Goed te zien dat het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat het probleem van netcongestie onderkent en maatregelen neemt. Ook de netbeheerders onderkennen dit probleem. Om onze klimaatdoelen te halen is elektrificatie noodzakelijk en dat vraagt om netverzwaringen. Alle scenariostudies voor de komende jaren laten een significante groei van het elektriciteitsgebruik zien, zelfs als maximaal wordt ingezet op efficiëntiemaatregelen. De beschikbaarheid en betaalbaarheid van (groene) elektriciteit speelt een sleutelrol in de transitie van bedrijven van fossiele energie naar hernieuwbaar. Dit geldt met name voor de energie-intensieve industrie die moet opboksen tegen regio’s in de wereld waar energie (groen of niet) significant goedkoper is.

Versnelling van procedures en vergunningverlening is een goede zaak, niet alleen voor uitbreiding en verzwaring van het elektriciteitsnetwerk, maar ook voor andere Daarom pleiten wij ervoor om dwingende maatregelen voor het bedrijfsleven hand in hand te laten gaan met de beschikbaarheid van groene elektriciteit. projecten die de energietransitie ten goede komen. We maken ons wel zorgen over de snelheid waarmee dat gaat. In andere sectoren, zoals de woningmarkt, blijkt dat versnellen soms niet zo snel gaat. Daarom pleiten wij ervoor om dwingende maatregelen voor het bedrijfsleven hand in hand te laten gaan met de beschikbaarheid van groene elektriciteit. Bedrijven belasten voor CO2 uitstoot, terwijl er geen alternatief voorhanden is, zal ten koste gaan van de economische bedrijvigheid en het vestigingsklimaat in de regio en in Nederland. Hierbij verwijzen we naar onze doelstelling rondom CO2-reductie – namelijk 40% van de nationale opgave – waar we ons samen met meer dan tachtig partners van de Groeiagenda Zuid-Holland hard voor maken.

“Als EBZ pleiten we ervoor om dwingende maatregelen voor het bedrijfsleven hand in hand te laten gaan met de beschikbaarheid van groene elektriciteit.”

In diverse media wordt gesproken over orthodoxe maatregelen op het gebied van de verplichting tot flexibilisering van grootverbruikers. Hier vragen we aandacht voor die bedrijfsprocessen, met name in de procesindustrie, met een zeer beperkt op- en afregelvermogen.

Het is dan ook zaak om realistisch te blijven in wat haalbaar is en wat het tempo van de energietransitie is, anders worden we geconfronteerd met een onbetaalbaar systeem en schade aan bedrijfstakken welke we in decennia hebben opgebouwd. We hebben ondernemingen nodig om te investeren in elektrificatie en daarvoor moet er wel verdienvermogen en perspectief op aansluiting zijn. Goed dat de overheid investeert in energiehubs, innovatie en andere maatregelen. Vanuit de Economic Board Zuid Holland vragen wij wel om oog te hebben en te houden voor het huidige en toekomstig verdienvermogen: zeker als het gaat om behoud van cruciale keten en ecosystemen. Wij roepen dan ook op om bij deze ingewikkelde transitie goed in gesprek te gaan met de regio’s en de bedrijven.

 

Als reactie op dit vandaag gepubliceerde artikel van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat.

Wat we vanuit de Human Capital Agenda (HCA) Zuid-Holland sterk stimuleren, is het ontwikkelen van een brede, actieve leercultuur. Daarom ondersteunen we een bijzondere samenwerking van vijf ROC’s in Zuid-Holland. Gezamenlijk bieden ze uitgebreide Leven Lang Ontwikkelen (LLO) programma’s aan, met focus op Techniek, Zorg, Sociaal Domein en Taal. Hiermee rijst de vraag of een dergelijke alliantie ook potentie heeft voor het het hoger onderwijs (hbo). Het antwoord is eenduidig: jazeker! We willen deze samenwerking graag uitbreiden naar het hbo en private aanbieders, met als doel een effectieve en stimulerende leeromgeving te creëren voor iedereen, te midden van de huidige economische veranderingen en innovaties in Zuid-Holland. De HCA zet zich in voor deze ambitieuze agenda, onder leiding van Harry de Bruijn, om bedrijven en inwoners te ondersteunen in hun voortdurende ontwikkeling.

We ondersteunen dus een unieke alliantiebouw in Zuid-Holland, waar bedrijven, werkenden en andere inwoners van de hele provincie zullen profiteren. Alle vijf ROC’s in Zuid-Holland gaan – met ondersteuning vanuit de HCA – gezamenlijk als publieke opleiders brede LLO dienstverlening aan bedrijven en mensen aanbieden. Één organisatie en één centraal loket (LLOket) voor LLO in Zuid-Holland, met daarachter een breed gezamenlijk opleidingsaanbod. De meerjarige samenwerking werd op 31 januari aangekondigd via een intentieovereenkomst. Het gaat in het bijzonder om de vormgeving van niet-bekostigd onderwijs, maatwerk BBL-programma’s en succesvolle PPS-constructies (verdere opschaling).

Het LLOket kent vier centrale speerpunten: Techniek, Zorg, Sociaal Domein en Taal. Na en tijdens het neerzetten van de LLO alliantie van het mbo, zal ook de samenwerking worden gezocht met het groene mbo, de vakscholen, het hbo en met private aanbieders. Aldus ontstaat de voor bedrijven en inwoners effectieve, transparante en stimulerende leeromgeving, die nodig is om te innoveren en om iedereen mee te nemen bij de (economische) transities.

Van samen bouwen naar doen: concrete scholingsprojecten

Het Zuid-Hollandse Human Capital beleid kent twee sporen: doen en bouwen. Het grijpt in elkaar, is met elkaar verweven. Vanuit de HCA van de Economic Board en provincie Zuid-Holland is besloten om de krachten te bundelen (bouwen-spoor). Daarom stellen we namens de HCA een kwartiermaker beschikbaar, namelijk Harry de Bruijn. Hij heeft het vertrouwen van alle ROC-besturen en gaat ervoor zorgen dat de samenwerking gaat vliegen. Daarbij gaat het om planvorming en om het voorbereiden van concrete gezamenlijke scholingsprojecten (HCA deelakkoorden). Dit zijn dan ook vliegwielpilots voor de verdere verdieping en verbreding van de LLO samenwerking van de ROC’s. Voor de uitvoering kan subsidie bij de provincie Zuid-Holland worden aangevraagd (maximaal 25% van het totale projectbudget).

