Het Deelakkoord STROOM, voorheen het Energietransitiehuis, is inmiddels ruim een jaar onderweg. Hoogste tijd om de balans op te maken. Is STROOM inmiddels op stoom? 

, ,

Om antwoord te krijgen op die vraag putten we uit hun uitgebreide en zorgvuldig samengestelde voortgangsrapportage en uit de toelichting van programmamanager Erwin Niedeveld. In die voortgangsrapportage staat één centrale vraag: hoe zorg je ervoor dat een regio niet alleen reageert op verandering, maar er ook samen richting aan kan geven? Dat is immers de ambitie van STROOM: het regionale leer en innovatie ecosysteem in opbouw in Alphen aan den Rijn, het Groene Hart en Holland Rijnland. 

In de afgelopen periode heeft STROOM daarin belangrijke stappen gezet. 

Van idee naar werkende aanpak 

Wat begon als een zoektocht naar manieren om onderwijs, vakmanschap, innovatie en maatschappelijke opgaven beter met elkaar te verbinden, ontwikkelt zich steeds meer tot een herkenbare regionale aanpak. STROOM brengt ondernemers, onderwijsinstellingen, kennispartners, overheden en maatschappelijke organisaties samen rond concrete vraagstukken uit de regio. Niet vanuit losse projecten, maar vanuit een gezamenlijke beweging waarin werken, innoveren en leren hand in hand gaan. 

Een belangrijke keuze daarbij is dat STROOM geen nieuwe instelling wil zijn, maar een netwerkorganisatie die bestaande partijen verbindt en het eigenaarschap bij de partners laat. Er wordt dus niet gebouwd aan een extra laag, maar aan een manier van samenwerken waarin partijen elkaar sneller weten te vinden, kennis delen en samen verantwoordelijkheid nemen voor regionale vraagstukken. 

Een van de grootste successen van STROOM is dat de regio anders leert kijken naar maatschappelijke opgaven. Achter veel losse uitdagingen, van netcongestie en verduurzaming tot arbeidsmarktkrapte en veranderende vaardigheden, blijken grotere regionale patronen schuil te gaan. Achter al deze opgaven schuilt één gemene deler: mensen en hun vaardigheden. Daarom staat human capital centraal in de aanpak van STROOM. 

Juist door partijen rondom die vraagstukken samen te brengen in Learning Communities ontstaat meer begrip, een gezamenlijke taal en meer handelingsvermogen. In totaal lopen er nu ongeveer vijftien Learning Communities. In deze Communities wordt interdisciplinair en onder deskundige begeleiding gewerkt aan oplossingen voor regionale vraagstukken. 

Denk daarbij bijvoorbeeld aan verduurzaming en elektrificatie op bedrijventerreinen. Plannen daarvoor lopen vast door netcongestie. Bedrijven, netbeheerders, gemeenten en onderwijs werken aan oplossingen, maar vaak nog los van elkaar. Door dit binnen een Learning Community actief en samen op te pakken, wordt voortgang geboekt. 

Daarbij wordt ook zichtbaar gemaakt wat deelnemers in de Learning Communities daadwerkelijk leren. Dat gebeurt onder meer met open badges: deelbaar bewijs van ontwikkelde competenties, geleverde prestaties en betrokkenheid als student, professional, vrijwilliger of ondernemer. Daarmee worden de opbrengsten van leren in de praktijk concreter en herkenbaarder. 

Dat vraagt niet alleen projectmatige inzet, maar ook bestuurlijk commitment. Ook op dat vlak is er in de afgelopen periode stevig aan de weg getimmerd. Er staat inmiddels een netwerkstructuur, er is een regiegroep ingericht, het programmateam ondersteunt de dagelijkse ontwikkeling en meerdere Learning Communities zijn gestart of in opbouw. Daarmee is STROOM niet langer alleen een ambitie op papier, maar zichtbaar in de praktijk aanwezig. 

