Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de Economic Board Zuid-Holland presenteren een gezamenlijke Kijk op Campussen. Met deze aanpak willen de drie partijen het sterke netwerk van campussen in de regio beter benutten en de samenwerking voor stakeholders eenvoudiger en effectiever maken.

Zuid-Holland heeft de hoogste campusdichtheid van Nederland. Tegelijkertijd blijft het potentieel nog deels onbenut. De nieuwe gezamenlijke visie brengt daar verandering in door meer samenhang, duidelijkheid en samenwerking te creëren.

 

Sterk netwerk van innovatiecampussen als basis

Zuid-Holland kent al een sterk en actief netwerk van innovatiecampussen. Veel campussen werken samen, delen kennis en versterken elkaar via regionale en nationale netwerken, onder andere op het gebied van technologieontwikkeling, talent en valorisatie. Zo werkt Leiden Bio Science Park intensief samen met andere toonaangevende campussen aan kennisdeling en innovatie, terwijl Campus Gouda in de opbouwfase actief leert van andere initiatieven via werkbezoeken en intervisienetwerken.

Tegelijkertijd liggen er nog duidelijke kansen om dit netwerk beter te benutten. Denk aan het sterker verbinden van R&D-activiteiten en het stimuleren van cross-overs tussen sectoren zoals Life Sciences & Health, technologie en maatschappelijke opgaven zoals bodem en water. Ook op het gebied van positionering en investeringskeuzes is winst te behalen: waar Leiden Bio Science Park inzet op internationale topposities, ontwikkelt Campus Gouda zich rond regionale vraagstukken. Door deze profielen beter op elkaar af te stemmen, kan Zuid-Holland zich als geheel krachtiger positioneren.

De gezamenlijke kijk op Campussen speelt hierop in door richting te geven en samenhang te brengen. Door betere afstemming tussen provincie, MRDH en Economic Board Zuid-Holland ontstaat meer focus en kunnen middelen en inspanningen effectiever worden ingezet, onder andere op het gebied van talentontwikkeling en samenwerking tussen campussen.

“De gezamenlijke Kijk op Campussen biedt een gedeeld strategisch kader dat onze rol als internationale hotspot voor Life Sciences & Health versterkt. Het helpt ons om samenwerking met andere campussen te verdiepen en investeringen in innovatie en talent beter af te stemmen.”
— Esther Peters, Leiden Bio Science Park

 

Wat verandert er concreet voor stakeholders?

Met de gezamenlijke Kijk op Campussen introduceren de partijen onder andere het:

  1. Eén loket: het ‘no wrong door’-principe. Initiatieven kunnen bij elk van de drie organisaties terecht en worden altijd naar de juiste plek geleid.
  2. Transparantie: er komen heldere criteria en verwachtingen voor innovatiecampussen en de onderlinge afstemming tussen de organisaties wordt versterkt.
  3. Intensieve samenwerking: de drie organisaties werken nauw samen, zodat campussen actief met elkaar verbonden worden om kennis te delen, van elkaar te leren en samenwerking te versterken.

Deze aanpak moet ervoor zorgen dat campussen zich beter kunnen ontwikkelen en dat publieke en private investeringen effectiever worden ingezet.

 

Verschillende campussen, gedeelde ambitie

De kracht van Zuid-Holland zit in de diversiteit aan innovatiecampussen: van internationaal toonaangevende clusters tot regionale netwerken rond maatschappelijke opgaven. Zo is Leiden Bio Science Park een Europese koploper in Life Sciences & Health, terwijl Campus Gouda zich richt op thema’s als zorg, bodemdaling en logistiek en partijen samenbrengt om te leren en te innoveren.

Juist in die diversiteit liggen kansen. Door betere afstemming en gerichte investeringen kan samenwerking worden versterkt, ontstaan meer cross-overs tussen sectoren en wordt het regionale innovatiesysteem krachtiger. Dat draagt bij aan sterkere R&D, talentontwikkeling en internationale concurrentiekracht.

“Voor ons als netwerkcampus zijn samenwerking en kennisdeling essentieel. De gezamenlijke aanpak helpt om relaties met andere campussen te versterken en samen innovatie rond thema’s zoals bodem en water verder te brengen.”
— Frank Slingerland, Campus Gouda

5 jaar Campus Gouda
Viering 5 jaar Campus Gouda

 

Innovatiecampussen spelen een sleutelrol in de economie van morgen. Door bestaande samenwerking te versterken en gerichter in te zetten op kansen zoals R&D, talent en positionering, ontstaat een stevig fundament om deze rol verder uit te bouwen.

 

Bekijk hier de Kijk op Campussen: Kijk op Campussen

 

Voor meer informatie of contact

 

Inmiddels is het stof weer enigszins neergedaald na de presentatie van het coalitieakkoord ‘Aan de slag’ door Rob Jetten (D66), Dilan Yesilgöz (VVD) en Henri Bontenbal (CDA). Na een lange periode van politieke onzekerheid merken wij in de regio hoezeer ondernemers, kennisinstellingen en overheden verlangen naar betrouwbaarheid en voorspelbaarheid. De recente bespreking van het verslag van informateur Rianne Letschert in de Tweede Kamer gaf een eerste voorproefje van hoe een minderheidskabinet zich de komende jaren zal moeten manoeuvreren tussen uiteenlopende belangen binnen de oppositie.

Als Economic Board Zuid-Holland stemt het coalitieakkoord ons positief. De beoogde minderheidscoalitie wil vol inzetten op defensie, het versterken van het investeringsklimaat en de verduurzaming van de industrie. Dat zijn precies de thema’s waar bedrijven en instellingen in onze provincie dagelijks mee te maken hebben. In onze gesprekken met ondernemers horen we keer op keer dezelfde boodschap: behoefte aan een stabiele koers, voorspelbaar beleid en randvoorwaarden die investeren weer mogelijk maken. Het is bemoedigend dat in het coalitieakkoord kennis en onderzoek nadrukkelijk worden genoemd. Dit is uiteindelijk de basis voor het verdienvermogen van de toekomst en voor het vermogen van Nederland om grote transities daadwerkelijk waar te maken.

