Interview Jan Kees de Jager – Technologie gaat het voor ons oplossen

Jan Kees de Jager is een man met finance in het hoofd, maar met technologie in het hart. Als student begon hij een bedrijfje in e-commerce om zichzelf “een beetje bezig te houden” naast de drie studies die hij volgde. Maar zo achteloos als dat bedrijfje begon, zo rap groeide het uit tot een van de snelst groeiende technologiebedrijven van Nederland. En met zo’n titel op zak begin je op te vallen in Den Haag. Hij werd gevraagd als lid van het Innovatieplatform, later als staatssecretaris en minister van Financiën. Lag een politieke carrière altijd al in de planning? Nee, dat ”kwam plotseling op mijn pad”. In de kern is Jan Kees de Jager ondernemer. En naar die kern keert hij terug. Hij neemt afscheid bij KPN én als voorzitter van de Economic Board Zuid-Holland om internationaal te gaan ondernemen. We voelen hem een laatste keer aan de tand.

“Er zijn een paar dingen waar ik trots op ben. En of dat onder of ondánks mijn leiding is gebeurd, moeten anderen maar beoordelen. Ten eerste het convenant dat we hebben weten te sluiten met bedrijven, kennisinstellingen en overheid voor een wendbare arbeidsmarkt, het Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Fantastisch dat we als regio zo de handen ineenslaan. Wat ik ook een belangrijke stap vind, is dat we de afgelopen twee jaar het aantal ondernemers in de board verdubbeld hebben. Zonder het bedrijfsleven kunnen we de belangrijke transitieopgaven waar we voor staan, echt niet realiseren. Toch zitten ze niet altijd aan de beleidstafels. Wij hebben ervoor gekozen om ze in de board een relatief zwaardere stem te geven. De EBZ is daardoor echt dé plek waar alle grote spelers uit de regio het structurele gesprek met elkaar voeren en verbindingen leggen. En die verbindingen, daar gaat het om. De recent aangekondigde samenwerking tussen TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC bijvoorbeeld is echt geweldig goed voor de regio en voor Nederland.”

Drie jaar geleden kende je de Economic Board nog niet, waar moest je het meest aan wennen?

“Om eerlijk te zijn, aanvankelijk dacht ik: waarom heb je nou een regionale lobby nodig? Ik was altijd wat wars van regio’s die elkaar zouden beconcurreren. Soms kwam ik voor mijn werk in Shanghai en dan hoorde ik dat Amsterdam daar net langs was geweest voor de promotie van hun haven, en dat Rotterdam vlak daarvoor was langs geweest voor de promotie van Rotterdam/The Hague Airport. Pak dat nou nationaal aan, dacht ik dan. Laat Rotterdam langsgaan voor de haven en Amsterdam voor de luchthaven. Je moet elkaar geen vliegen afvangen.”

“Zo dacht ik er toen althans over. Maar in de afgelopen jaren heb ik moeten concluderen dat de verscheidenheid tussen regio’s juist bindend is geworden voor de verschillende partijen. De regionale ontwikkelingsmaatschappijen werken echt met elkaar samen, zijn complementair aan elkaar. Binnen de Economic Board zie je ook dat diversiteit een kracht is. Ik heb net afscheid genomen van het dagelijks bestuur van de board. Daarin zitten mensen met een achtergrond bij de PvdA, D66 en het CDA. En als ik dat niet had geweten, dan had ik ze niet als zodanig aan kunnen wijzen. Je merkt er niks van. Ze zitten er, allemaal vanuit hun eigen achtergrond, echt voor het belang van de regio. Dat vind ik heel mooi.”

Wat had je graag nog neer willen zetten, maar ben je niet aan toegekomen?

“Ik wil natuurlijk niet over mijn graf heen regeren, maar ik zou zeggen dat we iets te winnen hebben in het vermarkten van kennis (valorisatie) en samenwerking tussen kleine en grote spelers. De olifant die met de flamingo weet te dansen. Toen ik 25 jaar geleden een bedrijf probeerde te starten in deze regio, was het voor mij makkelijker om met de technische universiteit in Oekraïne een deal te sluiten dan met de TU Delft. We hebben een wereldtop aan kennisinstellingen in huis in deze regio, laten we dat volop benutten.”

“Als je in Amerika bij het MIT binnenloopt, dan staat daar heel groot op de muur: “Research for the application of trade, industry, commerce…” Met andere woorden: valorisatie. Toen ik dat in het Innovatieplatform zei, was dat in sommige kringen nog een vies woord. Want wetenschap moest in die opvatting alleen in dienst staan van fundamentele kennis. Maar inmiddels dringt dat besef overal door. Dat zou ik mee willen geven. Zorg dat je startups, het mkb en grootbedrijven betrekt bij die valorisatie. Zelfs zo’n instituut als MIT, dat Nobelprijswinnaars voortbrengt, weet hoe belangrijk dat is.”