Economie Zuid-Holland

#4 – Vierluik over de uitgangspositie van de Zuid-Hollandse economie: Technologische Industrie

De coronacrisis en de onvermijdelijke economische crisis die daarop volgt, trekken een zware wissel op de Nederlandse en Zuid-Hollandse economie. Hoe hard die klap is, hangt niet alleen af van de lastig te voorspellen impact van Covid-19. Het hangt ook samen met de uitgangspositie van de regionale economie. In deze serie onderzoeken we daarom hoe de Zuid-Hollandse economie ervoor staat op vier verschillende thema’s: economie, innovatie, human capital en de technologische industrie. Deze vierde en laatste editie gaat in op de kansen en risico’s die wij zien voor de Zuid-Hollandse technologische industrie.

Lees hier deel #1deel #2 en deel #3 van het vierluik

In de vorige drie artikelen in dit vierluik, hebben we benoemd dat er in Zuid-Holland grote kansen liggen. De regio is goed gepositioneerd om in verschillende technologievelden een leidende rol in innovatie te pakken. Hoewel de regionaal-economische potentie groot is, tonen de economische cijfers van de afgelopen jaren dat Zuid-Holland economisch achterblijft bij vergelijkbare regio’s. De afgelopen vijf jaar is de Zuid-Hollandse economie met een gemiddelde jaarlijkse groei van 1,3 procent minder hard gegroeid dan andere grootstedelijke Europese regio’s. Die lieten een gemiddelde groei zien van 2,6 procent per jaar. De gemiddelde arbeidsproductiviteitsgroei over de hele economie van Zuid-Holland was de afgelopen vijf jaar zelfs negatief, terwijl die in de benchmarkregio’s en in Nederland als geheel is gestegen.

Figuur 1. Economische groei 2014-2019 en 2019. Gemiddelde jaarlijkse groei bruto regionaal product (marktprijzen 2018) Zuid-Holland (NEO Observatory, 2020).

Om het onbenut potentieel de komende jaren te benutten, zien we kansen voor technologische industrie. In Nederland laat die sector als enige al jaren een stevige exportgroei zien (figuur 2), zowel in machines en onderdelen als in hoogwaardige kunststoffen was de groei de afgelopen drie jaar circa 30 procent. Andere sectoren, zoals landbouw, farmacie en food, vertonen geen of nauwelijks groei of zelfs een forse daling.

Figuur 2. Verdiensten aan de export van Nederlandse makelij, top 10 (bron: CBS).

Ook in Zuid-Holland zitten tal van technologische bedrijven die groeicijfers in de dubbele digits hebben laten zien, zoals Lely Industries (melkrobots), Quooker (keukenartikelen), D.O.R.C. (medische instrumenten) en Ampelmann (maritiem). Sterker nog, met ruim 3.400 bedrijven met meer dan 5 werknemers is Zuid-Holland de regio met het hoogste aantal bedrijven in de technologische industrie, meer dan Noord-Brabant (ca. 3.200) en Noord-Holland (ca. 2.700). De Technologische Industrie in Zuid-Holland kan flink groeien en daarmee het verdienvermogen van de provincie en dus Nederland significant vergroten. Dit aantal groeit bovendien harder dan in andere regio’s, niet in de laatste plaats door de impulsen van incubators als YES!Delft, wereldwijd de #2 incubator voor technologische bedrijven. TU Delft en TNO vormen een bron van kennis en kunde én van een continue stroom start-ups. Opmerkelijk genoeg is de arbeidsproductiviteit in de Zuid-Hollandse technologische industrie het hoogste van Nederland en groeit deze ook door.

Maar niet alleen de omvang van de Zuid-Hollandse technologische industrie doet ertoe. In het tweede artikel in deze reeks lieten we al zien dat veel van de Technisch Weekblad Top-30 meest innovatieve bedrijven een vestiging heeft in Zuid-Holland. De innovatieve oplossingen die deze technologische bedrijven ontwikkelen kunnen een belangrijke bijdrage leveren aan het oplossen van de transitieopgaven waar de regio en de rest van de wereld voor staan.

Het potentieel van de technologische industrie benutten

Ondanks deze concentratie van kennisinstellingen en hoogwaardige innovatieve bedrijven, blijft de groei van de regio dus fors achter bij de prestaties van vergelijkbare grootstedelijke Europese regio’s. De werkloosheid is er hoger dan elders in Nederland, zeker in Rotterdam en Den Haag. En de arbeidsmobiliteit is relatief laag: men stapt niet over naar andere sectoren. Voor de coronacrisis werd de groei van een kwart van de hightech bedrijven geremd door een tekort aan geschoold personeel; tegelijkertijd zaten mensen uit andere sectoren waar het minder goed ging thuis op de bank. Dit wijst op een van de grootste zwaktes in de Zuid-Hollandse economie: de sterke sectorale onderverdeling.

Sectoren als petrochemie, haven, maritiem, tuinbouw, medtech en ruimtevaart zijn in Zuid-Holland zo groot dat een sterke sectorale organisatie mogelijk is –  en dat heeft die sectoren in het verleden geen windeieren gelegd. Maar in de dynamische economie van vandaag de dag is sectorale organisatie niet langer toereikend. Kennisontwikkeling, kruisbestuiving  en arbeidsmobiliteit tussen sectoren is essentieel om concurrerend te blijven. Door de technologische industrie, toeleverancier aan al die sectoren, beter onderling te verbinden, kan allicht een begin worden gemaakt aan het doorbreken van de muren tussen de sectoren.