Met sterke ecosystemen zoals de haven van Rotterdam, het Leiden Bio Science Park en het rijkste kennisecosysteem van Nederland staat Zuid-Holland klaar om een concrete bijdrage te leveren aan het Nederlandse verdienvermogen én aan onze strategische autonomie. Onze provincie is goed voor 22% van het nationale bbp en ongeveer 1,8 miljoen banen – ruim één op de zes banen in Nederland. In sectoren als haven en maritiem, life sciences & health, hightech, energie, ruimtevaart en digitalisering wordt hier dagelijks gewerkt aan innovaties die niet alleen regionaal, maar nationaal en Europees van strategisch belang zijn.

Tegelijkertijd realiseren wij ons dat dit coalitieakkoord het begin is van een intensief onderhandelingstraject met de rest van de Tweede Kamer. We begrijpen dat dit van de toekomstige ministerploeg veel vraagt: voortdurend in gesprek met Kamerleden, openstaan voor amendementen en compromissen, en steeds opnieuw meerderheden zoeken in zowel de Tweede als de Eerste Kamer. In zo’n dynamisch politiek landschap is het des te belangrijker dat maatschappelijke partners, zoals de economic boards, helpen om beleidskeuzes te verbinden met de praktijk in de regio.

Alles valt of staat uiteindelijk met de uitvoering van het akkoord. De centrale vraag is: hoe laat je toekomstig beleid effectief en rechtvaardig landen in de provincies en regio’s? Wij zien daarbij een cruciale rol voor de economic boards. Zij zijn bij uitstek de plek waar publiek-private samenwerking samenkomt, waar kennis van de regionale economie wordt gebundeld en waar overheid, onderwijs en bedrijfsleven elkaar weten te vinden. Economic boards beschikken over diepgaande kennis van regionale innovatieclusters, actuele ontwikkelingen met betrekking tot de arbeidsmarkt en investeringen en brede netwerken die noodzakelijk zijn om beleid om te zetten in concrete projecten en resultaten.

Onze oproep aan het nieuwe kabinet is daarom helder: gebruik de economic boards als vehikel voor het laten landen van nationaal beleid in de regio. Dat betekent concreet: betrek ons vroegtijdig bij de uitwerking van landelijke programma’s, stel gezamenlijk regionale uitvoeringsagenda’s op en benut onze netwerken om investeringen gericht en effectief in te zetten. Zo voorkomen we dat beleid op papier blijft steken en zorgen we ervoor dat het daadwerkelijk voelbaar wordt in bedrijven, op campussen en in onze steden en dorpen.

Nederland én Zuid-Holland snakken naar een vaste, duidelijke en stabiele koers. Het is van groot belang dat de randvoorwaarden weer op orde komen, denk aan investeringszekerheid, voldoende en betaalbare energie, ruimte voor innovatie, passende regelgeving en een goed opgeleide beroepsbevolking, zodat bedrijven weer willen én kunnen investeren in ons land. Dat is essentieel voor onze toekomstige welvaart én voor de strategische autonomie van Europa in een wereld die snel verandert.

Als Zuid-Holland staan wij klaar om deze handschoen op te pakken. Met onze sterke economische basis, onze kennisinstellingen van wereldniveau en onze brede ervaring met publiek-private samenwerking hebben we alles in huis om het verdienvermogen van de toekomst veilig te stellen. Wij dragen graag bij met onze kennis van regionale innovatieclusters, ontwikkelingen met betrekking tot de arbeidsmarkt en onze publiek-private netwerken, zodat nationaal beleid daadwerkelijk resulteert in uitvoering, banen en duurzame groei. Samen met het nieuwe kabinet, de Tweede en Eerste Kamer en onze partners in de regio bouwen we graag aan een sterke en weerbare economie.

Zuid-Holland staat voor grote economische en maatschappelijke opgaven. Die uitdagingen kunnen we alleen samen aanpakken. Dagelijks zetten mensen zich (vaak achter de schermen) in om onze regio sterker, innovatiever en duurzamer te maken. Daarom starten we een nieuwe rubriek: ‘De 5 vragen aan…’. In de nieuwe rubriek laten we de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Human Capital Agenda Zuid-Holland aan het woord. We gaan in gesprek met ondernemers, projectleiders, kwartiermakers, onderzoekers, beleidsmakers en andere partners die werken aan het menselijk kapitaal van Zuid-Holland. Wat motiveert hen? Welke kansen zien zij in de regio? En wat is er volgens hen nodig om blijvende impact te maken?

We starten vandaag met Lisa Weggemans, projectleider van Young Professionals Chapters. Lees het artikel hieronder!


5 vragen aan… Lisa Weggemans (Young Professional Chapters)

 

Om jong talent aan te trekken en te binden voor de regio Drechtsteden startten Fokker, Damen, Boskalis en Heerema in 2017, samen met de Economic Development Board Drechtsteden, het Young Professionals programma. Jong talent (25 – 35 jaar) werkt hierin aan uitdagende projecten met impact op het innovatieve ecosysteem in de regio, ontmoet elkaar tijdens events en zet zich actief in als ambassadeur. Via deze werkwijze, ‘challenge based learning’, worden niet alleen talenten behouden, maar ook nieuwe verbindingen gelegd tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Inmiddels zijn er tientallen challenges en bijeenkomsten georganiseerd, waaraan honderden young professionals hebben deelgenomen. Op basis van de lessons learned via het aanvankelijk in Drechtsteden geconcentreerde deelakkoord, wordt dit succesvolle concept nu ook in andere regio’s in Zuid-Holland uitgevoerd.

Bedrijven staan aan de basis van de initiatieven van de HCA, maar er is altijd organiserend vermogen nodig om een aanpak van de grond te tillen en uit te voeren: een kwartiermaker of een projectleider, die via de HCA wordt ingezet. Aan het roer van het Young Professional Chapters programma staat Lisa Weggemans, woonachtig in Dordrecht en werkzaam als zelfstandig ondernemer met een focus op de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Als projectleider zet zij zich in om de verschillende Young Professional Chapters in Zuid-Holland verder op te bouwen en te laten groeien.

Vraag 1
Vernieuwing vraagt om lef en samenwerking. Welke concrete doelen streef je na om de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt te vernieuwen?

