Trots is ze vooral op anderen. Prof. Dr. Hester Bijl praat begeesterd over haar idealen, maar is bescheiden als het op haar eigen prestaties aankomt. Het woord ‘gezamenlijkheid’ valt in ons gesprek maar liefst zeven keer. Toch heeft Bijl, bestuurlijk boegbeeld van de Economic Board Zuid-Holland, een indrukwekkende carrière die trots stemt. Ze was de eerste vrouwelijke hoogleraar bij Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft en de eerste vrouwelijke decaan. Vanaf februari 2021 wordt ze de allereerste vrouwelijke rector magnificus van de Universiteit Leiden. Daarmee is ze een van de belangrijkste boegbeelden in Zuid-Holland en Nederland.

Ze is even stil. Alsof ze niet goed weet wat ze moet met de vraag. “Waar krijg ik een kick van? Ja, als we met elkaar iets moois voor elkaar krijgen… Dat we als universiteit binnen een week het onderwijs hebben weten te digitaliseren bijvoorbeeld.” En welke rol heeft ze zelf dan in dat succes gespeeld? “Wij hebben slechts de juiste mensen op de juiste plekken gezet en voor ondersteuning gezorgd. Maar daarna hebben vooral andere mensen hun werk heel goed gedaan.”

En waar ben je zélf nou heel trots op? Ik probeer je al een tijdje een boude uitspraak te ontlokken, maar het lukt me maar niet.

“O haha, je wilt me een uitspraak laten doen! Ja, ik ben inderdaad niet zo iemand die zich de hele tijd trots loopt te voelen. Nou…ik ben eigenlijk wel trots op onze universiteit. Vooral op de mensen die er werken. Veel Spinozaprijzen, hartstikke goede wetenschappers. Dus ja, trots op de organisatie en de mensen.”

Het is tekenend voor het gesprek. Hester Bijl praat begeesterd over haar idealen, maar is bescheiden als het op haar eigen prestaties aankomt. Het woord ‘gezamenlijkheid’ valt maar liefst zeven keer. Toch heeft Bijl een indrukwekkende carrière die trots stemt. Ze was de eerste vrouwelijke hoogleraar bij Lucht- en Ruimtevaarttechniek in Delft en de eerste vrouwelijke decaan. Vanaf februari 2021 wordt ze de eerste vrouwelijke rector magnificus van de Universiteit Leiden.

Waar groeide je op?

“In Voorburg. Ik heb een half jaar in Engeland en een half jaar in de VS gewoond, verder eigenlijk altijd in Zuid-Holland.”

Groot gezin, klein gezin?

“We waren met twee kinderen thuis. Ik heb een zus, geadopteerd uit Korea. Ze kwam toen ik vier was, dus ik herinner me geen leven meer zonder haar. We zien er natuurlijk heel anders uit, daar krijg ik eindeloos veel vragen over.”

Wat voor vragen?

“Vragen als: wat vind je nou van je zus? Vind je d’r aardig? Dat vraag je nooit aan mensen die géén geadopteerde zus hebben. Zoiets vroeg ik me ook nooit af, wij voelden gewoon als zus en zus.”

Je krijgt als kind vaak een blauwdruk, een ideaalplaatje mee. Het ene gezin stimuleert reizen en avonturen beleven, het andere meer huisje-boompje-beestje. Hoe was dat bij jullie?

“Intellectuele ontwikkeling werd bij ons gestimuleerd. Mijn zus en ik waren natuurlijk ook twee vrouwen, dus kregen ook de boodschap mee: zorg dat je op eigen benen kunt staan. Word onafhankelijk, zowel in je denken als financieel.”

Je hebt een voorlopersrol als vrouw in de top van de academia, zat je daar eigenlijk op te wachten?

“Ik heb hem niet opgezocht, maar vind het niet erg dat hij op mijn pad komt. Het past in mijn wens om me te ontwikkelen ten behoeve van de maatschappij. Ik zoek daarbinnen het pad dat bij mij past. Maar als ik met dat pad kan zorgen dat er een heleboel andere mensen kansen krijgen, dan vind ik dat zeker een voordeel.”

Merkte je dat je iets veranderde doordat je op die positie kwam?

“Het feit dát je als vrouw op zo’n plek zit en dat mensen dus zien dat het kan, is al een heel belangrijke verandering. Het beeld dat mensen hebben, wordt actief gecorrigeerd. Bovendien heb ik me als decaan extra ingespannen om weer meer vrouwelijke hoogleraren te benoemen. Dus met die positie komt ook invloed. Maar die boegbeeldfunctie an sich blijft gewoon een heel belangrijke.”

Wie was voor jou een boegbeeld?

“Mijn oma, grappig genoeg. Die is uit 1906 en is na het krijgen van kinderen weer aan het werk gegaan. Ze was voorlichtster bij Rijkswaterstaat en kon altijd heel leuk vertellen over wat ze deed. Deed veel in de arbeidersvereniging, ze stond heel actief in de wereld.”

Maar aan het werk gaan na kinderen, dat was toen nog helemaal niet zo normaal.

“Helemaal niet! Dat realiseerde ik me pas later. Ik heb altijd een zwak gehouden voor sterke vrouwen, vrouwen die zich uitspreken. Ayaan Hirsi Ali vond ik altijd wel stoer. En de eerste vrouwelijke ministers, de wegbereiders. Sigrid Kaag, gewéldig.”

“Zijn we nu trouwens niet te erg met de vrouwenzaak bezig?” vraagt Bijl. “Ik bestuur ook gewoon een universiteit.”

Je hebt gelijk. Vanaf 2021 word je rector magnificus in Leiden. Wat ga je anders doen dan je voorganger Carel Stolker?

“Daar ga ik de komende tijd over nadenken. Het is nog vroeg. Dat hebben we bewust zo gedaan, zodat ik mee kan zoeken naar een goede voorzitter. Nu is Carel nog bezig en ik vind dat hij het geweldig doet. Echt een bindend leider; heel zichtbaar, op Twitter en in de buitenwereld, maar ook intern. Ik ben een totaal andere persoon natuurlijk.”

Ik las over je: Hester Bijl houdt van moeilijke dingen.

“Klopt, ik wilde altijd al veel leren en mezelf ontwikkelen. Zodra ik het trucje ken, ga ik weer op zoek naar iets dat ik nog niet kan. Ik had ook niet gepland: ik wil rector magnificus worden. Maar op een bepaald moment wil ik dan weer wakker liggen van m’n baan. Dat motiveerde onder andere mijn overstap van Delft naar Leiden. Ik had aan de TU Delft een superleuke functie als decaan. Prachtige faculteit. Maar ik lag niet meer wakker. Toen kwam de kans in Leiden voorbij: de universiteit belde of ik in het College van Bestuur wilde.”

Wat is er zo leuk aan besturen? Dat moet je me echt even uitleggen. Iemand als jij, die zo gek is op de inhoud, drijft toch alleen maar weg van haar vak?

“Je kunt ook inhoudelijk besturen. Waar moet het met het onderwijs naartoe, bijvoorbeeld. Het is een ander soort inhoud, inderdaad niet meer de numerieke stromingsleer waarin ik gepromoveerd ben. In deze bestuursfunctie kun je een organisatie een stap verder brengen op bijvoorbeeld diversiteit of valorisatie. Maar ik blijf wel een inhoudelijke bestuurder. Dus ik begin met de vraag waar we naartoe moeten en daarna volgt de vraag hoe we daar komen.”