Inhoudelijk is het belangrijk ‘the next level’ flexibilisering te definiëren op het niveau van ‘skills’ en ‘skills-paspoorten’, waarbij vraaggericht en certificaatgericht kan worden opgeleid voor toekomstige transities.”  – Harry de Bruijn

Onderdeel van de HCA strategie is om ook het hbo in dezelfde richting te stimuleren. Ook daar zijn de vier grote hbo instellingen in Zuid-Holland bezig met het voorbereiden van een LLO alliantie: de LLO pijler onder de Zuid-Hollandse Impact Alliantie (ZHIA). Vanuit de HCA hopen en stimuleren we dat tussen beide allianties een hechte verbinding ontstaat: mbo en hbo samen voor bedrijven en inwoners. Omdat ook werkgeversorganisaties VNO NCW en MKB NL en branches zoals de bouw, metaal en techniek (Techniekcoalitie Zuid-Holland) zijn gaan versnellen, is het creëren van een actieve, brede leercultuur in Zuid-Holland kansrijker dan ooit.

© Vecteezy.com

Een internationale parel in Zuid-Holland is vanzelfsprekend de Rotterdamse haven. Het Haven Industrieel Complex (HIC) – bestaande uit de Rotterdamse haven en de regio’s eromheen – staat momenteel voor grote uitdagingen. Terwijl de energietransitie in volle gang is, blijkt het een pittige opgave om de klimaatdoelen te bereiken. Goed opgeleid personeel speelt hierin een grote rol. Hoe kan het HIC aan voldoende talent, menskracht én vakmanschap komen om de energietransitie waar te maken? Dat vereist een structurele, gezamenlijke aanpak. Daarom hebben partners van het HIC besloten om zich te verenigen in de Human Capital Coalitie Energietransitie Havens (HCCE). Wij geloven in samenwerking voor impact. Daarom willen we op onze beurt graag de energie en mogelijkheden vanuit de HCA Zuid-Holland verbinden aan de HCCE door Jonneke de Jong als kwartiermaker in te zetten.

Emissie reductie vereist mankracht

Zowel economisch, ecologisch, technologisch, demografisch en maatschappelijk staat het HIC voor grote uitdagingen. Nederland moet volgens het nieuwe regeerakkoord al in 2030 zijn emissies met 55% gereduceerd hebben. Ook het HIC moet daar zijn bijdrage aan leveren. Het bereiken van klimaatdoelen en het aantrekken en opleiden van voldoende menskracht om de energietransitie waar te maken, vraagt om een structurele regionale aanpak waarin bedrijven, publieke instellingen, (beroeps)onderwijs, onderzoekers en overheid intensief samenwerken aan het onderhouden en versterken van het regionale innovatie ecosysteem in Rotterdam Rijnmond.

Human Capital Coalitie Energietransitie als anker voor de energietransitie in de havens

In het HIC zijn partners ervan overtuigd dat de huidige uitdagingen te groot zijn om als partijen afzonderlijk op te pakken en dat lopende en nieuwe initiatieven gebundeld moeten worden. Daarom is het initiatief genomen om samen te werken aan de Human Capital Coalitie Energietransitie (HCCE). De HCCE is essentieel om talent, menskracht en vakmanschap aan te trekken en te ontwikkelen om zo de energietransitie binnen het HIC mogelijk te maken. Er wordt gewerkt aan een gecoördineerde aanpak om de samenwerking tussen onderwijs en arbeidsmarkt te verbeteren, om mensen dus te kunnen opleiden en bijscholen voor banen in de energietransitie in de havens.

Om de partijen te ondersteunen hebben we vanuit de HCA een kwartiermaker voor de HCCE ingezet:  Jonneke de Jong. Jonneke heeft deze rol in opdracht van de EBZ en provincie vervuld van februari tot en met juli 2023. Vervolgens hebben partners in het HIC besloten om voor eigen rekening Jonneke langer aan zich te binden. Ze kan daarom de komende tijd voortbouwen op het waardevolle werk dat ze in de afgelopen maanden heeft geleverd om tot en succesvolle uitvoering van de agenda van de HCCE te komen. Zo heeft ze als kwartiermaker gezorgd voor:

  • Een plan van aanpak voor de inrichting van de coalitie, zoals het uitwerken van een toekomstbestendige samenwerkingsvorm en inrichtingsprincipes, het opzetten, uitwerken en implementeren van de governance en een partnershipsstrategie.
  • Een communicatieplan en communicatie uitvoering, zoals communicatie en organisatie van (online en live) bijeenkomsten.
  • Coördinatie van subsidie aanvragen, zoals Just Transition Fund en Nationaal Groeifonds.
  • Functioneren van het (bestuurlijk) netwerk rond de HCCE.

Samen bouwen

Het Zuid-Hollandse Human Capital beleid kent twee sporen: doen en bouwen. Het grijpt in elkaar, is met elkaar verweven. De bundeling van energie en mogelijkheden vanuit de HCA Zuid-Holland en de Human Capital Coalitie Energietransitie Havens is wat ons betreft een mooi voorbeeld van het bouwen-spoor: samenwerking voor impact.

Een belangrijk partnership van de Human Capital Agenda (HCA) Zuid-Holland is die met het Leiden Bio Science Park (LBSP). Het LBSP is een belangrijke innovatie- en transitieparel in de Leidse regio, met internationale betekenis. Wie kent niet de belangrijke bijdrage van Janssen aan de bestrijding van de Covid-epidemie? Het LBSP wil niet alleen een economische en technologische innovatieomgeving zijn, maar wil ook vernieuwing van de arbeidsmarkt, HRM en onderwijs realiseren. Daarom is er vanuit de HCA besloten om de krachten te bundelen, om samen te bouwen. Daarnaast gaat kwartiermaker Thijs Remijn aan de slag om te zorgen voor succesvolle concrete (LLO-, instroom- en HRM-)projecten, om gewoonweg te doen.

Zonder talent geen groei

Als het gaat om werkgelegenheid heeft het LBSP een indrukwekkende ontwikkeling laten zien. Om tegemoet te kunnen komen aan die groei zag eind 2022 de ‘Human Capital Agenda LBSP: Zonder Talent Geen Groei’ het licht. In deze agenda van en voor het LBSP staan drie vragen centraal, namelijk: Wat is de verwachte vraag naar talent in de komende vijf jaar? Wat is het aanbod van talent en van relevante opleidingen? En wat moeten we – in aansluiting op de lopende initiatieven – doen om vraag en aanbod van talent beter op elkaar te laten aansluiten? De zowel clustergerichte als regionaal georiënteerde aanpak maakt deze agenda uniek, en daarmee kan hij goed dienen als pilot voor een nieuwe manier van samen werken aan human-capital onderwerpen. Zo kunnen we accommoderen op andere manieren dan ‘met meer mensen’. Juist door verbeterde samenwerking van bedrijven op het gebied van HRM en door aandacht voor Leven Lang Ontwikkelen kunnen we accommoderen en de toenemende vraag naar personeel opvangen.