Wat mij vooral drijft bij de bijdrage die ik lever aan de uitvoering van de HCA Zuid-Holland, is dat het gaat om dingen die ertoe doen. Zoals:

  • Jong talent aantrekken, behouden en ontwikkelen in Zuid-Holland.
  • Innovatie en sectoroverstijgende samenwerking stimuleren.
  • Leven lang leren bevorderen.
  • Het Young Professionals-programma uitbreiden met meer bedrijven, challenges, events en ambassadeurs.
  • Triple helix-samenwerking versterken, ondersteund door regionale beleidsorganisaties.
  • Het programma doorontwikkelen met duidelijke governance en meer invloed voor young professionals.

We zien dat met de challenges innovatie wordt gestimuleerd. Young professionals werken in multidisciplinaire teams aan een uitdaging van een bedrijf in de regio. Juist doordat iedereen een andere achtergrond en ervaring heeft, ontstaan vaak creatieve oplossingen waar bedrijven zelf niet op zijn gekomen.

Daarnaast merken we dat young professionals in het regionale bedrijfsleven elkaar makkelijker weten te vinden, waardoor nieuwe samenwerkingen in de regio ontstaan.

 

Vraag 2

Kracht zit in samenwerking. Met welke partijen werk jij samen voor een sterke Zuid-Hollandse arbeidsmarkt?

De uitvoering van het deelakkoord is in handen van de projectorganisatie van Deal Drechtsteden, dat daarmee een provinciebrede coördinerende rol vervult. We doen dat ter uitvoering van de HCA en dus zijn ook de Provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland nauw betrokken.

We zoeken vooral de samenwerking met bestaande netwerken, zodat we elkaar niet in de weg staan maar juist versterken. Zo werken we samen met onder andere de Wereldhavendagen, de Jonghavenvereniging, Young Hi Delta en Young SpaceNed.

Young Professional Chapters

Vraag 3

Geen ambitie zonder obstakels. Waar zit volgens jou het spanningsveld dat we samen moeten oplossen?

Het samenwerken met bestaande netwerken verloopt goed. We zien dat de young professionals die deelnemen aan de challenges geïnspireerd raken en veel leren.

Wel merken we dat het opzetten van samenwerkingen in de vorm van challenges tijd kost. Omdat er meerdere partijen betrokken zijn, is het belangrijk om van tevoren alles goed af te stemmen en iedereen op één lijn te krijgen. Dat vraagt soms tijd en geduld. Er bestaat er geen one size fits all-aanpak. Binnen elke regio en elk netwerk in Zuid-Holland verlopen samenwerkingen weer anders.

Wat gaat goed:

Er gaat gelukkig veel goed. Ik denk aan:

  • Aansluiten bij bestaande netwerken: de samenwerking met regionale en (boven)lokale netwerken verloopt goed. Door hierop aan te haken, maken we gebruik van bestaande relaties, kennis en structuren. Dit versterkt de slagkracht van het deelakkoord en voorkomt dubbel werk.
  • Betrokkenheid en inspiratie bij young professionals: de challenges zijn een effectieve manier om jonge professionals te betrekken. Zij geven aan dat ze worden geïnspireerd, nieuwe inzichten opdoen en vaardigheden ontwikkelen die ze meenemen in hun werk.
  • Lerend netwerk: de ervaringen uit de challenges zorgen ervoor dat kennis en goede voorbeelden sneller worden gedeeld, wat bijdraagt aan een bredere leer- en ontwikkelcultuur.

Wat vraagt aandacht:

Het gaat allemaal niet vanzelf, natuurlijk. En we hebben onderweg, tijdens de uitvoering van het oorspronkelijke deelakkoord, zeker ook de nodige lessen geleerd, die we nu toepassen. Onder andere:

  • Tijdsinvestering en procesafstemming: het opzetten van een challenge is tijdsintensief. Omdat meerdere partijen betrokken zijn, is het noodzakelijk om vooraf duidelijke afspraken te maken over rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen. Dit vraagt om zorgvuldige procesbegeleiding en geduld.
  • Geen standaardaanpak mogelijk: samenwerkingen verschillen sterk per regio en per netwerk. Waar de ene regio snel tot concrete acties komt, kost het in een andere regio meer tijd om partijen op één lijn te krijgen. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, in plaats van een uniforme werkwijze.
  • Menskracht en tijd vrijmaken: binnen elk bedrijf is het druk, en in de praktijk blijkt het soms lastig om werknemers naast hun reguliere werk ook tijd te laten vrijmaken voor deelname aan een challenge.

Vraag 4

Impact maken doen we stap voor stap. Kun je lessen of tips delen aan partners die met vergelijkbare uitdagingen aan de slag gaan?

Eerder noemde ik al een aantal lessons learned of tips, maar als ik er nog een paar mag noemen: begin met een kleinschalige samenwerking of challenge, zodat er ruimte is om te experimenteren en te leren. Op die manier kunnen partijen gezamenlijk ontdekken wat werkt. Daarna is het zinvol om op te schalen naar grotere samenwerkingen.

Het is daarnaast belangrijk om goed te kijken naar de regio en de vraagstukken die daar spelen. Kijk wat er al bestaat en bouw daarop voort, in plaats van naast bestaande netwerken iets nieuws op te zetten, waardoor het veld verder zou versplinteren.

 

Deal Drechtsteden/ Young Professionals

Vraag 5

Vooruitkijken om vooruit te komen. Welke blijvende verandering hoop jij dat we over vijf jaar in de regio zien dankzij deze samenwerking?

Over vijf jaar hoop ik dat dit deelakkoord ervoor zorgt dat young professionals zichtbaar een rol spelen als aanjagers van innovatie en sectoroverstijgende samenwerking. Ook hoop ik dat bedrijven en gemeenten via challenges en events actief van én met elkaar leren.

Daarnaast zie ik voor me dat het Young Professionals-programma bedrijven helpt om een cultuur van leven lang ontwikkelen te creëren. En natuurlijk dat het programma verder is uitgegroeid tot een breed en inspirerend netwerk van bedrijven, events en ambassadeurs.