Een klein vragenvuurtje tussendoor. Welke krant lees je?

“NRC, Volkskrant en het FD.”

Hoe kom je het best tot rust?

“Met een boek in bad. Of lekker in de tuin werken. Ik heb een moestuin, daar probeer ik in het weekend langs te gaan.”

Hoogste doel in het leven?

“Pfoe, da’s moeilijk! Mezelf maximaal ontwikkelen om me ook maximaal in te kunnen zetten voor een betere wereld.”

Wat neem je mee uit deze crisis?

“Ik denk toch een hernieuwd inzicht in hoe wendbaar we kunnen zijn als het nodig is. Als ik zie hoe snel onze universiteit het onderwijs heeft gedigitaliseerd, hoe snel we onszelf op orde hadden. Dat tempo, die wendbaarheid verraste me.”

Als je één wens mag noemen voor de wereld van morgen?

“Een samenleving waarin we zorgen dat iedereen kansen krijgt. Echt inclusief en duurzaam.”

 

Waar heb je je de afgelopen jaren als vice-rector voor ingezet?

“Ik heb drie portefeuilles: onderwijs, diversiteit en valorisatie. Op onderwijsvlak heb ik me ingezet voor arbeidsmarktvoorbereiding. Sommige faculteiten hebben echt career services ingericht, binnen opleidingen is er meer aandacht gekomen voor vaardigheden bij studenten en tenslotte heeft elke faculteit nu een adviesraad met externen. Die raad toetst: waartoe leiden we op en sluit dat aan bij wat er nodig is?”

“Aan de valorisatiekant heb ik me ingezet voor meer verbinding op het Leiden Bio Science Park.”

Is het Leiden Bio Science Park onderdeel van de universiteit?

“Wij hebben een stuk grond, maar het is eigenlijk een samenwerkingsverband. Het LUMC zit er, de universiteit, maar ook meer dan 200 bedrijven. De synergie daar wil je maximaal benutten om nieuwe bedrijven te starten, om kennis te delen, om meer toegang tot kapitaal en faciliteiten te krijgen. We zijn nu bezig een incubator op te zetten voor Life Sciences. Maar die nabijheid werkt ook door in human capital: misschien heeft het ene bedrijf een tekort en het andere bedrijf mensen over. Of kunnen mensen beter getraind worden via de universiteit.”

Valorisatie is binnen heel Zuid-Holland lastig. We zijn enorm kennisdicht, maar we komen moeilijk van kennis naar kassa. Wat is daarvoor nodig?

“We hebben een sterke kennispositie en talent dat de hele wereld overgaat. Maar om die kennis te vermarkten is er meer nodig dan een wetenschappelijke publicatie en een promovendus. Ik geloof er erg in dat je daarvoor iets in moet richten voor jonge onderzoekers. De universiteit van Berkeley heeft daar een prachtig programma voor: Cyclotron Road. Studenten met een sterk idee of een innovatie krijgen na hun studie nog twee jaar lang de tijd om met funding en faciliteiten vanuit de universiteit hun idee te ontwikkelen en richting markt te brengen. Het zit als het ware tussen promotie en bedrijf in. Zo’n programma zouden wij ook moeten hebben.”

“Tegelijkertijd hoeft dat, zeker op een brede universiteit als de onze, niet voor iedereen. Fundamenteel onderzoek hoeft niet altijd vermarkt te worden. Maar die twee, fundamenteel onderzoek en bedrijfsleven, hebben elkaar wel nodig. Alleen je moet al vroeg met elkaar in gesprek gaan. Het heeft geen zin om een onderzoeker in z’n kamer te laten zitten en te wachten of het dan toevallig heel nuttig is wat-ie heeft gedaan. Je moet samenwerken.”

Is Delft niet beter in het vermarkten van kennis? Die stimuleren vanaf het eerste jaar al ondernemerschap.

“Ik denk dat een technische universiteit ook een andere rol heeft. Wij zijn een brede universiteit. Met onder andere heel sterke sociale wetenschappen, zoals rechtsgeleerdheid. Maar als ik kijk naar ons Leiden Bio Science Park en de bedrijven die zijn voortgekomen uit de kennis van onze bèta- en medische faculteiten: die doen eigenlijk niet onder voor Delft. Ze zijn alleen minder bekend.”

Je hoort wel eens: Leiden mag zichzelf best wat meer op de borst kloppen.

“Ik vind op de borst kloppen altijd een beetje…ik houd daar niet zo van. Laten zien wat je doet, dat is wel belangrijk. Toen ik begon en de portefeuille ‘valorisatie’ toegewezen kreeg, heb ik een rondje langs de velden gemaakt. En ook ík was verbaasd over de enorm waardevolle projecten en de kennis die ik aantrof. Daar moeten we eigenlijk veel meer over communiceren. Dus ja, die mening deel ik wel. We zijn soms zo hard bezig met de inhoud dat we vergeten er ook nog over te vertellen.”

Wat is er mis met jezelf op de borst slaan? Als je je mond niet opentrekt, dan kom je toch nergens?

“Nee, dat is waar. Maar gaan roepen ‘Kijk eens hoe goed wij zijn!’, dat werkt denk ik niet. Je moet goed uitleggen wat je doet, dan kunnen anderen zeggen hoe goed je bent. Je moet niet een te grote broek aantrekken.”

“Alhoewel, soms moet je ook met een bulldozer binnenkomen om positie te krijgen. Maar het is een uitdaging om dan niet vervolgens mensen tegen je in het harnas te jagen. Het moet je ook gegund zijn, dat blijft een delicate balans. Zodra je harder gaat dan je gegund wordt, kom je in een ingewikkelde positie.”

Heb jij ook een bulldozer in je?

“Ja, die heb ik zeker. Maar die zet ik wel gericht in. Op tien thema’s bulldozeren, dat is geen goede strategie. Dus kies je battles.”

En wat voor Hester zien wij dan, als jij gaat bulldozeren?

“Dan ben ik heel gedreven, vasthoudend, probeer ik het linksom en rechtsom.”

En doe je dan ook uitspraken als: ‘Jij gaat hier niet de deur uit voordat we een deal hebben!’

“Ja, zeker.”

Cool.

“Haha ja, als het niet via de verleiding gaat, dan moet je bulldozeren.”

Campus Gouda gaat samenwerken met de Human Capital Agenda (HCA) van de Economic Board Zuid-Holland en de provincie Zuid-Holland om het Leven Lang Ontwikkelen in de zorg op te zetten. Een jaar geleden heeft regio Midden-Holland het Human Capital Akkoord (HCA) ondertekend. Sinds de ondertekening heeft de regio binnen Campus Gouda hard gewerkt om een bijdrage te kunnen leveren aan de ambities van het Human Capital Akkoord. Daar is nu een eerste resultaat in geboekt. De HCA levert een kwartiermaker om een projectvoorstel voor Zorgopleidingen te ontwikkelen. Campus Gouda gaat hiermee een nieuwe fase in.

Campus Gouda richt zich niet alleen op jongeren vanuit mbo of het voortgezet onderwijs, maar wil ook volwassenonderwijs rondom zorg een plek geven. Zorgpartijen, overheid en onderwijs zetten zich gezamenlijk in voor versterken van hoger onderwijs op het gebied van zorg met als doel het verhogen van het aantal zij-instromers en het duurzamer inzetbaar maken van werknemers in de zorg door hen bij te scholen op het gebied van digitale skills. Op deze manier kunnen werknemers langer in hun huidige baan blijven werken. Dat er meer handen in de zorg en welzijn nodig zijn, dat is inmiddels bij alle partijen duidelijk.

Campus Gouda wil samen met de provincie, de Human Capital Agenda, zorgpartners, mbo en hbo-onderwijs inzetten op vernieuwend onderwijs rondom zorg en mensen klaarstomen voor de toekomst. Met een kwartiermaker wordt de eerste belangrijke stap hierin gezet.

Om een beeld te geven bij de economische impact van de COVID-19-uitbraak hebben de Economic Board Zuid-Holland, InnovationQuarter, de Provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Coronamonitor Zuid-Holland ontwikkeld. Doel van de monitor is inzicht te geven in de economische impact op de economie van Zuid-Holland. Dat inzicht is belangrijk, want de Zuid-Hollandse economie vormt een belangrijk deel van de Nederlandse economie. Negatieve effecten op de economie van Zuid-Holland zijn dus op nationaal niveau voelbaar.

Tekenen van herstel

De afgelopen maanden hebben wij in de Coronamonitor Zuid-Holland gerapporteerd over een breed scala aan indicatoren. Als gevolg van de lock down ging de Nederlandse horeca dicht, werkten we massaal thuis en consumeerden we minder. De gevolgen van het versoepelen van de maatregelen zien we terug in de cijfers. Onder andere het aantal autoverkopen, elektriciteitsverbruik restaurantboekingen, pintransacties en vluchten nemen weer toe. Een sector die positief opvalt is de detailhandel. In mei 2020 heeft de sector als geheel 8,2 procent meer omzet gedraaid dan in dezelfde maand een jaar eerder. Dat is de grootste groei in 14 jaar, meldt het CBS. Een deel van de groei is te verklaren door een toename van omzet gegenereerd via onlineverkopen van maar liefst 50 procent.

Consumenten en producenten zijn positiever

Na een historische daling in april 2020, herstellen ook het consumenten- en producentenvertrouwen zich. Met name het producentenvertrouwen is fors verbeterd: van -25,1 in mei naar -15,1 in juni. Dat is de grootste verbetering in een maand tijd sinds de start van het onderzoek, meldt het CBS. Producenten zijn met name positiever over de verwachte bedrijvigheid. De stijging van het producentenvertrouwen is overigens niet in elke sector zichtbaar. Zo is het productenvertrouwen in de metaalindustrie in juni vrijwel onveranderd ten opzichte van een maand eerder.

Het aantal faillissementen loopt de komende jaren fors op

Dat consumptie en vertrouwen van zowel consumenten als producenten herstelt is op zich zelf goed nieuws. Toch moeten we uitkijken te vroeg te juichen. Met een omvangrijk steunpakket heeft de Rijksoverheid veel bedrijven de afgelopen financieel ondersteund. Mede daardoor is het aantal faillissementen vooralsnog vergelijkbaar met het aantal faillissementen in 2019 rond deze tijd. Met het afbouwen van de maatregelen en het langer duren van de Coronacrisis zal het aantal faillissementen verder oplopen. Het ING Economisch Bureau verwacht dat het aantal faillissementen volgend jaar kan verdubbelen of zelfs verdrievoudigen ten opzichte van 2019.

Nieuwe edities Coronamonitor Zuid-Holland

Dit is de laatste editie van de Coronamonitor Zuid-Holland. We blijven de ontwikkelingen volgen en duiden en daarover communiceren via onze websites. Actuele cijfers over economie en arbeidsmarkt vindt u op zuidhollandinzicht.nl. Mocht u vragen of opmerkingen hebben over de monitor of de impact van COVID-19 op de Zuid-Hollandse economie, dan kunt u contact opnemen met Jan Jacob Vogelaar (janjacob.vogelaar@innovationquarter.nl).

 

De technologische industrie in Zuid-Holland heeft veel potentie. Om die potentie waar te maken gaan tientallen ondernemers, onderzoekers en andere belanghebbenden een ActieAgenda uitwerken. Dat was de conclusie tijdens de Regionale Online Executive Meeting (ROEM) voor de technologische industrie in Zuid-Holland die plaatsvond op dinsdag 23 juni. Op de bijeenkomst werden de resultaten van een omvangrijk onderzoek naar de Zuid-Hollandse technologische industrie gepresenteerd. De onderzoeksresultaten en de discussie daarover vormen de basis voor de ontwikkeling van een ActieAgenda voor de Zuid-Hollandse technologische industrie.

Regionale Online Executive Meeting

Deelnemers van de ROEM kijken terug op een succesvolle bijeenkomst. David Pappie, Directeur Topsectoren en Industriebeleid bij het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat opende de bijeenkomst met de woorden: “Wat een indrukwekkend gezelschap van belanghebbenden is hier bijeengebracht.” Martin van Gogh, ondernemer en één van de initiatiefnemers spreekt van een “Succesvolle bijeenkomst waar enthousiasme en ambitie goed voelbaar waren.” Veel van de aanwezigen zullen de komende tijd een actieve bijdrage leveren aan het vormgeven van de ActieAgenda Technologische Industrie.

Concretiseren ActieAgenda

De komende tijd gaan Zuid-Hollandse deelnemers van de ROEM samen aan de slag om de ActieAgenda te concretiseren en ideeën te bundelen. In nauwe samenwerking met ondernemers uit de regio zijn vier samenhangende actielijnen geformuleerd die centraal staan in de ActieAgenda:

  1. Nieuwe waardesystemen en waardeketens. In een waardesysteem werkt een groep bedrijven en kennisinstellingen samen aan producten en diensten met een vergelijkbare technologische basis voor verschillende markten. Zo stimuleren we de cross-overs tussen die sectoren. De eerste actielijn wordt getrokken door Steven Soederhuizen (GKN Fokker), Hugo Vos (Demcon-West) en Arnaud de Jong (TNO Industrie).
  2. Digital supply system. In een digital supply system wisselen bedrijven informatie uit die het mogelijk maakt het hele netwerk te optimaliseren. Daarmee wordt het netwerk efficiënter, flexibeler en robuuster en verbetert de kwaliteit en levertijd. Uiteindelijk kunnen dan betere producten sneller en tegen lagere kosten worden geleverd. De tweede actielijn wordt getrokken door Jan van der Wel (Technolution), Leo Brand (VOPAK), Ronald Koot (Boers en co) en Jeroen Broekhuijsen (TNO ICT).
  3. Human capital. Goed opgeleide mensen zijn essentieel om nieuwe waardesystemen en een digital supply system te bouwen en te gebruiken. Om het schaarse talent te binden aan de technologische industrie worden bestaande initiatieven versterkt en gebundeld. We zetten erop in jongeren te verleiden om voor de technologische industrie te kiezen, verbeteren de aansluiting tussen arbeidsmarkt en onderwijs, en stimuleren een leven lang ontwikkelen. De derde actielijn wordt getrokken door Fabienne van Booma (VSL), Arie van Andel (Oceanco), Maarten Schippers (Airbus DS) en Aad van Pelt (Human Capital Akkoord).
  4. Branding, hotspots en netwerken. Om samen te innoveren, moeten we elkaar beter leren kennen en vertrouwen. De kwaliteit van de technische bedrijven in het netwerk moet beter zichtbaar worden – zowel intern als naar buiten toe. We kunnen trots zijn op onze innovaties en zullen dat beter moeten communiceren. Het onderlinge vertrouwen gaan we versterken door samen te werken rondom hotspots en door te werken aan een gezamenlijk verhaal dat alle partijen verbindt. De vierde actielijn wordt getrokken door André Boer (Krohne), Nils van Nood (GustoMSC) en Delia Wind (Holland Instrumentation).

De actielijnen bouwen voort op bestaande activiteiten in de regio zoals SMITZH, Holland Instrumentation en het Human Capital Akkoord en voegen daar extra dimensies aan toe. Zo werkt de regio aan een toekomstbestendige, gezonde groei voor en door de Technologische Industrie in Zuid-Holland. Toepassingen die worden ontwikkeld door de technologische industrie zullen bijdragen aan digitalisering, energietransitie en duurzaamheid en daarmee aan het toekomstige verdienvermogen van zowel Zuid-Holland als Nederland.

Over het onderzoek

Het onderzoek, uitgevoerd door onderzoeksbureau Berenschot en nauw begeleid door een groep betrokken Zuid-Hollandse ondernemers, omvatte onder andere een uitgebreide kwantitatieve analyse van de sector en het regionale innovatievermogen. De onderzoekers constateren dat het aantal bedrijven in de Technologische Industrie in Nederland de afgelopen vijftien jaar sterk is gestegen. De grootste stijging deed zich voor in Zuid-Holland, waar nu ruim 31.000 technologische bedrijven dat in 2019 actief zijn – goed voor circa 110.000 werknemers. Zuid-Hollandse bedrijven zijn betrokken bij de ontwikkeling en toepassing van een breed scala aan technologieën. Onder andere de optica, (nano)materialen en quantumtechnologie in Zuid-Holland zijn van wereldklasse. Veel van de bedrijven in de Zuid-Hollandse technologische industrie zijn klein. Deze bedrijven hebben minder armslag om te investeren in innovatie en dus is het gemiddelde percentage van de omzet dat daaraan wordt besteed betrekkelijk laag, 2 procent. Wel is de arbeidsproductiviteit in de Zuid-Hollandse technologische industrie hoger dan in de rest van Nederland – en stijgt die ook sneller.

Daarnaast zijn gesprekken gevoerd met 23 innovatieve ondernemers actief in de Zuid-Hollandse technologische industrie en hun eindklanten, zoals Lely, Airbus DS, GKN Fokker, Damen, Krohne, RijkZwaan, Shell en Janssen Pharmaceuticals, en een reeks kleinere en grotere toeleveranciers. De ondernemers zijn bevraagd op de belangrijkste trends en kansen die zij zien voor de sector. Alle koplopers zetten digitale transformatie in hun top 3, waaronder IoT, datamanagement en -gebruik, cloud-computing, integrale productieprocessen en robotisering vallen. Eén van hen zegt: “De digitalisering moeten we omarmen, anders beweegt productontwikkeling en -innovatie van ons weg.” Ook de thema’s “ontwikkelsnelheid en -complexiteit” en “globalisering” worden door veel innovatie-koplopers genoemd. Het definitieve onderzoeksrapport wordt de komende tijd gefinaliseerd op basis van de input opgehaald tijdens de executive bijeenkomst.

Coronacrisis of niet: de bouwsector heeft vacatures. Heel veel vacatures. De bankensector neemt juist gefaseerd afstand van grote aantallen medewerkers. Veel daarvan zijn zeer welkom bij een bouwbedrijf. Daarom startte vanuit de Human Capital agenda in nauwe samenwerking met branchevereniging Bouwend Nederland het project Van Bank Naar Bouw. “Veel mensen denken bij een baan in de bouw aan een werkplaats. Maar er zijn ook veel kantoorbanen in de sector.”

Ondanks de gevolgen van de crisis voor de bouw in de komende twee jaar, worden op langere termijn hoge groeicijfers verwacht. En daar zijn mensen voor nodig. De sector zoekt tot 2024 maar liefst 44.000 nieuwe medewerkers, zo meldt brancheorganisatie Bouwend Nederland. Een enorm aantal. Naar verwachting is het gros daarvan – 34.000 – starter op de arbeidsmarkt. Daarnaast zullen 4.000 nieuwe medewerkers uit het buitenland komen. En dan zijn nog 8.000 medewerkers uit andere sectoren nodig. Zij-instromers dus.

Maar hoe verleid je medewerkers uit andere sectoren om de overstap te maken van werk naar werk? En uit welke sectoren zouden ze moeten komen. Uit contacten in het bank- en verzekeringswezen bleek dat die sector juist te kampen heeft met overschotten. Daarom is in 2019 gestart met het project Van Bank Naar Bouw.

Doel van dit project is het proces van zij-instroom te optimaliseren tot een reproduceerbaar, werkend en gestroomlijnd proces. Kwartiermaker Simone van Wilgen: “Daarnaast willen we enkele kandidaten volgen, zodat de best practices en succesverhalen als voorbeeld kunnen dienen. We willen binnen een jaar 10 best practices halen.”

Succesvolle pilot

Eind 2019 vond een informatiebijeenkomst over werken in de bouw plaats. Deze bijeenkomst telde dertig deelnemers, zoals bankmedewerkers, bouwbedrijven en opleiders. Het programma bestond uit onder meer presentaties over de bouwsector en over beschikbare banen én het verhaal van een bankmedewerker die eerder de overstap maakte naar de bouwsector. Van Wilgen: “Het was een luchtige, constructieve en informatieve bijeenkomst. En de sfeer was heel vertrouwd.” Afgelopen april werd er een online informatiebijeenkomst georganiseerd.

Een aantal van de bankmedewerkers gaf aan wel verder te willen praten en denken over een overstap. Inmiddels zijn vijf medewerkers overgestapt van een baan bij een bank naar een baan in de bouw, en de verwachting is dat er meer volgen. Daarnaast zijn enkele geïnteresseerden gestart met een opleiding waarmee ze in de bouw kunnen werken..

Ook hebben deelnemers kennismakingsgesprekken met bedrijven en volgen ze een workshop vaardigheden om te bekijken hoe hun skills passen bij functies in de bouw. Van Wilgen: “Het doel van tien succesverhalen binnen een jaar gaan we met gemak halen.”

Cultuur

Een van de eerste kandidaten die de overstap waagden is Tanja van Donk. Zij startte 1 april 2020 bij bouwbedrijf ERA Contour. Ze deed voorheen administratief ondersteunend werk bij een bank, en was door een reorganisatie terechtgekomen op een afdeling ter bestrijding van witwassen en terrorismefinanciering. “Na een half jaar meedraaien ben ik tot de conclusie dat ik hier niet verder mee wilde. Administratief ondersteunend werk is waar mijn sterke punt ligt en waar ik goed in ben.”

De bijeenkomst eind december 2019 kwam daarom als geroepen. “De bouw sprak me wel aan. Ook omdat we sinds een paar jaar een nieuwbouwwoning hebben: dan voel je je iets meer betrokken bij zo’n sector. En grappig genoeg is ons huis gebouwd door ERA.” Na de bijeenkomst had ze een aantal gesprekken met Van Wilgen en zag een vacature bij ERA Contour voorbij komen. “Toen heb ik de knoop doorgehakt.”

Van Donk startte op een vreemd moment: de coronacrisis was net uitgebroken, dus ziet ze haar collega’s maar twee dagen per week, en de andere dagen via beeldbellen. Desondanks heeft ze het naar haar zin in haar nieuwe functie. “De overstap viel me heel erg mee. Er is tussen banken en bouw een gelijkenis in de informele, collegiale werksfeer: samenwerken aan een topkwaliteit dienstverlening staat daarbij centraal.”

Grotere impact

De eerste bijeenkomst zorgde niet alleen voor de eerste nieuwe medewerker, maar ook voor meer inzicht in een mogelijke overstapproces. Van Wilgen: “We hebben een aantal ‘stepping stones’ geformuleerd, dus een stappenplan.” Voortaan zijn er met enige regelmaat informatiebijeenkomsten. Daarna zijn er onder meer persoonlijke gesprekken, een informatiepakket over arbeidsvoorwaarden en een sessie over kennis en vaardigheden: de zogenoemde ‘paskamer’.

Van Wilgen:

“Veel mensen denken bij een baan in de bouw aan een werkplaats. Maar er zijn ook veel kantoorbanen in de sector. Daarom organiseren we voortaan ook een gesprek met een medewerker in de bouw over zijn of haar baan, en een dagje meelopen.”

Niet alleen de bouwsector is enthousiast, ook banken werken graag mee. Ze waren bijvoorbeeld ook aanwezig tijdens de tweede informatiebijeenkomst, in april. Van Wilgen: “Ze zetten de informatiebijeenkomst op intranet. En een bank neemt het mee in outplacement-trajecten. Ook banken hebben er belang bij als hun oud-medewerkers goed terechtkomen.”

Het project Van Bank naar Bouw past mooi binnen de doelstellingen van het Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Hierbij wordt onder andere gekeken of werknemers van krimpsectoren kunnen worden begeleid naar een baan in een groeisector. Doordat in een vroeg stadium in dit project de samenwerking is gezocht, kon de pilot snel van start.Van Wilgen: “Zeker in Zuid-Holland wordt de komende jaren veel gewerkt aan woningbouw en infrastructuur. Door aan te haken bij het Human Capital Akkoord HCA kunnen we de impact groter maken.”

Olievlek

Terug naar Tanja van Donk. Hoewel net gestart zit ze op haar plek. En dat merken ook enkele oud-collega’s. Een aantal daarvan nam contact op met haar om te vragen naar haar nieuwe baan, en haar ervaringen in de bouwsector. Van Donk: “Die zijn nog niet overgestapt. Maar wat niet is, kan nog komen.”

Van Wilgen: “Mensen die een baan in een andere sector zoeken, denken vaak niet aan de bouw, maar wel aan bijvoorbeeld de zorg of het onderwijs. En onbekend maakt onbemind. Ikzelf werk al jaren in de bouw, en geloof me: het is de mooiste tijd van mijn leven. Dat willen we laten zien aan werkzoekenden. En zo ontstaat een olievlek.”

Vier dagen op de werkvloer, één dag in de klas. Studenten aan de ICT Praktijk Academie Gouda doen werkervaring op bij een bedrijf in de buurt dat hun HBO-opleiding betaalt. Daarbovenop ontvangen ze zelfs een werkvergoeding. Wat maakt deze academie nog meer uniek?

IT-bedrijven in Zuid-Holland hebben behoefte aan startende IT’ers. Het liefst met wat praktijkervaring en passend bij hun organisatie. Maar waar vind je die? Reden voor de ondernemersvereniging van Gouda en omstreken om samen met NCOI de ICT Praktijk Academie op te richten. “Wij koppelen bedrijven aan studenten. Ze werken vier dagen in de week en zitten één dag in de klas. Zo behalen ze in vier jaar hun diploma HBO Informatica”, zegt Jan de Laat, Rector en Consultant aan de ICT Praktijk Academie.

Brugfunctie

NCOI en de ICT Praktijk Academie vullen elkaar perfect aan. “We zijn heel tevreden met het partnerschap: NCOI verzorgt de inhoud van opleiding, wij de lokale organisatie”, licht De Laat toe. “Dat betekent vooral dat we mensen en bedrijven matchen. We kennen de IT-organisaties en de studenten. We weten wat ze verwachten en bij ze past. Daardoor kunnen wij perfect een brugfunctie vervullen.”

 

ICT Praktijkacademie

Grote stap

De stap van MBO naar HBO is vaak te groot. 30 tot 50 procent van de doorstromende studenten Informatica is na het eerste jaar alweer gestopt. Hoe dat komt? “Opeens is de school niet meer dichtbij, maar in Leiden of Utrecht. En studenten komen in grote klassen terecht, met minder begeleiding en controle”, noemt De Laat als redenen voor de grote uitval. “Daarom begeleiden wij intensief, in de buurt. Studenten krijgen les in kleine groepen van ongeveer 15 personen aan het MBO Rijnland in Gouda.”

Ook omscholen

De ICT Praktijk Academie vervult een belangrijke maatschappelijke rol. De opleiding is ook bedoeld voor herintreders en omscholers – ideaal in tijden dat er in veel branches ontslagen vallen terwijl de ICT-sector snakt naar harde werkers.

De Laat:

“Vaak willen mensen graag aan het werk, maar weten niet goed waar te beginnen. Bijvoorbeeld omdat ze de niet de juiste opleiding of contacten hebben. Of ze hebben een gat in hun cv of zijn introvert. Het geeft veel voldoening om juist deze mensen verder te helpen.”

De aanpak van de ICT Praktijk Academie is geschikt voor iedere regio, student en elk IT-bedrijf. Logisch dus dat ook andere gemeenten in Zuid-Holland in gesprek zijn met de ICT Praktijk Academie. Bovendien is het tekort aan IT-professionals niet zomaar opgelost. Kortom, de kans is groot dat je de ICT Praktijk Academie en hun succesformule de komende jaren op meer plekken in Nederland tegenkomt.

Meer weten?

Heb je vragen over de HBO-opleiding? E-mail Jan de Laat van ICT Praktijk Academie via info@ictpraktijkacademie.nl

Om een beeld te geven bij de economische impact van de COVID-19-uitbraak hebben de Economic Board Zuid-Holland, InnovationQuarter, de Provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Coronamonitor Zuid-Holland ontwikkeld. Doel van de monitor is inzicht te geven in de economische impact op de economie van Zuid-Holland. Dat inzicht is belangrijk, want de Zuid-Hollandse economie vormt een belangrijk deel van de Nederlandse economie. Negatieve effecten op de economie van Zuid-Holland zijn dus op nationaal niveau voelbaar.

De beurzen herstellen, maar grootste economische klap moet nog komen

In voorgaande edities van de coronamonitor Zuid-Holland hebben we vaak geconstateerd dat de aandelenbeurzen wereldwijd een harde klap hebben gekregen als gevolg van de corona uitbraak. Inmiddels laten de beurzen herstel zien en is het pre-corona niveau bijna bereikt en neemt het aantal coronabesmettingen in Nederland af. Ook het aantal faillissementen is vooralsnog vrij vergelijkbaar met het aantal faillissementen een jaar eerder. Tegelijkertijd is het zeker dat we een economische crisis tegemoet gaan. De reële economie krimpt, we zien het aantal nieuwe WW-uitkeringen snel oplopen en het aantal nieuwe bedrijven dat wordt gestart loopt terug. De grootste klap voor de economie moet nog komen.

Zuid-Hollandse economie lijkt minder hard te worden geraakt

De regionalisering van de scenario’s van het Centraal Planbureau liet eerder zien dat hoewel de Zuid-Hollandse economie hard wordt geraakt, de economische krimp minder heftig is dan voor Nederland als geheel. Andere analyses bevestigen dit beeld. Uit een analyse van het UWV blijkt dat de werkgelegenheidseffecten sterk verschillen per arbeidsmarktregio. Als een gevolg van sectorale verschillen, lijken Zuid-Hollandse arbeidsmarktregio’s relatief minder hard te worden geraakt dan andere arbeidsmarktregio’s. Uit een recente analyse van de Rabobank blijkt dat grootstedelijke regio’s in het westen van Nederland, waaronder Rotterdam, de crisis beter doorstaan dan de regio’s aan de randen van Nederland.

Overslag volumes Rotterdamse haven langdurig lager

In het eerste kwartaal van 2020 zijn de overslagvolumes in de Rotterdamse haven met ruim 9 procent gedaald. Allard Castelein, CEO van het Rotterdamse Havenbedrijf, verwacht dat de daling doorzet. Voor het tweede kwartaal verwacht hij dat de overslagdaling uitkomt op 30 procent. Castelein verwacht dat het een geruime tijd gaat duren voordat de haven weer op zijn oude niveau is. In de transportsector als geheel daalde de omzet met 1,5 procent in het eerste kwartaal. Naast de haven, is de luchtvaartsector erg hard geraakt. In april was het aantal vervoerde reizigers op nationale luchthavens 98 procent lager dan in april een jaar eerder. Inmiddels neemt het aantal vluchten weer langzaam toe.

Nieuwe edities Coronamonitor Zuid-Holland

Wij zullen de Coronamonitor Zuid-Holland de komende tijd regelmatig updaten. Op die manier hopen we bij te dragen aan een gefundeerde discussie over de gevolgen voor de economie van Zuid-Holland. Mocht u vragen, opmerkingen of suggesties hebben over de monitor, dan kunt u contact opnemen met Jan Jacob Vogelaar (janjacob.vogelaar@innovationquarter.nl).

Ruim 30 organisaties en bedrijven tekenden afgelopen februari het Deelakkoord Human Capital Zuid-Holland Greenport West-Holland. Daarmee spraken ze af zich in te zetten voor een betere aansluiting van vraag en aanbod op de arbeidsmarkt. De provincie Zuid-Holland heeft maximaal €483.760,- subsidie toegekend voor de uitvoering van de eerste fase van het deelakkoord.

Ambities voor de tuinbouwsector

Met de subsidie kunnen projecten die onderdeel zijn van het deelakkoord Human Capital Zuid-Holland Greenport West-Holland worden uitgevoerd. Centraal daarbij staat het bevorderen en ontwikkelen van een werkwijze,bij de bedrijven en ondernemers,waarbij er continue aandacht is voor het leven lang ontwikkelen van medewerkers.En, met de aanbieders van opleidingen en trainingen, te zorgen voor opleidingen die goed aansluiten op de vraag van de ondernemers. Hiermee beoogt het deelakkoord het aantrekkelijker te maken voor werkzoekenden om in te stromen in het tuinbouwcluster, maar ook om het perspectief voor werkenden op ontwikkeling binnen de functie of doorstroom naar een andere functie of bedrijf te vergroten.

Om te zorgen voor een goede aansluiting op de vraag van de ondernemers is er voortdurende afstemming met en begeleiding van een aantal ondernemersgroepen. Deze zijn nauw betrokken bij de ontwikkeling en uitvoering van projecten en activiteiten. In goede samenwerking tussen de deelnemende partijen wil het deelakkoord het bestaande aanbod van opleidingen en trainingen vooral verbinden en versterken om een betere aansluiting op de ondernemersvragen te krijgen.

Doel van het akkoord is het begeleiden van 3.250 mensen van ‘werk naar werk’.Ondersteuning van de ontwikkeling van 500 ondernemers gebeurt onder andere met het project Next Generation Entrepreneurs.Hierin is, naast ondernemerschapscompetenties, ook aandacht voorgoed werkgeverschap. Samen met uitzendbureaus wordt de duurzame inzetbaarheid van 2.000 flexibele arbeidskrachten vergroot. Daarnaast wordt gewerkt aan de beschikbaarheid van arbeidsmigranten en experts, en het instromen van 500 mensen vanuit de bijstand en ww in samenwerking met de sectordeal Tuinbouw en Agro logistiek Westland. Met de partners van het deelakkoord wordt een werkplan opgesteld voor een vervolgfase die moet bijdragen om het geheel van doelstellingen en ambities te realiseren.

Het talent van werkenden optimaal benutten

Het deelakkoord Human Capital Zuid-Holland Greenport West-Holland valt onder de bredere Human Capital Agenda Zuid-Holland.Doel is om hiermee nationaal en internationaal concurrerend worden dankzij een arbeidsmarkt die het talent van werkenden optimaal benut. Alle partijen die meewerken verbinden zich aan harde doelstellingen voor het (om)scholen van personeel, het aan het werk helpen van niet-werkenden en het aantrekken van internationaal talent. Dit stelt werknemers in staat zich te ontwikkelen, een overstap te maken naar een andere sector of als deeltijdwerker meer uren te werken. De provincie Zuid-Holland werkt hierin nauw samen met de Economic Board Zuid-Holland.

Innoveren en ontwikkelen door voldoende en passend personeel

Gert Kant, ambassadeur Kennis & innovatie Greenport West-Holland en voorzitter raad van bestuur Lentiz: “De Human Capital Agenda Greenport komt voort uit het Innovatiepact Greenport West-Holland. Want voor innoveren en ontwikkelen is goed en gemotiveerd human capital,ondernemers en werknemers, onontbeerlijk.”

Willy de Zoete, gedeputeerde provincie Zuid-Holland: “Daadwerkelijk werk maken door de komende jaren 40.000 werknemers en 45.000 flexwerkers te scholen en 1000 bedrijven te bereiken. Dat hebben we in 2019 afgesproken in het Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Goed werk voor iedereen is een belangrijke maatschappelijke opdracht voor bedrijven maar ook voor de provincie. Zeker in deze tijd. Goed werk is essentieel voor de brede welvaart in Zuid-Holland. Ik vind het heel mooi dat we met dit eerste deelakkoord in de tuinbouw een eerste, grote stap zetten om daar daadwerkelijk werk van te maken.”

Adri Bom-Lemstra, voorzitter van Greenport West-Holland en gedeputeerde Land- en tuinbouw van Zuid-Holland: “Met deze investering dragen we ons steentje bij aan de toekomst van het Zuid-Hollandse tuinbouwcluster. Het cluster is van groot belang voor de Nederlandse economie, levert bijdragen aan maatschappelijke vraagstukken als energie en voedsel, en werkt aan innovaties die de wereld over gaan. Daar ben ik trots op. Om deze positie te behouden is voldoende en passend personeel essentieel. De uitvoering van dit deelakkoord draagt daaraan bij.”

Partijen Deelakkoord Human Capital Zuid-Holland Greenport West-Holland

De volgende partijen werken samen aan het Deelakkoord Human Capital Zuid-Holland Greenport West-Holland: Albeda, AVAG, De Haagse Hogeschool, Delphy, Dutch Fresh Port, gemeente Barendrecht, gemeente Den Haag, gemeente Lansingerland, gemeente Midden-Delfland, Gemeente Pijnacker-Nootdorp, gemeente Rotterdam, gemeente Westland, gemeente Westvoorne en Brielle, Glastuinbouw MiddenZuid-Holland, Glastuinbouw Nederland, Glastuinbouw Voorne-Putten, Glastuinbouw Westland, GroentenFruithuis, Hogeschool Inholland, Hoogendoorn Growth Management, HortiHeroes, IJsselgemeenten, LDECenterSustainability, Lentiz Cursus & Consult, Lentiz Onderwijsgroep, LetsGrow.com, Ondernemersgroep Oostland, Patijnenburg, Plantum, Rabobank, ROC Mondriaan, VNO-NCW Westland-Delfland, Wellantcollege, World Horti Center, WUR Glastuinbouw.

Om een beeld te geven bij de economische impact van de COVID-19-uitbraak hebben de Economic Board Zuid-Holland, InnovationQuarter, de Provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Coronamonitor Zuid-Holland ontwikkeld. Doel van de monitor is inzicht te geven in de economische impact op de economie van Zuid-Holland. Dat inzicht is belangrijk, want de Zuid-Hollandse economie vormt een belangrijk deel van de Nederlandse economie. Negatieve effecten op de economie van Zuid-Holland zijn dus op nationaal niveau voelbaar.

De economie krimpt

Het mag geen verrassing zijn dat het bruto binnenlands product in het eerste kwartaal van 2020 met 1,7 procent is gedaald ten opzichte van een kwartaal eerder. Dat is de meest forse krimp sinds het eerste kwartaal van 2009. De krimp is een gevolg van afnemende consumptie door huishoudens. Het economisch zwaar weer komt ook tot uiting in een afname van het aantal vacatures, een dalend aantal starters en een toename in WW-uitkeringen. Uit recente cijfers blijkt dat in vrijwel alle sectoren nieuwe bedrijvigheid stokt. De detailhandel is de enige sector waar het aantal starters is toegenomen. Dat is te verklaren door een toename van het aantal online winkels.

Economische impact verschilt per regio

De komende tijd zal de Nederlandse economie verder krimpen. In opdracht van het Ministerie van Economische Zaken en Klimaat heeft onderzoeksbureau Panteia de vier scenario’s van het Centraal Planbureau gedetailleerd naar sector en regio. Die analyse schetst het beeld dat de economische impact van de coronacrisis verschilt per regio. Noord-Brabant, Flevoland, Zeeland en Limburg worden in 2020 het sterkst getroffen. In Limburg, Noord-Brabant en Zeeland is dit te verklaren door de relatieve concentratie van industriebedrijvigheid in de provincies. De relatief forse krimp in Flevoland is met name een gevolg van het grote aandeel handel, vervoer en horeca.

Zuid-Hollandse economie krimpt minder hard

Ook de Zuid-Hollandse economie zal fors krimpen, maar minder dan de Nederlandse economie als geheel. Ook het herstel in 2021 (of de doorgezette krimp in het geval van scenario 4) is in Zuid-Holland positiever dan voor de Nederlandse economie. Als we ervan uitgaan dat scenario 4 werkelijkheid wordt, is de verwachting dat de Zuid-Hollandse economie en het Zuid-Hollandse arbeidsvolume respectievelijk 6,75% en 5,5% krimpen (Nederland als geheel krimpt 7,25% en 6,5%). Een belangrijke verklaring voor minder harde krimp in Zuid-Holland is de relatieve oververtegenwoordiging van de sectoren overheid en zorg in Zuid-Holland. Overheid en zorg zijn goed voor 23% van de Zuid-Hollandse economie, terwijl dit slechts 19% uitmaakt van de Nederlandse economie. Zorg en overheid zijn de enige sectoren die in scenario 4 groeien in 2020.

Ondernemers zijn minder negatief

Nu de lock down langzaam wordt versoepeld valt op dat ondernemers iets minder negatief zijn dan eerder. Het producentenvertrouwen is, hoewel nog steeds erg negatief, iets positiever dan een maand eerder. Van de op consumenten gerichte ondernemers verwachten inmiddels zelfs meer ondernemers omzetgroei dan omzetdaling. Een bedrijfstak die direct heeft geprofiteerd van het versoepelen van de maatregelen is kappers. Kappers ervaarden op 11 mei een forse inhaalvraag. ABN AMRO meldt dat op die dag het aantal consumptieve bestedingen bij kappers 415% hoger lag dan op een vergelijkbare dag in 2019. Voor andere bedrijfstakken is de inhaalvraag minder spectaculair.

Nieuwe edities Coronamonitor Zuid-Holland

Wij zullen de Coronamonitor Zuid-Holland de komende tijd regelmatig updaten. Op die manier hopen we bij te dragen aan een gefundeerde discussie over de gevolgen voor de economie van Zuid-Holland. Mocht u vragen, opmerkingen of suggesties hebben over de monitor, dan kunt u contact opnemen met Jan Jacob Vogelaar (janjacob.vogelaar@innovationquarter.nl).

Ter gelegenheid van zijn aantreden als interim-voorzitter van de EBZ.

Jan Kees de Jager is een man met finance in het hoofd, maar met technologie in het hart. Als student begon hij een bedrijfje in e-commerce om zichzelf “een beetje bezig te houden” naast de drie studies die hij volgde. Maar zo achteloos als dat bedrijfje begon, zo rap groeide het uit tot een van de snelst groeiende technologiebedrijven van Nederland. En met zo’n titel op zak begin je op te vallen in Den Haag. Hij werd gevraagd als lid van het Innovatieplatform, later als staatssecretaris en minister van Financiën. Lag een politieke carrière altijd al in de planning? Nee, dat ”kwam plotseling op mijn pad”. In de kern is Jan Kees de Jager ondernemer. En naar die kern keert hij terug. Hij neemt afscheid bij KPN én als voorzitter van de Economic Board Zuid-Holland om internationaal te gaan ondernemen. We voelen hem een laatste keer aan de tand.

“Er zijn een paar dingen waar ik trots op ben. En of dat onder of ondánks mijn leiding is gebeurd, moeten anderen maar beoordelen. Ten eerste het convenant dat we hebben weten te sluiten met bedrijven, kennisinstellingen en overheid voor een wendbare arbeidsmarkt, het Human Capital Akkoord Zuid-Holland. Fantastisch dat we als regio zo de handen ineenslaan. Wat ik ook een belangrijke stap vind, is dat we de afgelopen twee jaar het aantal ondernemers in de board verdubbeld hebben. Zonder het bedrijfsleven kunnen we de belangrijke transitieopgaven waar we voor staan, echt niet realiseren. Toch zitten ze niet altijd aan de beleidstafels. Wij hebben ervoor gekozen om ze in de board een relatief zwaardere stem te geven. De EBZ is daardoor echt dé plek waar alle grote spelers uit de regio het structurele gesprek met elkaar voeren en verbindingen leggen. En die verbindingen, daar gaat het om. De recent aangekondigde samenwerking tussen TU Delft, Erasmus Universiteit en Erasmus MC bijvoorbeeld is echt geweldig goed voor de regio en voor Nederland.”

Drie jaar geleden kende je de Economic Board nog niet, waar moest je het meest aan wennen?

“Om eerlijk te zijn, aanvankelijk dacht ik: waarom heb je nou een regionale lobby nodig? Ik was altijd wat wars van regio’s die elkaar zouden beconcurreren. Soms kwam ik voor mijn werk in Shanghai en dan hoorde ik dat Amsterdam daar net langs was geweest voor de promotie van hun haven, en dat Rotterdam vlak daarvoor was langs geweest voor de promotie van Rotterdam/The Hague Airport. Pak dat nou nationaal aan, dacht ik dan. Laat Rotterdam langsgaan voor de haven en Amsterdam voor de luchthaven. Je moet elkaar geen vliegen afvangen.”

“Zo dacht ik er toen althans over. Maar in de afgelopen jaren heb ik moeten concluderen dat de verscheidenheid tussen regio’s juist bindend is geworden voor de verschillende partijen. De regionale ontwikkelingsmaatschappijen werken echt met elkaar samen, zijn complementair aan elkaar. Binnen de Economic Board zie je ook dat diversiteit een kracht is. Ik heb net afscheid genomen van het dagelijks bestuur van de board. Daarin zitten mensen met een achtergrond bij de PvdA, D66 en het CDA. En als ik dat niet had geweten, dan had ik ze niet als zodanig aan kunnen wijzen. Je merkt er niks van. Ze zitten er, allemaal vanuit hun eigen achtergrond, echt voor het belang van de regio. Dat vind ik heel mooi.”

Wat had je graag nog neer willen zetten, maar ben je niet aan toegekomen?

“Ik wil natuurlijk niet over mijn graf heen regeren, maar ik zou zeggen dat we iets te winnen hebben in het vermarkten van kennis (valorisatie) en samenwerking tussen kleine en grote spelers. De olifant die met de flamingo weet te dansen. Toen ik 25 jaar geleden een bedrijf probeerde te starten in deze regio, was het voor mij makkelijker om met de technische universiteit in Oekraïne een deal te sluiten dan met de TU Delft. We hebben een wereldtop aan kennisinstellingen in huis in deze regio, laten we dat volop benutten.”

“Als je in Amerika bij het MIT binnenloopt, dan staat daar heel groot op de muur: “Research for the application of trade, industry, commerce…” Met andere woorden: valorisatie. Toen ik dat in het Innovatieplatform zei, was dat in sommige kringen nog een vies woord. Want wetenschap moest in die opvatting alleen in dienst staan van fundamentele kennis. Maar inmiddels dringt dat besef overal door. Dat zou ik mee willen geven. Zorg dat je startups, het mkb en grootbedrijven betrekt bij die valorisatie. Zelfs zo’n instituut als MIT, dat Nobelprijswinnaars voortbrengt, weet hoe belangrijk dat is.”

Om inzicht te geven bij de economische impact van de COVID-19-uitbraak op de Zuid-Hollandse economie hebben de Economic Board Zuid-Holland, InnovationQuarter, de Provincie Zuid-Holland en de Metropoolregio Rotterdam Den Haag de Coronamonitor Zuid-Holland ontwikkeld. Dat inzicht is belangrijk, want negatieve effecten op de economie van Zuid-Holland zijn op nationaal niveau voelbaar.

Bedrijven vrezen voor voortbestaan

Uit nieuwe cijfers van het CBS blijkt dat 47% van de bedrijven vreest voor het voortbestaan als deze crisis 6 maanden duurt. Kleine bedrijven (5-20 medewerkers) zijn het meest bezorgd, daar ligt dit percentage op 56%. Bij grote bedrijven (100+ medewerkers) ligt dit met 34% relatief het laagst, meldt CBS. Ongeveer driekwart van de bedrijven verwacht omzetverlies te lijden in het tweede kwartaal van 2020, meldt CBS. De horeca, auto- en motorbranche, cultuur, sport- en recreatiesector zijn het somberst. Zij verwachten ruim 90% verlies. Het aantal faillissementen valt vooralsnog mee. Dit aantal zal oplopen wanneer de overheidssteun wordt beperkt.

Bedrijven verleggen waardeketens

In de vroege fase van de corona-uitbraak stelde Pieter Hasekamp, directeur van het Centraal Planbureau, in het Financieele Dagblad al de vraag hoe verstandig het is om voor veel producten sterk op China te leunen. In commentaren die daarop volgenden is veel gesproken over productiesoevereiniteit en reshoring. De vraag blijft in hoeverre die voorspelling werkelijkheid wordt. Uit een enquête van Evofenedex en Atradius onder 360 exporteurs van Evofenedex en Atradius blijkt dat 1 op de 5 bedrijven al waardeketens hebben verlegd als gevolg van de crisis. Van deze verleggingen heeft 40% een tijdelijk karakter.

Hoe ontwikkelt de haven zich?

De haven is een sector van economisch belang in Zuid-Holland. Eerder meldden we dat de overslag in de Rotterdamse haven met meer dan 10% is afgenomen ten opzichte van een jaar eerder. In het Financieele Dagblad voorspelt onderzoeker Bart Kuipers een blijvend lagere overslag, ook na de crisis. Hoogleraar Theo Notteboom stelt bovendien dat de eerder genoemde reshoring-activiteiten van bedrijven, zoals het verplaatsen van de productie of het meer spreiden van voorraadketens, worden versneld. Dat kan negatief uitpakken voor een haven als die van Rotterdam die voor 40% overslag afhankelijk is van China. Door meer te focussen op Europees vervoer ontstaan echter ook kansen. De Rotterdamse haven kan zich nadrukkelijker gaan richten op verbindingen tussen Europese havens.

Nieuwe edities Coronamonitor Zuid-Holland

Wij zullen de Coronamonitor Zuid-Holland de komende tijd regelmatig updaten. Op die manier hopen we bij te dragen aan een gefundeerde discussie over de gevolgen voor de economie van Zuid-Holland. Mocht u vragen, opmerkingen of suggesties hebben over de monitor, dan kunt u contact opnemen met Jan Jacob Vogelaar (janjacob.vogelaar@innovationquarter.nl).