#2 – Corona: urgentie en kansen voor innovatie in Zuid-Holland – juist nu

De coronacrisis en de onvermijdelijke economische crisis die daarop volgt, trekken een zware wissel op de Nederlandse en Zuid-Hollandse economie. Hoe hard die klap is, hangt niet alleen af van de lastig te voorspellen impact van Covid-19. Het hangt ook samen met de uitgangspositie van de regionale economie. In deze serie onderzoeken we daarom hoe de Zuid-Hollandse economie ervoor staat op vier verschillende thema’s: economie, innovatie, human capital en de technologische industrie. Deze tweede editie gaat in op de urgentie van innovatie en de uitgangspositie van Zuid-Holland. Op basis van uniek maatwerkonderzoek van het gebruik van nationale innovatie-instrumenten door RVO geven we inzicht in het technologieprofiel van de regio en in samenwerkingsrelaties.

 

Lees hier deel #1 en deel #3 van het Vierluik.

 

Waarom innovatie juist nu van belang is

Het Zuid-Hollandse bedrijfsleven, onderwijs en overheden hebben in potentie alles in huis om een innovatieve topregio zijn. De kennisdichtheid is enorm met toonaangevende kennisinstellingen en er is veel hoogwaardige bedrijvigheid binnen een breed scala aan sectoren. Ondanks dat potentieel zien we dat de Zuid-Hollandse economie op punten achterblijft bij vergelijkbare regio’s en constateren we dat bijna 30% van de Nederlandse CO2-uitstoot in Zuid-Holland wordt uitgestoten. De regio staat voor enorme innovatie- en transformatieopgaven om op een hoger economisch groeipad te komen en bij te dragen aan de maatschappelijke transities.

De corona-uitbraak en de daarop volgende economische crisis maken de noodzaak om te innoveren alleen maar groter. De afgelopen jaren liep de arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland en Europa al fors terug en het risico is dat een economische crisis dat verergert, bijvoorbeeld omdat R&D-budgetten worden gekort in tijden van crisis (Trouw, 2020). Maar innovatie is niet alleen van belang voor het veilig stellen van ons verdienvermogen. Uiteindelijk is innovatie ook cruciaal om welzijn en de kwaliteit van leven op een betaalbare wijze te verbeteren. In lijn met die gedachte stelde TNO (2020) onlangs voor dat Nederland zich uit de crisis innoveert.

Figuur 1. De arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland loopt al jaren terug (Trouw, 2020).
Figuur 1. De arbeidsproductiviteitsgroei in Nederland loopt al jaren terug (Trouw, 2020).

Hoe staat de Zuid-Hollandse economie ervoor op het gebied van innovatie en wat kunnen we verwachten?

Uitgaven aan R&D (research and development) geven een beeld van het innovatievermogen van een regio. Uit eerder onderzoek weten we dat Zuid-Holland name op het gebied van publieke R&D ruim bovengemiddeld scoort. In 2017 werd ruim 27 procent van de Nederlandse publieke R&D in Zuid-Holland gedaan, gevolgd door Noord-Holland met 19,5 procent. Het hoge percentage publieke R&D is een logisch gevolg van de aanwezigheid van drie topuniversiteiten en verschillende leidende kennisinstellingen, zoals TNO. Private R&D uitgaven blijven met slechts 17,2 procent in 2017 achter bij het Nederlandse gemiddelde – ter vergelijking: Zuid-Holland is goed voor zo’n 21 procent van het Nederlandse BBP. Op basis van de inzet van R&D personeel ontstaat een vergelijkbaar beeld (zie figuur 2).


Figuur 2. Publiek en privaat R&D personeel per provincie (CBS).

Een blik op de meest recente uitgave van de R&D Top-30 van het Technisch Weekblad en WBSO-data naar COROP regio verfijnt dat beeld enigszins. Het Technisch Weekblad (2020) inventariseert jaarlijks een wat de meest innovatieve bedrijven Nederland zijn (zie figuur 3). Van de Top-30 hebben er twaalf een vestiging in Zuid-Holland.

Figuur 3. Zuid-Hollandse vertegenwoordiging in Technisch Weekblad top 30 (Technisch Weekblad, 2020).