 

Met deze rubriek willen we niet alleen de impact van onze samenwerkingen delen, maar ook laten zien wie de mensen achter de resultaten zijn. En ook willen we inspireren: de ‘zwaan kleef aan’ aanpak van de HCA. Zo maken we kennis, ervaring en inspiratie breed toepasbaar in Zuid-Holland en daarbuiten.

Simone Fredriksz human capital

Als voorzitter van het College van Bestuur van roc Albeda ziet Simone Fredriksz dagelijks de maatschappelijke betekenis van het mbo. “Met bijna 50.000 mbo-studenten in de regio Rijnmond en ruim 120 opleidingen is het mbo niet alleen van groot belang voor de arbeidsmarkt, maar ook voor kansengelijkheid en sociale vooruitgang. Het mbo is niet alleen de hofleverancier van de economie, maar ook een emancipatiemotor. Hier bereiden we jongeren en volwassenen voor op een snel veranderende samenleving.” 

 

Van bedrijfsleven naar het onderwijs

Fredriksz begon haar carrière in het bedrijfsleven, onder meer bij KPN en een internet-startup en maakte daarna de overstap naar het onderwijs. Bij De Haagse Hogeschool werkte ze zeventien jaar in diverse functies, waaronder directeur van de faculteit Business, Finance & Marketing. Vijf jaar geleden koos ze bewust voor het mbo. “Het mbo heeft een enorme maatschappelijke impact. Onze klassen zijn mini-samenlevingen: superdivers, met studenten uit alle hoeken en lagen van de maatschappij. Hier leren jongeren niet alleen een vak, maar ook hoe je samenleeft en samenwerkt. Dat maakt het mbo uniek.” Wat haar kenmerkt, zegt Fredriksz, is het vermogen om werelden bij elkaar te brengen. “Ik hou van verbinden en belangen afwegen, maar ook van in actie komen. Voor jongeren, voor werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt en zeker ook voor werkenden die wendbaar moeten zijn in een snel veranderende economie.”

 

Onderwijs als veilige haven

De turbulente tijdgeest benadrukt die rol van onderwijs, vindt Fredriksz. “We leven in een snel veranderende economie, met digitalisering, de energietransitie en de circulaire economie. Tegelijkertijd zien we polarisatie en spanningen in de samenleving. Onderwijs moet daarin een veilige haven zijn. Hier leren jongeren vakmanschap, maar ook burgerschap. Je bent eerst mens, dan werknemer. Onderwijs draagt bij aan sociale samenhang en weerbaarheid in een samenleving die steeds meer onder druk staat. Het onderzoek van Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) van afgelopen juni bevestigde de belangrijke bijdrage die we als mbo leveren aan de samenleving en de economie, namelijk met als uitkomst dat werkgevers zeer tevreden zijn over recent afgestudeerde mbo-studenten, inclusief hun sociale vaardigheden en motivatie.”

 

Albeda in cijfers en impact

’Verantwoordelijk met partners voor 30.000 studenten in regio Rijnmond en een breed aanbod van opleidingen in zorg, techniek, business, hospitality, kunst en sport is Albeda één van de grootste mbo-instellingen van Nederland. De instelling ontving meerdere landelijke erkenningen en won diverse prijzen, waaronder voor het innovatieve introductieprogramma met maatschappelijke impactweken en – samen met partners – voor de Talenthub op Zuid, waar jongeren die dreigen uit te vallen een nieuwe kans wordt geboden. Daarnaast is Albeda al twee jaar achtereen verkozen tot meest duurzame mbo-instelling van Nederland. Fredriksz: “Deze prijzen bevestigen dat we niet alleen opleiden, maar ook vernieuwen en bijdragen aan de samenleving. Niet alleen voor studenten in het vervolgonderwijs, maar ook werkenden en werkzoekenden die we bij- en omscholen voor de arbeidsmarkt. Daarmee leveren we ook een directe bijdrage aan de doelstellingen van de Human Capital Agenda Zuid-Holland, waar we als Albeda partner bij zijn”

 

Samenwerking Albeda en EUR – Maatschappelijke verdediging van dr. Kayla Green – Practor Gelijke Kansen bij Albeda. v.l.n.r. : Rateb Abawi, Eveline Crone, Simone Fredriksz, Kayla Green, Jantine Schuit, Ron Kooren en Gyzlene Zeroual – Kramer  

 

Innovatie bij Albeda

Fredriksz noemt met trots nog een aantal innovaties van Albeda. Zo is er, met steun van onder andere de gemeente Rotterdam en het ministerie van OCW, Albeda @night. Daarbij houdt Albeda de school ook ’s avonds open voor activiteiten & cursussen, advies & begeleiding, ontspanning & eten en als veilige plek voor studenten, hun familie en mensen uit de wijk. Of de eerdergenoemde Talenthub op Zuid en de manier waarop nieuwe studenten worden ontvangen in hun introductieweek. Duizenden nieuwe studenten beginnen hun eerste honderd dagen met een gezamenlijke beleving en maatschappelijke impactweken, waardoor ze zich welkom voelen, een netwerk ontwikkelen en op weg worden geholpen. “We willen jongeren niet alleen welkom heten, maar ze ook meteen met de maatschappelijke impactweken laten ervaren hoe je iets goeds kunt doen in de samenleving. Dat is onderwijs in actie.”

Albeda @Night

 

Samenwerking in Zuid-Holland

Albeda werkt intensief samen met partners in de regio. Ook met andere onderwijsinstellingen. Naast de samenwerking met andere mbo-instellingen, zoals met Zadkine o.a. via onze samenwerkingsschool Techniek College Rotterdam en met STC, HMC en het Grafisch Lyceum Rotterdam, zijn ook Hogeschool Rotterdam, InHolland en de Erasmus Universiteit Rotterdam vaste partners. Een bijzondere samenwerking is die met de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hoogleraar Eveline Crone als eerste hoogleraar verbonden is aan een mbo-instelling. Samen met practor Kayla Green wordt onderzoek gedaan naar kansengelijkheid en jongerenwelzijn, thema’s waar Fredriksz zich met haar hart voor inzet “We brengen wetenschap en praktijk bij elkaar. Dat versterkt de kwaliteit van ons onderwijs en vergroot de maatschappelijke impact.”