Wat verder opvalt als we de technologische industrie in Zuid-Holland beschouwen, is dat de gemiddelde bedrijfsomvang klein is en dat de gemiddelde omzet per vestiging lager ligt dan in andere regio’s (zie figuren 3 en 4). In totaal werken er 110.000 mensen bij 31.000 bedrijven, alle ZZP-ers en andere bedrijven met minder dan 5 werknemers meegerekend. Dat komt deels door het aantal start-ups, maar ook bij mkb-ers die al langer bestaan zien we weinig groeiambitie. Kleine bedrijven hebben minder diepe zakken om radicale innovatie te realiseren, kunnen minder investeren in middelen die de arbeidsproductiviteit verhogen en zijn niet in de positie om leiderschap op zich te nemen.

Daar raken we het derde zwaktepunt: er staan in bedrijfsleven en kennisinstellingen te weinig mensen op die het leiderschap naar zich toe trekken – en gegund krijgen. Wellicht spelen hier opnieuw het sectorale denken en een gebrek aan ambities een rol. Ongetwijfeld is ook de sterke interne gerichtheid van bedrijven en kennisinstellingen in Zuid-Holland een factor. Dergelijke culturele factoren spelen zeker een rol en zijn wel aan het veranderen, maar dat vergt tijd. In een onderzoek uitgevoerd door Berenschot zien we ook bij de technologische bedrijven in Zuid-Holland dat zij elk een eigen kring van klanten en toeleveranciers hebben waar maar heel beperkt overlap tussen zit.

Figuur 3. Aantal werknemers Technologische Industrie naar werknemersklasse (bron: CBS, bewerking Berenschot).

Figuur 4. Gemiddelde omzet per vestiging technologische industrie per regio (bron: CBS, bewerking Berenschot).

Kansen voor de technologische industrie

De Zuid-Hollandse technologische industrie biedt kortom grote kansen voor het regionale en Nederlandse verdienvermogen. Om dat potentieel te benutten wordt er op dit moment de ActieAgenda voor de Technologische Industrie in Zuid-Holland opgesteld. De basis daarvoor is het genoemde onderzoek van Berenschot dat in opdracht van de Economic Board Zuid-Holland, Holland Instrumentation en InnovationQuarter is uitgevoerd. Met de ActieAgenda  zetten bedrijven, kennisinstellingen en publieke partijen uit Zuid-Holland de eerste stap om dat potentieel te benutten en de kansen voor de technologische industrie te pakken.

Uiteindelijk zijn het ondernemers die de kansen moeten pakken en verzilveren. Daarom zijn ondernemers van bedrijven als Batenburg Techniek, Krohne, Technolution, Airbus Defence and Space, Oceanco, Shell, Lely Industries, Festo, Boers en co, Hittech en vele anderen in de lead bij het samenstellen van de ActieAgenda. De gezamenlijk ambitie is fors: de omzet van de Technologische Industrie in Zuid-Holland in 2030 verdubbelen tot 50 miljard euro per jaar. Dit kan 30.000 nieuwe banen opleveren.

De komende tijd wordt de ActieAgenda Zuid-Holland afgerond. Op hoofdlijnen zal die bestaan uit vier actielijnen, die onderling sterk samenhangen en allemaal tot doel hebben om het technologische industrie ecosysteem verder te versterken:

  1. Nieuwe waardesystemen: een ecosysteembenadering om innovatie te versnellen in een beperkt aantal nieuwe waardesystemen die cross-overs vormen tussen sectoren maken een  snelle groei van omzet en export mogelijk. Denk hierbij aan het benutten van robotica in de tuinbouw , logistiek en retail.
  2. Digital Supply System: digitalisering van de maakprocessen tussen machines, in hele fabrieken en tussen fabrieken vereisen innige samenwerking tussen bedrijven en maken een ongekende groei van arbeidsproductiviteit mogelijk.
  3. Human Capital: vergroten van de instroom van technologische opleiding en versterking van de bij-, na- en herscholing van werknemers is nodig om die nieuwe producten te kunnen ontwerpen en maken en  om de verwachte groei in werkgelegenheid waar te maken.
  4. Netwerken, hotspots en branding: een sterker onderling netwerk is nodig om dit alles voor elkaar te krijgen. In de brede en diverse economie die Zuid-Holland is, is het goed om dat te doen rondom lokale knooppunten: innovatiehotspots zoals Technology Park Ypenburg, waar een bepaalde technologie (in dit geval: nieuwe materialen) centraal staat voor cross-sectorale toepassingen.

De ActieAgenda is op dit moment in ontwikkeling. Tijdens de eerstvolgende regionale online executive meeting (ROEM) die plaatsvindt in januari wordt de voorlopige ActieAgenda gepresenteerd en kunnen Zuid-Hollandse partijen hierover meepraten. Wilt u hierbij zijn of wilt u meedenken? Neem dan contact op met Anton Duisterwinkel.