Data over de generieke WBSO-regeling (Wet bevordering speur- en ontwikkelingswerk) is een waardevolle aanvulling op de private R&D-data omdat vrijwel alle innovatieve bedrijven gebruikmaken van de zeer toegankelijke WBSO. Van alle WBSO ontvangende bedrijven is 17% gevestigd in Zuid-Holland. De uitsplitsing naar COROP-regio toont dat op de regio Delft & Westland na, alle Zuid-Hollandse COROP’s achterblijven bij het Nederlandse gemiddelde wat betreft WBSO-deelname.

We kunnen concluderen dat een groot aantal van de meest innovatieve bedrijven van Nederland een vestiging heeft in Zuid-Holland en dat er in absolute zin veel private innovatieve plaatsvindt in Zuid-Holland, maar dat de regio in relatieve zin achterblijft. Bovendien doen leidende kennisinstellingen en universiteiten veel onderzoek in Zuid-Holland. De uitdaging is om het bedrijfsleven, en dan met name de middengroep, te laten profiteren van die publieke R&D en de innovatiekracht van de meest innovatieve bedrijven uit de regio.

Figuur 4. WBSO-bedrijven (exclusief zelfstandigen) als aandeel van het totaal aantal bedrijfsvestigingen per COROP regio in 2018 (RVO, 2020).

Het technologieprofiel van Zuid-Holland

Door een te analyseren hoe de R&D-middelen in Zuid-Holland worden ingezet ontstaat een beeld van het technologieprofiel van de regio. Begrip van de onderscheidende technologievelden in Zuid-Holland kan helpen om beleid richting te geven. Hoe stimuleren we de technologieën waarin we massa hebben bijvoorbeeld om maatschappelijke transities te bevorderen?

Op basis van WBSO-uitgaven presenteert figuur 5 het technologieprofiel van Zuid-Holland. De regio heeft een relatief sterk profiel op het gebied van medisch en farma, biotechnologie en plantaardige wetenschappen. De uitgaven aan mechanische- en elektrotechniek zijn hoog maar blijven enigszins achter bij het Nederlands gemiddelde. De R&D-uitgaven aan ICT komen redelijk overeen met het Nederlands gemiddelde, maar de grootte van de bol laat zien dat er in absolute termen veel bedrijven zijn die de WBSO-regeling benutten voor ICT-gerelateerd onderzoek.

Figuur 5. Technologieprofiel Zuid-Holland, 2018. Toelichting: de X-as is het verschil tussen het aandeel R&D-uitgaven binnen Zuid-Holland regio ten opzichte van totaal aandeel Nederland. De Y-as is de omvang van R&D-uitgaven in € miljoenen. De cirkelgrootte correspondeert met het totaal aantal WBSO-bedrijven (RVO, 2020).

Naast de WBSO bestaan verschillende instrumenten om innovatie te bevorderen. De MKB-innovatiestimulering Regio en Topsectoren (MIT) stimuleert MKB samenwerking over regio- en sectorgrenzen heen. De TKI-PPS toeslag (PPS) subsidieert samenwerking tussen kennisinstellingen en bedrijven vanuit de topsectoren. Uit een analyse van deelname van Zuid-Hollandse partijen aan de MIT en PPS-regeling per sleuteltechnologie (figuur 6) valt direct op dat het percentage projecten met een Zuid-Hollandse deelnemer een stuk hoger ligt dan het private-R&D-percentage van 17%. Zuid-Hollandse partijen zijn gewilde partners in nationale onderzoeksconsortia. Dat zegt iets over de kwaliteit van het onderzoek.

Verder valt op dat partijen uit de regio een dominante rol spelen in de life sciences, fotonica en quantum. Met name quantum springt eruit: bij alle quantum gerelateerde MIT-projecten in 2018 was een Zuid-Hollandse partij betrokken. De cijfers in figuur 6 laten dus zien dat Zuid-Holland op een aantal technologieën duidelijk een unieke positie inneemt.

Die technologische kennis biedt een basis om het economisch herstel van de regio rondom vorm te geven. Concreet betekent dat bijvoorbeeld dat er op die vlakken kansen liggen om waardevolle proposities te ontwikkelen voor het onlangs gelanceerde Nationale Groeifonds. Daarbij zien we in het bijzonder kansen voor de regionale right-to-play-technologieën die worden versneld als gevolg van corona, zoals Life Science and Health, maakindustrie en digitalisering.