Daarnaast participeert Fredriksz in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs van de Human Capital Agenda Zuid-Holland en maakt Albeda deel uit van Via Delta, waarmee de roc’s in Zuid-Holland hun opleidingsaanbod voor volwassenen hebben gebundeld. Via Delta, mede mogelijk gemaakt dankzij de Human Capital Agenda Zuid-Holland, zal een belangrijke bijdrage gaan leveren aan ‘Zuid-Holland Koploper Leven Lang Ontwikkelen’. Inclusief een op maat scholingsaanbod voor werkenden en werkzoekenden. Fredriksz: “Via Delta maakt het voor bedrijven en inwoners makkelijker om scholing te vinden en benutten. De arbeidstekorten in Zuid-Holland lossen we niet op met alleen het reguliere onderwijs. We hebben álle beschikbare talenten nodig, ook de mensen die nu nog langs de kant staan. Daarnaast moeten we de huidige beroepsbevolking beter toerusten. Met Via Delta versterken we samen de arbeidsproductiviteit en geven we concreet invulling aan de Human Capital Agenda Zuid-Holland. ”

 

Lid van de EBZ-taskforce Human Capital

De keuze om toe te treden tot de Taskforce Human Capital van Economic Board Zuid-Holland was voor Fredriksz vanzelfsprekend. “De Human Capital Agenda gaat precies over wat ik dagelijks zie: de noodzaak om onderwijs, werkgevers en overheid te verbinden. Alleen als we krachten bundelen, kunnen we inspelen op de snelle veranderingen in de economie en de samenleving. Onderwijs is daarbij het fundament.”

Ze verwijst naar de gezamenlijke doelstellingen van de agenda: “Met elkaar willen we onder andere tenminste 55.000 werknemers ontwikkelperspectief bieden, 10.000 transities van werk naar werk realiseren en 1.000 internationale kenniswerkers aantrekken. En ook werken we via de Human Capital Agenda toe naar een structureel beter werkende arbeidsmarkt, inclusief een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de vraag van bedrijven. Dat vraagt om samenwerking op alle niveaus en daar draag ik namens Albeda en de mbo-partners in de regio graag aan bij.”

 

Voorbereiden op de toekomst

Hoe bereid je studenten voor op een toekomst die niemand kan voorspellen? “De kern is wendbaarheid en weerbaarheid,” stelt Fredriksz. “Dat betekent investeren in digitale vaardigheden, kritisch denken en sociale vaardigheden. Maar ook de basis moet op orde zijn: taal en rekenen. Zonder die basis ontneem je jongeren kansen op duurzame deelname aan de arbeidsmarkt en de samenleving.”

Ze besluit: “We weten niet hoe de toekomst eruitziet, maar we weten wél dat het onderwijs steeds moet vernieuwen en dat onderwijs de plek is waar we jongeren en volwassenen de competenties meegeven die hen in staat stellen richting te geven aan die toekomst. Daar ligt onze verantwoordelijkheid. En dat is ook waar de Human Capital Agenda op inzet: het benutten van het talent van onze studenten en alle Zuid-Hollanders. Daar ga ik me dus volop, samen met alle andere partners, voor inzetten.”

Simone Fredriksz is voorzitter van het College van Bestuur van Albeda en lid van de (Taskforce Human Capital van) Economic Board Zuid-Holland.

De Grond-, Weg- en Waterbouwsector (GWW) heeft de afgelopen jaren een indrukwekkende digitale impuls gekregen. Dankzij het deelakkoord ‘DigiCampus GWW’ – onderdeel van het Human Capital Akkoord Zuid-Holland – is een sector die van oudsher traditioneel opereerde, in beweging gekomen richting een toekomstbestendige, digitaal vaardige werkomgeving. Dit project ging niet alleen over technologie, maar juist over samenwerking. “Door publieke en private partijen in een deelakkoord samen te brengen, ontstond meer begrip voor elkaars werkwijze en ruimte om samen te bouwen aan innovatie”, aldus Jaap Kolk, Programmamanager DigiCampus.

 

Doelen behaald, impact gemaakt

Het project heeft zijn belangrijkste doelen ruim overtroffen:

  • Meer dan 500 professionals hebben zich ontwikkeld op het gebied van digitalisering;
  • 42 organisaties – zowel publieke als private – zijn intensief betrokken geweest bij trainingen, scans, kennissessies en casusgroepen;
  • 30 werkgevers zijn ondersteund in het verhogen van hun digitale volwassenheid en het beter benutten van arbeidscapaciteit.

Van casusgroepen tot opleidingen: leren in de praktijk

Centraal in de aanpak stonden casusgroepen waarin markt, overheid en onderwijs samenwerkten aan actuele digitaliseringsvraagstukken zoals de digitalisering van kabels en leidingen en de standaardisatie van weekstaten. Deze vorm van co-creatie zorgde voor direct toepasbare oplossingen en voor betere samenwerking en kennisuitwisseling binnen de keten.

Ook op het gebied van opleidingen zijn grote stappen gezet. Zo zijn er drie nieuwe trainingen ontwikkeld die inmiddels breed worden ingezet:

  • Basistraining Data-gedreven werken
  • Digitaal samenwerken
  • Gestructureerd werken met Systems Engineering

Deze programma’s sluiten direct aan op de praktijk en op de leerbehoeften die via DigiChecks bij de bedrijven zijn opgehaald.


Brede opbrengsten voor Human Capital

Naast digitalisering heeft het project op meerdere vlakken bijgedragen aan versterking van het human capital in de regio. Zo is er sprake van:

  • Verbeterde samenwerking: publieke en private partijen hebben elkaar gevonden in een gedeelde taal en aanpak voor digitalisering;
  • Meer werkplezier en motivatie: deelnemers gaven aan dat de casusgroepen niet alleen leerzaam, maar ook inspirerend waren. Het bracht hen in contact met gelijkgestemden en gaf energie om met vernieuwing aan de slag te gaan;
  • Versterking van het onderwijs: kennisinstellingen zijn nauwer betrokken geraakt bij de sector en kunnen actuele kennis beter integreren in hun curricula;
  • Professionalisering van de sector: door scans en gesprekken is beter zicht gekomen op ontwikkelvraagstukken binnen organisaties en projecten;
  • Een verhoging van de arbeidsproductiviteit. Zeker voor een sector die moeite heeft voldoende personeel te vinden een zeer welkome opbrengst.

