De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) hield haar Voorjaarsbijeenkomst op maandag 18 mei bij Koedood Marine Group in Hendrik-Ido-Ambacht. Op een plek waar innovatie, maakkracht en vakmanschap dagelijkse praktijk zijn, gingen Zuid-Hollandse economische sleutelspelers het gesprek aan over weerbaarheid, versnelling en het strategische belang van de regio in een veranderende wereld.

 

Voorzitter Femke Brenninkmeijer: stilstand is geen optie

EBZ-voorzitter Femke Brenninkmeijer schetste een indringend beeld van de wereld om ons heen: geopolitieke verschuivingen, toenemende klimaatrisico’s, netcongestie die verduurzaming blokkeert, en tegelijkertijd pensioenfondsen die klaar staan om honderden miljoenen in innovatie te investeren. Haar boodschap was helder: we weten wat er moet gebeuren, we hebben het kapitaal, de technologie en de mensen – maar we organiseren het niet snel genoeg.

“Weerbaarheid gaat niet alleen over beschermen wat we hebben. Het gaat over het vermogen te handelen. Om te investeren. Om op het juiste moment te versnellen.”

 

Femke Brenninkmeijer Voorjaarsbijeenkomst EBZ 2026

 

Brenninkmeijer benadrukte de kracht van het Zuid-Hollandse ecosysteem: de haven van Rotterdam, het Leiden Bio Science Park, YES!Delft, een sterke kennis- en onderwijsinfrastructuur. Maar ze was ook direct over de zwakke plek: goed in plannen, maar onvoldoende snel in uitvoeren. De EBZ zet daarom in op het mobiliseren van privaat kapitaal, het opschalen van startups en scale-ups en het wegnemen van procedurele knelpunten.

“De vraag is niet of het geld er is. De vraag is: maken we het aantrekkelijk genoeg om hier te investeren?”

 

Staatssecretaris Derk Boswijk: weerbaarheid vraagt om samenwerking

Staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie schetste een wereld die harder, onveiliger en onvoorspelbaarder is geworden. Nederland moet snel weerbaarder worden – en dat is geen taak van Defensie alleen. Juist het bedrijfsleven en de kennisinstellingen spelen een cruciale rol. Boswijk ziet in Zuid-Holland een regio die daarvoor bij uitstek is uitgerust: van maritieme techniek en offshore tot sensoren, drones, cyber- en quantumtechnologie. Die innovatiekracht is direct relevant voor de veiligheid van Nederland en Europa.

 

Staatssecretaris Derk Boswijk Voorjaarsbijeenkomst EBZ

 

Hij wil de relatie met de industrie dan ook fundamenteel veranderen: weg van de klassieke klant-leverancier-verhouding, naar een strategisch partnerschap. Niet voor niets sloot Defensie vorig jaar een intentieverklaring met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en de EBZ om innovatieve bedrijven sneller te verbinden aan defensievraagstukken.

“Overheid en bedrijfsleven zijn in dit model veel minder gescheiden werelden, maar partners met een gedeelde verantwoordelijkheid.”


Gastheer Koedood: innovatie als dagelijkse praktijk

Het woord werd mede gevoerd door Toon Mühlheim, Business Development Director van Koedood Marine Group. Als gastheer verwelkomde hij de aanwezigen op een locatie die het thema van de avond bij uitstek belichaamt: een maritiem maakindustriebedrijf dat werkt aan de schepen en systemen van de toekomst. Koedood is daarmee zelf een voorbeeld van de maakkracht die Zuid-Holland te bieden heeft.

 

 

Burgemeester Nanning Mol: Drechtsteden als motor van de regio

Namens de regio Drechtsteden sprak burgemeester Nanning Mol van Dordrecht. Hij typeerde de Drechtsteden als één van de belangrijkste maritieme maakregio’s van Europa, waar bedrijven dagelijks werken aan scheepsbouw, offshore, energietransitie en defensietoepassingen. Mol benadrukte dat de kracht van de regio niet alleen zit in wat er gemaakt wordt, maar in hoe bedrijven, onderwijs en overheid samenwerken – onder meer via het De Witt Toekomstpact.

 

“Een sterke maakindustrie betekent niet alleen economische groei, maar ook strategische onafhankelijkheid en leveringszekerheid.”

 

Burgemeester Nanning Mol

 

Zuid-Holland als Europese koploper

De bijeenkomst bevestigde de ambitie van de EBZ: Zuid-Holland is geen regio aan de rand van Europa, maar een van de krachtigste economische ecosystemen van het continent. De opgave is nu om die kracht sneller te vertalen naar uitvoering. Want, zoals Brenninkmeijer afsloot met een verwijzing naar Peter Wennink: wie geen plek aan tafel heeft, staat waarschijnlijk op het menu.

 

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) verbindt ondernemers, kennisinstellingen en overheden om de economie van Zuid-Holland te vernieuwen, verduurzamen en versterken.

 

Voorjaarsbijeenkomt EBZ

 

Elektrificatie is het werkpaard van de energietransitie. Krachtig, bewezen en essentieel. Maar dat werkpaard heeft meer ruimte nodig dan het net op dit moment biedt. Netcongestie remt ons tempo — en daarmee ook onze klimaatambities. Het goede nieuws? We weten precies wat er moet gebeuren.

De sleutels liggen er al

De vertraging zit niet in de techniek. Die is er. Ze zit in vergunningen, procedures en de manier waarop de overheid zijn eigen rol benut. En dat is eigenlijk hoopvol nieuws: dit is oplosbaar. De overheid is tegelijk vergunningverlener, beleidsmaker én aandeelhouder van de netbeheerders. Dat betekent dat we drie keer invloed hebben. Drie keer een kans om te versnellen. Die kans moeten we nu grijpen.

Bouwen blijft de basis, meer net, meer capaciteit, betere interconnectoren met onze buurlanden. En ondertussen helpen slimme oplossingen zoals het aansluitoffensief om de druk te verlichten. Maar de grootste winst zit in transparantie: als iedereen, overheden, bedrijven, netbeheerders, precies weet waar het net vol zit en wanneer, kunnen we samen veel slimmere keuzes maken.

Van aanbod naar vraag: een strategische kans

Er ligt ook een bredere kans die we nog onvoldoende benutten. Nu richten we ons sterk op het aanbod van duurzame energie. Maar door ook de vraagkant te organiseren, door elektrificatie bij bedrijven en huishoudens actief te stimuleren, versterken we de businesscase voor wind op zee én versnellen we de transitie. Een grote coalitie van bedrijven, organisaties en NGO’s pleit hier al voor. Ze hebben gelijk.

Tegelijk moeten we eerlijk zijn over leveringszekerheid. Een capaciteitsmechanisme voor regelbare elektriciteitsproductie is geen rem op de transitie, het is de verzekering die ons de tijd geeft om die transitie goed te voltooien. En zolang kerncentrales nog in aanbouw zijn, blijven gascentrales een buffer bij periodes van weinig zon en wind. Lokaal geproduceerd gas van de Noordzee is daarbij de meest duurzame en minst afhankelijke optie.

Nederland als koploper, niet als slachtoffer

De energieprijzen in Nederland zijn hoog, hoger dan elders in Europa. Dat zet onze industrie onder druk. Maar juist hier ligt een opgave én een kans: door netcongestie aan te pakken, nettarieven eerlijker te maken en een gelijk Europees speelveld na te streven, maken we Nederland weer aantrekkelijk voor de strategische industrie van de toekomst.

Een snelle aanpak van netcongestie versnelt elektrificatie, versterkt leveringszekerheid én verbetert de businesscase voor duurzame energie. Die drie versterken elkaar, als we ze samen oppakken.

De instrumenten liggen klaar. De kennis is er. Nu is het tijd voor tempo, keuzes en uitvoering. Het net staat vol, en dat is het startschot, niet de eindstreep.