In een eerder artikel in deze reeks constateerde we al dat er de komende jaren veel kansen zullen ontstaan in de Life Science and Health. Zuid-Holland is op basis van het technologieprofiel uitermate goed gepositioneerd om kansen die in deze sector ontstaan te verzilveren. Daarnaast zal de toenemende behoefte aan digitalisering de komende jaren vragen om innovatieve oplossingen (Mckinsey, 2020). Quantumtechnologie kan daar op termijn een substantiële bijdrage aan leveren.

Figuur 6. Percentage Zuid-Hollandse deelnemers in Nederlandse innovatieprojecten in 2018 (RVO, 2020).

De innovatiepartners van Zuid-Holland

Innoveren doe je samen met anderen. De data over de MIT- en PPS-regeling geven ook inzicht in samenwerkingsrelaties. Figuur 7a laat zien dat bij de PPS-regeling de kennisinstellingen in en rond Zuid-Holland sleutelposities hebben. TNO en TU Delft zijn met afstand de belangrijkste spelers, maar ook de WUR, NLR en TU Eindhoven zijn belangrijk in Zuid-Hollandse projecten. Opvallend in de data van de MIT (figuur 7b) is de sterke relatie met Amsterdam en Utrecht.

Om innovatie verder te stimuleren en samenwerking aan te jagen zijn goede connecties met de omliggende regio’s van groot belang. De kennisinstellingen in Zuid-Holland hebben daarbij een belangrijke rol om regionale bedrijven te positioneren in nationale consortia. Ook de regionale ontwikkelingsmaatschappijen kunnen daarbij een belangrijke rol vervullen. De komst van een regionale ontwikkelingsmaatschappij in Utrecht als counterpart voor InnovationQuarter is dan ook een kans voor Zuid-Holland.

 

Kansen: Zuid-Holland is goed gepositioneerd om innovatiekansen te pakken

De komende jaren zal het belang van innovatie als een drijver van economisch herstel verder toenemen in Nederland en Zuid-Holland. De uitdaging daarbij is om keuzes te maken die voortbouwen op het kennisprofiel van de regio en aansluiten op veranderingen die worden gedreven of versneld door Corona. Wij constateren om drie redenen dat Zuid-Holland een goede uitgangspositie heeft om die economische kansen te pakken:

  • De juiste kennis en een sterk netwerk. Zuid-Holland heeft een krachtige kennispositie en is goed vernetwerkt. Een aanzienlijk deel van de publieke R&D vindt plaats in de regio en met bedrijven en kennisinstellingen met diepgaande kennis van technologieën als quantum en fotonica heeft Zuid-Holland een onderscheidend technologisch karakter.
  • Gedeelde urgentie. Bovendien is er de afgelopen jaren fors geïnvesteerd in de regionale samenwerking, bijvoorbeeld met de Economic Board Zuid-Holland. Triple helix partijen weten elkaar te vinden en, belangrijker nog, zijn bereid tot samenwerking. De coronacrisis onderstreept het belang van die regionale samenwerking en heeft de gedeelde urgentie om regionaal in te zetten op innovatie verder versterkt.
  • Concrete regionale voorstellen. Met kennis en urgentie als belangrijke randvoorwaarden is er de afgelopen tijd hard gewerkt aan het ontwikkelen van concrete voorstellen. Regionale partners hebben proposities voor het Nationale Groeifonds ontwikkeld en hun krachten gebundeld in een regionale Groeiagenda. Kansen waarmee morgen aan de slag kan worden gegaan zijn er onder andere op het gebied van artificial intelligence, life sciences and health, quantum, waterstof en de maakindustrie. De analyse in dit artikel laat zien dat Zuid-Holland op deze thema’s een sterke positie heeft die verder verzilverd kan worden.

Zuid-Holland heeft alles in huis om zich uit de crisis te innoveren. Dat vereist dat we de ontstane urgentie benutten om regionale samenwerking te verstreken en samen in te zetten op concrete regionale voorstellen.