Blijvende beweging

Een belangrijke uitkomst is dat alle betrokken partijen de samenwerking willen voortzetten. De ambitie reikt verder dan de projectperiode: er wordt gewerkt aan de oprichting van een stichting die DigiCampus GWW een structurele plek geeft. Daarmee blijft de opgebouwde energie behouden en kunnen nieuwe digitaliseringsoplossingen gezamenlijk worden ontwikkeld. Het consortium wil bovendien een duidelijke beweging in de sector stimuleren: niet langer uitsluitend aanbesteden op prijs, maar nadrukkelijk ook op digitale vaardigheden en innovatieve oplossingen die het werk slimmer, efficiënter en aantrekkelijker maken.

Samen digitaal sterker

Dankzij DigiCampus GWW heeft de sector een krachtige stap gezet richting digitalisering, samenwerking en innovatie. De inzet van zoveel partners – van gemeenten en aannemers tot onderwijsinstellingen – laat zien wat er mogelijk is als we slim, samen en digitaal werken aan de toekomst van onze leefomgeving.

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen? Kijk dan op: https://www.digicampusgww.nl/

Binnen het zogenaamde Bouwen-spoor van de Zuid-Hollandse Human Capital Agenda werken we aan structurele oplossingen voor een beter werkende arbeidsmarkt. Dat gebeurt via bundeling van zowel vraag, aanbod als via bundeling van initiatieven. Met ondersteuning vanuit de Human Capital Agenda Zuid-Holland is een verkenning gestart naar opschaling van het Campus Gouda-initiatief Transport en Logistiek. Doel: verduurzaming, slimme technologie en een sterkere arbeidsmarkt langs de N11/A12-corridor.

Bijeenkomst Gemeenten werkgebied mbo Rijnland

Tijdens de jaarlijkse bijeenkomst van wethouders uit het werkgebied van het mbo Rijnland is het nieuwe HCA-initiatief van de Campus Gouda rond Transport en Logistiek gepresenteerd. Veel van de aldaar aangepakte vraagstukken zoals verduurzaming bedrijventerreinen, zero-emissie zones, productiviteitsverhoging middels de inzet van slimme technologie en de LLO-aspecten daaromheen, lenen zich volgens de deelnemers aan de bijeenkomst mogelijk voor opschaling naar andere gemeenten/ regio’s.

Opschaling

Reden voor mbo Rijnland om te willen inventariseren of het lopende initiatief van Campus Gouda opgeschaald zou kunnen worden. Aangezien daarmee vergelijkbare initiatieven gebundeld worden, was dat voor de Human Capital Agenda aanleiding om een verkenning te financieren.

Verkenning

Kim van Eijck voert die verkenning uit en verwacht de uitkomsten daarvan in oktober te kunnen presenteren.

In de regio Drechtsteden-Rotterdam is kwartiermaker Jonneke de Jong gestart met de Werf van de Toekomst. Negen scheepswerven bundelen krachten om te robotiseren, personeel te ontwikkelen en samen toekomstbestendig te groeien.

Vier scheepvaartbedrijven in de regio Drechtsteden-Rotterdam hebben samen bij de EBZ ondersteuning gevraagd en gekregen om samen te werken aan toekomstbestendig samenwerken op het gebied van human capital. Het betreft Scheepswerf Slob, Royal IHC, Oceanco en NMC. Deze bedrijven maken deel uit van een breder consortium Scheepswerf van de Toekomst, waarin negen scheepswerven in de regio samenwerken. Deze werven pakken met ondersteuning van kwartiermaker Jonneke de Jong gezamenlijk de uitdaging op om hun productieprocessen te robotiseren. Dit komt voort uit een wens om onder andere gezamenlijk een tekort of juist een tijdelijk overschot aan personeel op te vangen. De ambitie is om samen meer te bereiken dan alleen in het behouden en in het vinden en opleiden van talent voor de sector.

De werven voorzien ook dat ze hun huidige personeel moeten gaan bijscholen om de automatisering en digitalisering in de werkzaamheden op de werven in goede banen te leiden. De consensus is dat hier slimmer en meer gezamenlijk in opgetrokken kan worden. Daarnaast worden de andere werven aangehaakt en geactiveerd om mee te doen zodat alle werven binnen de ‘Werf van de toekomst’ hiervan profiteren. Daarnaast worden de mogelijkheden voor nadere samenwerking met onderwijsinstellingen verkend.

De Greenports Boskoop en Duin- en Bollenstreek hebben samen met ondernemers, onderwijsinstellingen en overheden een Human Capital-deelakkoord ondertekend. Met dit akkoord zetten de partners een belangrijke stap om de arbeidsmarkt in de sierteeltsector toekomstbestendig te maken.

De sierteeltregio staat voor grote uitdagingen: een groeiend tekort aan vakmensen, afhankelijkheid van internationale arbeidskrachten, snelle technologische ontwikkelingen en strengere duurzaamheidseisen. Zonder gezamenlijke aanpak dreigt dit de innovatiekracht, concurrentiepositie en zelfs de continuïteit van de sector negatief te beïnvloeden.

Oplossingen in drie routes

Het deelakkoord richt zich op drie hoofdroutes:

  • Leven Lang Ontwikkelen binnen bedrijven – structurele programma’s en een Greenport Academy moeten een lerende cultuur in de sector verankeren.
  • Samenwerking tussen bedrijven en sectoren – via een regionaal Human Capital-platform, gezamenlijke flexpools en een Green Flower Campus wordt kennis gedeeld en arbeid flexibeler georganiseerd;
  • Activeren van onbenut potentieel – deeltijdkrachten en verborgen talenten krijgen ontwikkelkansen, onder meer via loopbaanbegeleiding, erkenning van verworven competenties en flexibele werkmodellen.

Breed draagvlak

Het deelakkoord wordt gedragen door 38 bedrijven en brancheorganisaties, waaronder KAVB en Royal Anthos. Zij investeren samen met de provincie Zuid-Holland, gemeenten en onderwijsinstellingen in een meerjarig programma (2025–2027). De Greenport Duin- en Bollenstreek treedt op als penvoerder.