Van samen bouwen naar doen: concrete scholings-, HRM- en arbeidsmarktinnovatieprojecten

Het Zuid-Hollandse Human Capital beleid kent twee sporen: doen en bouwen. Het grijpt in elkaar, is met elkaar verweven. Vanuit de Human Capital Agenda van de Economic Board en provincie Zuid-Holland is besloten om de krachten te bundelen (bouwen-spoor). We hebben besloten om, samen met de Stichting Leiden Bio Science Park, een kwartiermaker opdracht te geven. Voor de uitvoering kan subsidie bij de provincie Zuid-Holland worden aangevraagd (maximaal 25% van het totale projectbudget). We hebben er alle vertrouwen in dat hiermee de benodigde funding voor de realisatie van de opgestelde Human Capital Agenda LBSP kan worden gegenereerd. Kwartiermaker HCA LBSP Thijs Remijn is vanaf 21 augustus aan de slag om te zorgen voor succesvolle concrete (LLO-, instroom-, HRM-)projecten (doen-spoor). Thijs heeft een achtergrond in zowel de (internationale) Recruitment & Consulting als in de Immunologie waarmee hij bij uitstek geschikt is om zowel de opzet als de uitvoering van het aanstaande Deelakkoord op zich te nemen.

 

In deze column neemt Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital Agenda, je op speelse wijze mee in het beleid rondom de Human Capital Agenda (HCA) Zuid-Holland. Net als het literaire meesterwerk van Peter Buwalda, kent het beleid rondom de Zuid-Hollandse HCA twee parallelle sporen: doen en bouwen. We zien de kracht van beide, zowel afzonderlijk als in combinatie. Ron Brans licht drie concrete voorbeelden toe waaruit duidelijk wordt hoe deze sporen samenkomen met als doel de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt op volle snelheid te houden.

Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital Agenda Zuid-Holland:

“Sinds het uitkomen van de debuutroman van Peter Buwalda ben ik fan en ge-/ misbruik ik deze column over het Zuid-Hollandse Human Capital Agenda beleid om hem weer eens onder de aandacht te kunnen brengen. Peter Buwalda won in 2011 de Tzum-prijs voor de beste literaire zin in de roman Bonita Avenue. Die luidde: Hij was verpieterd op de kamer die hij huurde bij zijn oudtante in Overvecht, een buitenwijk met asbestflats, ‘dreven’ in plaats van ‘straten’, en een eigen station met twee sporen om op te gaan liggen. Ook dat Zuid-Hollands Human Capital beleid kent immers twee sporen.

Doen en bouwen, of bouwen en doen, of bouwen om daarna te kunnen doen, of doen zodat we daarop verder kunnen bouwen. Het grijpt in elkaar. Is met elkaar verweven. En zoals treinrails parallelle lijnen zijn die elkaar in het oneindige kruisen, is ook het bouwspoor gelinkt aan het doenspoor zonder dat ze een worden of samenvallen.

Sinds april ben ik strategisch projectadviseur bij de HCA Zuid-Holland en zie ik de kracht van beide. Afzonderlijk, maar zeker ook in combinatie. Drie voorbeelden wil ik benoemen: De start van kwartiermaker Thijs Remijn bij het Leiden Bio Science Park (LBSP), de start van Dominic Schrijer als procesbegeleider om het Internationale Talent Programma verder te brengen (waarom wel) en last, maar zeker not least de (simpele) verbindingen die gelegd zijn, maar die o zo belangrijk kunnen zijn om zaken verder te brengen.

We doen op het LBSP, werken toe naar een Deelakkoord om meer mensen bij- en om te scholen, om werkgevers de kracht van hun Human Capital te laten benutten, maar ook om Internationaal Talent aan te boren en te behouden. Daar ligt direct de link met de start van Dominic Schrijer. De noodzaak om Internationale Kenniswerkers aan te trekken en te behouden voor functies die niet ingevuld kunnen worden met (potentieel) beschikbare werknemers staat voor werkgevers buiten kijf. De vraag is hoe we dat het beste kunnen doen.

We bouwen samen door verbinding. Door kennis over in kind bijdragen opgedaan in een Deelakkoord als Energy Switch over te brengen naar de Digicampus GWW. Door een relatief nieuwe campus in Gouda in contact te brengen met het bestaande campusnetwerk van de MRDH. Door van elkaar te leren, door te inspireren, door samen te werken en door samen te bouwen.

Want de Zuid-Hollandse arbeidsmarkttrein die dendert voort en mag niet ontsporen. Daar leggen we ons niet bij neer.”

© Vecteezy.com

 

 

 

 

 

 

 

Ron Brans

Strategisch Projectadviseur Human Capital Agenda Zuid-Holland

 

 

De partners bij de Human Capital Agenda (HCA) zijn unaniem dat het van groot belang is, en zelfs nog belangrijker dan voorheen, dat Zuid-Holland zich inspant om internationaal talent aan te trekken en te behouden. Vandaar dat het reeds succesvol gebleken Internationaal Talent Programma – deels gefinancierd vanuit de HCA Zuid-Holland – opvolging krijgt. Maar waarom precies? En welke stappen zullen er nu worden ondernomen om tot Internationaal Talent Programma 2.0 te komen?

Gebrek aan gespecialiseerd menselijk talent

In de HCA is opgenomen: “Zuid-Holland kampt met een tekort aan gespecialiseerd menselijk kapitaal. Er is een grote, nog niet te vervullen vraag naar theoretisch geschoolde mensen in relevante sectoren voor de economie zoals ICT en cybersecurity, energietransitie en hightech-maakindustrie. Dat vereist toegang tot voldoende internationaal talent, omdat deze banen in onvoldoende mate door Nederlandse werknemers vervuld kunnen worden.” Hierbij is als kwantitatieve doelstelling afgesproken om tenminste 1.000 internationale werknemers aan te trekken of te behouden.

Veel partners zijn betrokken. Financierende partijen zijn:

gemeenten Den Haag, Rotterdam en Dordrecht, Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Den Haag, EZK/RVO, MKB Rotterdam-Rijnmond en VNO-NCW Rotterdam & Regio Rijnmond. Andere betrokken partners zijn RVO/EZK Stichting Leiden Bio Science Park, Leiden-Delft-Erasmus Alliance, Universiteit Leiden, Erasmus Universiteit, Rotterdam School of Management, De Haagse Hogeschool, Hogeschool Rotterdam, Hogeschool Inholland, Hogeschool Leiden, IT Campus Rotterdam, Janssen Biologics, TNO, Royal IHC, KPN, ISISpace, IV-Groep, Focus ON VoF, Up Rotterdam, The Hague Tech & Fledgerr, YES!Delft The Hague, The Hague Security Delta, The Hague Business Agency, The Hague International Centre, Rotterdam Partners & International Centre, Expat Centre Leiden, Netherlands Maritime Technology, Deltalinqs, Economic Development Board Drechtsteden, Gemeente Zoetermeer, Gemeente Delft, Gemeente Leiden en AIESEC.