 

LLO op de agenda: regio vraagt om daadkracht

Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (Progressief Nederland) bracht vrijdag 17 april een werkbezoek aan Stroomopwaarts. Haar bezoek stond in het teken van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en de noodzaak om landelijke ambities beter te laten landen in de regionale praktijk. Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland zijn als drie organisaties gezamenlijk actief betrokken binnen LLO in Zuid-Holland en constateren dat het huidige LLO-beleid vaak te versnipperd is en pleiten daarom voor meer samenhang, duidelijke keuzes en een sterke regionale uitvoering.

Samen werken aan een toegankelijk LLO-systeem

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan. Vanuit de Human Capital Agenda wordt gewerkt aan het verbinden van initiatieven en het versterken van samenhang tussen vraag en aanbod. Waar de Techniekcoalitie zich richt op vraagbundeling vanuit werkgevers, zorgt Via Delta dat het opleidingsaanbod overzichtelijk en toegankelijk wordt. Stroomopwaarts vervult een cruciale rol in de toeleiding en begeleiding van mensen. Deze geïntegreerde aanpak draagt bij aan een beter functionerend LLO-systeem.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

LLO en re-integratie: aanvulling, geen vervanging

Betrokken organisaties juichen de extra politieke aandacht en middelen toe, maar waarschuwen dat het huidige beleid in de praktijk vaak onoverzichtelijk en lastig toegankelijk is. Dit geldt in het bijzonder voor de mensen die scholing het hardst nodig hebben, zoals praktisch opgeleiden, ouderen, flexwerkers en niet-werkenden. Een belangrijk aandachtspunt tijdens het bezoek is de relatie tussen LLO en re-integratie. Hoewel preventie cruciaal is om uitval te voorkomen, benadrukken de regionale partners dat re-integratie essentieel blijft voor groepen die pas na uitval bereikt worden. Investeringen in LLO mogen daarom niet ten koste gaan van re-integratiebudgetten; beide zijn hard nodig en moeten elkaar aanvullen.

Verder werd gesproken over de inzet van individuele leerrechten. Hoewel deze rechten kansen bieden voor meer eigen regie, waarschuwen de organisaties ook voor een zogenoemd ‘zoek-het-zelf-uit’-model. Want, zonder goede begeleiding dreigt ongelijkheid, waarbij vooral hoger opgeleiden die wel de weg weten te vinden een streepje voor hebben op lager opgeleiden. Juist regionale partijen, onderwijsinstellingen en sociale partners spelen een belangrijke sleutelrol in begeleiding en matching.

Basisvaardigheden en regionale structuren als fundament

Tot slot legden we tijdens het bezoek de link met actuele beleidsontwikkelingen, zoals de talenagenda van het ministerie, waarbij de EBZ betrokken is. Wij pleiten ervoor om basisvaardigheden nu structureel te verbinden aan LLO en werk. Ook benadrukken wij de wens om de uitvoering van LLO-beleid te laten verlopen via bestaande, goed functionerende regionale structuren zoals de Human Capital Agenda (HCA), Via Delta en Stroomopwaarts.

De gezamenlijke ambitie van Via Delta, EBZ, Stroomopwaarts en Mikal Tseggai is helder: LLO moet eerlijk, samenhangend en uitvoerbaar worden. Dit vraagt om scherpe keuzes, publieke regie en het optimaal benutten van de kracht in de regio.

Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de Economic Board Zuid-Holland presenteren een gezamenlijke Kijk op Campussen. Met deze aanpak willen de drie partijen het sterke netwerk van campussen in de regio beter benutten en de samenwerking voor stakeholders eenvoudiger en effectiever maken.

Zuid-Holland heeft de hoogste campusdichtheid van Nederland. Tegelijkertijd blijft het potentieel nog deels onbenut. De nieuwe gezamenlijke visie brengt daar verandering in door meer samenhang, duidelijkheid en samenwerking te creëren.

 

Sterk netwerk van innovatiecampussen als basis

Zuid-Holland kent al een sterk en actief netwerk van innovatiecampussen. Veel campussen werken samen, delen kennis en versterken elkaar via regionale en nationale netwerken, onder andere op het gebied van technologieontwikkeling, talent en valorisatie. Zo werkt Leiden Bio Science Park intensief samen met andere toonaangevende campussen aan kennisdeling en innovatie, terwijl Campus Gouda in de opbouwfase actief leert van andere initiatieven via werkbezoeken en intervisienetwerken.

Tegelijkertijd liggen er nog duidelijke kansen om dit netwerk beter te benutten. Denk aan het sterker verbinden van R&D-activiteiten en het stimuleren van cross-overs tussen sectoren zoals Life Sciences & Health, technologie en maatschappelijke opgaven zoals bodem en water. Ook op het gebied van positionering en investeringskeuzes is winst te behalen: waar Leiden Bio Science Park inzet op internationale topposities, ontwikkelt Campus Gouda zich rond regionale vraagstukken. Door deze profielen beter op elkaar af te stemmen, kan Zuid-Holland zich als geheel krachtiger positioneren.

De gezamenlijke kijk op Campussen speelt hierop in door richting te geven en samenhang te brengen. Door betere afstemming tussen provincie, MRDH en Economic Board Zuid-Holland ontstaat meer focus en kunnen middelen en inspanningen effectiever worden ingezet, onder andere op het gebied van talentontwikkeling en samenwerking tussen campussen.

“De gezamenlijke Kijk op Campussen biedt een gedeeld strategisch kader dat onze rol als internationale hotspot voor Life Sciences & Health versterkt. Het helpt ons om samenwerking met andere campussen te verdiepen en investeringen in innovatie en talent beter af te stemmen.”
— Esther Peters, Leiden Bio Science Park

 

Wat verandert er concreet voor stakeholders?

Met de gezamenlijke Kijk op Campussen introduceren de partijen onder andere het:

  1. Eén loket: het ‘no wrong door’-principe. Initiatieven kunnen bij elk van de drie organisaties terecht en worden altijd naar de juiste plek geleid.
  2. Transparantie: er komen heldere criteria en verwachtingen voor innovatiecampussen en de onderlinge afstemming tussen de organisaties wordt versterkt.
  3. Intensieve samenwerking: de drie organisaties werken nauw samen, zodat campussen actief met elkaar verbonden worden om kennis te delen, van elkaar te leren en samenwerking te versterken.

Deze aanpak moet ervoor zorgen dat campussen zich beter kunnen ontwikkelen en dat publieke en private investeringen effectiever worden ingezet.

 

Verschillende campussen, gedeelde ambitie

De kracht van Zuid-Holland zit in de diversiteit aan innovatiecampussen: van internationaal toonaangevende clusters tot regionale netwerken rond maatschappelijke opgaven. Zo is Leiden Bio Science Park een Europese koploper in Life Sciences & Health, terwijl Campus Gouda zich richt op thema’s als zorg, bodemdaling en logistiek en partijen samenbrengt om te leren en te innoveren.

Juist in die diversiteit liggen kansen. Door betere afstemming en gerichte investeringen kan samenwerking worden versterkt, ontstaan meer cross-overs tussen sectoren en wordt het regionale innovatiesysteem krachtiger. Dat draagt bij aan sterkere R&D, talentontwikkeling en internationale concurrentiekracht.

“Voor ons als netwerkcampus zijn samenwerking en kennisdeling essentieel. De gezamenlijke aanpak helpt om relaties met andere campussen te versterken en samen innovatie rond thema’s zoals bodem en water verder te brengen.”
— Frank Slingerland, Campus Gouda

5 jaar Campus Gouda
Viering 5 jaar Campus Gouda

 

Innovatiecampussen spelen een sleutelrol in de economie van morgen. Door bestaande samenwerking te versterken en gerichter in te zetten op kansen zoals R&D, talent en positionering, ontstaat een stevig fundament om deze rol verder uit te bouwen.

