aan een welvarend en duurzaam Zuid-Holland.