InnovationQuarter leverde de projectleider, Sasja Heijman. Zij heeft in de afgelopen jaren een stevige basis gelegd voor het aantrekken van talent naar de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt, voor functies die in Nederland niet of lastig vervulbaar zijn. Diverse acties zijn uitgevoerd, waaronder ook workshops voor werkgevers en het bouwen van een jobwebsite.

De aanloop naar Internationaal Talent Programma 2.0

De praktijk bleek echter ook de nodige verbeterpunten op te leveren, om van te leren en vervolgens om te zetten in aanscherpingen. Als je leren predikt, is het zaak het zelf natuurlijk ook te (blijven) doen. Het kan in zo’n geval vruchtbaar zijn om enige afstand te nemen en zaken vanuit een ander of nieuw perspectief te bekijken.

“Als je leren predikt, is het zaak het zelf natuurlijk ook te (blijven) doen.”

Met die gedachten in het achterhoofd heeft de Stuurgroep van het Internationaal Talent Programma, deels gefinancierd vanuit de Human Capital Agenda Zuid-Holland, KplusV gevraagd om een advies over de vormgeving van een “Internationaal Talent Programma 2.0”. Dominic Schrijer (in den beginne zelf inspirerend lid van de Taskforce), verbonden aan KplusV, is vanaf de zomer aan de slag. Hij rapporteert zijn bevindingen (analyse en scenario’s) en advies eind oktober/ begin november, opdat de partners tijdig besluitvorming kunnen treffen over hoe verder in 2024.

© Vecteezy.com

Het begrip ‘circulaire economie’ is de meesten van ons inmiddels wel bekend. De Rijksoverheid beschrijft dit als een duurzame economie voor de toekomst, waarin bijna geen afval bestaat en grondstoffen steeds opnieuw worden gebruikt. Het belang van een circulaire economie wordt almaar groter in onze huidige maatschappij. Maar heeft u er ooit over nagedacht of circulariteit ook van invloed kan zijn op uw personeelsbeleid? Hoe zou dat eruit kunnen zien en hoe kunt u dat in de praktijk brengen? Hierover is uitvoerig gesproken bij de Riverboard, aan de tafel ‘Leven Lang Ontwikkelen’ (LLO). De Riverboard is een samenwerking van bedrijven, overheden, onderwijsinstellingen en maatschappelijke organisaties in de Waterweggemeenten Maassluis, Vlaardingen en Schiedam.

Aad van Pelt, strategisch projectadviseur Human Capital: “Aangezien ik zelf al meer dan 35 jaar in Schiedam woon, kunt u zich voorstellen dat ik deze discussie en ontwikkeling niet alleen professioneel, maar ook persoonlijk volg en tracht te ondersteunen waar dat kan. De Riverboard wil toewerken naar een circulaire arbeidsmarkt, waarbinnen mensen actief aan de slag gaan met hun werkmogelijkheden (nu en in de toekomst) en makkelijk hun overdraagbare skills kunnen inzetten in de huidige of nieuwe functie(s). Dit zowel binnen als buiten de eigen organisatie of sector. Deze uitdaging is te groot voor afzonderlijke bedrijven en individuele medewerkers en juist daarom wordt de samenwerking in onze regio actief aangegaan om het doel te bereiken. Op termijn zal dit mogelijk in de vorm van een stichting gebeuren.”

Essentiële onderdelen van deze samenwerking zijn:

  • LLO blijven ontwikkelen, zoveel mogelijk aansluitend bij de grote transities in de maatschappij (verduurzaming, energietransitie, digitalisering, vergrijzing en ontgroening).
  • Soepele ‘transfers’ mogelijk maken van mensen, niet alleen binnen de eigen organisatie en/ of sector, maar ook tussen organisaties en/ of sectoren.
  • Zoveel mogelijk eigen regie bij de medewerkers zelf houden: hen empoweren en stimuleren

Een circulaire arbeidsmarkt als uitgangspunt voor duurzame verhoging van arbeidsproductiviteit én werkgeluk

Deze drie onderdelen leiden tot een duurzame verhoging van de arbeidsproductiviteit én bevorderen het werkgeluk van mensen. Daarom ondersteunen we de Riverboard bij de realisatie van Sociale Circulariteit in de vorm van het beschikbaar stellen van een kwartiermaker: ervaren human capital adviseur Eva Jeremiasse. Eva zal de komende maanden actief gaan bijdragen aan de totstandkoming van een operationeel plan, waar concrete (scholings)projecten op gebaseerd gaan worden en waar de provincie cofinanciering (maximaal 25%) voor beschikbaar kan stellen. Eva werkt bij Riverboard samen met Marita Dogterom, Esther van der Velden, Amy Oerlemans en Ronald Koot.

Wilt u meer weten over deze arbeidsmarktinnovatie en/of bent u zich aan het oriënteren op een Human Capital project, neem dan contact met het Human Capital programmateam. We gaan graag met u in gesprek over de mogelijkheden!

© Vecteezy.com

Afgelopen maandag was de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) te gast bij Ter Laak Orchids in het Westland, waar we welkom werden geheten door kersvers EBZ-lid Edith Bentvelsen, managing director bij Ter Laak Orchids en Bouke Arends, burgemeester van de gemeente Westland. Ter Laak Orchids is een van de grootste orchideeënkwekers ter wereld en een innovator. Niet alleen op technisch vlak, maar ook op het gebied van duurzaamheid.

Het Westland is een belangrijk ecosysteem voor voedsel en innovatie in Horticulture en levert een substantiële bijdrage aan de groei en welvaart van onze regio. Ook kent het Westland een aantal grote transitie-uitdagingen waar men de schouders onder steekt.

Na de kennismaking met Ter Laak Orchids werd de bijeenkomst verplaatst naar Tomatoworld, waar we spraken over de ruimtelijke puzzel van de provincie Zuid-Holland. Er is een grote ruimtevraag: variërend van landbouw, natuur, woningen tot bedrijvigheid. Al die wensen passen niet als we het niet samen anders gaan doen. Bij politieke keuzes is het belangrijk dat naar de kracht van de economisch grootste en meest veelzijdige provincie van ons land wordt gekeken. Het bouwen aan en het behouden van innovatieve ecosystemen is daarbij belangrijk. Zuid-Holland beschikt over topclustering van kennis en ondernemerschap. Of het nu gaat om haven & maritiem, aerospace, hightech-maakindustrie, tuinbouw, of life sciences & health. Deze ecosystemen hebben grote economische waarde en dragen bij aan het oplossen van nationale opgaven. Ook hebben we gesproken over de negatieve beeldvorming die er momenteel is over het bedrijfsleven. Transities zijn broodnodig, maar transities kosten ook tijd. Het is belangrijk dat hier bij politieke keuzes rekening mee wordt gehouden. Het is goed om ons te realiseren dat het motto: “eerst verdienen, dan verdelen” Nederland groot heeft gemaakt.