 

Bekijk hier de Kijk op Campussen: Kijk op Campussen

 

Voor meer informatie of contact

 

Op vrijdag 27 maart vond de EBZ-vergadering plaats in de Rotterdam Science Tower. Dit is één van de hubs van Rotterdam Square, versterker van het ecosysteem van onderzoek, onderwijs, bedrijven en faciliteiten in de Life Sciences & Health-sector binnen de regio Rotterdam, met een focus op health & tech. Directeur Ellen Smit, tevens lid van de Kopgroep Innovatiecampussen, vertelde over de ontwikkelingen en de ambities van Rotterdam Square en de verschillende samenwerkingen in de regio, Nederland en Europa.

Aan het begin van de vergadering werden nieuwe leden Luc Sels (Voorzitter Collge van Bestuur Universiteit Leiden), Ingrid Thijssen (Voorzitter Collge van Bestuur TU Delft) en Pieter Verhoeve (burgemeester gemeente Gouda) welkom geheten. Daarna werd stilgestaan bij de gevolgen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Boudewijn Siemons, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, vertelde over de effecten op energie, voor zowel olie als gas stijgen de prijzen. Olie en gas vertonen verschillende reacties op de crisis. Een aantal fabrieken in Azië staan inmiddels stil door de hiervoor besproken disrupties. Dit leidt tot verstoring van de supply. De ernst van de verstoringen wordt bepaald door hoe lang dit zal aanhouden en of nog meer energie-installaties zullen worden geraakt. Dit wordt onderschreven door enkele analyses die de Rabobank heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat regio’s waarin energie-intensieve sectoren groot zijn het sterkst worden geraakt. Daarnaast zijn de industrie, bouw, vervoer, groothandel en de reisbranche het meest gevoelig voor de economische gevolgen van het conflict. Bij een kortdurend conflict van enkele weken wordt een inflatie van 2,7% (+0,3%) verwacht. Enkele maanden sluiting van de Straat van Hormuz leidt tot een inflatie van meer dan 3%. Wanneer er sprake is van vernietiging van kritische infrastructuur voor de productie/opslag van olie en gas loopt de inflatie zelfs op tot 4,3 tot 5,0%. Dat betekent een verdubbeling van de energierekening voor flexibele en nieuwe contracten (+€400) en €1 extra per liter benzine.

Ook werd kort stilgestaan bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. In alle 50 gemeenten van Zuid-Holland worden momenteel nieuwe coalities verkend. Ook werd nog een update gegeven over de verkenning Life Sciences & Health, waar in een consultatiebijeenkomst is aangegeven graag te willen starten met een EBZ-taskforce Life Sciences & Health. De komende periode wordt hiervoor aan een voorstel gewerkt.

Startups en scale-ups

Sinds begin dit jaar is onder de vlag van de EBZ de taskforce startup scale-up gestart. Voorzitter Joeri van den Steenhoven, tevens lid College van Bestuur van de Hogeschool Leiden, vertelde over de ambities van het startup en scale-up programma:

  • Het verdubbelen van het aantal startups (van 1.750 naar 3.500)
  • Vergroten van de ratio startups/scale-ups in de regio (van 19% naar 25%)
  • Het creëren van 10 internationale marktleiders in Zuid-Holland in 2037

Zuid-Holland telt ruim 1.500 startups en scale-ups. Zuid-Holland heeft een sterk en divers ecosysteem van startups en scale-ups, maar de laatste jaren is er weinig groei van startups en veel te weinig doorgroei naar scale-ups en verder naar internationaal marktleider. Ook presenteerde Joeri de top 25 scale-ups van Zuid-Holland, waarvan de taskforce het accountmanagement wil verbeteren. Dit zorgt ervoor dat niet alleen deze bedrijven beter gefaciliteerd kunnen worden in hun groei en ontwikkeling maar ook de toekomstige topbedrijven kunnen worden geholpen.

In de komende periode wil het programma actief accountmanagement voeren om hen te helpen verder te groeien in Zuid-Holland. Daarnaast wil het programma op de lange termijn gezamenlijk gericht het ecosysteem voor startups en scale-ups in Zuid-Holland versterken. Voor meer informatie, kijk op de pagina van de taskforce startup scale-up.

Verdeling van schaarse ruimte

Het tweede punt op de agenda ging over de verdeling van schaarse ruimte. Het Rijk werkt momenteel aan een nieuwe Nota Ruimte: hoe verdelen we de ruimte in Nederland? En hoe ziet dat er uit in 2050? Binnen Zuid-Holland zijn hiervoor drie Nationale Omgevingsvisies Extra (NOVEX) voor aangewezen: de Zuidelijke Randstad (gebied tussen Leiden en Dordrecht), Haven en Groene Hart. Marijn Fraanje, directeur Ruimte & Economie van de gemeente Den Haag, lichtte de NOVEX Zuidelijke Randstad, programmalijn toekomstbestendige economie toe, waar de verdeling van de ruimte voor economie in 2050 centraal staat. Hier wordt de komende periode met ondersteuning vanuit TNO verder invulling aan gegeven.

 

Tijdens ZIE 2026, hét event voor de Zuid-Hollandse industrie, was de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) sterk aanwezig met zowel de Taskforce Technologische Industrie als de Taskforce Human Capital. Het evenement blijft groeien en bracht opnieuw een brede groep samen van bedrijven, onderwijsinstellingen, overheden en kennispartners.

De technologische industrie in Zuid-Holland speelt een sleutelrol in de grote maatschappelijke transities van deze tijd, zoals de energietransitie, digitalisering en automatisering. Met ruim 7.000 bedrijven en meer dan 120.000 werknemers is de sector een belangrijke onderdeel voor innovatie en economisch verdienvermogen in Zuid-Holland.

ZIE 2026 beursstand

Human Capital als sleutel tot transitie
Tegelijkertijd staat de sector voor een urgente uitdagingen. Ruimte, kapitaal (R&D), wet- en regelgeving. Daarnaast is er een groot structureel en groeiend tekort aan technisch talent. Want met een tekort aan talent is het lastiger om innovatief, wendbaar en concurrerend te zijn. Dit vraagt om gerichte inzet op het opleiden, toeleiden en behouden van mensen voor de sector. De Taskforce Technologische Industrie en de Taskforce Human Capital werken daarom intensief samen, onder andere via initiatieven zoals de Techniek Coalitie Zuid-Holland en Beethoven Zuid-Holland.

 

De inzet richt zich op de hele arbeidsmarkt: van jongeren die kiezen voor techniek tot zij-instromers en ervaren professionals die zich moeten blijven ontwikkelen. Leven lang ontwikkelen wordt steeds belangrijker door snelle technologische veranderingen, net als het erkennen van skills boven diploma’s en het begeleiden van mensen van werk naar werk. Daarbij is er expliciet aandacht voor het benutten van onbenut talent en het vergroten van kansengelijkheid.

Jeffrey van Meerkerk - ManpowerGroup en Taskforce Human Capital EBZ

Innovatie en samenwerking centraal
Daarnaast blijft Zuid-Holland een broedplaats voor innovatieve deep tech bedrijven, actief in onder andere quantumtechnologie, fotonica, halfgeleiders en energiematerialen. Deze bedrijven dragen bij aan een sterke en toekomstbestendige industrie, maar hebben ook behoefte aan voldoende talent en ruimte om te groeien.

De groei en populariteit van ZIE benadrukken de toenemende behoefte aan samenwerking en kennisdeling binnen de regio. De EBZ blijft zich inzetten om partijen te verbinden en gezamenlijk te werken aan een krachtige, innovatieve en inclusieve technologische industrie.

