Op 27 oktober 2025 vond het jaarlijkse Human Capital Event plaats in het Provinciehuis Zuid-Holland, georganiseerd door de Economic Board Zuid-Holland en Provincie Zuid-Holland. Dit event markeerde de start van een nieuwe fase (2025–2030) van de Human Capital Agenda Zuid-Holland. Werkgevers, onderwijsinstellingen, overheden, kennispartners, intermediairs en andere geïnteresseerden kwamen samen met één doel: samen werken aan een wendbare, veerkrachtige arbeidsmarkt die Zuid-Holland voorbereidt op de toekomst.

Terugblik en urgentie

Vorig jaar werd de Human Capital Agenda positief geëvalueerd door de EUR (SEOR). Daarop is door alle partners samen de Human Capital Agenda 2025-2030 ontwikkeld. Een verdubbeld aantal partners heeft zich daaraan gecommitteerd. Tijdens het event is gesproken over het hoe van de aanscherpingen, waartoe met de vernieuwde agenda is besloten. De centrale boodschap van het event was daarmee: “Samen Doen Wat Werkt”.

De urgentie is groot: menselijk kapitaal is belangrijker dan ooit voor onze economie, arbeidsmarkt en brede welvaart. Zuid-Holland kent veel bedrijvigheid, zoals Europa’s grootste haven, het glastuinbouwcluster, Innovatie District Delft en Leiden Bio Science Park. Tegelijkertijd kampt onze provincie met de grootste arbeidstekorten van Nederland: 40% van de bedrijven ervaart hierdoor belemmering. Talent wordt onvoldoende benut, onder meer door een toenemende skills gap.

De komende jaren schroeven we daarom de ambitie verder op, met meetbare doelstellingen, nieuwe Deelakkoorden en samenwerkingsverbanden die een einde moeten maken aan de versnipperde aanpak in onze provincie. We gaan voor een fundamentele arbeidsmarktinnovatie, met andere woorden: een systeemdoorbraak. Een human capital ecosysteem, waarbij werkgevers, onderwijs en overheid nauw samenwerken aan concrete oplossingen voor arbeidsmarktvraagstukken. Niet vanuit losse initiatieven, maar met één visie en één agenda.

 

Thema’s en samenwerking

Het event draaide om drie ’aanscherpingen in de Human Capital Agenda, die een belangrijke plaats krijgen in de koers van alle partners samen voor de komende jaren:

  1. Slimmer werken – Hoe kunnen we technologie en arbeidsproductiviteit slimmer inzetten, met oog voor mens en organisatie?
  2. Ondersteuning voor het mkb – Hoe bereiken en ondersteunen we ondernemers en werkenden in het mkb nog effectiever dan nu het geval is?
  3. Brede lerende en toepassende kennisomgeving – Hoe leggen we effectieve verbindingen binnen de rijke, maar gefragmenteerde kennisinfrastructuur in Zuid-Zuid-Holland, onder andere gericht op het tegengaan van personeelskrapte, een betere match, intensieve bij- en omscholing en economische innovatie en groei?

Inzichten van de sprekers

 

Jeffrey van Meerkerk (voorzitter Taskforce Human Capital Zuid-Holland)

Jeffrey van Meerkerk, tevens dagvoorzitter, opende het event met een korte terugblik op een succesvolle eerste vijf jaren HCA en met een vooruitblik op de verhoogde ambitie die met de HCA 2025-2030 door de partners is uitgesproken. Tienduizenden mensen zijn opgeleid en aan de slag geholpen, duizenden bedrijven zijn geholpen en met € 50 miljoen gezamenlijke investeringen is circa € 6 miljard economische waarde gerealiseerd. Maar, zo benadrukte Jeffrey: we zijn er nog lang niet. Zoals SEOR het uitdrukte: ‘De HCA is een succesvolle formule en het fundament staat, dus nu meters maken voor een systeemdoorbraak!’

 

Meindert Stolk (Gedeputeerde Provincie Zuid-Holland)

Meindert Stolk benadrukte dat Zuid-Holland al langer te maken heeft met structurele uitdagingen zoals vergrijzing en een dalend aantal afstudeerders. Tegelijkertijd is de regionale economie juist bijzonder breed en veerkrachtig, met drie universiteiten, een sterk hbo- en mbo-netwerk en toonaangevende topsectoren. Juist die veelzijdigheid maakt het volgens Stolk uitdagend om als regio één herkenbaar profiel neer te zetten. Daarom wordt human capital steeds belangrijker: onder andere voor innovatie, om de arbeidsproductiviteit te vergroten en om het mkb te versterken. “Het beleid voor 2030 lijkt misschien nog ver weg,” zei Stolk, “maar de koers die we vandaag inzetten bepaalt ons succes van morgen.” De provincie is trots op de gezamenlijke Groeiagenda en Human Capital Agenda en ook op de brede vertegenwoordiging tijdens het event. “Samen elkaar een stap verder helpen, dát is waar het om draait.”

 

Goedele Geuskens (TNO)

Goedele liet zien dat de arbeidsproductiviteit in Zuid-Holland de afgelopen jaren achterblijft bij andere regio’s. Waar we in 2007 nog 5% boven het landelijk gemiddelde zaten, is dat in 2022 verdwenen. Toch is er veel potentie. Door vergrijzing en een krimpend arbeidspotentieel moeten we slimmer werken om brede welvaart te behouden. Grote maatschappelijke opgaven zoals energietransitie, veiligheid, zorg en verduurzaming vragen om meer mensen of om het slimmer organiseren van werk. Goedele benoemde vier knoppen waaraan je kunt draaien om arbeidsproductiviteit te verhogen: mensgerichte technologie, inzetbaarheid en ontwikkeling, slimmer organiseren van werk en snelle adaptatie van technologische en sociale innovatie. Regionale ecosystemen en samenwerking zijn essentieel om innovatie te versnellen en het gat tussen koplopers en middenmoters te verkleinen. Zuid-Holland heeft met de Human Capital Agenda en het ecosysteem, dat daaromheen is gebouwd, een mooie uitgangspositie om succesvol op verhoging van de arbeidsproductiviteit in te zetten. Daar werkt TNO graag mee, aldus Goedele.

 

 

Frank Slingerland (praktijkvoorbeeld: Campus Gouda)

Frank deelde hoe een netwerkorganisatie als Campus Gouda zorgt voor het versnellen van innovatie. Namelijk samen met en vooral ook gedragen door bedrijven in de regio. De netwerkorganisaties die bijvoorbeeld innovatietafels faciliteren, fungeren als ecosysteem waarbinnen partners worden samengebracht op specifieke onderwerpen en innovatie wordt versneld. Thema’s als bodemdaling, smart logistics en zorgtechnologie staan bij Campus Gouda centraal. Door per thema jaarlijks een evenement te organiseren en vraagstukken op te halen bij bedrijven en publieke partners wordt de innovatieagenda van Campus Gouda gevoed. Onder andere werken studenten in 20 weken samen met bedrijven aan prototypes die direct geïmplementeerd worden in de praktijk. Deze challenge based learning zorgt voor een informele, inspirerende samenwerking tussen onderwijs en werkgevers.