De grootste uitdaging: anders leren samenwerken 

Tegelijkertijd is de opgave complex, zo vertelt ook programmamanager Erwin Niedeveld. Misschien wel de grootste uitdaging voor STROOM is dat de beweging vraagt om een andere manier van samenwerken, organiseren en leren. Organisaties moeten ruimte maken voor experimenteren, vraaggestuurd werken en samenwerking over domeinen heen. Dat blijkt in de praktijk niet vanzelfsprekend. Professionals ervaren vaak tijdsdruk, bestaande structuren sluiten niet altijd goed aan en nieuwe manieren van werken vragen bestuurlijke steun en vertrouwen. 

Daarom is de rol van facilitators belangrijk. Zij begeleiden de Learning Communities actief, maken ruimte voor productieve samenwerking over verschillende domeinen en houden de beweging erin. De facilitator is daarbij neutraal en heeft als belangrijkste belang het dienen van de missie van de Learning Community. Daarmee zorgen facilitators ervoor dat een Learning Community niet alleen een overlegvorm blijft, maar een plek wordt waar deelnemers samen leren, onderzoeken en stappen zetten. 

Daar komt bij dat maatschappelijke vraagstukken steeds complexer worden. De energietransitie raakt bijvoorbeeld meerdere domeinen, zoals economie, onderwijs, arbeidsmarkt, digitalisering en leefomgeving. Dat vraagt om een regio die niet alleen projecten uitvoert, maar als geheel leert functioneren als lerend en innoverend ecosysteem. Een pittige opgave, maar juist dat is de ambitie en de kern van STROOM. 

 

Wat moet er nu gebeuren? 

Voor de korte termijn ligt de focus op verdere verdieping van de bestaande Learning Communities en het versterken van de ondersteuning daaromheen. Denk aan het uitbreiden van de community van facilitators die de Learning Communities begeleiden, het beter zichtbaar maken van leeresultaten via open badges en het verder verbinden van ondernemers, onderwijs en kennispartners.  

Ook het versterken van vraagarticulatie, het scherper krijgen van regionale vraagstukken, blijft een belangrijke opgave. 

Op middellange termijn draait het om verbinding en borging. De verschillende Learning Communities moeten beter met elkaar verbonden raken, kennis en ervaringen moeten makkelijker circuleren en nieuwe partners moeten eenvoudiger kunnen aansluiten. Daarnaast vraagt STROOM om verdere professionalisering van governance, ondersteuning en verantwoording. 

Daarbij wordt onder meer gewerkt aan een sociocratische rechtsvorm voor STROOM als netwerkorganisatie. Dat is bijzonder, omdat ook de juridische vorm moet passen bij de manier waarop STROOM wil werken: met gedeeld eigenaarschap, gelijkwaardige samenwerking en besluitvorming vanuit het netwerk. Ook een duurzaam bekostigingsmodel wordt verder onderzocht. 

Voor de langere termijn ligt de ambitie nog breder. STROOM wil bijdragen aan een regio die duurzaam in staat is om maatschappelijke en economische opgaven gezamenlijk aan te pakken. Niet alleen als antwoord op de energietransitie van vandaag, maar als fundament voor het toekomstige ontwikkelvermogen van de regio. Daarmee groeit STROOM uit tot meer dan een programma: een regionale infrastructuur voor samenwerken, werken, innoveren en leren. 

Vooral doorgaan 

De tussenrapportage laat vooral zien dat STROOM werkt als beweging. Programmamanager Erwin Niedeveld bevestigt dit ook in de gesprekken met het Human Capital team dat hij graag gebruikt als sparringpartner. Partners vinden elkaar sneller, jongeren ervaren de regio steeds meer als betekenisvolle leeromgeving en er ontstaat vertrouwen dat deze manier van samenwerken daadwerkelijk perspectief biedt. 

De volgende fase draait daarom niet om een nieuwe koers, maar om het verder verdiepen, verbinden en borgen van wat inmiddels is opgebouwd. Er is nog een weg te gaan, maar er ligt een stevig fundament.  

© Copyright - EBZ | Economic Board Zuid-Holland