ZIE 2026 DIGITALZH

Bekijk de terugblik van ZIE 2026:
https://www.flickr.com/photos/mikrocentrum/albums/72177720332465413/

 

Zuid-Holland staat voor grote economische en maatschappelijke opgaven. Die uitdagingen kunnen we alleen samen aanpakken. Dagelijks zetten mensen zich (vaak achter de schermen) in om onze regio sterker, innovatiever en duurzamer te maken. In de rubriek 5 vragen aan spreken we de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Human Capital Agenda Zuid-Holland. We gaan in gesprek met ondernemers, projectleiders, kwartiermakers, onderzoekers, beleidsmakers en andere partners die werken aan het menselijk kapitaal van Zuid-Holland. Wat motiveert hen? Welke kansen zien zij in de regio? En wat is er volgens hen nodig om blijvende impact te maken? Dit keer vijf vragen aan Fennand van Dijk van de Food Innovation Academy. 



Fennand van Dijk
Fennand van Dijk, Projectleider Deelakkoord Food Innovation Academy

 

Samen werken aan een toekomstbestendige voedingssector met Fennand van Dijk

Food Innovation Academy versnelt talentontwikkeling, innovatie en instroom in Zuid-Holland. Fennand van Dijk is projectleider van de Food Innovation Academy in Vlaardingen en betrokken bij de uitvoering van het HCA-deelakkoord (2025–2027) voor de voedingsindustrie in Zuid-Holland. In zijn werk verbindt hij bedrijven, onderwijs en overheid rond vraagstukken op het gebied van talentontwikkeling, innovatie en arbeidsmarktvernieuwing. Door samenwerking te stimuleren en nieuwe leerconcepten te ontwikkelen, wil hij bijdragen aan een toekomstbestendige voedingssector en een sterke regionale economie.

“De voedingssector staat voor grote veranderingen. Juist daarom moeten we blijven investeren in mensen,” zegt Fennand.

 

De voedingssector zet in op talent, innovatie en instroom

Welke concrete doelen streef je in dit Deelakkoord na om de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt te vernieuwen?

 “Wij willen dat leren en innoveren net zo vanzelfsprekend worden als produceren,” vertelt Fennand. “Daarom werken bedrijven, onderwijs en overheden in de Food Innovation Academy samen aan drie doelen: meer instroom, meer innovatiekracht en een sterker imago van de sector.”

 Bedrijven uit de sector werken samen met het onderwijs (Lentiz en Inholland) en overheden (Gemeente Vlaardingen en de MRDH) om deze doelen te behalen. Inmiddels is er veel bereikt met opleidingen, onderzoek en bedrijven samen in één gebouw, met een Try & Taste-ruimte, meerdere laboratoria en keukens en met veel bezoekers en publieksactiviteiten. “De Food Innovation Academy is dé plek waar leren en innoveren in de voedingsindustrie samenkomen.”

De Food Innovation Academy is een netwerksamenwerking van bedrijven en partners op het gebied van leren en ontwikkelen. Hier komen vraagstukken en oplossingen rondom leren en innoveren van bedrijven en medewerkers bij elkaar. Dit helpt bedrijven koers te bepalen op grote thema’s zoals digitalisering, circulair ondernemen, de energietransitie en de wateropgave — met speciale aandacht voor de gevolgen voor (nieuwe) medewerkers.

Binnen de Human Capital Agenda 2025–2027 worden bedrijven en opleiders uitgedaagd om in een open systeem mee te denken over duurzame vakontwikkeling, innovatie, leiderschap en de groei naar een duurzaam businessmodel dat vanuit de markt en het coöperatieve gedachtengoed wordt bestendigd. Dit moet leiden tot een groter netwerk van bedrijven, dienstverleners en andere relevante partners.

De concrete doelstellingen voor de periode 2025–2027 zijn:

  • 600 medewerkers krijgen ontwikkelmogelijkheden via Leven Lang Ontwikkeltrajecten
  • 25 werkgevers worden ondersteund om arbeid slimmer te benutten
  • 150 mensen met onbenut arbeidspotentieel worden extra begeleid naar werk


Deelnemers SOCOCO FIA voorschakeltraject ontvangen certificaat
Deelnemers SOCOCO FIA voorschakeltraject ontvangen certificaat

 

Netwerkpartners bouwen samen aan een sterke arbeidsmarkt

Met welke partijen werk jij samen voor een sterke Zuid-Hollandse arbeidsmarkt?

Voedingsbedrijven uit het FIA-netwerk — waaronder Royal Steensma (onderdeel van Dawn Foods), Bakkerij Borgesius Rotterdam, Bakkerij Fuite en De Koning Vlees — werken samen met onderwijsinstellingen (Lentiz, Albeda en Inholland) en overheden en arbeidsmarktpartners zoals de gemeenten Vlaardingen en Rotterdam, MRDH, Stroomopwaarts en het UWV.

Voor het verbeteren van leven lang ontwikkelen binnen bedrijven heeft Lentiz Cursus & Consult de lead. Daarbij wordt gebruikgemaakt van het concept van de Horti Academy, dat eerder binnen de HCA-Greenport is ontwikkeld en inmiddels succesvol wordt toegepast in de voedingsindustrie.

“We werken vanuit de vraag van bedrijven — niet vanuit het aanbod.”

Dit concept kent vier pijlers: het ontdekken van de leervraag, het opzetten van leerroutes op basis van micro-leren, het ontwikkelen van medewerkers en samenwerking in een open systeem van bedrijven en opleiders. De bijdrage vanuit het HCA-deelakkoord van de provincie Zuid-Holland versnelt de uitrol van deze aanpak binnen de voedingsindustrie.

Om mensen met afstand tot de arbeidsmarkt sneller geschikt te maken voor openstaande vacatures in de sector, verzorgt social enterprise SOCOCO kortlopende trajecten van twaalf weken. Deze aanpak wordt ondersteund door een open digitale leeromgeving. Binnen de FIA wordt hiervoor nauw samengewerkt met het Werkgeversservicepunt Rijnmond, het UWV, werkcoaches van de gemeente Rotterdam, Stroomopwaarts en andere partners.



Walter de Waal - directeur Lentiz Cursus en Consult
Walter de Waal, Directeur Lentiz Cursus & Consult

Vraaggestuurd leren als grootste uitdaging

Waar zit volgens jou het spanningsveld dat we samen moeten oplossen?

 “De grootste uitdaging is om de Leven Lang Ontwikkelen-aanpak vanzelfsprekend vraaggestuurd te maken voor alle betrokken partners. Waarbij de vragen van de bedrijven uit de voedingsindustrie leidend zijn, in plaats van het opleidingsaanbod.”

Daarnaast vraagt het vinden en selecteren van de juiste en gemotiveerde deelnemers met afstand tot de arbeidsmarkt veel aandacht. Bijvoorbeeld bij de kortlopende trajecten die SOCOCO voor de voedingsindustrie organiseert.

 

Een sterke basis voor impact
Kun je lessen of tips delen aan partners die met vergelijkbare uitdagingen aan de slag gaan?

“Bij alle aandacht voor impact blijft het essentieel om de basis op orde te hebben.”

Naast eigenaarschap van de betrokken projectleiders is dit een belangrijke voorwaarde voor succes en duurzame impact.

 

Toewerken naar een toegankelijk leer- en innovatienetwerk
Welke blijvende verandering hoop jij dat we over vijf jaar in de regio zien dankzij deze samenwerking?

Fennand hoopt dat de Food Innovation Academy zich ontwikkelt tot een toegankelijk netwerk met een vraaggestuurde LLO-aanpak dat door een groeiend aantal medewerkers van bedrijven in de voedingsindustrie in Zuid-Holland gebruikt wordt. Waarbij bedrijven stelselmatig gebruik maken van methoden en technieken om tot verbetering van de productiviteit te komen.

Daarnaast hoopt Fennand op een goedlopend SOCOCO Connect opleidingsplatform voor de voedingsindustrie. Waar onderwijs, bedrijfsleven en participatiebedrijven in een open systeem hun leerlijnen en inwerkprogramma’s plaatsen. Vanuit dit platform doorlopen kandidaten de specifieke opleidingen van de partners van de FIA. En stromen bij het succesvol doorlopen van een 12-weekse leerlijn uit naar werkgevers in de voedingsindustrie.