Samenwerken voor een bloeiende economie

Door met elkaar in gesprek te gaan en te blijven, werken we samen aan wederzijds begrip en kunnen we gezamenlijk bouwen aan de economie die we uiteindelijk willen zijn en zo de brede welvaart voor álle inwoners verhogen. Met 80 partijen uit bedrijfsleven, onderwijs- en kennisinstellingen en overheden werken we aan de uitvoering van de Groeiagenda Zuid-Holland, waarmee we als Zuid-Holland een bijdrage leveren aan oplossingen voor heel Nederland.

 

Afgelopen maandag hebben collega’s van de EBZ deelgenomen aan een masterclass met als centraal thema: het StartupFrameWork©. Dit model, berekend door een geavanceerd algoritme, heeft snel aan populariteit gewonnen onder startup ondersteuners. Het wordt gebruikt als maatstaf om de groei en ontwikkeling van jonge ondernemingen te beoordelen. De sessie werd gegeven door het bedrijf Gritd in samenwerking met InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij van Zuid-Holland. In dit artikel deelt onze collega Roy Osinga (Senior Adviseur Strategie) de inzichten die deze inspirerende Masterclass heeft opgeleverd voor de EBZ.

Start met de hamvraag: startup of scale-up?

“Velen zijn zich ervan bewust dat startups zich in fases ontwikkelen, maar zelden zijn wij als investeerder, ondersteuner of accelerator in staat neutraal te kijken waar de startups nu eigenlijk staan. Ook voor de startende en groeiende onderneming is het moeilijk om echt objectief naar zichzelf te kijken. Te vaak worden dergelijke ondernemingen al te snel bestempeld als een scale-up. Dit terwijl de realiteit is dat zij de eerste fase – met bijbehorende marktvalidatie van het concept of idee – nog niet hebben afgerond. Als investeerder is het daarom belangrijk om te weten wiens probleem je nu écht oplost. Belangrijke vragen vooraf zijn de volgende: Focussen we op een duidelijk marktsegment? Is dit segment bereid te betalen? En hebben de klanten hetzelfde aankoopmotief? – Dit is echt een heel andere kwestie dan een aantal half betaalde demo’s doen.”

Nieuwe maatstaven voor startup succes: voorbij financieringsrondes en werknemersaantallen

“Het succes van startups wordt tot op heden vaak afgemeten aan gerealiseerde financieringsrondes en het aantal medewerkers. Deze resultaten lijken op het eerste gezicht heel nuttig. Desalniettemin geven deze geen inzicht in de gecreëerde waarde in de markt en daarmee ook niet in de kans om een impactvol ‘volwassen’ bedrijf te worden. Beide meetindicatoren zeggen immers niks over de marktadoptie van de ontwikkelde oplossing. Echte impact ontstaat pas bij grootschalige adoptie in de markt of als gevestigde spelers in de markt gaan anticiperen op de nieuwe speler.”

Te veel financiering jaagt onbewust inconsistente groei aan

“Er wordt in Nederland veel gesproken over het tekort aan Risicokapitaal in de Vroege Fase, maar meer geld vrijmaken voor startups is niet per se de oplossing voor de eerste levensfase van startups. Onderzoek van Gritd toont aan dat te veel financiering onbewust inconsistente groei aanjaagt. Het als regio ondersteunen van sommige startups – zeker die met duurzame en economische impact – is en blijft belangrijk! Het gesprek moet daarbij tevens gaan over hoe financiering als instrument ingezet kan worden gericht op de actuele levensfase en het in beeld brengen van de volgende mijlpalen. In een tijd van mogelijk krimpende middelen is het belangrijk om efficiënt en effectief te zijn als het gaat om investeren met gemeenschapsgelden. Vragen die daarbij horen zijn: wat zijn de echte sleuteltechnologieën, wie zijn de echte gamechangers en wat kan de markt zelf oppakken.  Daarnaast kunnen ook gevestigde bedrijven (MKB en corporates) belangrijk aanjagers van de transitie en duurzame groei en welvaart zijn. Sommige hebben daarbij wel een duwtje in de goede richting nodig. Dat kan ook ontstaan door een consistente overheid als ook een level playing field op sommige markten. Het is mooi als er na 22 november voldoende middelen blijven om gericht nieuwe bedrijvigheid te blijven aanjagen en ondersteunen gericht op de ambities uit de Groeiagenda van Zuid-Holland.”

Roy Osinga: “Impactvol volwassen worden, impactvol investeren.”

“De EBZ pleit ervoor dat partijen in Zuid-Holland zoals InnovationQuarter, incubators en accelerators gezamenlijk de handschoen oppakken om, net als in Brabant, de ondersteuning van startups en scale-ups verder op elkaar af te stemmen (vanuit de opgedane leerervaringen onder andere van dit framework) en zo te professionaliseren.”

– Roy Osinga, Senior Adviseur Strategie EBZ

Koningin van de binnenvaart, wordt ze wel eens genoemd. Op foto’s heeft ze vaak een bouwhelm op en ze voelt zich bij uitstek thuis in de maritieme sector, waar je de mens achter de spreadsheet nog kent. Femke Brenninkmeijer is CEO van NPRC, een coöperatie van zo’n 150 binnenvaartondernemers, daarnaast is ze voorzitter van de board van Maritime Delta, het maritieme innovatieprogramma dat uitgevoerd wordt door InnovationQuarter. Sinds een half jaar is ze ook lid van de Economic Board Zuid-Holland en daarmee heeft ze zich als bestuurder diep in het Zuid-Hollandse ecosysteem genesteld. In een persoonlijk interview spreken we haar over de maritieme sector, de binnenvaart, over hoe digitalisering een absolute voorwaarde is voor de logistiek én energietransitie, en over vrouwen in een mannenwereld.

Direct even met de deur in huis: wat betekent de maritieme industrie voor Nederland?

“Eigenlijk zie je pas de echte waarde van deze sector als hij er even niet is. Toen er een containervrachtschip vastliep en het hele Suezkanaal geblokkeerd werd, liepen ineens alle supply-chains wereldwijd vast. Tot dat moment realiseerden mensen zich niet hoe ongelooflijk efficiënt onze hele logistiek georganiseerd is. Iedereen heeft heel betaalbaar toegang tot allerlei producten van over de hele wereld. Dat kan alleen dankzij een hoog-efficiënte logistiek. Nederland staat wereldwijd hoog aangeschreven in hoe goed we onze logistiek organiseren. Natuurlijk is de maritieme sector ook meer dan logistiek, zee- en binnenvaart. Het zijn ook die state-of-the-art-schepen die onmogelijk grote windmolens plaatsen op zee om zo bij te dragen aan de energietransitie.”