Link met Regio Deal

De aanpak sluit nauw aan bij de toegekende Regio Deal Sierteeltregio 2024. Het kan gezien worden als concretisering van een van de daarin opgenomen programmalijnen, te weten Programmalijn 2: duurzame en veerkrachtige regionale arbeidsmarkt. Met name de ontwikkeling van de Green Flower Campus versterkt de ambities uit het deelakkoord en maakt samenwerking tussen bedrijven, onderwijs en overheid concreet.

Beoogde resultaten

Met een totaal budget van een kleine 3 miljoen euro en een subsidiebedrag van ruim 7 ton wordt aangesloten bij de doelstellingen van de Zuid-Hollandse HCA:

  • 640 werknemers in staat stellen om zich te ontwikkelen
  • 191 werkgevers helpen arbeid beter te gebruiken
  • 90 flexwerkers ontwikkelperspectief bieden
  • 240 transities over sector- en/of regiogrenzen
  • 320 onderbenutte deeltijdwerkers meer aan het werk
  • 1.060 internationale medewerkers behouden of aantrekken

Na de eerdere lancering tijdens het Zuid-Hollands Industrie Event (ZIE) is inmiddels het talentprogramma Beethoven Zuid-Holland in uitvoering. De regio’s Zuid-Holland, Brainport, Twente en Groningen zijn door de Rijksoverheid gevraagd om een plan in te dienen voor het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent. In opdracht van de Economic Board Zuid-Holland (Human Capital Agenda) heeft bureau Birch ondersteuning verleend aan de betrokken kennisinstellingen, bedrijven en partners, om te komen tot een ambitieus, onderbouwd en realistisch Regioplan. Hiervoor is de komende jaren in totaal 43 miljoen euro subsidie voor vanuit het Rijk.

De kerngroep vanuit de kennisinstellingen werd gevormd door de TU Delft, De Haagse Hogeschool, Hogeschool Inholland en ROC Mondriaan. Ook zijn andere onderwijsinstellingen als Universiteit Leiden, de ROC’s (Via Delta) en de Leidse Instrumentmakers School betrokken. Met het bedrijfsleven wordt intensief samengewerkt, onder meer via HiDelta en QUST.

In Zuid-Holland wordt maar liefst 50% van alle Nederlandse technici opgeleid en veel bedrijven en ketenpartners van ASML zijn er gevestigd. De eerste resultaten worden al zichtbaar. Zoals de lancering van nieuwe technische opleidingsvarianten en een ambitieuze wervingscampagne voor internationale masterstudenten (zie: www.hightechuniversities.nl).

 

>>Lees verder: https://www.economicboardzuidholland.nl/e43-miljoen-beethovengeld-voor-zuid-holland/

In zijn nieuwste column staat Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital, stil bij de zogenoemde “productiviteitsparadox”. Waarom lijken drukke mensen vaak meer gedaan te krijgen? En hoe beïnvloedt de zomervakantie onze arbeidsproductiviteit? Met een knipoog en scherpe analyse laat Ron zien dat rust en reflectie minstens zo belangrijk zijn als hard werken. Zo legt hij de basis voor de productiviteitsagenda waar het HCA-team dit najaar mee aan de slag gaat.

 

De productiviteitsparadox

Wil je iets snel gedaan krijgen, vraag het dan aan iemand die het druk heeft. Dat lijkt op het eerste gezicht onlogisch, maar mijn ervaring is dat het prima werkt. De logica is als je er even over nadenkt ook best voor de hand liggend. Mensen die iets gevraagd wordt terwijl ze druk zijn, doen het er even tussendoor, klaren het klusje, handelen het af en kunnen weer verder. Iemand die meer of alle tijd heeft, denkt er eerst even over na, kauwt er eens op, maakt een plannetje en al die tijd lijkt er op het eerste gezicht weinig te gebeuren.

Het zomerreces zorgt dan ook voor een driedubbele daling in de arbeidsproductiviteit. In de eerste plaats is een groot deel van het land op vakantie en hoewel de doevakanties in populariteit toenemen, wordt vakantie niet met (arbeids)productiviteit geassocieerd.

Ten tweede dragen sommige sectoren aanzienlijk meer bij aan ’s lands arbeidsproductiviteit dan andere. Hoog staan delfstofwinning, financiële dienstverlening en de informatie en communicatiesector, juist sectoren waar medewerkers en masse de zomerse kuierlatten nemen. Laag staan onder andere de horeca en de detailhandel, sectoren die de langvakantievierende schoolverlaters toevlucht bieden om de verveling te verdrijven.

En als derde en in lijn met mijn betoog: het is zomers gewoon minder druk. Collega’s en of partijen waarmee je samenwerkt zijn op vakantie en daardoor onbereikbaar. Er kan minder, waarmee hetgeen wel gedaan kan worden, ook best tot morgen kan wachten. Ik merk het aan mezelf, ik werk door deze zomer, mijn output ligt lager. Het schrijven van deze column heb ik al een paar dagen voor me uitgeschoven.

Is deze column daarmee, in het belang van de noodzakelijke arbeidsproductiviteitsverhoging, een pleidooi voor afschaffing van de (zomer)vakantie? Zeker niet. Rust biedt ruimte. We leven in een tijd waarin druk zijn bijna een statussymbool is geworden en mensen trots zeggen dat ze geen tijd hebben. Dit zegt evenwel niet direct iets over de kwaliteit van de output. Vergelijk het met de hamster in het loopwiel, veel inspanning, geen vooruitgang. Meer van hetzelfde. Juist de vakantie biedt de ruimte om dieper op dingen door te gaan, ergens iets langer bij stil te staan, een wandeling te ondernemen waar nieuwe ideeën ontstaan en die ervoor zorgt dat je iets op een nieuwe en betere manier bekijkt en aanpakt.

Na de zomer gaan we met ons team Human Capital werken aan een productiviteitsagenda. Gelukkig ga ik in september nog even op vakantie.

– Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital

We zijn verheugd om jullie voor te stellen aan onze nieuwe collega, Thaïza Kwas, die ons team komt versterken als Communicatie- en Kennisadviseur Human Capital bij de Economic Board Zuid-Holland en de Provincie Zuid-Holland. Thaïza gaat zich richten op de ontwikkeling van de Lerende Kennisomgeving binnen de Human Capital Agenda Zuid-Holland en op het zichtbaar maken van de resultaten die we samen met partners realiseren. Benieuwd naar onze nieuwe collega? Dat begrijpen we, en daarom stellen we haar graag alvast via deze weg aan je voor:

Welke expertise breng je mee in het EBZ-team?

“De afgelopen jaren heb ik in verschillende rollen bij adviesbureaus gewerkt voor uiteenlopende sectoren. De rode draad in mijn werk is altijd geweest: oplossen, uitzoeken, mensen bij elkaar brengen en beweging creëren. Het voelde voor mij als het juiste moment om niet langer als extern adviseur, maar direct in dienst van de publieke zaak te werken aan maatschappelijke en economische vraagstukken. Dat heb ik gevonden binnen dit team. Het geeft me een goed gevoel dat we met een toegewijd team de komende jaren gestructureerd kunnen toewerken naar concrete resultaten.”

Wat zijn jouw persoonlijke ambities die je in je professionele leven nastreeft?

“Ik wil communicatie inzetten als strategisch middel: niet alleen om zichtbaar te zijn, maar ook om te verbinden, te inspireren en ervoor te zorgen dat de beweging groter wordt dan de som der delen. Het klinkt misschien cliché, maar samen bereik je echt meer dan alleen. De triple helix-samenwerkingen binnen de Human Capital Agenda zijn daar een perfect voorbeeld van: door samenwerking kun je versnelling en systeemdoorbraken realiseren. Het bouwen aan een lerende kennisomgeving zie ik daarbij als een prachtig en belangrijk doel.”

Wat spreekt jou aan in de Human Capital Agenda?

“Met de aangescherpte agenda 2025–2030 ligt er een duidelijke focus op de lerende kennisomgeving. Samen met alle partners leren, delen en doen wat werkt: dat spreekt me enorm aan. Het geeft veel energie om hier samen met bevlogen collega’s en partners aan te bouwen.”

En tot slot: waar kijk je naar uit in je nieuwe rol?

“Ik kijk ernaar uit om alle partners persoonlijk te ontmoeten, van elkaar te leren en samen de regio in de volle breedte verder te versterken. De stevige basis die de afgelopen jaren is gelegd, mede door mijn voorganger Renee Bakker, geeft vertrouwen dat we samen mooie nieuwe stappen kunnen zetten.”

Welkom bij het team, Thaïza. We kijken uit naar de samenwerking!

TK
Even sparren?
Dat kan! Neem contact op met Thaïza via thaiza.kwas@economicboardzuidholland.nl.

De Nederlandse economie staat voor een fundamentele uitdaging: de groei van de arbeidsproductiviteit blijft al decennia achter bij die van vergelijkbare landen. Waar andere economieën erin slagen per gewerkt uur meer waarde toe te voegen, is Nederland de afgelopen jaren vooral ‘arbeidsintensief’ gegroeid. Dat leverde welvaartsgroei op, maar niet de noodzakelijke productiviteitssprong die essentieel is voor ons toekomstig verdienvermogen.

Brede welvaart onder druk

De druk op de arbeidsmarkt neemt verder toe door vergrijzing en afname van het aantal jonge instromers op de arbeidsmarkt. Extra arbeidsinzet is nauwelijks meer mogelijk. Tegelijkertijd vragen grote maatschappelijke transities, zoals de energietransitie, digitalisering en verduurzaming van de zorg, juist om een forse productiviteitsstijging. Zonder deze sprong dreigt ons verdienvermogen en de brede welvaart onder druk te komen.

Oorzaken van achterblijvende productiviteitsgroei

Uit onderzoek van TNO blijkt dat een combinatie van factoren de productiviteitsgroei afremt. Zo groeide de Nederlandse economie vooral door meer werkuren in plaats van productiviteitsstijging. Ook de sterke afhankelijkheid van laagproductieve sectoren, lage private investeringen in R&D en innovatie, en de beperkte verspreiding van innovaties naar het mkb spelen een rol. Daarbij zorgen flexibilisering en loonmatiging voor minder prikkels om in menselijk kapitaal en arbeidsbesparende technologie te investeren.

Internationale vergelijking

Hoewel Nederland behoort tot de landen met een hoog productiviteitsniveau (88 dollar per gewerkt uur, boven het OESO-gemiddelde), is het groeitempo fors lager dan in buurlanden. Met name na de Grote Recessie bleef herstel van productiviteitsgroei achter, waar België en Duitsland wel een inhaalslag maakten.

Vier oplossingen voor een productief groeipad

TNO schetst vier oplossingsrichtingen om Nederland op een toekomstbestendig groeipad te zetten:

  1. Structuurverandering – Vergroten van het aandeel hoogproductieve en R&D-intensieve activiteiten, verminderen van de afhankelijkheid van laagproductieve sectoren en goedkope arbeid.
  2. Human centred technologie – Investeren in arbeidsbesparende en arbeidsondersteunende technologie die productiviteit verhogen en de kwaliteit van werk verbetert.
  3. Versnellen van innovatie en kennisspillovers – Het mkb ondersteunen bij toepassing van technologische en sociale innovaties en kennis beter laten stromen van koplopers naar het brede bedrijfsleven.
  4. Continu leren en ontwikkelen – Sterke inzet op leven lang ontwikkelen, upskilling en reskilling, en een arbeidsmarkt die meer gebaseerd is op skills in plaats van diploma’s.

Samen aan zet

De opgave is helder: Nederland moet van een arbeidsintensief naar een productief groeimodel. Dit vraagt om gezamenlijke inzet van overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen. Door structureel te investeren in R&D, innovatie en menselijk kapitaal kan Nederland weer aansluiten bij de internationale kopgroep en bouwen aan een concurrerende, toekomstbestendige economie.

>>Meer lezen? Download hier de whitepaper: https://www.tno.nl/nl/newsroom/insights/2025/01/arbeidsproductiviteit-moet-omhoog/

Een uitgave van TNO, geschreven door Thijmen van Bree, Joris Vierhout en Goedele Geuskens, januari 2025.