Zo levert het FIA-netwerk een bijdrage aan het voeden van de toekomst in Zuid-Holland.



Perry van Gils - directeur SOCOCO
Perry van Gils, Directeur SOCOCO

Met deze rubriek willen we niet alleen de impact van onze samenwerkingen delen, maar ook laten zien wie de mensen achter de resultaten zijn. Zo maken we kennis, ervaring en inspiratie breed toepasbaar in Zuid-Holland en daarbuiten.

 

Nieuwe technologie, personeelstekorten en veranderende verwachtingen van werknemers zetten organisaties onder druk. Onderzoek van ManpowerGroup laat zien hoe werk wereldwijd verandert. Tijdens de bijeenkomst ‘Van Tekort naar Kans’ bij De Haagse Hogeschool lichtte Jeffrey van Meerkerk van ManpowerGroup en Taskforce Human Capital de trends toe waar werkgevers vandaag al op kunnen inspelen.

Vier trends die de toekomst van werk bepalen – inzichten voor werkgevers in Zuid-Holland 

Nieuwe technologie, een krappe arbeidsmarkt en een snel veranderende economie vragen om een andere manier van werken en samenwerken. Tijdens de bijeenkomst ‘Van Tekort naar Kans’ bij De Haagse Hogeschool deelde Jeffrey van Meerkerk (Directeur Strategische Relaties, ESG en CSR bij ManpowerGroup & Voorzitter Taskforce Human Capital bij de Economic Board Zuid-Holland) inzichten uit recent onderzoek van ManpowerGroup en de Human Capital Agenda Zuid-Holland. De centrale boodschap: duurzame oplossingen voor de arbeidsmarkt ontstaan alleen wanneer organisaties in de hele keten samenwerken en bereid zijn werk fundamenteel anders te organiseren. 

Het onderzoek Future of Work Trends 2026 laat zien dat de toekomst van werk wordt bepaald door snelle technologische ontwikkelingen, veranderende verwachtingen van werknemers en een groeiend tekort aan talent. Wereldwijd ondervroeg ManpowerGroup meer dan 40.000 werkgevers en 12.000 werknemers over ontwikkelingen op de arbeidsmarkt. De resultaten maken duidelijk dat organisaties hun manier van werken moeten herontwerpen om productiviteit, innovatie en duurzame inzetbaarheid te waarborgen. In totaal beschrijft het rapport zestien trends die de toekomst van werk wereldwijd beïnvloeden.

Volgens Van Meerkerk vraagt dat om een bredere blik op werk en talent. “Het gaat niet alleen om het invullen van vacatures,” benadrukte hij. “Het gaat erom hoe we werk slimmer organiseren, hoe we technologie inzetten en hoe we mensen blijven ontwikkelen. Alleen zo kunnen we de uitdagingen op de arbeidsmarkt structureel aanpakken.” 

Op basis van de inzichten uit het onderzoek en de regionale Human Capital Agenda lichtte hij vier trends uit waar werkgevers volgens hem nu al op kunnen inzetten: werk anders organiseren en technologie benutten om werkdruk te verlagen, Leven Lang Ontwikkelen centraal stellen, meer maatwerk bieden aan medewerkers om productiviteit te verhogen en de kennis van ervaren werknemers beter benutten via mentorschap voor volgende generaties. 

The Driving Forces Shaping The Workforce - Future of Work Trends ManpowerGroup

Vier trends voor werkgevers 

De inzichten uit het onderzoek laten zien dat de uitdagingen op de arbeidsmarkt niet met één oplossing zijn op te lossen. Volgens Van Meerkerk vraagt de toekomst van werk om een combinatie van technologische innovatie, anders organiseren van werk en gerichte investeringen in mensen. Hij benoemt vier ontwikkelingen waar werkgevers vandaag al op kunnen inspelen. 

 

  1. Organiseer werk anders en benut technologie

In veel sectoren blijft de werkdruk hoog door personeelstekorten en een groeiende vraag naar diensten. Door werk slimmer te organiseren en technologie strategisch in te zetten, kunnen organisaties taken anders verdelen en processen efficiënter maken. Denk aan automatisering van routinetaken, inzet van digitale hulpmiddelen of het herontwerpen van functies. Hierdoor ontstaat ruimte voor medewerkers om zich te richten op taken waar menselijke vaardigheden het verschil maken. 

 

  1. Zet Leven Lang Ontwikkelen centraal

Door snelle technologische ontwikkelingen veranderen vaardigheden steeds sneller. Investeren in Leven Lang Ontwikkelen wordt daarom een structureel onderdeel van toekomstbestendig personeelsbeleid. Naast vakinhoudelijke kennis worden juist menselijke vaardigheden belangrijker, zoals samenwerken, reflecteren en probleemoplossend vermogen. Deze vaardigheden vergroten de veerkracht van werknemers en helpen organisaties zich aan te passen aan veranderingen. 

 

  1. Meer maatwerk voor medewerkers verhoogt productiviteit

Organisaties die beter aansluiten bij de behoeften van medewerkers, zien vaak een hogere betrokkenheid en productiviteit. Dat kan bijvoorbeeld door flexibelere werktijden, persoonlijke ontwikkelpaden of meer ruimte voor autonomie in het werk. Door maatwerk te bieden kunnen werkgevers talent beter benutten en medewerkers langer duurzaam inzetbaar houden. 

 

  1. Borg kennis van ervaren werknemers

Door vergrijzing verlaten de komende jaren veel ervaren medewerkers de arbeidsmarkt. Daarmee dreigt ook waardevolle kennis verloren te gaan. Organisaties kunnen dit voorkomen door kennisoverdracht actief te organiseren, bijvoorbeeld via mentorschap, coaching of intergenerationele teams. Zo blijft expertise behouden en kunnen jongere generaties sneller groeien in hun rol. 

 

Samen werken aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt 

De trends laten zien dat de uitdagingen op de arbeidsmarkt niet alleen door individuele organisaties kunnen worden opgelost. Technologische ontwikkelingen, talenttekorten en veranderende vaardigheden vragen om nauwere samenwerking tussen werkgevers, onderwijsinstellingen en overheden. Door kennis te delen, gezamenlijk te investeren in ontwikkeling en werk anders te organiseren, kunnen regio’s hun arbeidsmarkt veerkrachtiger maken. 

Voor Zuid-Holland betekent dit dat het versterken van de regionale Human Capital aanpak onverminderd belangrijk blijft. Door samen te werken aan talentontwikkeling, innovatie en duurzame inzetbaarheid kan de regio beter inspelen op veranderingen in werk en economie. Zoals tijdens de bijeenkomst werd benadrukt: de toekomst van werk vraagt niet alleen om nieuwe technologie, maar vooral om nieuwe manieren van samenwerken en ontwikkelen. 

 

Benieuwd naar de andere trends? Bekijk ze op de website van ManpowerGroup 

In Zuid-Holland speelt het midden- en kleinbedrijf (mkb) een cruciale rol in economische groei, innovatie en werkgelegenheid. Tegelijkertijd staan veel ondernemers voor grote uitdagingen, zoals personeelstekorten en snelle technologische veranderingen. In de rubriek 5 vragen aan spreken we met Carlos Gonçalves, programmaverantwoordelijke Breed MKB bij de Provincie Zuid-Holland. 

 

Wie is Carlos Gonçalves? Verbinder tussen werelden

Gonçalves groeide op in Rotterdam, waar hij nog altijd woont. Hij werd geboren op de Kaapverdische eilanden en bouwde in Nederland een loopbaan op die zich steeds op het snijvlak van overheid, economie en samenleving bevond. Na zijn studie Personeel, Arbeid en Organisatie begon hij in de jaren negentig als consulent en adviseur bij een koepelorganisatie in het welzijnswerk. In die rol ondersteunde hij besturen van organisaties op het gebied van onder meer werkgelegenheid, economie en organisatieontwikkeling. 