En wat vervoert die binnenvaart nou eigenlijk?

“Álles. Bouwmaterialen voor de woningmarkt, ertsen en staal voor de auto-industrie, agri-producten, waaronder alle mout en gerst voor Heineken.”

Zonder binnenvaart geen bier dus.

“Haha precies, dat zou onze nieuwe leus moeten worden!”

“Tja, wat wordt er eigenlijk niet door ons vervoerd… 90% van alles wat wij als consumenten kopen, komt via zee binnen en wordt voor een groot deel per binnenvaart aan- en afgevoerd. Dat is echt gigantisch. Daarnaast zorgen we voor de aan en afvoer van grondstoffen en halffabricaten voor de Europese productiebedrijven. Het wordt niet altijd gezien, dat je als binnenvaart zo’n belangrijke schakel bent in die keten. Wij vervoeren bijvoorbeeld ook heel veel zout, bijna 20% van onze lading. Dat is weer een grondstof voor de chemische industrie waar je uiteindelijk bijvoorbeeld matrassen van maakt.”

Jullie willen in de Nationale en Regionale Maritieme Agenda concurrerende, klimaatneutrale schepen ontwikkelen. Wordt ons businessmodel dan het verkopen van die schepen?

“Ja, de schepen, maar zeker ook de klimaatneutrale technologie. Wij hebben hier in Nederland de grootste binnenvaartvloot uit Europa varen. Dus in de eerste plaats moeten wij zélf die klimaatneutrale technologie gaan implementeren. We hebben hier een verantwoordelijkheid om de binnenvaart beter te maken.”

Een ander speerpunt van de Maritieme Agenda’s is meer talent naar de sector aantrekken. Maar wat is er eigenlijk leuk aan werken in de maritieme industrie?

“Er wordt hier nog iets minder vanuit spreadsheets gewerkt, je verkoopt hier geen verzekeringen. Hier verkoop je iets tastbaars, iets zichtbaars, iets dat nodig is en bijdraagt aan de oplossingen voor de opgaven in de maatschappij. Daarbij zie je nog de personen achter de bedrijven.”

Wat grappig, ik ging ervan uit dat het meer om de cijfertjes zou gaan, maar jij beschrijft nu een sector waarin de mens centraal staat en waar je veel resultaat ziet van je werk.

“Nou ja, wat is er nou leuker dan dat je werk elke dag aan je voorbijvaart! Ons kantoor zit aan de Maas. De binnenvaart is vrij laagdrempelig, mensen zijn heel toegankelijk.”

Is er een bepaald type mens dat goed gedijt in de maritieme sector?

“Ja, ik denk wel dat je een beetje down-to-earth moet zijn. En concreet. Men houdt er iets minder van poespas.”

Om mensen aan te trekken heb je ook boegbeelden nodig. Wie is voor jou een maritiem boegbeeld?

“Ik vind het bijvoorbeeld heel leuk dat Marja van Bijsterveldt nu speciaal gezant is voor de maritieme sector. Zij stelt samen met de sector een nationaal actieprogramma maritiem op. En ze is ook nog eens mijn collega bij de EBZ.”

Wat doet Marja van Bijsterveldt zo goed?

“Ze is ontzettend benaderbaar, enthousiast, zeer betrokken en daadkrachtig. Ze heeft een open blik, pretendeert niet dat zij de wijsheid in pacht heeft. En ik zie een enorme drive in haar om dit van de grond te krijgen.”

En hoe vind je dan die mensen met wie je dingen voor elkaar krijgt?

“Beetje geloof uitstralen en verbinding brengen. Ik had bijvoorbeeld een half uur ‘zendtijd’ tijdens onze jaarvergadering van de NPRC. We kwamen economisch uit best een hectische tijd, waarin er veel werd gevraagd van mensen, zowel die op kantoor als van de ondernemers aan boord. Economisch ging het zo goed dat we de vraag bijna niet konden bijbenen. Fijn natuurlijk, maar de spanning nam ook toe in de club. En toen dat half uur zendtijd. Ik had natuurlijk een heel mooi verhaal kunnen houden over de omzetcijfers, maar ik dacht: nee, ik ga het daar over de liefde hebben.”

Ze begint heel hard te lachen.

“…ja, over de liefde! Ik dacht: het is hectisch geweest, mensen hebben tegenover elkaar gestaan, ik wil hier verbinding voelen. Wat brengt ons nou bij elkaar? Laat dat nou niet alleen die cijfers zijn. Als je het moeilijk hebt in het leven, dan zijn er altijd bepaalde mensen voor je. In deze groep wil ik dat wij elkaar ook op die manier vinden. Sterker, dat verwacht ik ook van je. Dat we samen onderdeel zijn van een groter geheel.”

Die jaarvergadering was van de NPRC, waar je directeur van bent. Wat doen jullie precies?

“NPRC is de grootste coöperatie van binnenvaartondernemers in Nederland. Er zitten zo’n 150 binnenvaartondernemers in, in alle scheepsgroottes. Ik ben directeur van het bedrijf en samen met Arno Treur (CFO) bestuurder van de coöperatie, maar ik heb een commerciële rol voor de leden. Ik sluit de transportovereenkomsten, samen met de collega’s, met alle industrieën in Europa. Dat werk bieden wij vervolgens aan aan onze leden; zij kunnen deze orders varen. We hebben een diverse klantportefeuille met bestemmingen door heel Noord-West Europa. En we hebben een hele diverse vloot die in staat is dit werk te varen en zo de producten te leveren aan onze klanten.”

En digitalisering zit bij jullie echt in de core van het bedrijf, toch?

“We hebben een eigen IT-systeem ontwikkeld; elk transport wordt bij ons digitaal verwerkt, alle communicatie over afrekening en ETA’s lopen via een app. Met die data kunnen we onze klanten én onze leden real-time informatie geven. Inmiddels hebben we zo veel informatie dat we zelfs in de Rijn-en-Maasdelta kunnen zien welke havenbedrijven het snelst en efficiëntst functioneren. We kunnen ook de CO2-uitstoot bijhouden. In de energietransitie is digitalisering echt een voorwaarde. Je kunt wel vergroenen, maar als je niet precies meet en weet hoeveel je uitstoot en wat je precies verbetert, dan blijft elke poging een losse flodder. Voor deze monitoring werken we ook nauw samen met BigMile, dat ervoor zorgt dat de gegevens over de CO2 geaccrediteerd zijn.”

Je bent nu ook als boardlid aan boord gekomen van de Economic Board Zuid-Holland. Waarom eigenlijk?

“Ja, weet je, bij de EBZ komen publieke en private belangen echt samen. Je kunt ondernemers laten zien wat de publieke belangen zijn – want of je wilt of niet, je moet daar als bedrijf toch in mee – maar je kunt ook de publieke partijen de kracht van ondernemers laten zien.”

“Daarnaast vind ik dat de EBZ een belangrijke rol heeft in het vormgeven van het verhaal van Zuid-Holland. Bij het Maritime Deltadiner mocht ik openen, toen zei ik: stel dat je alle 12 provincies in een hal neerzet met een standje, met welk verhaal staat Zuid-Holland daar dan? Hoe presenteren we ons naar de arbeidsmarkt, naar ondernemers, naar de samenleving?”

Kun je een voorzet doen voor één verhaal dat al die verschillende innovatieve sectoren in Zuid-Holland bindt?

“Dat moet je denk ik zoeken in de technologie. Als ik kijk naar de sectoren aerospace en maritiem, dan verschillen die niet enorm van elkaar. De een gaat door de lucht, de ander over land, maar ze zijn allebei bezig om dat zo efficiënt mogelijk te doen. En met de nieuwste technologie. En in de kassen zijn ze evenzeer bezig met efficiëntie en technologie.”

“Of misschien zit het hem wel in de aanwezigheid van de haven. Er is onderzocht dat er rondom havens wereldwijd heel veel innovatie ontstaat. Omdat daar allerlei denkbeelden uit verschillende landen samenkomen. Dat zit natuurlijk ook heel sterk in die Zuid-Hollandse omgeving.”

Je bent voorzitter van de raad van advies van Telstar Vrouwenvoetbal. Heb je zelf ooit gevoetbald?

“Nee, mijn dochter wel, ik zelf niet. Maar ik heb wel iets met vrouwen in een mannenwereld.”

O ja?

“Ja, daar werk ik in.” Ze glimlacht.

Hoe werkt dat, vrouwen in een mannenwereld?

“Ik was vorige week op een maritieme beurs. Daar zie je toch veel mannen en redelijk weinig vrouwen. De maritieme sector is een vrij technische omgeving, daar voelt een vrouw zich misschien iets minder snel toe aangetrokken. Daarom is het des te belangrijker dat de vrouwen naar buiten treden en laten zien dat ze het leuk hebben. Zodat onze sector ook voor de andere helft van de bevolking aantrekkelijk is.”

“Uit onderzoek blijkt: de Nederlander ziet een technisch beroep niet als iets voor een vrouw. En vrouwen blijken dat zelf ook zo te zien. Dat is een veel breder issue: hoe kijken wij naar technische beroepen en wie achten wij in staat om die beroepen uit te voeren.”

Jij spreekt heel veel binnenvaartondernemers; wat is een belangrijke les die je van ze hebt geleerd?

“Er wordt vaak gezegd dat de binnenvaart conservatief is. Ik vind dat een vervelend woord. Ze zijn juist vaak heel open: we willen wel verduurzamen, maar help ons met het ‘hoe’. En wat ik van ze leer: het zijn gewoon hardwerkende mensen. Die dag en nacht met hun bedrijf bezig zijn. Daar zit heel veel passie in, en trots. Dat zit heel diep verankerd. Daar kunnen velen een voorbeeld aan nemen.”

Porthos CO2 Transport and Storage C.V.

Goed nieuws!  Afgelopen woensdag heeft de Raad van State bepaald dat CO2-opslag in de Rotterdamse Haven onder de Noordzee mag doorgaan. Dit draagt bij aan de klimaatambities van Zuid-Holland, namelijk 40% van de landelijke CO2-reductie, wat neerkomt op een reductie van 73 megaton tot 2050 Het was een korte uitspraak van de Raad van State afgelopen woensdag, maar één met enorme relevantie voor het hele land. De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) hoopt dat de nieuwe Tweede Kamer daar investeert waar de impact het grootst is en extra let op toekomstbestendige wet- en regelgeving die de (energie)transities kunnen versnellen. 

Porthos-project voor CO2 opslag 

Porthos ontwikkelt een project waarbij CO2 van de industrie in de Rotterdamse haven wordt getransporteerd en opgeslagen in lege gasvelden onder de Noordzee. Porthos staat voor Port of Rotterdam CO2 Transport Hub and Offshore Storage. Nederland heeft duidelijke klimaatdoelstellingen: in 2030 moet de uitstoot van broeikasgassen met minimaal 55% zijn teruggedrongen ten opzichte van 1990. In 2050 moet Nederland klimaatneutraal zijn. Eén van de manieren om de klimaatdoelstellingen te realiseren, is het afvangen en opslaan van CO2 (Carbon Capture and Storage, kortweg CCS). In het Klimaatakkoord is nadrukkelijk gekozen voor CCS als één van de maatregelen voor CO2 -reductie. 

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State heeft op 16 augustus 2023 bepaald dat de planvorming en vergunningverlening goed is en het Porthosproject door kan gaan.  

Zuid-Holland draagt bij aan nationale oplossingen 

Het Porthosproject toont de grote impact die projecten in Zuid-Holland hebben voor heel Nederland. Met onze sterke rol in de fossiele economie is de omvang van de transities in Zuid-Holland extra groot. Zuid-Holland speelt dan ook een grote rol in de transities van deze tijd: de energietransitie, de transitie naar een circulaire economie en de digitale transformatie. De unieke publiekprivate samenwerkingsvormen tussen bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland zijn cruciaal voor de vernieuwing in heel Nederland. Vandaar dat de EBZ zich inzet voor eenduidige, op feiten gebaseerde gezamenlijke economische strategie voor de regio. Zo realiseren we impact, niet alleen in deze regio maar voor heel Nederland.

Oproep aan de landelijke politiek 

Met de Tweede Kamerverkiezingen in aantocht geeft de EBZ, het regionaal samenwerkingsverband van kennisinstellingen, bedrijven en overheden in Zuid-Holland, een aantal aanbevelingen 

Martin van Gogh, Vicevoorzitter EBZ en Directeur Batenburg Techniek: Het Porthos-project is een mooi voorbeeld van een project in Zuid-Holland dat grote impact heeft voor heel Nederland. Vind als landelijke politiek niet opnieuw het wiel uit, maar stimuleer daar waar de oplossing voor handen ligt.  

De EBZ hoopt dat de nieuwe Tweede Kamer hier ook oog voor heeft. Investeer daar waar de impact het grootst is, durf industriepolitiek te voeren en zorg voor wet- en regelgeving die de energietransitie kan versnellen.

Lees hier het advies aan politieke partijen.

 

© Porthos CO2 Transport and Storage C.V.

Brede welvaart is een concept dat de afgelopen tijd meer en meer onder het vergrootglas is komen te liggen in Zuid-Holland. De welvaart in onze regio gaat namelijk niet alleen over geld, maar reikt verder dan dat. Het is belangrijk om naast het BNP ook sociale en ecologische welzijnsindicatoren mee te nemen wanneer wordt gekeken naar welvaart. Iedereen verdient een acceptabel niveau van brede welvaart. De analyses van onder andere de Rabobank wijzen uit dat de brede welvaart in Zuid-Holland achterblijft op het Nederlands gemiddelde. Het concept ‘brede welvaart’ stond dan ook centraal tijdens de tweede Groeiagenda Conferentie. Vertegenwoordigers van de 80 partners van de Groeiagenda Zuid-Holland en andere geïnteresseerden kwamen eind juni samen. De Groeiagenda Zuid-Holland is een initiatief om samen te werken aan kansen en uitdagingen in de regio.

Scheiding doorbreken

Prof. Dr. Martin de Jong lichtte toe wat brede welvaart is door het expliciet af te zetten tegen ‘enge welvaart’. Volgens Martin de Jong wordt bij enge welvaart alleen gekeken naar het Bruto Nationaal Product, een indicator van financiële rijkdom. Hij liet zien dat de beleving van brede welvaart gekoppeld is aan een ruimtelijke uitdaging: steeds meer heeft de ‘creatieve klasse’, de mensen die vooral met hun hoofd werken, de betere plekken in de stad opgeëist. Dichter bij scholen, ziekenhuizen, in het groen, schoner, beter bereikbaar. Zo ontstaat een scheiding die je doelbewust moet willen doorbreken.

Rol voor bedrijven en overheid

Otto Raspe, hoofd Rabo Research Regio’s, Innovatie, Duurzaamheid en Ondernemerschap, zei blij te zijn dat het coalitieakkoord van het nieuwe provinciebestuur brede welvaart centraal zet. Want het onderzoek van de Rabobank, waarbij jaarlijks 10.000 mensen geïnterviewd worden, laat zien dat Zuid-Holland, ondanks alle potentieel, lager scoort dan de rest van Nederland als het om brede welvaart gaat. Hij deed een oproep aan de Groeiagenda Zuid-Holland om ervoor te zorgen dat méér bedrijven opschuiven van de middenmoot naar de kopgroep van ondernemers die hun schouders onder de grote veranderingen zetten waar we als samenleving doorheen gaan. Hij vertelde dat 10% van de bedrijven koploper is en dat deze groep laat zien wat de transitie teweegbrengt voor de brede welvaart. EBZ staat Zuid-Hollandse partijen ten volste bij in deze transities, die vervolgens kunnen dienen als voorbeeld voor de rest: dus ook het kleiner mkb.

Ook Fedde Sonnema, directeur van DSM Delft en van de Biotech Campus Delft, benadrukte de rol van bedrijven en riep de overheid op om met duidelijke, doordachte regelgeving te komen. Hij pleit voor relevante regelgeving die, juist door duurzaamheid te stimuleren, zorgt dat industrie en regio samenwerken. Als voorbeeld noemde hij biobased grondstoffen. Onze overheid heeft de toepassing ervan in brandstoffen gestimuleerd, maar voor biobased materialen was er geen kader of beleidsmatige druk, waardoor Nederland hierin achterloopt. In Zuid-Holland bevindt zich het grootste biobased cluster van Europa, maar daarnaast ook het grootste petrochemische cluster van de wereld, de grootste zeehaven van Europa, infrastructuur en verbindingen naar het achterland, sterke ecosystemen, en kennisinstellingen van wereldformaat. Zuid-Holland heeft daarom een unieke uitgangspositie om een belangrijke rol te spelen in de circulaire economie. Het DNA van Zuid-Holland vraagt dus om een actieve rol in de circulaire economie. De EBZ neemt hierin een actieve houding aan als onderdeel van de Groeiagenda Zuid-Holland en ondersteunt daarom een taskforce op het gebied van circulaire economie.

Dat de provincie die rol voor zichzelf ziet, werd beaamd door de directeur Economie, Ton Jonker. Hij gaf aan dat er uiterlijk 2025 een brede welvaartsagenda Zuid-Holland wordt geformuleerd. Tegelijk is er een grote uitdaging om voldoende fysieke ruimte te hebben voor alle zaken die we in de provincie nodig hebben. We zullen deze slim en multifunctioneel moeten inzetten. Waar de provincie eerder in een faciliterende rol zat (‘We proberen zoveel als we kunnen mogelijk te maken’), zal ze nu veel meer gaan sturen op wat wel en wat niet kan.

Van groei naar bloei

Paul Schenderling, econoom, schrijver en spreker rondde de conferentie af met een vlammend betoog over ‘postgroei’. Hij liet zien dat kleine, marginale veranderingen de wereld niet gaan redden. Van de 9 wereldwijde ecosystemen die het leven op aarde mogelijk maken, zijn bij 6 al de grenzen overschreden. Als maatschappij moeten we loskomen van een eenzijdige focus op economische en consumptiegroei. We moeten zorgen dat we groeien in kwaliteit van leven, naar ‘een gelukkiger Nederland dat binnen de draagkracht van de aarde leeft’, oftewel ‘van groei naar bloei’.

Ed Brinksma, Voorzitter van het College van Bestuur van Erasmus Universiteit Rotterdam: “Wij zijn één van de rijkste landen ter wereld en we hebben niet genoeg leraren voor de klas. We hebben ecologische problemen, we hebben sociale problemen. Kortom, het systeem werkt niet meer als we alleen maar op geld sturen. Dus we moeten ook echt op een bredere manier over welzijn en welvaart nadenken.”

Urgentie om in Zuid-Holland te investeren blijft groot

In 2021 presenteerde een brede coalitie van 80 partijen in Zuid-Holland de Groeiagenda Zuid-Holland. Die is nodig omdat de regio voor grote uitdagingen staat. In Zuid-Holland wonen 3,7 miljoen mensen en de komende decennia komen er nog eens 400.000 mensen bij. Dat zet druk op de woningmarkt, arbeidsmarkt en bereikbaarheid. In Zuid-Holland worden ruim 200.000 nieuwe woningen gebouwd, een kwart van het aantal dat in Nederland nodig is. Zuid-Holland is ook de plek waar de energietransitie moet plaatsvinden en kan 40% van de nationale CO2 reductie leveren. De uitdagingen hebben door hun omvang nationale urgentie. Gezamenlijke investeringen van rijk, regio, bedrijven en kennisinstellingen in de Groeiagenda Zuid-Holland leiden tot 12% extra economische groei en 120.000 nieuwe banen.

Meer weten over de door het Groeifonds geselecteerde projecten? Kijk hier.