 

Josette Dijkhuizen (Hoogleraar, SER Kroonlid en ondernemer)

Josette presenteerde de resultaten van haar onderzoek over de duurzame inzetbaarheid van mkb ondernemers zelf. In opdracht van de Taskforce Human Capital heeft Josette in samenwerking met de bij de Human Capital Agenda aangesloten werkgeversverenigingen dit onderwerp onderzocht bij mkb ondernemers in Zuid-Holland. Uit het onderzoek blijkt dat veel mkb ondernemers te weinig stilstaan bij hun eigen ontwikkeling tijdens bepaalde levensfases, terwijl vitaliteit en groei ook voor hen essentieel zijn. Sparren met andere ondernemers kan hen helpen om te leren, te reflecteren een te vernieuwen.

Dit is voor de uitvoering van de HCA des te meer belangrijk, omdat de ondernemer een grote impact heeft op het eigen bedrijf en de medewerkers die daarin werkzaam zijn. Wanneer ondernemers aan hun eigen vitaliteit werken heeft dit ook invloed op hun bedrijf. Een ontwikkelingsgerichte cultuur binnen bedrijven draagt namelijk bij aan productiviteit, innovatie en werkplezier. Ook praktijkverhalen, workshops en netwerken zijn cruciaal om ondernemers te ondersteunen. En daarmee ook bij te dragen aan een leer- en ontwikkelcultuur binnen bedrijven.

 

 

Paneldiscussie: Josette Dijkhuizen, Peter Nagelkerke, Suzanne van Soest, Rogier Krabbendam

Samen met Josette Dijkhuizen gingen de panelleden in gesprek over de bevindingen en aanbevelingen in het rapport van Josette.  De werkgeversvertegenwoordigers gaven aan de uitkomsten van het onderzoek te herkennen en die verder te willen brengen in de activiteiten van de werkgeversverenigingen voor het komende jaar.  Zij vertegenwoordigen opgeteld veel ondernemers in Zuid-Holland en richten zich onder andere op inspireren, activeren en ondersteunen van hun achterbannen: de ondernemers. Weinig ondernemers hebben echt tijd om zorgvuldig stil te staan bij hun eigen duurzame inzetbaarheid. Ondernemers willen wel, maar hebben een breed takenpakket. Daarom was er een duidelijke tip: help ondernemers met praktische informatie, organiseer kleine clubjes waarin kennis wordt gedeeld en zorg voor follow-ups. Door praktische kennis kunnen ondernemers en daarmee ook hun medewerkers zich op een laagdrempelige manier blijven ontwikkelen.

 

 

Thaïza Kwas (Team Human Capital EBZ/PZH) & Harry de Boer (TNO)

Thaïza en Harry benadrukten de kracht van het collectief. Er zijn al 165+ partners bij de Human Capital Agenda aangesloten, maar er is nog volop ruimte voor uitbreiding en verdieping van de samenwerking in Zuid-Holland. Ondernemers, kennisinstellingen en overheid kunnen elkaars kracht en kennis beter benutten en samen zorgen voor het verder versterken van het tijdens het evaluatieonderzoek vastgestelde multipliereffect. Door samen te werken in Zuid-Holland kunnen we de arbeidsmarkt structureel anders laten werken en zo de beoogde systeemdoorbraak realiseren.

De Economic Board Zuid-Holland en de Provincie Zuid-Holland verkennen in samenwerking met TNO hoe er een brede Lerende en Toepassende Kennisomgeving kan worden opgezet. Dit betekent dat de bestaande Human Capital Learning Community wordt opgeschaald naar het brede netwerk van bedrijven, kennisinstellingen en overheden in Zuid-Holland. Vraaggericht, met eigenaarschap van en op basis van de behoefte van bedrijven, samen werken aan de economische en maatschappelijke agenda die de partners op zich hebben genomen. De lerende en vooral ook toepassende (DOEN!) kennisomgeving moet bestaande netwerken verbinden, zodat inzichtelijk wordt op welke onderwerpen partners kunnen samenwerken, elkaar kunnen ondersteunen of kennis praktisch toepasbaar moet maken. TNO heeft een schat aan kennis, ervaring en tools, die daarbij actief wordt ingezet en zal daarbij ook de zorgen voor kennistransfer van andere regio’s naar Zuid-Holland en omgekeerd.

 

 

Adnan Tekin (voorzitter MBO Raad)

Adnan sloot af met het belang van samenwerking tussen scholen, bedrijven en overheid. Hij deelde een krachtige boodschap: het mbo is hofleverancier van de economie en is #onmisbaar voor de arbeidsmarktvraagstukken in de regio. Door het aanbod te bundelen en praktijkroutes te creëren, wordt het onderwijs beter afgestemd op de arbeidsmarkt. Investeren in talent en vakmanschap draagt daarmee bij aan een sterke arbeidsmarkt en samenleving. Ook nam Adnan het moment om partners in de zaal bewust te maken van de verandering die zij kunnen maken voor mbo-studenten, zoals goede stagevergoedingen, inclusief werkgeverschap en voldoende doorgroeimogelijkheden. Naar het nieuwe kabinet toe deed Adnan de oproep om te investeren in het mbo, met alle uitdagingen waar het mbo voor staat en met de bijdrage die het mbo heeft en kan bieden aan de economische en maatschappelijke agenda van Nederland, inclusief Zuid-Holland.

 

 

Oproep tot actie

Het Human Capital Event 2025 is een uitnodiging aan alle bedrijven en inwoners in Zuid-Holland om mee te doen aan en gebruik te maken van de gezamenlijke aanpak in de komende jaren. Voor een toekomstbestendige arbeidsmarkt, belangrijker dan ooit met de snel veranderende economie en de uitdagingen die de maatschappelijke transities met zich mee brengen. De komende jaren bouwen we in Zuid-Holland aan een lerende en toepassende kennisomgeving, waarin werkgevers, onderwijs en overheid samenwerken aan concrete oplossingen. Niet door méér te praten en harder te werken, maar door te Doen Wat Werkt en slimmer werken. Voor een toekomstbestendig Zuid-Holland.

Benieuwd naar het event? Bekijk hier de foto’s: https://flic.kr/s/aHBqjCz4hT

Samen doen wat werkt – voor een toekomstbestendige innovatieve arbeidsmarkt in Zuid-Holland.

 

Zuid-Holland stond recentelijk volop in de schijnwerpers tijdens het ZH-verkiezingsdebat. Je kunt de gehele uitzending hier bekijken: bekijk de uitzending.

Vertegenwoordigers van verschillende politieke partijen gingen met elkaar in debat over de grote uitdagingen én kansen voor onze provincie. Het debat werd georganiseerd door Provincie Zuid-Holland en Economic Board Zuid-Holland en in samenwerking met Omroep West en RTV Rijnmond.

 

Belangrijkste thema’s en quotes

• Wonen:

“D66 komt op voor alle mensen die een woning zoeken. Als er 1% van de landbouwgrond afgaat, kunnen we iedereen in hun eigen gemeente een huis geven,” aldus Robert van Asten (D66). Martin Oostenbrink (BBB) voegde toe: “We zien al dat boeren vrijwillig willen vertrekken, waardoor ook in Zuid-Holland aan de randen van dorpen gekeken kan worden of we daar dan wel kunnen uitbreiden.” Pieter Grinwis (Christenunie) gaf aan: “Laten we alsjeblieft minder regels krijgen om te bouwen. Laten we zorgen dat mensen minder makkelijk naar de Raad van State kunnen (…) want het belang van woningzoekende moet zwaarder wegen dan het recht op uitzicht”. Martin Oostenbrink (BBB) vertelde over zijn keuze: “Voorrang geven aan mensen met regionale bindingen, dan wel met banen die echt cruciaal zijn voor die regio’s, zoals een onderwijzer of politieman.”

• Bereikbaarheid:

Karsten Klein (CDA) benadrukte: “Bereikbaarheid gaat bij mij niet over meer asfalt of meer metro’s, maar over mensen die op tijd op hun werk willen komen of in het ziekenhuis moeten zijn.” Pieter Grinwis (ChristenUnie) waarschuwde: “Onze infrastructuur ligt er nu goed bij, maar als we zo doorgaan, over een aantal jaar niet meer.”

• Economie & Haven:

Bente Becker (VVD): “De Rotterdamse Haven is een groeibriljant voor Nederland, goed voor meer dan 192.000 banen. De industrie heeft 1,4x zoveel oppervlakte nodig om te kunnen groeien.” Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA) pleitte voor duurzame keuzes: “Je moet stevige keuzes durven maken voor de economie van de toekomst, en die is duurzaam. Elke investering in ouwe meuk, moet je niet meer doen.”

• Energie:

“We hebben een energiemix nodig: wind op zee én land, zonne-energie én kernenergie. We moeten zo snel mogelijk af van buitenlandse afhankelijkheid,” aldus Robert van Asten (D66). Bente Becker (VVD) vulde aan: “De wind waait niet iedere dag, de zon schijnt niet altijd en kernenergie is dan een hele stabiele vorm van energie.”

• Innovatie:

“De drones van de toekomst komen uit Zuid-Holland,” aldus Barbara Kathmann (GroenLinks-PvdA). “We moeten investeren en we moeten hier industriepolitiek op voeren. We moeten zorgen dat de gelden ook ten goede komen aan ons eigen MKB en onze eigen innovatie startups.” Karsten Klein (CDA) wees op het belang van de defensie-industrie in de regio: “25% van de Nederlandse defensieindustrie is in Zuid-Holland gevestigd. Je moet zorgen dat die industrie in Zuid-Holland, die toch een beetje onbekend is, bekender wordt. We hebben prachtige bedrijven in Zuid-Holland die volop de ruimte moeten krijgen.”

Oproepen
Wouter Kolff (Commissaris van de Koning Zuid-Holland): “Graag wil ik voldoende aandacht van de Haagse politiek voor de belangen en noden van Zuid-Holland. Een provincie waar bijna een kwart van de Nederlanders woont en bijna een kwart van het nationaal inkomen wordt verdiend. Laat van elke euro rijksgeld dan ook bijna een kwart landen in Zuid-Holland.”

Femke Brenninkmeijer, voorzitter EBZ: “Mooi dat vandaag hier Zuid-Hollandse Kamerleden met elkaar in debat zijn gegaan over belangrijke en urgente onderwerpen. Samen maken we Zuid-Holland sterker. Trots op wat we samen hebben neergezet! Goed om te zien dat er niet alleen werd gekeken naar de verschillen maar ook naar de overeenkomsten. We moeten blijven investeren in Zuid-Holland want daar wordt heel Nederland beter van. ”

Het debat werd afgesloten met een oproep aan iedereen om te gaan stemmen.

Want: Zuid-Holland doet ertoe, en is een belangrijk speler om nationale problemen op te lossen.

Terugkijken? Hier vind je de link naar de uitzending op YouTube

HET GROTE ZUIDHOLLANDDEBAT.mp4 – Share – Omroep West | MediaLab

En een link naar het foto album:

Zuid-Holland verkiezingsdebat – Economic Board Zuid-Holland en Provincie Zuid-Holland | Flickr

Foto credits: Daniel Verkijk

 

 

Op 14 en 15 oktober 2025 kwamen vertegenwoordigers uit het bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheid samen in Den Haag voor de tweedaagse Economic Board Zuid-Holland (EBZ). Het centrale thema: samenwerking over de grenzen heen, met als doel de economische kracht en toekomstbestendigheid van Zuid-Holland te versterken.

Positieve vooruitzichten en concrete uitdagingen
De tweedaagse startte met de presentatie van de uitkomsten van de Captains of Industry Survey door PwC. Het onderzoek biedt een actueel beeld van Zuid-Hollandse bedrijven en hoe zij de economische situatie in de regio ervaren. Per sector en bedrijf zijn er uiteenlopende verwachtingen, kansen en uitdagingen en er zijn ook een aantal overeenkomsten.

Bij de industrie en de grote moederbedrijven speelt de discussie over het vertrek naar het buitenland. En bij de industrie is de bereidheid tot investeren lager door diverse factoren. Zij zien dan ook andere uitdagingen en kansen tegemoet. De stemming onder de overige CEO’s is positief: bedrijven groeien, verwachten verdere groei en zetten vol in op innovatie en samenwerking. Maar liefst 68% wil (door)investeren in Zuid-Holland; 36% kijkt ook buiten de regio. Zuid-Holland wordt geroemd om haar sterke kennisinfrastructuur, met drie universiteiten en toonaangevende technologie-instellingen.

Meer informatie vind je hier: Bedrijven in Zuid-Holland zijn ondanks uitdagingen positief – EBZ | Economic Board Zuid-Holland

Oproep tot samenwerking en lobby
Tijdens het diner met de Amsterdam Economic Board werd het belang van gezamenlijke communicatie en EU-lobby onderstreept. Deelnemers pleitten voor concrete samenwerking tussen bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden, met aandacht voor thema’s als netcongestie, energievoorziening, circulair werken en regionale samenwerking.
Juist door samen te werken kunnen we gezamenlijke uitdagingen zoals innovatie, onderwijs en internationaal talent beter aanpakken. Wat zijn de overeenkomsten, wat kunnen we van elkaar leren en waar kunnen we elkaar aanvullen?

Foto credits: Daniel Verkijk

Koppels van beide Economic Boards gaven korte pitches:
– Koen Overtoom (AMEC, Port of Amsterdam) & Joris de Groot (AMEC, Alliander): over het belang en de uitdagingen van de haven en de rol van netcongestie.
Zij pleiten voor gezamenlijke afspraken over energieoplossingen, bijvoorbeeld over percentages van energie voor eigen gebruik, zodat investeren loont en bedrijventerreinen hun eigen energievoorziening kunnen verzorgen.
– Meindert Stolk (EBZ, Provincie Zuid-Holland) & Esther Rommel (AMEC, Provincie Noord-Holland): over circulair werken en weerbaarheid.
Zij werken aan een gezamenlijke agenda en verzamelen praktische voorbeelden en kijken waarin samen opgetrokken kan worden.
– Jopie Nooren (AMEC, Hogeschool Van Amsterdam) & Tim van der Hagen (EBZ, TU Delft): over samenwerking in de regio, arbeidsmarkt en banen van de toekomst.

EBZ en AMEC werken ook samen in Economic Boards Nederland, een netwerk van 18 Economic Boards in Nederland. Daar wordt samengewerkt op thema’s als innovatie, onderwijs, onderzoek, wetenschap en internationaal talent.

Adviestraject Peter Wennink: investeren in de toekomst
Op dag twee stond het adviestraject van Peter Wennink centraal. In opdracht van de ministerraad werkt Wennink aan een plan om het investeringsklimaat en het verdienvermogen van Nederland te versterken. Vijf thema’s staan centraal: energie & klimaat, digitalisering, veiligheid, gezondheid en randvoorwaardelijke infrastructuur. Zuid-Hollandse organisaties nemen het voortouw in diverse proposities, zoals biotech, chemie, quantum en landaanwinning. De EBZ-leden riepen op tot collectiviteit om versnippering te voorkomen en samen sterker te staan.

Versnellingsprogramma Zuid-Holland: randvoorwaarden op orde voor investeringen
Het Versnellingsprogramma werd gepresenteerd als antwoord op regionale knelpunten en nieuwe investeringskansen. De ambitie: het Versnellingsprogramma als dé agenda van de regio bestuurlijk verankeren en meer dan de ‘fair share’ bijdragen aan nationale economische groei. Deelnemers benadrukten het belang van samenwerking en het slim benutten van elkaars capaciteiten, ook richting Brussel en de EU.

Vijf oproepen aan het nieuwe kabinet
Uit de survey en discussies kwamen vijf concrete oproepen aan het nieuwe kabinet:
1. Investeer in innovatie, kennis en digitalisering
2. Verminder regeldruk en zorg voor stabiel beleid
3. Versterk energievoorziening en concurrentiekracht
4. Verbeter arbeidsmarkt en huisvesting
5. Stimuleer internationale samenwerking en geopolitieke weerbaarheid

Samen vooruit
De tweedaagse werd afgesloten met een oproep tot gezamenlijke communicatie en concrete samenwerking. De EBZ kijkt terug op een inspirerende bijeenkomst waarbij verbinding, kennisdeling en nieuwe plannen centraal stonden. De komende periode staat in het teken van het definitieve adviesrapport van Peter Wennink en de lancering van het Versnellingsprogramma begin december. Zuid-Holland presenteert zich als één regio, klaar om samen de uitdagingen van morgen aan te gaan.

Ondanks uitdagingen zoals personeelstekorten, stijgende kosten en geopolitieke onzekerheden, zijn veel ondernemers positief. Dat blijkt uit onderzoek van provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland, uitgevoerd door PricewaterhouseCoopers. Het onderzoek biedt een actueel beeld van Zuid-Hollandse bedrijven en hoe zij de economische situatie in de regio ervaren. 
 
Aan de peiling van 2025 deden ruim 130 bestuurders van Zuid-Hollandse bedrijven mee, waarvan 10 ook via een aanvullend diepte-interview. De bedrijven zijn geselecteerd door de Economic Board Zuid-Holland en zijn over het algemeen bedrijven die veel investeren in onderzoek en wetenschap. Zij deelden hun verwachtingen en ideeën over groei, innovatie en samenwerking in de regio. Per sector en bedrijf zijn er uiteenlopende verwachtingen, kansen en uitdagingen en er zijn ook een aantal overeenkomsten.  

Uitdagingen
Veel bedrijven zien kansen voor economische groei, maar ook duidelijke uitdagingen. Er is een blijvend verschil tussen wat bedrijven zoeken en wat werkzoekenden kunnen. Veel bedrijven vinden het moeilijk om goed personeel te vinden, vooral mensen met een mbo-diploma (niveau 2 tot 4). Ook zorgen stijgende kosten, energietekort, woningtekort en internationale spanningen voor druk op het bedrijfsleven. Een gemeenschappelijke frustratie betreft de traagheid, onvoorspelbaarheid en inconsistentie van rijksbeleid. De energietransitie vergt omvangrijke langetermijninvesteringen, maar bedrijven stellen deze uit zolang heldere en stabiele kaders ontbreken. Middelgrote ondernemingen doen bovendien zelden een beroep op beschikbare subsidieregelingen, omdat de administratieve lasten als disproportioneel hoog worden ervaren. Hierdoor blijft een belangrijk deel van het transitiepotentieel onbenut. Bij de industrie en de grote moederbedrijven speelt de discussie over het vertrek naar het buitenland. En bij de industrie is de bereidheid tot investeren lager door diverse factoren. Zij zien dan ook andere uitdagingen en kansen tegemoet. 

Femke Brenninkmeijer, Voorzitter Economic Board Zuid-Holland: “Voor bedrijven is stabiel en betrouwbaar beleid van groot belang. Ook de beschikbaarheid van voldoende goed geschoold personeel komt veel terug. Daarom pleiten wij voor het behouden en aantrekken van voldoende internationaal en regionaal talent.”  

Aanpassingsvermogen
Toch overheerst optimisme over de groeiverwachting. De innovatieve bedrijven zien juist in grote veranderingen nieuwe mogelijkheden. Denk aan de energietransitie, digitalisering en innovatie. Bedrijven doen al veel met cybersecurity en zien AI als kans
voor verdere optimalisering van de processen. Vooral grotere bedrijven investeren al in verduurzaming en digitale oplossingen. Kleinere bedrijven lopen hier soms tegen obstakels aan, bijvoorbeeld bij het vinden van financiering of subsidies.   

Sterke regio
De verbondenheid met de regio is sterk. Ondernemers waarderen de aanwezigheid van talent, de kwaliteit van de infrastructuur en de aantrekkelijke leefomgeving. Tegelijkertijd roepen zij op tot verdere investeringen in bereikbaarheid, een goed vestigingsklimaat en samenwerking tussen onderwijs, overheid en bedrijfsleven. Vooral grotere bedrijven lopen aan tegen onduidelijkheden in beleid en regelgeving.

Meindert Stolk, gedeputeerde Economie en Innovatie: “De uitkomst van de ondernemerspeiling is een positief signaal voor de Zuid-Hollandse economie. Ondanks de zorgwekkende signalen over het investeringsklimaat en sombere ontwikkelingen in de industrie, blijken er gelukkig ook positieve berichten. Zo is het bijvoorbeeld mooi om te zien dat de meeste bedrijven de afgelopen vijf jaar flink zijn gegroeid. Ook voor de komende jaren kijken zij met vertrouwen vooruit. Maar dan moeten knelpunten zoals de netcongestie en stikstof, wel voortvarend worden aangepakt. We bevinden ons op een kritisch kantelpunt, met elkaar moeten we ervoor zorgen dat we de juiste richting kiezen.”  

Gezamenlijke aanpak
Provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland willen samen met bedrijven, kennisinstellingen en maatschappelijke organisaties inspelen op de belangrijkste kansen en knelpunten uit het onderzoek. De meerwaarde van beide organisaties voor de bedrijven wordt in het onderzoek onderstreept. De inzichten worden meegenomen in de Groeiagenda Zuid-Holland en in het versnellingsplan, waarmee de regio inzet op een sterke, innovatieve en duurzame economie. Binnenkort volgt daar meer informatie over. 

Lees het hele rapport hier: Rapport Captains of Industry Zuid-Holland 2025

Een rem op de instroom van internationale studenten kost Nederland miljarden per jaar en zet druk op arbeidsmarkt, economie en vestigingsklimaat. Een verminderd aantal internationale studenten aan de vijf brede Randstaduniversiteiten zal leiden tot een sterk negatief effect op de Nederlandse economie. Dit blijkt uit recent onderzoek uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek, in opdracht van de Universiteit Leiden, de Universiteit Utrecht, de Erasmus Universiteit Rotterdam, de Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. Het onderzoek onderstreept de noodzaak van een gebalanceerd internationaliseringsbeleid, zoals de universiteiten met hun zelfregievoorstel willen bereiken.

Het bruto binnenlands product (bbp) – de economische waarde van ons land – zal zo’n 4 tot 5 miljard euro dalen. Ook de regio’s, het bedrijfsleven en de samenleving als geheel zullen de stevige, negatieve economische effecten gaan voelen. De Randstad, goed voor de helft van het Nederlandse bbp  wordt het hardst getroffen: 82% van het verlies komt hier terecht. Sectoren die het hardst worden geraakt zijn de zakelijke dienstverlening (39%), financiële instellingen (20%) en de publieke sector (10%).

Internationale studenten versterken het verdienvermogen van Nederland

Internationale studenten zijn van grote waarde voor de Nederlandse economie, blijkt uit het onderzoek van SEO. Afgestudeerden dragen bij aan het verminderen van personeelstekorten in sectoren met een hoge vraag naar hoogopgeleiden. Zoals de zakelijke dienstverlening en financiële sector, maar ook in de publieke sectoren zoals de zorg, overheid en onderwijs. Ook de tijd dat afgestudeerden na hun studie in Nederland blijven en waarde toevoegen aan onze economie, nam de afgelopen jaren toe. De blijfkans van internationale studenten steeg een jaar na afstuderen van 40% (cohort 2017-2018) naar 57% (cohort 2022-2023). Na vijf jaar woont nog 25% in Nederland, waarvan 80% met een betaalde baan. Ook buiten de Randstad profiteren regio’s via directe werkgelegenheid en toeleverende sectoren.

Korte termijn besparing, grote schade economie op lange termijn

De rem die het demissionair kabinet zet op internationale studenten bij de brede Randstaduniversiteiten levert de Rijksbegroting een netto besparing op van 80 tot 132 miljoen euro per jaar op een totale Rijksbegroting van circa 488 miljard euro. Tegenover deze relatief kleine besparing staat een bredere economische schade. De gevolgen voor de arbeidsmarkt, het vestigingsklimaat en het bbp vertaalt zich in een daling van 3,9 tot 4,8 miljard euro per jaar.

Vestigingsklimaat onder druk door verlies aan internationaal talent

De economische schade van minder internationale studenten aan de brede Randstaduniversiteiten raakt niet alleen de staatskas en de arbeidsmarkt, ook voor het vestigingsklimaat zijn er gevolgen. Dit zien wij in de praktijk met onder andere onze HCA Deelakkoorden Internationaal Talent Programma, @Beethoven Zuid-Holland en @Leiden Bio Science Park. Eerder onderzoek laat zien dat minder beschikbaar internationaal talent nog meer druk zal zetten op het Nederlandse vestigingsklimaat. Maar liefst 30% van bedrijven met veel buitenlandse kenniswerkers overweegt om groeiplannen of activiteiten naar het buitenland te verplaatsen als zij onvoldoende talent kunnen aantrekken. Dit vergroot het risico op verlies van investeringen, banen en innovatiekracht voor Nederland.

Negatieve effecten voor Nederlandse studenten

Naast de economische impact noemen de onderzoekers ook negatieve neveneffecten van de beperking van het internationaliseringsbeleid op de onderwijskwaliteit voor Nederlandse studenten. Met minder internationale studenten en Engelstalige opleidingen verdwijnt ook een deel van de international classroom, waar studenten juist internationale perspectieven, taalvaardigheid en interculturele vaardigheden opdoen die hen voorbereiden op een arbeidsmarkt en samenleving die steeds internationaler wordt.

Over het rapport

Vanuit de Economic Board Zuid-Holland, Economic Board Amsterdam en Economic Board Utrecht, is er aangestuurd op onderzoek over de gevolgen van de vermindering van internationale studenten. Het rapport ‘Zonder internationalisering uit balans?’ is uitgevoerd door SEO Economisch Onderzoek in opdracht van de brede Randstaduniversiteiten: Universiteit Leiden, Universiteit Utrecht, Erasmus Universiteit Rotterdam, Universiteit van Amsterdam en de Vrije Universiteit Amsterdam. SEO doet onafhankelijk toegepast economisch onderzoek in opdracht van overheid en bedrijfsleven.

Het rapport biedt een objectieve, kwantitatieve analyse van de economische impact van de Wet Internationalisering in Balans (WIB), specifiek door de beperking van het aantal internationale studenten aan de vijf brede Randstaduniversiteiten. Het rekent verschillende scenario’s door en laat zien dat zelfs bij een beperkte inperking het verlies al in de miljarden loopt. Het rapport onderstreept de noodzaak van een gebalanceerd internationaliseringsbeleid.

Annelien Bredenoord, lid van Economic Board Zuid-Holland en voorzitter van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam vertelt over het onderzoek in het FD: https://fd.nl/samenleving/1573111/minder-buitenlandse-studenten-ik-denk-dat-we-er-om-moeten-vechten

 

De cyberweerbaarheid van Nederlandse maakbedrijven blijft achter bij andere sectoren. Dat blijkt uit een recent trendrapport van Cegeka, een Vlaams IT-bedrijf.

Van de 245 onderzochte bedrijven scoort 68% boven een 7 op de cybersecurity-rating, terwijl bedrijven in de laagste drie categorieën een gemiddelde score van slechts 4,3 halen. In totaal werden er 1607 datalekken geregistreerd in 2024, een verdubbeling ten opzichte van het voorgaande jaar.

Slimme fabrieken, industriële IoT, autonome robots en AI-gedreven productieprocessen vergroten de “attack surface”, het risicogebied. Zonder robuuste cybersecurity zijn de risico’s op datalekken, spionage en sabotage reëel – met directe gevolgen voor concurrentiekracht, leverbetrouwbaarheid en reputatie.

De analyse toont aan dat vooral MKB-bedrijven kwetsbaar zijn door beperkte middelen en afwezigheid van interne security-expertise. Verouderde software, slecht ingestelde encryptie, onveilige netwerkpoorten en onvoldoende DNS- en e-mailbeveiliging zijn veelvoorkomende risico’s. Opvallend is dat zeven bedrijven hun systemen in Rusland hosten, wat tot spionage- en operationele risico’s kan leiden.

 

 

 

 

 

Ook de Zuid-Hollandse hightech maakindustrie loopt risico, met sleutelrollen in sectoren als maritiem, aerospace, semicon en tuinbouw. De regio kent een hoge concentratie van toeleveranciers en innovatieve bedrijven, die door digitalisering steeds meer met elkaar verweven raken. Met ruim 6600 bedrijven en 123.000 werknemers, vormt de Zuid-Hollandse maakindustrie een steeds interessantere prooi voor cybercriminelen en buitenlandse diensten.

De regionale ActieAgenda voor de Technologische Industrie onderstreept het belang van cyberveilige digitalisering en ketensamenwerking. Zonder robuuste cybersecurity lopen bedrijven risico op productiestilstand, verlies of diefstal van kennis en intellectueel eigendom en reputatieschade. Initiatieven zoals Digitalzh, Cyberweerbaarheidscentra voor de Maakindustrie en de Greenport en FERM bieden concrete ondersteuning bij het verhogen van de digitale weerbaarheid. Ook de aankomende NIS2-wetgeving, die vanaf 2026 van kracht wordt, vraagt om actie: bedrijven moeten bijvoorbeeld hun leveranciers screenen, securitycontracten opstellen en continuïteit waarborgen.

Cybersecurity Week 2025

De Cybersecurity Week 2025 in Den Haag, georganiseerd door de Gemeente Den Haag en partners, biedt een unieke kans om als regio gezamenlijk op te trekken en kennis over cyberveiligheid te delen. Een mooi voorbeeld, aansluitend op één van de adviezen uit het rapport, is de recent aangekondigde Innovatiecoalitie Cyberveilige Energietransitie. Deze coalitie, een initiatief vanuit de EBZ taskforce Digitale Economie, bundelt de krachten van onder meer netbeheerders, industrie, kennisinstellingen en overheden met als doel intelligente energiesystemen vanaf de basis cyberveilig te ontwerpen.

Lees het volledige rapport van Cegeka via deze link.

 

 

Zuid-Holland staat voor grote economische en maatschappelijke opgaven. Die uitdagingen kunnen we alleen samen aanpakken. Dagelijks zetten mensen zich (vaak achter de schermen) in om onze regio sterker, innovatiever en duurzamer te maken. Daarom starten we een nieuwe rubriek: ‘De 5 vragen aan…’. In de nieuwe rubriek laten we de mensen die betrokken zijn bij de uitvoering van de Human Capital Agenda Zuid-Holland aan het woord. We gaan in gesprek met ondernemers, projectleiders, kwartiermakers, onderzoekers, beleidsmakers en andere partners die werken aan het menselijk kapitaal van Zuid-Holland. Wat motiveert hen? Welke kansen zien zij in de regio? En wat is er volgens hen nodig om blijvende impact te maken?

We starten vandaag met Lisa Weggemans, projectleider van Young Professionals Chapters. Lees het artikel hieronder!


5 vragen aan… Lisa Weggemans (Young Professional Chapters)

 

Om jong talent aan te trekken en te binden voor de regio Drechtsteden startten Fokker, Damen, Boskalis en Heerema in 2017, samen met de Economic Development Board Drechtsteden, het Young Professionals programma. Jong talent (25 – 35 jaar) werkt hierin aan uitdagende projecten met impact op het innovatieve ecosysteem in de regio, ontmoet elkaar tijdens events en zet zich actief in als ambassadeur. Via deze werkwijze, ‘challenge based learning’, worden niet alleen talenten behouden, maar ook nieuwe verbindingen gelegd tussen bedrijven, onderwijs en overheid. Inmiddels zijn er tientallen challenges en bijeenkomsten georganiseerd, waaraan honderden young professionals hebben deelgenomen. Op basis van de lessons learned via het aanvankelijk in Drechtsteden geconcentreerde deelakkoord, wordt dit succesvolle concept nu ook in andere regio’s in Zuid-Holland uitgevoerd.

Bedrijven staan aan de basis van de initiatieven van de HCA, maar er is altijd organiserend vermogen nodig om een aanpak van de grond te tillen en uit te voeren: een kwartiermaker of een projectleider, die via de HCA wordt ingezet. Aan het roer van het Young Professional Chapters programma staat Lisa Weggemans, woonachtig in Dordrecht en werkzaam als zelfstandig ondernemer met een focus op de samenwerking tussen onderwijs en bedrijfsleven. Als projectleider zet zij zich in om de verschillende Young Professional Chapters in Zuid-Holland verder op te bouwen en te laten groeien.

Vraag 1
Vernieuwing vraagt om lef en samenwerking. Welke concrete doelen streef je na om de Zuid-Hollandse arbeidsmarkt te vernieuwen?

Wat mij vooral drijft bij de bijdrage die ik lever aan de uitvoering van de HCA Zuid-Holland, is dat het gaat om dingen die ertoe doen. Zoals:

  • Jong talent aantrekken, behouden en ontwikkelen in Zuid-Holland.
  • Innovatie en sectoroverstijgende samenwerking stimuleren.
  • Leven lang leren bevorderen.
  • Het Young Professionals-programma uitbreiden met meer bedrijven, challenges, events en ambassadeurs.
  • Triple helix-samenwerking versterken, ondersteund door regionale beleidsorganisaties.
  • Het programma doorontwikkelen met duidelijke governance en meer invloed voor young professionals.

We zien dat met de challenges innovatie wordt gestimuleerd. Young professionals werken in multidisciplinaire teams aan een uitdaging van een bedrijf in de regio. Juist doordat iedereen een andere achtergrond en ervaring heeft, ontstaan vaak creatieve oplossingen waar bedrijven zelf niet op zijn gekomen.

Daarnaast merken we dat young professionals in het regionale bedrijfsleven elkaar makkelijker weten te vinden, waardoor nieuwe samenwerkingen in de regio ontstaan.

 

Vraag 2

Kracht zit in samenwerking. Met welke partijen werk jij samen voor een sterke Zuid-Hollandse arbeidsmarkt?

De uitvoering van het deelakkoord is in handen van de projectorganisatie van Deal Drechtsteden, dat daarmee een provinciebrede coördinerende rol vervult. We doen dat ter uitvoering van de HCA en dus zijn ook de Provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland nauw betrokken.

We zoeken vooral de samenwerking met bestaande netwerken, zodat we elkaar niet in de weg staan maar juist versterken. Zo werken we samen met onder andere de Wereldhavendagen, de Jonghavenvereniging, Young Hi Delta en Young SpaceNed.

Young Professional Chapters

Vraag 3

Geen ambitie zonder obstakels. Waar zit volgens jou het spanningsveld dat we samen moeten oplossen?

Het samenwerken met bestaande netwerken verloopt goed. We zien dat de young professionals die deelnemen aan de challenges geïnspireerd raken en veel leren.

Wel merken we dat het opzetten van samenwerkingen in de vorm van challenges tijd kost. Omdat er meerdere partijen betrokken zijn, is het belangrijk om van tevoren alles goed af te stemmen en iedereen op één lijn te krijgen. Dat vraagt soms tijd en geduld. Er bestaat er geen one size fits all-aanpak. Binnen elke regio en elk netwerk in Zuid-Holland verlopen samenwerkingen weer anders.

Wat gaat goed:

Er gaat gelukkig veel goed. Ik denk aan:

  • Aansluiten bij bestaande netwerken: de samenwerking met regionale en (boven)lokale netwerken verloopt goed. Door hierop aan te haken, maken we gebruik van bestaande relaties, kennis en structuren. Dit versterkt de slagkracht van het deelakkoord en voorkomt dubbel werk.
  • Betrokkenheid en inspiratie bij young professionals: de challenges zijn een effectieve manier om jonge professionals te betrekken. Zij geven aan dat ze worden geïnspireerd, nieuwe inzichten opdoen en vaardigheden ontwikkelen die ze meenemen in hun werk.
  • Lerend netwerk: de ervaringen uit de challenges zorgen ervoor dat kennis en goede voorbeelden sneller worden gedeeld, wat bijdraagt aan een bredere leer- en ontwikkelcultuur.

Wat vraagt aandacht:

Het gaat allemaal niet vanzelf, natuurlijk. En we hebben onderweg, tijdens de uitvoering van het oorspronkelijke deelakkoord, zeker ook de nodige lessen geleerd, die we nu toepassen. Onder andere:

  • Tijdsinvestering en procesafstemming: het opzetten van een challenge is tijdsintensief. Omdat meerdere partijen betrokken zijn, is het noodzakelijk om vooraf duidelijke afspraken te maken over rollen, verantwoordelijkheden en verwachtingen. Dit vraagt om zorgvuldige procesbegeleiding en geduld.
  • Geen standaardaanpak mogelijk: samenwerkingen verschillen sterk per regio en per netwerk. Waar de ene regio snel tot concrete acties komt, kost het in een andere regio meer tijd om partijen op één lijn te krijgen. Dit vraagt om flexibiliteit en maatwerk, in plaats van een uniforme werkwijze.
  • Menskracht en tijd vrijmaken: binnen elk bedrijf is het druk, en in de praktijk blijkt het soms lastig om werknemers naast hun reguliere werk ook tijd te laten vrijmaken voor deelname aan een challenge.

Vraag 4

Impact maken doen we stap voor stap. Kun je lessen of tips delen aan partners die met vergelijkbare uitdagingen aan de slag gaan?

Eerder noemde ik al een aantal lessons learned of tips, maar als ik er nog een paar mag noemen: begin met een kleinschalige samenwerking of challenge, zodat er ruimte is om te experimenteren en te leren. Op die manier kunnen partijen gezamenlijk ontdekken wat werkt. Daarna is het zinvol om op te schalen naar grotere samenwerkingen.

Het is daarnaast belangrijk om goed te kijken naar de regio en de vraagstukken die daar spelen. Kijk wat er al bestaat en bouw daarop voort, in plaats van naast bestaande netwerken iets nieuws op te zetten, waardoor het veld verder zou versplinteren.

 

Deal Drechtsteden/ Young Professionals

Vraag 5

Vooruitkijken om vooruit te komen. Welke blijvende verandering hoop jij dat we over vijf jaar in de regio zien dankzij deze samenwerking?

Over vijf jaar hoop ik dat dit deelakkoord ervoor zorgt dat young professionals zichtbaar een rol spelen als aanjagers van innovatie en sectoroverstijgende samenwerking. Ook hoop ik dat bedrijven en gemeenten via challenges en events actief van én met elkaar leren.

Daarnaast zie ik voor me dat het Young Professionals-programma bedrijven helpt om een cultuur van leven lang ontwikkelen te creëren. En natuurlijk dat het programma verder is uitgegroeid tot een breed en inspirerend netwerk van bedrijven, events en ambassadeurs.

 

Met deze rubriek willen we niet alleen de impact van onze samenwerkingen delen, maar ook laten zien wie de mensen achter de resultaten zijn. En ook willen we inspireren: de ‘zwaan kleef aan’ aanpak van de HCA. Zo maken we kennis, ervaring en inspiratie breed toepasbaar in Zuid-Holland en daarbuiten.

Een week geleden was de zesde editie van Het Diner waarbij de top 150 sleutelspelers van bedrijfsleven, overheid en kennisinstellingen uit de regio Zuid-Holland aanwezig waren bij The Green Village in Delft. Dit Diner is mogelijk gemaakt door een aantal partijen. Speciaal dank aan de gemeente Delft, TU Delft en ManpowerGroup voor  het mede mogelijk maken van deze avond. Dank gaat ook uit naar onze partners en medeorganisatoren: naast de EBZ zijn dat provincie Zuid-Holland, gemeente Rotterdam, gemeente Den Haag en InnovationQuarter.

Femke Brenninkmeijer, voorzitter Economic Board Zuid-Holland opende het Diner met een mooie toost met een robot en de veelzeggende woorden:

‘Dat betekent dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden om de grote maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. De transities op het gebied van energie, digitalisering en strategische autonomie bepalen onze toekomst.

Investeren in sterke posities binnen deze mondiale transities kan onze nationale concurrentiepositie significant verbeteren. Nederland moet kiezen voor vooruitgang en daadkrachtig beleid om relevant en zelfredzaam te blijven in een steeds competitievere wereld.’

De wereld en Nederland is behoorlijk veranderd: klimaat en talent zijn nog steeds belangrijk. Daar zijn nieuwe uitdagingen bij gekomen: defensie en weerbaarheid, schaarste aan ruimte, netcapaciteit, en een sterk veranderde geopolitieke situatie. In een tijd waarin Nederland kampt met een structureel personeelstekort, geopolitieke onrust en druk op het verdienvermogen, is het thema van dit jaar arbeidsproductiviteit.

Burgemeester van Gemeente Delft Alexander Pechtold sprak verzoenend over samenwerken:’Laten we intussen elkaar opzoeken en samen onze concurrentiekracht vergroten. En het vestigingsklimaat versterken. Met elkaar. Overheid, bedrijfsleven en onderwijsinstellingen. We kunnen daarvoor nog veel meer binnen het verband van de Economic Board Zuid-Holland optrekken. En ons richten op dát wat ons als regio sterker maakt. Want delen is vermenigvuldigen.’

Rector Magnificus & Voorzitter College van Bestuur van de TU Delft Tim van der Hagen vertelde over de kansen die er binnen de regio Zuid-Holland en Nederland zijn om ons door te ontwikkelen. Dit is een kraamkamer voor innovatie, waar de bedrijvigheid in de hele regio van profiteert. Inspiratie op het thema arbeidsproductiviteit werd geboden door Jeffrey van Meerkerk (directeur bij ManpowerGroup), over human capital en leven lang ontwikkelen. Hij was enthousiast over The Green Village, beschikbaarheid van goed geschoold talent is éen van de belangrijkste uitdagingen voor bedrijven.TNO werkt aan een lerende kennisomgeving in Zuid-Holland. Het mooie van deze initiatieven is dat campussen van elkaar kunnen leren en zo kunnen bijdragen aan de arbeidsproductiviteit en innovatie van Zuid-Holland en Nederland.

En Charléne van Wingerden (Chief Business Development Officer bij CEAD Group) vertelde over automatisering en het stimuleren van robotisering. Zonder geautomatiseerde processen zouden productielijnen vastlopen. In de scheepsbouw, Nederlands trots, is het handwerk kwetsbaar en afhankelijk schaarse mensen.

Deze mooie ontwikkelingen leveren een bijdrage aan de arbeidsproductiviteit. Als we erin slagen om de arbeidsproductiviteit te verhogen, kunnen we meerdere uitdagingen tegelijk oplossen: de economische groei aanjagen, het personeelstekort terugdringen en onze strategische autonomie versterken. Dat vraagt om belangrijke en scherpe keuzes én gezamenlijke inzet van bedrijven, kennisinstellingen en overheden. Precies daarom brachten we de 150 belangrijkste sleutelspelers uit Zuid-Holland samen aan tafel.

We leven in een tijd van grote maatschappelijke en politieke veranderingen. Dat betekent dat er scherpe keuzes gemaakt moeten worden om de grote maatschappelijke vraagstukken aan te pakken. De transities op het gebied van energie, digitalisering en strategische autonomie bepalen onze toekomst.

Zuid-Holland heeft alles in zich om hier een belangrijke bijdrage aan te leveren. Onze regionale economie vertegenwoordigt bijna een kwart van het BBP, met sectoren als de Rotterdamse haven, het Westlandse tuinbouwcluster, de maritieme sector in de Drechtsteden en sterke kennis- en innovatiehubs in Delft, Leiden en Den Haag.

Daarnaast hebben we een rijk onderwijsecosysteem met drie universiteiten, twee universitaire medische centra, vier hogescholen en negen mbo‑instellingen. Dit is de voedingsbodem voor talent, innovatie en ondernemerschap. Investeren in sterke posities binnen de mondiale transities kan onze nationale concurrentiepositie significant verbeteren. Nederland moet kiezen voor vooruitgang en daadkrachtig beleid om relevant en zelfredzaam te blijven in een steeds competitievere wereld.

Drie boodschappen voor het Rijk en de nieuwe coalitie

1) Investeer in innovatie

Zuid-Holland beschikt over sleuteltechnologieën en complete waardeketens. Wij dragen graag bij aan toekomstig verdienvermogen en strategische autonomie. Het is essentieel om meer te investeren in onderzoek en ontwikkeling, zowel binnen bedrijven als via publieke instellingen. Stimuleer publiek‑private samenwerking binnen innovatiecampussen gericht op sleuteltechnologieën. Investeer in moderne testfaciliteiten en bevorder nauwe samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven, kennisinstellingen en investeerders.

2) Zorg voor meer talent – uit binnen- en buitenland

Internationale studenten zijn cruciaal om onze tekortsectoren draaiende te houden. Zet actief in op Leven Lang Ontwikkelen om de arbeidsproductiviteit te verhogen. Investeer in onderwijs als belangrijkste motor van talent. Ons onderwijsklimaat behoort tot de beste ter wereld: laten we dat zo houden. Nederland heeft alles in zich om aan deze behoefte te voldoen.

3) Maak de randvoorwaarden op orde voor industriële verduurzaming.

Investeren in sterke posities binnen de mondiale transities kan onze nationale concurrentiepositie significant verbeteren. Nederland moet kiezen voor vooruitgang en daadkrachtig beleid om relevant en zelfredzaam te blijven in een steeds competitievere wereld.

Zorg voor voorspelbaar en betrouwbaar beleid, zodat bedrijven goede investeringsbeslissingen kunnen nemen. Stimuleer de vraag naar duurzame producten en pak problemen als netcongestie en stikstof aan. Maak ruimte in wet- en regelgeving voor lokale en provinciale initiatieven, zoals het delen van energie tussen bedrijven. Geef duurzame projecten voorrang in vergunningverlening, zodat we ook kúnnen verduurzamen.

Een toekomstbestendige koers vereist niet alleen visie, maar ook daadkracht. Nederland verdient beleid waarin innovatieve economische groei, maatschappelijke weerbaarheid en duurzaamheid hand in hand gaan.

Samen werken aan versnelling

Ondertussen zijn we ook zelf aan de slag. Vier jaar geleden lanceerden we de Groeiagenda Zuid-Holland. Daarmee hebben we mooie resultaten bereikt, maar we zijn er nog niet. De knelpunten blijven — en daardoor dreigen we onze ambities voor economische groei en CO₂‑reductie in 2030 niet te halen. Dat kunnen we ons niet permitteren.

Daarom zijn we het Versnellingsprogramma gestart. Daarmee brengen we investeringskansen en concrete proposities voor onze regio in kaart. Verder brengen we knelpunten in kaart en zorgen we ervoor dat randvoorwaarden op orde zijn. En we vragen om hernieuwd commitment van u, onze partners. Want alleen samen kunnen we de impasse doorbreken.

Femke Brenninkmeijer: ‘Ik nodig u uit om niet alleen te luisteren, maar ook te verbinden, te versnellen en uw stem te laten horen. Juist dan maken we Zuid-Holland sterker, duurzamer en toekomstbestendig. Net als bij het hardlopen vraagt ook onze gezamenlijke ambitie om doorzettingsvermogen. Soms voelt het als ploeteren, soms lijkt de finish ver weg. Maar wie blijft investeren, wie samenwerkt en elkaar vertrouwen geeft, bereikt uiteindelijk die flow waarin alles klopt.’

Foto’s: https://flic.kr/s/aHBqjCw2Ct

Foto credits: Daniel Verkijk