Later werkte hij bij de gemeente Rotterdam, waar hij betrokken was bij het programma Veelkleurige Stad, dat zich richtte op diversiteit en inclusie binnen de gemeentelijke organisatie en het maatschappelijke middenveld. Vervolgens werd hij bestuurder in de deelgemeente Delfshaven. In die periode was hij verantwoordelijk voor onder meer werkgelegenheid, wijken-economie, jeugdbeleid en sociale integratie. 

Na meerdere bestuursperioden maakte Gonçalves de overstap naar ondernemerschap. Als zelfstandig adviseur werkte hij aan uiteenlopende projecten waarbij overheid, ondernemers en bewoners samenwerkten aan maatschappelijke en economische vraagstukken. “Mijn kracht ligt in het verbinden van verschillende leefwerelden,” zegt hij. “Of het nu gaat om ondernemers, overheden of bewoners: uiteindelijk moet je elkaar begrijpen om vooruit te komen.” 

Sinds 2023 zet hij die verbindende rol voort bij de provincie Zuid-Holland, waar hij verantwoordelijk is voor het programma Breed MKB. 

Wat is jouw betrokkenheid bij het mkb in Zuid-Holland?

Volgens Gonçalves loopt het mkb als een rode draad door zijn loopbaan. “Gedurende mijn hele carrière ben ik betrokken geweest bij advisering en beleidsontwikkeling voor het mkb,” zegt hij. Daarnaast heeft hij ook zelf ervaring als ondernemer. 

Die combinatie van beleids- en praktijkervaring helpt hem in zijn huidige functie. “Ik weet wat de meerwaarde van het mkb is voor onze economie, maar ook welke belemmeringen ondernemers in de praktijk ervaren. Omdat ik zelf ondernemer ben geweest, heb ik dat ook aan den lijve ondervonden.” 

Juist die ervaring maakt het volgens hem mogelijk om beleid beter te vertalen naar de praktijk. “Je kunt pas echt effectief beleid maken als je begrijpt hoe het er in de dagelijkse realiteit van ondernemers aan toegaat.” 

Hoe ziet jullie ondersteuningsstrategie richting het mkb eruit?

De provincie werkt aan een brede ondersteuningsstructuur waarin publieke en private partijen samenwerken. Het doel is om ondernemers beter te helpen bij het toekomstbestendig maken van hun bedrijf. 

“Onze strategie is gericht op een samenhangende en eenduidige publiek-private ondersteuningsstructuur,” legt Gonçalves uit. “Daarin worden vraag en aanbod van ondernemers zo goed mogelijk op elkaar afgestemd.” 

Ondernemers die willen investeren in innovatie, digitalisering, verduurzaming of personeelsontwikkeling moeten volgens hem snel de juiste ondersteuning kunnen vinden. “Het is belangrijk dat ondernemers gebruik kunnen maken van het beste en meest passende dienstverleningsaanbod dat Zuid-Holland te bieden heeft.” 

Wanneer ben je tevreden over de resultaten van de aanpak?

Voor Gonçalves is succes niet alleen meetbaar in cijfers, maar vooral in het bereik en de werking van de aanpak. “Ik ben tevreden wanneer ondernemers onze aanpak kennen en er daadwerkelijk gebruik van maken,” zegt hij. 

Het ideale scenario is volgens hem dat ondernemers elkaar actief wijzen op de mogelijkheden. “Wanneer ondernemers andere ondernemers doorverwijzen en er een permanente instroom ontstaat van mkb-bedrijven die ondersteuning zoeken bij het toekomstbestendig maken van hun onderneming, dan werkt het systeem.” 

Tegelijkertijd benadrukt hij dat er geen eindpunt is. “De samenleving verandert continu en ondernemers moeten zich blijven aanpassen. Daarom is het belangrijk dat ondersteuning structureel beschikbaar blijft.” 

Waar zie je kansen voor het mkb binnen de HumanCapitalAgenda Zuid-Holland? 

Een van de grootste uitdagingen voor het mkb is volgens Gonçalves het vinden en behouden van voldoende gekwalificeerd personeel. Dat vraagstuk wordt de komende jaren alleen maar urgenter. 

“Om toekomstbestendig te blijven en onze economische welvaart te behouden, is het cruciaal dat het menselijk kapitaal op peil blijft,” zegt hij. 

Daarom ziet hij de Human Capital Agenda als een essentieel onderdeel van een bredere economische strategie. Door te investeren in vaardigheden, scholing en arbeidsmarktontwikkeling kunnen ondernemers blijven groeien en innoveren. 

“De Human Capital Agenda helpt om mkb-ondernemers en onze economie duurzaam toekomstbestendig te maken. Dat is uiteindelijk waar we het voor doen.” 

 Sinds december is Jan Jeronimus gestart als projectleider van WE-IT en het IT-Verband Zuid-Holland bij De Haagse Hogeschool en is daarmee de opvolger van Remco Engels. Als verbinder tussen ondernemers, overheid en onderwijs werkt hij aan een van de grootste uitdagingen van deze tijd: zorgen voor genoeg talent om de digitale transitie in Zuid-Holland waar te maken. In dit interview maken we kennis met Jan Jeronimus. Als projectleider vertelt hij wat aantrof bij WE-IT, waarom het MKB ook voor hem van belang is, welke resultaten al zichtbaar zijn op de arbeidsmarkt en waar hij de komende periode extra op wil inzetten, denk aan AI en cybersecurity, inclusiviteit, opschaling en samenwerking met de regionale werkcentra. 

 

OVER JAN JERONIMUS 

Wie ben je? 

Ik ben Jan Jeronimus, een verbinder in hart en nieren met een passie voor de digitale transitie. Afgelopen december ben ik gestart bij De Haagse Hogeschool als projectleider voor WE-IT en het IT Verband Zuid-Holland. In die rol sla ik de brug tussen ondernemers, overheid, onderwijs, en andere stakeholders. Gezamenlijk vergroten we de instroom van IT-professionals, versterken we de digitale vaardigheden via om- en bijscholing, en maken zo de IT-arbeidsmarkt in onze regio toekomstbestendig.  

Waar kom je vandaan? 

Mijn achtergrond ligt op het snijvlak van strategie en uitvoering binnen complexe publiek-private samenwerkingen. Hiervoor was ik projectleider van het European Platform for Urban Greening: een internationale publiek-private samenwerking die zich richtte op het klimaatadaptiever maken van stedelijke omgevingen, bijvoorbeeld met groene gevels en daktuinen. Ik heb altijd gewerkt op plekken waar maatschappelijke uitdagingen vragen om een ondernemende aanpak, en die ervaring neem ik mee naar de dynamische regio Zuid-Holland. 

Waarom wilde je deze functie? 

Deze functie biedt de unieke gelegenheid om op grote schaal impact te maken. De digitale transitie is een van de grootste uitdagingen van deze tijd. WE-IT is een human-capital antwoord op die opgave: digitalisering zorgt in vrijwel alle sectoren voor nieuwe en veranderende functies, en tegelijk is er een groot tekort aan IT’ers. 

Zonder mensen geen digitale transitie. We kunnen het ons niet veroorloven om talent te laten liggen. De skills-, instroom-, om- en bijscholingsinfrastructuur van WE-IT is essentieel om digitalisering in Zuid-Holland op schaal te realiseren. Dat biedt de prachtige kans om het verschil te maken. 

OVER WE-IT 

Wat trof je aan? Zijn er al effecten zichtbaar op de arbeidsmarkt? 

Ik trof een krachtig consortium aan van gemotiveerde partners die elkaar vertrouwen en elkaar weten te vinden. In de uitvoering werkt WE-IT met een breed portfolio van scholingstrajecten. De effecten daarvan zijn zeker zichtbaar: we hebben al ruim tweeduizend mensen succesvol begeleid naar een baan in de IT en aanverwante sectoren zoals cybersecurity, data, AI en cloud technology. Zowel bij IT-bedrijven als bij het MKB in andere branches waar IT ondersteunend is aan de producten of diensten die ze leveren. Met name in de maakindustrie, in de bouw, de techniek en de zorg.  

