Op maandag 8 september vond de EBZ-vergadering plaats bij de Duurzaamheidsfabriek in Dordrecht. Hier bundelen overheid, onderwijs en bedrijven hun krachten. Zo kunnen praktisch geschoolde studenten en werknemers leren omgaan met geavanceerde machines. Bedrijven, startups en studenten ontwikkelen samen innovatieve technische apparatuur, die vervolgens door TNO wordt getest en erna in gebruik genomen kan worden.

De Duurzaamheidsfabriek, opgericht door de coöperatie Leerpark, is een publiek-private samenwerking tussen de gemeente Dordrecht en het ROC Da Vinci College. Het doel is om innovatie te stimuleren, een hybride leeromgeving te bieden voor studenten, het beroepsonderwijs te versterken en technologiepromotie vorm te geven. Sinds de opening in 2013 richt de fabriek zich op de (maritieme) maakindustrie, de energietransitie en smart technology, onderwerpen die nauw aansluiten bij de strategische thema’s van de regio. Een groot deel van de infrastructuur en voorzieningen in de fabriek is eigendom van het regionale bedrijfsleven, dat hiermee een actieve rol speelt in de ontwikkeling van het onderwijs.

In een experimentele energiecoöperatie setting wordt bijvoorbeeld onderzocht hoe netcongestie voorkomen kan worden. Ook kan er als pilot een energiehub gebouwd worden met waterstof, elektriciteit, noodgeneratoren, kabels en batterijen. Dit sluit aan op de ontwikkelbehoefte van bedrijven op het gebied van productontwikkeling, smart technology/digitalisering en human capital. Studenten komen zo direct in aanraking met bedrijven en medewerkers kunnen zich hun leven lang blijven ontwikkelen.

 

Op deze toepasselijke locatie gaf Leo Freriks, voorzitter van de Taskforce Energietransitie en hoofd Business Development bij Siemens Energy, een presentatie aan de Boardleden. Een jaar geleden waarschuwde hij voor een verslechterd investeringsklimaat door onder andere de hoge nettarieven. Het slechte nieuws van de laatste tijd onderstreept het lastige parket waarin de energietransitie in Nederland zich momenteel bevindt: de sectoren (energie-intensieve) industrie en elektriciteitsopwek hebben als doel CO2 te reduceren. Met name voor de (energie-intensieve) industrie geldt dat mede door het ongelijke (internationale) speelveld bedrijven stoppen en daarmee toegevoegde waarde, banen, kennis en kunde uit Zuid-Holland en Nederland verdwijnen.

De boodschap van Freriks is duidelijk: de urgentie is groot. We moeten blijven lobbyen voor het oplossen van stikstofproblematiek, netcongestie en lange vergunningsprocedures, het verlagen van de nettarieven en het creëren van voldoende vraag naar duurzame producten. Voor de sector elektriciteitsopwek komt daar de noodzaak voor spoedige maatregelen voor leveringszekerheid, zoals een capaciteitsmechanisme, bij. Dit is niet alleen een probleem van Zuid-Holland, maar van heel Nederland. Tegelijkertijd kunnen we als regio kijken naar wat we zelf kunnen doen. Bijvoorbeeld door stroomverbruik te verminderen en (lokaal) te optimaliseren, en door alternatieve bronnen te vinden. Dit is echter onvoldoende voor de schaal waarop de transitie plaatsvindt. Daarmee is en blijft versneld aanleg van het elektriciteitsnet cruciaal, waartoe Freriks dan ook oproept. Tegelijkertijd heeft de regio Zuid-Holland veel te bieden: een strategische ligging, goed opgeleid personeel, kennis en kunde van de grote transitieopgaven en een krachtig ecosysteem. Als de knelpunten worden opgelost, dan wordt daarmee de basis gelegd voor blijvende economische groei en duurzame toegevoegde waarde.

De Groeiagenda is onze regionale economische agenda, waarin we met de Provincie Zuid-Holland en 80 partners werken aan belangrijke uitdagingen. Geopolitieke onzekerheden, een verslechterd investeringsklimaat en nationale bezuinigingen maken het noodzakelijk om extra inzet te tonen om onze ambities voor 2030 te realiseren.

Met ons concrete actie- en implementatieplan, het Versnellingsprogramma, gaan we samen aan de slag om knelpunten op te lossen en kansen te benutten. Door gezamenlijke belangenbehartiging richting het Rijk en de EU zorgen we ervoor dat de randvoorwaarden voor investeringen op orde zijn en spelen we in op nieuwe kansen. Hier werken wij momenteel hard aan. Er is met veel partijen gesproken en er ligt nu een conceptplan van het Versnellingsprogramma. We hebben ook een eerste overzicht van knelpunten en investeringskansen. Nu gaan we een laatste ronde feedback ophalen en de versie definitief maken. En concrete afspraken maken met partners over hun bijdrage aan de uitvoering.

In november moet het Versnellingsprogramma klaar zijn. Wilt u meer informatie of ook een bijdrage leveren? Neem dan contact met ons op!

Met een brede bestuurlijke achtergrond en een sterk sociaal profiel trad Peter Heijkoop in 2024 aan als burgemeester van Leiden. In deze rol brengt hij bestuurlijke ervaring mee. En een duidelijke visie op regionale samenwerking, economische ontwikkeling en de rol van kennisinstellingen. Als nieuw lid van de Economic Board Zuid-Holland spreken we Peter over de kracht van de Leidse regio, de noodzaak van focus in het economische beleid en het belang van de samenwerking tussen overheden, onderwijs en bedrijfsleven.

Peter is sinds september 2024 burgemeester van Leiden, na jarenlang als wethouder in Dordrecht te hebben gewerkt. De overstap van stad en functie was ingrijpend, geeft hij toe.

Toch was Leiden een bewuste keuze. “We kwamen hier privé al graag. De stad vibreert, het is een studentenstad met een economisch profiel dat draait om kennis en innovatie. Deze stad heeft een rijke historie, net als Dordrecht. Ik heb hier in Leiden eerst doordeweeks in mijn eentje gewoond, want ik wilde de stad echt goed leren kennen. Dan is het wel belangrijk dat je er helemaal bent. Ondertussen hebben we een fijn huis gevonden en dit verduurzaamd en naar onze zin gemaakt. Mijn kinderen hebben inmiddels ook hun plek gevonden. Ik ben me ervan bewust dat we bevoorrecht zijn. Betaalbare huisvesting is hier een groot vraagstuk. Veel jongeren, maar ook ouderen, hebben moeite een geschikte woning te vinden.

De stad kan nog wel groeien, maar het komt wel steeds meer onder druk te staan. Ruimte is prioriteit nummer één om talent hier te houden. We kampen met een woningentekort, Leiden is de meest dichtbebouwde stad van Nederland. Een andere vorm van ruimtegebrek is netcongestie: hoe sluit je bedrijven en woonwijken aan op het stroomnet? We hebben in Leiden ondertussen wel een goed beeld waar de knelpunten zitten. Nu is de vraag hoe we daar goed op kunnen anticiperen. Mobiliteit is de derde factor. Leiden Centraal is na de G4 een van de belangrijkste stations van het land. Het is hét station voor de hele regio. We zijn bereid er zelf in te investeren, maar het Rijk moet ook meedoen.”

Bedrijventerreinen vormen een ander puzzelstuk. “We kijken naar een brede regionale aanpak, met alle gemeenten in Holland Rijnland. In de Drechtsteden werkte dat goed: watergebonden bedrijven kregen de ruimte, andere bedrijven verhuisden. Hier willen we ook starten met spelregels en samenwerking. Het is een van de puzzelstukken die gaat over de grotere ruimtelijke puzzel. Daar zijn de wethouders economie volop over in gesprek met elkaar.”

Peter blikt terug op zijn periode in Dordrecht. Hij groeide op in de Alblasserwaard, studeerde in Rotterdam en kwam daarna via werk weer in Dordrecht terecht, zijn geboortestad. Hij heeft er uiteindelijk twintig jaar gewoond en zijn kinderen zijn er ook geboren. Zijn politieke loopbaan begon vroeg. “Ik werd benaderd door een wethouder toen ik 26 was. Binnen een jaar zat ik namens de CDA in de gemeenteraad. Op mijn 28e werd ik raadslid, later fractievoorzitter en op mijn 33e wethouder. Dat heb ik acht jaar gedaan. Als wethouder had ik een brede portefeuille: Sociale Zaken, Werk en Inkomen, en ook een termijn Onderwijs, Financiën, de Wmo. En daarnaast was ik ook bestuurder bij de VNG. Ik zat gemiddeld één tot twee dagen per week in Den Haag, als voorzitter van de commissie die zich bezighield met thema’s als participatie, schulden, inburgering, laaggeletterdheid. Ik heb daar ook een groot Haags netwerk opgebouwd.

Ik was als wethouder heel erg bezig met de inclusieve arbeidsmarkt, zodat zoveel mogelijk mensen mee kunnen doen. Vanuit een uitkeringssituatie, maar ook mensen met een arbeidsbeperking. In Dordrecht ging ik geregeld met de wethouder Economische Zaken mee op bezoek bij grote bedrijven. Dan maakten afspraken: we helpen met jullie ontwikkeling, maar dan verwachten we ook dat jullie kansen bieden aan mensen met een grotere afstand tot de arbeidsmarkt. Ik kom uit een ondernemersgezin en heb ook ondernemers onder mijn vrienden. Ik probeer ook altijd wel dat ondernemersperspectief voor ogen te houden. Zij moeten uiteindelijk ook de ruimte krijgen om te ondernemen en om die inclusieve arbeidsmarkt mogelijk te maken. De samenwerking tussen overheid, onderwijs en bedrijfsleven, de zogenaamde Triple Helix, is daarbij essentieel.”

Die lijn trekt Peter door in Leiden. Het Leiden Bio Science Park is een economische motor, met 30.000 medewerkers. Internationaal- t en regionaaltoptalent. Praktische inzet van mbo, hbo en universiteiten die samen de regio sterker maken. Hier zie je de economie van de toekomst. Toch is er nog veel te winnen, stelt hij. “Zuid-Holland heeft veel sectoren, maar soms ontbreekt focus. Je moet keuzes durven maken: waarin maak je het verschil? De nationale overheid is nauw betrokken, want die zien ook wel wat hier in de regio gebeurt. De regio Zuid-Holland kan nog meer investeren in de relatie met Brussel. Dit is wereldschaal. Grote Zuid-Koreaanse bedrijven investeren hier honderden miljoenen. Dat vereist visie, ook op cybersecurity en kennisinfrastructuur. We moeten ons als regio verhouden met gezamenlijk strategische belangen tot clusters in Amsterdam en Utrecht. Die zijn kleiner dan Leiden, maar trekken ook investeerders en kennis aan. We gaan hierbij  krachten bundelen en allianties smeden.”

Daarom is hij ook lid geworden van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ). “Het is een platform waar Triple Helix elkaar ontmoet. Als EBZ focus aanbrengt en zich tot de politiek weet te verhouden, kan het veel impact hebben. Ik merk dat het bedrijfsleven vaak terughoudend is. Misschien omdat zij vinden dat zij hierin geen rol hebben, misschien ook wel vanuit de concurrentiepositie. Er is in ieder geval meer commitment nodig, ook financieel. Bijvoorbeeld via sectorfondsen. Het gaat niet alleen om geld, ook om eigenaarschap. Alleen dan krijg je echte samenwerking. De EBZ kan daar een rol in spelen. Het is belangrijk dat we businesscases uitwerken waarin duidelijk is wat het bedrijfsleven eraan heeft. Zo maak je inzichtelijk waar de EBZ voor is. En dan ook echt gezamenlijke projecten doen. Dat gaat verder dan publiek-private samenwerking.”

Tot slot hoopt Peter op een ander kabinetsbeleid. Hij verwijst nadrukkelijk naar het rapport-Draghi, dat hij als leidraad ziet voor toekomstig beleid. “Het vorige kabinet sprak vaak over innovatie, maar bezuinigde tegelijkertijd op kennis. Dat is wat mij betreft een fundamentele weeffout in het beleid. Als je innovatie belangrijk vindt, moet je ook structureel durven investeren in de kennisinfrastructuur. Dat rapport stelt dat Europa en dus ook Nederland structureel moet inzetten op groeivermogen door innovatie en kennisontwikkeling. Voor Leiden, met haar universiteit, het LUMC en het Bio Science Park, is dat essentieel. Hier is een ecosysteem van wereldniveau opgebouwd, dat mag en moet gekoesterd worden.”

“Door de veranderde sfeer, door onzekerheid over beleid hoor ik al signalen dat internationaal talent minder snel voor Nederland kiest. We moeten dat keren. Technologische opleidingen, dat is een internationaal speelveld. Dan moet je ook dat internationale talent naar je land halen en hier ook kunnen binden. Leiden kent heel veel expats en die dragen voor een belangrijke mate bij aan de economische groei van de stad. En dat komt ten goede aan alle inwoners. Het is bittere noodzaak dat het nieuwe kabinet het rapport-Draghi niet alleen leest, maar ook uitvoert. Dat betekent: investeren in fundamenteel onderzoek, innovatiebeleid, samenwerking met kennisinstellingen en het versterken van ons internationale profiel.”

Peter is optimistisch over de rol van EBZ. “Het is een plek waar je het goede gesprek kunt voeren. Mensen met kennis, invloed en visie, daar ben ik van onder de indruk. De EBZ moet zich ook nadrukkelijk tot de politiek verhouden, ook landelijk. We moeten ons niet bescheiden opstellen. Zuid-Holland is het economische powerhouse van Nederland. In het belang van Nederland moeten we de juiste keuzes maken. En daar kan de EBZ een belangrijke bijdrage aan leveren.”

De Economic Board Zuid-Holland ziet in de Miljoenennota 2026 diverse positieve aanknopingspunten voor de economische ontwikkeling van onze regio en Nederland als geheel. Het kabinet presenteert vandaag een beleidsarme Miljoenennota in aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen, met enkele beleidsvoorstellen die ons toekomstig verdienvermogen en strategische autonomie kunnen versterken. In een tijd van mondiale onzekerheid en technologische versnelling is het cruciaal dat Nederland blijft investeren in innovatie, duurzaamheid en kennis.

Den Haag, 16-9-2025
Prinsjesdag 2025
Foto Martijn Beekman / ministerie van Financiën

De EBZ verwelkomt de toewijzing van 500 miljoen euro voor innovatie. Innovatie is de motor van onze economie en deze middelen worden verdeeld over sterke markten zoals halfgeleiders, en startups en scale-ups. Zuid-Holland herbergt toonaangevende technologieclusters en kennisinstellingen. Daarnaast is de EBZ verheugd dat het budget voor de Wbso (fiscale regeling voor R&D) stijgt. Hierdoor hoeven bedrijven, van klein tot groot, minder belasting te betalen voor hun onderzoek en ontwikkeling (R&D), wat innovatie goedkoper maakt. Investeringen in innovatie versterken onze internationale concurrentiepositie.

Het is positief dat het kabinet zich inzet voor een gelijk speelveld voor de industrie. Het is essentieel dat we de huidige industrie behouden en verduurzamen om onze strategische autonomie te waarborgen. Tegelijkertijd moeten we oog houden voor het verlagen van de CO2-uitstoot. Het is daarom belangrijk om de concurrentiekracht van de industrie te verbeteren en investeringen in verduurzaming aantrekkelijk te maken.

Stabiel en betrouwbaar beleid is van het grootste belang. Ondernemers, onderzoekers en overheden hebben behoefte aan duidelijkheid, continuïteit en een langetermijnvisie. De keuzes die worden gemaakt in de aanloop naar de Tweede Kamerverkiezingen op 29 oktober 2025 zijn daarbij bepalend.

Zoals onze voorzitter Femke Brenninkmeijer het treffend verwoordt: “Juist nu is het moment om te kiezen voor een koers die rust en richting biedt – zodat we samen kunnen bouwen aan een sterke, innovatieve en duurzame economie.”

Simone Fredriksz human capital

Als voorzitter van het College van Bestuur van roc Albeda ziet Simone Fredriksz dagelijks de maatschappelijke betekenis van het mbo. “Met bijna 50.000 mbo-studenten in de regio Rijnmond en ruim 120 opleidingen is het mbo niet alleen van groot belang voor de arbeidsmarkt, maar ook voor kansengelijkheid en sociale vooruitgang. Het mbo is niet alleen de hofleverancier van de economie, maar ook een emancipatiemotor. Hier bereiden we jongeren en volwassenen voor op een snel veranderende samenleving.” 

 

Van bedrijfsleven naar het onderwijs

Fredriksz begon haar carrière in het bedrijfsleven, onder meer bij KPN en een internet-startup en maakte daarna de overstap naar het onderwijs. Bij De Haagse Hogeschool werkte ze zeventien jaar in diverse functies, waaronder directeur van de faculteit Business, Finance & Marketing. Vijf jaar geleden koos ze bewust voor het mbo. “Het mbo heeft een enorme maatschappelijke impact. Onze klassen zijn mini-samenlevingen: superdivers, met studenten uit alle hoeken en lagen van de maatschappij. Hier leren jongeren niet alleen een vak, maar ook hoe je samenleeft en samenwerkt. Dat maakt het mbo uniek.” Wat haar kenmerkt, zegt Fredriksz, is het vermogen om werelden bij elkaar te brengen. “Ik hou van verbinden en belangen afwegen, maar ook van in actie komen. Voor jongeren, voor werkzoekenden met afstand tot de arbeidsmarkt en zeker ook voor werkenden die wendbaar moeten zijn in een snel veranderende economie.”

 

Onderwijs als veilige haven

De turbulente tijdgeest benadrukt die rol van onderwijs, vindt Fredriksz. “We leven in een snel veranderende economie, met digitalisering, de energietransitie en de circulaire economie. Tegelijkertijd zien we polarisatie en spanningen in de samenleving. Onderwijs moet daarin een veilige haven zijn. Hier leren jongeren vakmanschap, maar ook burgerschap. Je bent eerst mens, dan werknemer. Onderwijs draagt bij aan sociale samenhang en weerbaarheid in een samenleving die steeds meer onder druk staat. Het onderzoek van Stichting Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) van afgelopen juni bevestigde de belangrijke bijdrage die we als mbo leveren aan de samenleving en de economie, namelijk met als uitkomst dat werkgevers zeer tevreden zijn over recent afgestudeerde mbo-studenten, inclusief hun sociale vaardigheden en motivatie.”

 

Albeda in cijfers en impact

’Verantwoordelijk met partners voor 30.000 studenten in regio Rijnmond en een breed aanbod van opleidingen in zorg, techniek, business, hospitality, kunst en sport is Albeda één van de grootste mbo-instellingen van Nederland. De instelling ontving meerdere landelijke erkenningen en won diverse prijzen, waaronder voor het innovatieve introductieprogramma met maatschappelijke impactweken en – samen met partners – voor de Talenthub op Zuid, waar jongeren die dreigen uit te vallen een nieuwe kans wordt geboden. Daarnaast is Albeda al twee jaar achtereen verkozen tot meest duurzame mbo-instelling van Nederland. Fredriksz: “Deze prijzen bevestigen dat we niet alleen opleiden, maar ook vernieuwen en bijdragen aan de samenleving. Niet alleen voor studenten in het vervolgonderwijs, maar ook werkenden en werkzoekenden die we bij- en omscholen voor de arbeidsmarkt. Daarmee leveren we ook een directe bijdrage aan de doelstellingen van de Human Capital Agenda Zuid-Holland, waar we als Albeda partner bij zijn”

 

Samenwerking Albeda en EUR – Maatschappelijke verdediging van dr. Kayla Green – Practor Gelijke Kansen bij Albeda. v.l.n.r. : Rateb Abawi, Eveline Crone, Simone Fredriksz, Kayla Green, Jantine Schuit, Ron Kooren en Gyzlene Zeroual – Kramer  

 

Innovatie bij Albeda

Fredriksz noemt met trots nog een aantal innovaties van Albeda. Zo is er, met steun van onder andere de gemeente Rotterdam en het ministerie van OCW, Albeda @night. Daarbij houdt Albeda de school ook ’s avonds open voor activiteiten & cursussen, advies & begeleiding, ontspanning & eten en als veilige plek voor studenten, hun familie en mensen uit de wijk. Of de eerdergenoemde Talenthub op Zuid en de manier waarop nieuwe studenten worden ontvangen in hun introductieweek. Duizenden nieuwe studenten beginnen hun eerste honderd dagen met een gezamenlijke beleving en maatschappelijke impactweken, waardoor ze zich welkom voelen, een netwerk ontwikkelen en op weg worden geholpen. “We willen jongeren niet alleen welkom heten, maar ze ook meteen met de maatschappelijke impactweken laten ervaren hoe je iets goeds kunt doen in de samenleving. Dat is onderwijs in actie.”

Albeda @Night

 

Samenwerking in Zuid-Holland

Albeda werkt intensief samen met partners in de regio. Ook met andere onderwijsinstellingen. Naast de samenwerking met andere mbo-instellingen, zoals met Zadkine o.a. via onze samenwerkingsschool Techniek College Rotterdam en met STC, HMC en het Grafisch Lyceum Rotterdam, zijn ook Hogeschool Rotterdam, InHolland en de Erasmus Universiteit Rotterdam vaste partners. Een bijzondere samenwerking is die met de Erasmus Universiteit Rotterdam, waar hoogleraar Eveline Crone als eerste hoogleraar verbonden is aan een mbo-instelling. Samen met practor Kayla Green wordt onderzoek gedaan naar kansengelijkheid en jongerenwelzijn, thema’s waar Fredriksz zich met haar hart voor inzet “We brengen wetenschap en praktijk bij elkaar. Dat versterkt de kwaliteit van ons onderwijs en vergroot de maatschappelijke impact.”

Daarnaast participeert Fredriksz in het Bestuurlijk Overleg Onderwijs van de Human Capital Agenda Zuid-Holland en maakt Albeda deel uit van Via Delta, waarmee de roc’s in Zuid-Holland hun opleidingsaanbod voor volwassenen hebben gebundeld. Via Delta, mede mogelijk gemaakt dankzij de Human Capital Agenda Zuid-Holland, zal een belangrijke bijdrage gaan leveren aan ‘Zuid-Holland Koploper Leven Lang Ontwikkelen’. Inclusief een op maat scholingsaanbod voor werkenden en werkzoekenden. Fredriksz: “Via Delta maakt het voor bedrijven en inwoners makkelijker om scholing te vinden en benutten. De arbeidstekorten in Zuid-Holland lossen we niet op met alleen het reguliere onderwijs. We hebben álle beschikbare talenten nodig, ook de mensen die nu nog langs de kant staan. Daarnaast moeten we de huidige beroepsbevolking beter toerusten. Met Via Delta versterken we samen de arbeidsproductiviteit en geven we concreet invulling aan de Human Capital Agenda Zuid-Holland. ”

 

Lid van de EBZ-taskforce Human Capital

De keuze om toe te treden tot de Taskforce Human Capital van Economic Board Zuid-Holland was voor Fredriksz vanzelfsprekend. “De Human Capital Agenda gaat precies over wat ik dagelijks zie: de noodzaak om onderwijs, werkgevers en overheid te verbinden. Alleen als we krachten bundelen, kunnen we inspelen op de snelle veranderingen in de economie en de samenleving. Onderwijs is daarbij het fundament.”

Ze verwijst naar de gezamenlijke doelstellingen van de agenda: “Met elkaar willen we onder andere tenminste 55.000 werknemers ontwikkelperspectief bieden, 10.000 transities van werk naar werk realiseren en 1.000 internationale kenniswerkers aantrekken. En ook werken we via de Human Capital Agenda toe naar een structureel beter werkende arbeidsmarkt, inclusief een goede aansluiting van het beroepsonderwijs op de vraag van bedrijven. Dat vraagt om samenwerking op alle niveaus en daar draag ik namens Albeda en de mbo-partners in de regio graag aan bij.”

 

Voorbereiden op de toekomst

Hoe bereid je studenten voor op een toekomst die niemand kan voorspellen? “De kern is wendbaarheid en weerbaarheid,” stelt Fredriksz. “Dat betekent investeren in digitale vaardigheden, kritisch denken en sociale vaardigheden. Maar ook de basis moet op orde zijn: taal en rekenen. Zonder die basis ontneem je jongeren kansen op duurzame deelname aan de arbeidsmarkt en de samenleving.”

Ze besluit: “We weten niet hoe de toekomst eruitziet, maar we weten wél dat het onderwijs steeds moet vernieuwen en dat onderwijs de plek is waar we jongeren en volwassenen de competenties meegeven die hen in staat stellen richting te geven aan die toekomst. Daar ligt onze verantwoordelijkheid. En dat is ook waar de Human Capital Agenda op inzet: het benutten van het talent van onze studenten en alle Zuid-Hollanders. Daar ga ik me dus volop, samen met alle andere partners, voor inzetten.”

Simone Fredriksz is voorzitter van het College van Bestuur van Albeda en lid van de (Taskforce Human Capital van) Economic Board Zuid-Holland.

De Grond-, Weg- en Waterbouwsector (GWW) heeft de afgelopen jaren een indrukwekkende digitale impuls gekregen. Dankzij het deelakkoord ‘DigiCampus GWW’ – onderdeel van het Human Capital Akkoord Zuid-Holland – is een sector die van oudsher traditioneel opereerde, in beweging gekomen richting een toekomstbestendige, digitaal vaardige werkomgeving. Dit project ging niet alleen over technologie, maar juist over samenwerking. “Door publieke en private partijen in een deelakkoord samen te brengen, ontstond meer begrip voor elkaars werkwijze en ruimte om samen te bouwen aan innovatie”, aldus Jaap Kolk, Programmamanager DigiCampus.

 

Doelen behaald, impact gemaakt

Het project heeft zijn belangrijkste doelen ruim overtroffen:

  • Meer dan 500 professionals hebben zich ontwikkeld op het gebied van digitalisering;
  • 42 organisaties – zowel publieke als private – zijn intensief betrokken geweest bij trainingen, scans, kennissessies en casusgroepen;
  • 30 werkgevers zijn ondersteund in het verhogen van hun digitale volwassenheid en het beter benutten van arbeidscapaciteit.

Van casusgroepen tot opleidingen: leren in de praktijk

Centraal in de aanpak stonden casusgroepen waarin markt, overheid en onderwijs samenwerkten aan actuele digitaliseringsvraagstukken zoals de digitalisering van kabels en leidingen en de standaardisatie van weekstaten. Deze vorm van co-creatie zorgde voor direct toepasbare oplossingen en voor betere samenwerking en kennisuitwisseling binnen de keten.

Ook op het gebied van opleidingen zijn grote stappen gezet. Zo zijn er drie nieuwe trainingen ontwikkeld die inmiddels breed worden ingezet:

  • Basistraining Data-gedreven werken
  • Digitaal samenwerken
  • Gestructureerd werken met Systems Engineering

Deze programma’s sluiten direct aan op de praktijk en op de leerbehoeften die via DigiChecks bij de bedrijven zijn opgehaald.


Brede opbrengsten voor Human Capital

Naast digitalisering heeft het project op meerdere vlakken bijgedragen aan versterking van het human capital in de regio. Zo is er sprake van:

  • Verbeterde samenwerking: publieke en private partijen hebben elkaar gevonden in een gedeelde taal en aanpak voor digitalisering;
  • Meer werkplezier en motivatie: deelnemers gaven aan dat de casusgroepen niet alleen leerzaam, maar ook inspirerend waren. Het bracht hen in contact met gelijkgestemden en gaf energie om met vernieuwing aan de slag te gaan;
  • Versterking van het onderwijs: kennisinstellingen zijn nauwer betrokken geraakt bij de sector en kunnen actuele kennis beter integreren in hun curricula;
  • Professionalisering van de sector: door scans en gesprekken is beter zicht gekomen op ontwikkelvraagstukken binnen organisaties en projecten;
  • Een verhoging van de arbeidsproductiviteit. Zeker voor een sector die moeite heeft voldoende personeel te vinden een zeer welkome opbrengst.

Blijvende beweging

Een belangrijke uitkomst is dat alle betrokken partijen de samenwerking willen voortzetten. De ambitie reikt verder dan de projectperiode: er wordt gewerkt aan de oprichting van een stichting die DigiCampus GWW een structurele plek geeft. Daarmee blijft de opgebouwde energie behouden en kunnen nieuwe digitaliseringsoplossingen gezamenlijk worden ontwikkeld. Het consortium wil bovendien een duidelijke beweging in de sector stimuleren: niet langer uitsluitend aanbesteden op prijs, maar nadrukkelijk ook op digitale vaardigheden en innovatieve oplossingen die het werk slimmer, efficiënter en aantrekkelijker maken.

Samen digitaal sterker

Dankzij DigiCampus GWW heeft de sector een krachtige stap gezet richting digitalisering, samenwerking en innovatie. De inzet van zoveel partners – van gemeenten en aannemers tot onderwijsinstellingen – laat zien wat er mogelijk is als we slim, samen en digitaal werken aan de toekomst van onze leefomgeving.

Wil je op de hoogte blijven van alle ontwikkelingen? Kijk dan op: https://www.digicampusgww.nl/