Tegelijkertijd zie ik ook een versnipperd landschap van veel initiatieven die naast elkaar bestaan. We werken aan meer synergie, bijvoorbeeld door nauwere samenwerking binnen IT-Verband Zuid-Holland, en een structurele aansluiting met de werkcentra. 

Wie zijn er allemaal betrokken bij het Deelakkoord? Samenwerkingspartners? 

WE-IT is uitgegroeid tot een breed ecosysteem. Naast de Economic Board Zuid-Holland zijn gemeenten en werkgeversorganisaties betrokken. Bedrijven als ManpowerGroup, Main Capital en opleidingsfonds TechMeUp. Private opleiders zoals Bee-Ideas, Bit Academy, de ICT Praktijk Academie, Techgrounds, The Young Digitals en IPro Training NL, om maar enkele namen te noemen. Plus publieke onderwijsinstellingen zoals ROC Mondriaan, mboRijnland, en De Haagse Hogeschool (penvoerder van WE-IT).  

Binnen het IT-Verband Zuid-Holland werkt WE-IT samen met IT Campus Rotterdam, Dutch Innovation Factory in Zoetermeer en Security Delta (HSD).   

Bovenstaand overzicht is niet compleet, maar geeft aan dat we een ketenbrede alliantie hebben gesmeed. 

Waar wil je sterk(er) op inzetten? 

In z’n algemeenheid gesteld, lag de focus van WE-IT bij de start op het leggen van een basis voor samenwerking. Er ligt inmiddels een stevig fundament. Daarom zetten we nu sterker in op het opschalen en verankeren van succesvolle interventies, en is de focus verschoven naar een samenhangende aanpak met concrete impact als leidraad. Laat me dit illustreren met enkele voorbeelden. 

De scope van WE-IT is niet langer beperkt tot IT, maar op basis van de behoeften vanuit de arbeidsmarkt richten we ons ook op digitale beroepen die daar nauw mee verweven zijn, zoals cybersecurity, AI, data en cloud technologie. 

Daarnaast verbeteren we de inclusiviteit zodat er een grotere en diversere vijver aan talent ontstaat. Ondersteund door initiatieven zoals TechMeUp, maken we de toegang tot bij- en omscholing makkelijker voor doelgroepen die moeilijker bereikbaar zijn en vaak buiten de boot vallen. 

We schalen het leven lang ontwikkelen-aanbod op en maken een verdiepingsslag met een modulair en flexibel opleidingsaanbod, onder andere op het gebied van AI en cybersecurity. Daarmee pakken we de mismatch op de arbeidsmarkt aan en zorgen we dat digitaal talent sneller aan het werk kan. 

WE-IT zet ook sterker in op samenwerking met de werkcentra in de regio. Als verbindende schakel, brengen we zo vraag en aanbod van omscholing voor digitale beroepen direct bij elkaar. Dit zorgt eveneens voor een efficiëntere arbeidsmarkt waar talent sneller op de juiste plek terechtkomt.  

Waarom en hoe gaat WE-IT het verschil maken? 

WE-IT maakt het verschil door de last mile te overbruggen: we verbinden de scholing direct aan de behoefte van de werkgever. Door co-creatie en het bundelen van krachten, creëren we een schaalbaar model dat nergens anders in Nederland zo intensief en effectief wordt toegepast. 

OVER HET MKB 

Wat doen jullie specifiek voor het MKB? 

We maken IT-talent toegankelijk voor kleinere bedrijven die zelf geen grote HR-afdelingen of eigen interne academies hebben. Dat doen we door ondersteuning te bieden op een aantal gebieden en zo de drempels te verlagen. Graag geef ik enkele praktijkvoorbeelden. 

Toegang tot IT-talent: WE-IT helpt MKB-bedrijven bij het vinden van geschoold personeel door zij-instromers en omgeschoolde professionals direct te koppelen aan werkgevers in de regio. 

Samenwerking met belangenbehartigers: Het programma zoekt structurele aansluiting bij organisaties zoals MKB Zuid-Holland en VNO-NCW om de specifieke behoeften van kleinere ondernemers beter te begrijpen en te vertalen naar scholingstrajecten. 

Regionale Werkcentra: Door aan te sluiten bij de werkcentra in Zuid-Holland brengt WE-IT de vraag naar IT-vaardigheden van lokale MKB-ondernemers en het aanbod van omgeschoolde talenten dichter bij elkaar. 

Focus op AI: WE-IT voegt AI toe aan het scholingsportfolio om ook het MKB te ondersteunen bij de adoptie van nieuwe technologieën, zodat zij niet achterblijven in de digitale transitie. 

Financiële toegankelijkheid: Via partners zoals TechMeUp wordt geprobeerd de toegang tot IT-omscholing te vergroten, wat indirect gunstig is voor het MKB dat op zoek is naar betaalbare en goed opgeleide krachten. 

Wat maakt deze doelgroep bijzonder? 

Het MKB is de ruggengraat van onze economie, maar zij voelen de krapte op de IT-markt het hardst. Hun wendbaarheid is hun kracht, maar ze hebben vaak een zetje nodig om de stap naar digitalisering en nieuw talent te durven zetten. 

Waarom is het MKB voor jullie belangrijk? 

Zonder een sterk digitaal MKB stagneert de innovatie in de regio. Als wij hen helpen aan goed opgeleid personeel, versterken we de gehele economische structuur van Zuid-Holland. 

 

TOT SLOT 

Wanneer ben je tevreden? 

Ik ben pas echt tevreden als een carrièreswitch naar de IT voor iedereen in Zuid-Holland een logische en toegankelijke optie is, ongeacht je achtergrond, en als werkgevers ons blindelings weten te vinden voor hun talentbehoefte. 

Wat hoop je dat dit deelakkoord over 3 tot 5 jaar concreet heeft veranderd? 

Dan is WE-IT getransformeerd naar een duurzame organisatievorm waar co-creatie de standaard is zodat we de verschillende doelgroepen kunnen bedienen met een ontwikkelaanbod dat specifiek op hen is afgestemd. Starters met diploma maar zonder werkervaring hebben iets anders nodig dan zij-instromers met werkervaring maar zonder IT-skills of nieuwkomers zoals statushouders. 

Ik hoop dat we dan een structurele daling van de onvervulde IT-vacatures in de regio hebben gerealiseerd en dat AI-geletterdheid de norm is geworden, dat wil zeggen: verstandige en mensgerichte toepassingen van AI die daadwerkelijk waarde toevoegen. 

Heb je een oproep? 

De digitale transitie in Zuid-Holland versnelt, maar het tekort aan IT-talent blijft een uitdaging. Ben je een innovatieve ondernemer, onderwijspionier of maatschappelijke partner? Sluit je dan gerust aan. WE-IT heeft al zo’n 3.000 IT-professionals opgeleid, maar om onze ambities te realiseren en echt impact te maken, kunnen we jouw expertise en netwerk goed gebruiken. Als partner van WE-IT profiteer je van de volgende voordelen: 

  • Je hebt directe toegang tot gemotiveerde zij-instromers en omgeschoolde professionals; 
  • Je bent onderdeel van een breed ecosysteem waarin je samenwerkt met en leert van innovatieve koplopers. Zo profiteer je van de synergie van ons netwerk. 
  • Co-creatie en innovatie: Je denkt, praat en bouwt mee aan nieuwe scholingsvormen, zoals de recente focus op AI, en zorg dat het aanbod naadloos aansluit op de actuele vraag uit de markt. 
  • Je draagt bij aan een inclusieve arbeidsmarkt en een toekomstbestendige regionale economie, en levert zo een maatschappelijke bijdrage. 
  • Je maakt niet deel uit van een project, maar van een beweging waarin we gezamenlijk eigenaarschap nemen over de human capital-uitdagingen en werken aan de digitale transitie. 

Bel of mail gerust; ik vertel graag meer over hoe we elkaar kunnen versterken. 

 

Lessen en tips: wat kunnen anderen leren? 

WE-IT heeft een aantal good practices ontwikkeld die andere regio’s of sectoren kunnen overnemen om complexe arbeidsmarktvraagstukken op te lossen. In willekeurige volgorde: 

  • Combineer publieke en private kracht. Terwijl publieke onderwijsinstellingen zorgen voor accreditatie en structuur, brengen private opleiders snelheid en flexibiliteit in die de IT-sector vereist. 
  • Focus op skills in plaats van diploma’s. WE-IT laat zien dat zij-instromers met een intensief kortdurend scholingstraject snel en succesvol inzetbaar zijn. Dat vraagt om een cultuuromslag bij werkgevers: kijk naar wat iemand kan en de mate waarin iemand leerbaar is, niet alleen naar het cv. 
  • Organiseer mede-eigenaarschap. Zo ontstaat er synergie, succesvolle spin-offs en andere vormen van toegevoegde waarde, en daarmee een duurzamer netwerk dat ook na een subsidieperiode blijft bestaan en niet afhankelijke is van één penvoerder. 
  • Verlaag de drempels voor omscholingskandidaten. Door samen te werken met fondsen zoals TechMeUp, wordt omscholen ook bereikbaar voor mensen die geen budget hebben voor een dure IT-opleiding. En soms zit het ‘m ook in zoiets praktisch als een half uur later beginnen zodat een alleenstaande ouder eerst z’n kind naar de opvang kan brengen. Een inclusief ecosysteem zorgt voor een grotere en diversere vijver aan talent. 
  • Sluit aan bij bestaande regionale structuren. WE-IT werkt niet op een eiland, maar zoekt actief de verbinding met werkgeversorganisaties zoals MKB Zuid-Holland en met werkcentra in de regio. Zo vinden we niet opnieuw het wiel uit, maar zijn we als WE-IT daar waar vraag en aanbod elkaar al ontmoeten. 

Meer weten over het Deelakkoord WE-IT? Bekijk deze pagina of neem contact op met Strategisch Projectadviseur Ron Brans.

Ook het midden- en kleinbedrijf (mkb) staat voor flinke uitdagingen, zoals personeelstekorten, netcongestie en digitalisering. Veel mkb’ers missen echter de tijd, middelen of het netwerk om deze vraagstukken zelfstandig aan te pakken. Studenten uit het beroepsonderwijs kunnen daarbij helpen. Zij brengen frisse ideeën in en kunnen meewerken aan het toepassen van oplossingen in het bedrijf. Tegelijk biedt de ondernemer hen de kans om te leren in de echte praktijk. Ofwel: leren en innoveren tegelijk. Dat is een echte win-winsituatie! 

Deze manier van leren en innoveren wordt onder verschillende namen al in de praktijk toegepast, bijvoorbeeld als Challenge Based Learning (CBL). We zien deze aanpak ook terug in verschillende HCA-projecten (Deelakkoorden). Zo ondersteunen in WE-IT studenten in het deelproject MKB-Digiwerkplaats mkb-bedrijven bij digitaliseringsvraagstukken. In het project Campus Gouda werken studenten en bedrijven samen aan concrete vraagstukken van bedrijven, bijvoorbeeld op het gebied van digitalisering en logistiek. En in Young Professionals Chapters werken (pas gediplomeerde) studenten gezamenlijk aan praktijkopdrachten van bedrijven en presenteren zij hun resultaten aan elkaar. 

Maar als het alleen maar makkelijk zou zijn, zouden alle ondernemers al studenten uit het beroepsonderwijs in hun bedrijf hebben. Om deze vorm van samenwerking echt succesvol te maken, komt er meer bij kijken. Het recente onderzoek ‘Challenge Based Learning in Zuid-Holland: mkb helpen in transities’ (KplusV, 2025) brengt de kansen en aandachtspunten van Challenge Based Learning in kaart. Een informatief rapport voor iedereen in het beroepsonderwijs en het bedrijfsleven die werkt aan een sterke verbinding tussen onderwijs en de beroepspraktijk. 

Benieuwd naar het onderzoek? Bekijk het hier: Challenge Based Learning in Zuid Holland

Het mkb wordt vaak de ruggengraat van onze economie genoemd. Maar begrijpen beleidsmakers en partners van het mkb eigenlijk wel goed genoeg hoe ondernemers werken, denken en beslissen? In deze column reflecteert Ron Brans op de afstand die soms bestaat tussen beleid en praktijk, en op het belang van ervaringsdeskundigheid om die kloof te overbruggen.

Ervaringsdeskundigen 

Thema van deze nieuwsbrief is het MKB. Daar moeten we meer voor doen. Het MKB is immers cruciaal voor Nederland als de ruggengraat van de economie, de groep ondernemers die zorgt voor veel banen, die innovatie stimuleert en die essentieel is voor de lokale gemeenschappen door bij te dragen aan werkgelegenheid, sociale cohesie en de levenskwaliteit. Kortom alleen als we daar stevig voet aan de grond krijgen, maken we echt impact. 

Maar hoe dan? Staan beleidsmakers, bestuurders, van andere leden van de triple of zelfs quadrupel helix niet mijlenver van het MKB af? Jacco Vonhof, boegbeeld en voorzitter van het MKB verwoordde het ooit eens als volgt: als er gesproken wordt over 2030, denkt de MKB-ondernemer aan het tijdstip na het journaal, als de kinderen op bed liggen en er nog ruimte is om een laatste factuur of offerte de deur uit te doen. Hij denkt niet aan het jaar 2030 waarin via een sterk werkend ecosysteem gezorgd is voor een stimulerende leercultuur waarin innovatie en inclusiviteit al dan niet via open hiring of strategische personeelsplanning centraal staan, terwijl dat wel hetgeen is wat we aan het MKB vragen.  

Ik hoor het euvel vaker. We spreken elkaars taal niet. Tim ’S Jongers heeft het boek ‘Armoede uitgelegd aan mensen met geld’ geschreven, waarin hij op inzichtelijke wijze laat zien dat beleidsbepalers niet in staat zijn om goede armoedebestrijding te ontwikkelen simpelweg omdat ze nooit armoede hebben meegemaakt. In de jeugd-, en verslavingszorg wordt tegenwoordig in toenemende mate gewerkt met ervaringsdeskundigen. Mensen die het hebben meegemaakt, die het hebben doorstaan of hebben overwonnen en die van binnen uit weten wat er nodig is om zaken te verbeteren.  

Gelukkig kunnen we binnen onze Human Capital Agenda steeds meer gebruikmaken van mensen die een achtergrond hebben in ‘het bedrijfsleven’ en dan niet bij corporates, maar bij kleinere en middelgrote bedrijven (ik denk hierbij concreet aan enkele kwartiermakers en programmaleiders). Ze verbazen zich over de taal, de (stroperigheid van) procedures, de (veelheid aan) regels en wijze van besluitvorming, maar zijn met hun achtergrond in staat tot ‘verbindende communicatie’ al zullen ze dat zelf nooit zo noemen.  

Door ongelukkige omstandigheden (mijn vrouw is onlangs overleden en ik ben erfgenaam van haar BV) mag ik mij sinds kort ook een soort MKB-ondernemer noemen. Toch is er meer nodig dan een KvK-nummer om de taal spreken, de MKB-er te begrijpen en om echt aan te sluiten, ook al snap ik nu dat het om half negen tijd is om de kwartaalaangifte BTW in orde te maken. Tot die tijd maken we dankbaar gebruik van ervaringsdeskundigen en proberen we met onze eigen ‘ondernemende’ werkwijze de kloof te dichten, maar blijf ons er vooral op attenderen hoe we dit nog beter kunnen doen. Alleen samen kan de echte impact worden gerealiseerd. 

– Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital