LLO op de agenda: regio vraagt om daadkracht

Tweede Kamerlid Mikal Tseggai (Progressief Nederland) bracht vrijdag 17 april een werkbezoek aan Stroomopwaarts. Haar bezoek stond in het teken van Leven Lang Ontwikkelen (LLO) en de noodzaak om landelijke ambities beter te laten landen in de regionale praktijk. Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland zijn als drie organisaties gezamenlijk actief betrokken binnen LLO in Zuid-Holland en constateren dat het huidige LLO-beleid vaak te versnipperd is en pleiten daarom voor meer samenhang, duidelijke keuzes en een sterke regionale uitvoering.

Samen werken aan een toegankelijk LLO-systeem

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan. Vanuit de Human Capital Agenda wordt gewerkt aan het verbinden van initiatieven en het versterken van samenhang tussen vraag en aanbod. Waar de Techniekcoalitie zich richt op vraagbundeling vanuit werkgevers, zorgt Via Delta dat het opleidingsaanbod overzichtelijk en toegankelijk wordt. Stroomopwaarts vervult een cruciale rol in de toeleiding en begeleiding van mensen. Deze geïntegreerde aanpak draagt bij aan een beter functionerend LLO-systeem.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

Een effectieve LLO-aanpak vraagt om nauwe samenwerking tussen regionale partners. In Zuid-Holland geven Stroomopwaarts, Via Delta en Economic Board Zuid-Holland hier gezamenlijk invulling aan.

LLO en re-integratie: aanvulling, geen vervanging

Betrokken organisaties juichen de extra politieke aandacht en middelen toe, maar waarschuwen dat het huidige beleid in de praktijk vaak onoverzichtelijk en lastig toegankelijk is. Dit geldt in het bijzonder voor de mensen die scholing het hardst nodig hebben, zoals praktisch opgeleiden, ouderen, flexwerkers en niet-werkenden. Een belangrijk aandachtspunt tijdens het bezoek is de relatie tussen LLO en re-integratie. Hoewel preventie cruciaal is om uitval te voorkomen, benadrukken de regionale partners dat re-integratie essentieel blijft voor groepen die pas na uitval bereikt worden. Investeringen in LLO mogen daarom niet ten koste gaan van re-integratiebudgetten; beide zijn hard nodig en moeten elkaar aanvullen.

Verder werd gesproken over de inzet van individuele leerrechten. Hoewel deze rechten kansen bieden voor meer eigen regie, waarschuwen de organisaties ook voor een zogenoemd ‘zoek-het-zelf-uit’-model. Want, zonder goede begeleiding dreigt ongelijkheid, waarbij vooral hoger opgeleiden die wel de weg weten te vinden een streepje voor hebben op lager opgeleiden. Juist regionale partijen, onderwijsinstellingen en sociale partners spelen een belangrijke sleutelrol in begeleiding en matching.

Basisvaardigheden en regionale structuren als fundament

Tot slot legden we tijdens het bezoek de link met actuele beleidsontwikkelingen, zoals de talenagenda van het ministerie, waarbij de EBZ betrokken is. Wij pleiten ervoor om basisvaardigheden nu structureel te verbinden aan LLO en werk. Ook benadrukken wij de wens om de uitvoering van LLO-beleid te laten verlopen via bestaande, goed functionerende regionale structuren zoals de Human Capital Agenda (HCA), Via Delta en Stroomopwaarts.

De gezamenlijke ambitie van Via Delta, EBZ, Stroomopwaarts en Mikal Tseggai is helder: LLO moet eerlijk, samenhangend en uitvoerbaar worden. Dit vraagt om scherpe keuzes, publieke regie en het optimaal benutten van de kracht in de regio.

Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH) en de Economic Board Zuid-Holland presenteren een gezamenlijke Kijk op Campussen. Met deze aanpak willen de drie partijen het sterke netwerk van campussen in de regio beter benutten en de samenwerking voor stakeholders eenvoudiger en effectiever maken.

Zuid-Holland heeft de hoogste campusdichtheid van Nederland. Tegelijkertijd blijft het potentieel nog deels onbenut. De nieuwe gezamenlijke visie brengt daar verandering in door meer samenhang, duidelijkheid en samenwerking te creëren.

 

Sterk netwerk van innovatiecampussen als basis

Zuid-Holland kent al een sterk en actief netwerk van innovatiecampussen. Veel campussen werken samen, delen kennis en versterken elkaar via regionale en nationale netwerken, onder andere op het gebied van technologieontwikkeling, talent en valorisatie. Zo werkt Leiden Bio Science Park intensief samen met andere toonaangevende campussen aan kennisdeling en innovatie, terwijl Campus Gouda in de opbouwfase actief leert van andere initiatieven via werkbezoeken en intervisienetwerken.

Tegelijkertijd liggen er nog duidelijke kansen om dit netwerk beter te benutten. Denk aan het sterker verbinden van R&D-activiteiten en het stimuleren van cross-overs tussen sectoren zoals Life Sciences & Health, technologie en maatschappelijke opgaven zoals bodem en water. Ook op het gebied van positionering en investeringskeuzes is winst te behalen: waar Leiden Bio Science Park inzet op internationale topposities, ontwikkelt Campus Gouda zich rond regionale vraagstukken. Door deze profielen beter op elkaar af te stemmen, kan Zuid-Holland zich als geheel krachtiger positioneren.

De gezamenlijke kijk op Campussen speelt hierop in door richting te geven en samenhang te brengen. Door betere afstemming tussen provincie, MRDH en Economic Board Zuid-Holland ontstaat meer focus en kunnen middelen en inspanningen effectiever worden ingezet, onder andere op het gebied van talentontwikkeling en samenwerking tussen campussen.

“De gezamenlijke Kijk op Campussen biedt een gedeeld strategisch kader dat onze rol als internationale hotspot voor Life Sciences & Health versterkt. Het helpt ons om samenwerking met andere campussen te verdiepen en investeringen in innovatie en talent beter af te stemmen.”
— Esther Peters, Leiden Bio Science Park

 

Wat verandert er concreet voor stakeholders?

Met de gezamenlijke Kijk op Campussen introduceren de partijen onder andere het:

  1. Eén loket: het ‘no wrong door’-principe. Initiatieven kunnen bij elk van de drie organisaties terecht en worden altijd naar de juiste plek geleid.
  2. Transparantie: er komen heldere criteria en verwachtingen voor innovatiecampussen en de onderlinge afstemming tussen de organisaties wordt versterkt.
  3. Intensieve samenwerking: de drie organisaties werken nauw samen, zodat campussen actief met elkaar verbonden worden om kennis te delen, van elkaar te leren en samenwerking te versterken.

Deze aanpak moet ervoor zorgen dat campussen zich beter kunnen ontwikkelen en dat publieke en private investeringen effectiever worden ingezet.

 

Verschillende campussen, gedeelde ambitie

De kracht van Zuid-Holland zit in de diversiteit aan innovatiecampussen: van internationaal toonaangevende clusters tot regionale netwerken rond maatschappelijke opgaven. Zo is Leiden Bio Science Park een Europese koploper in Life Sciences & Health, terwijl Campus Gouda zich richt op thema’s als zorg, bodemdaling en logistiek en partijen samenbrengt om te leren en te innoveren.

Juist in die diversiteit liggen kansen. Door betere afstemming en gerichte investeringen kan samenwerking worden versterkt, ontstaan meer cross-overs tussen sectoren en wordt het regionale innovatiesysteem krachtiger. Dat draagt bij aan sterkere R&D, talentontwikkeling en internationale concurrentiekracht.

“Voor ons als netwerkcampus zijn samenwerking en kennisdeling essentieel. De gezamenlijke aanpak helpt om relaties met andere campussen te versterken en samen innovatie rond thema’s zoals bodem en water verder te brengen.”
— Frank Slingerland, Campus Gouda

5 jaar Campus Gouda
Viering 5 jaar Campus Gouda

 

Innovatiecampussen spelen een sleutelrol in de economie van morgen. Door bestaande samenwerking te versterken en gerichter in te zetten op kansen zoals R&D, talent en positionering, ontstaat een stevig fundament om deze rol verder uit te bouwen.

 

Bekijk hier de Kijk op Campussen: Kijk op Campussen

 

Voor meer informatie of contact

 

Op vrijdag 27 maart vond de EBZ-vergadering plaats in de Rotterdam Science Tower. Dit is één van de hubs van Rotterdam Square, versterker van het ecosysteem van onderzoek, onderwijs, bedrijven en faciliteiten in de Life Sciences & Health-sector binnen de regio Rotterdam, met een focus op health & tech. Directeur Ellen Smit, tevens lid van de Kopgroep Innovatiecampussen, vertelde over de ontwikkelingen en de ambities van Rotterdam Square en de verschillende samenwerkingen in de regio, Nederland en Europa.

Aan het begin van de vergadering werden nieuwe leden Luc Sels (Voorzitter Collge van Bestuur Universiteit Leiden), Ingrid Thijssen (Voorzitter Collge van Bestuur TU Delft) en Pieter Verhoeve (burgemeester gemeente Gouda) welkom geheten. Daarna werd stilgestaan bij de gevolgen van de ontwikkelingen in het Midden-Oosten. Boudewijn Siemons, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, vertelde over de effecten op energie, voor zowel olie als gas stijgen de prijzen. Olie en gas vertonen verschillende reacties op de crisis. Een aantal fabrieken in Azië staan inmiddels stil door de hiervoor besproken disrupties. Dit leidt tot verstoring van de supply. De ernst van de verstoringen wordt bepaald door hoe lang dit zal aanhouden en of nog meer energie-installaties zullen worden geraakt. Dit wordt onderschreven door enkele analyses die de Rabobank heeft gemaakt. Hieruit blijkt dat regio’s waarin energie-intensieve sectoren groot zijn het sterkst worden geraakt. Daarnaast zijn de industrie, bouw, vervoer, groothandel en de reisbranche het meest gevoelig voor de economische gevolgen van het conflict. Bij een kortdurend conflict van enkele weken wordt een inflatie van 2,7% (+0,3%) verwacht. Enkele maanden sluiting van de Straat van Hormuz leidt tot een inflatie van meer dan 3%. Wanneer er sprake is van vernietiging van kritische infrastructuur voor de productie/opslag van olie en gas loopt de inflatie zelfs op tot 4,3 tot 5,0%. Dat betekent een verdubbeling van de energierekening voor flexibele en nieuwe contracten (+€400) en €1 extra per liter benzine.

Ook werd kort stilgestaan bij de gemeenteraadsverkiezingen van 18 maart. In alle 50 gemeenten van Zuid-Holland worden momenteel nieuwe coalities verkend. Ook werd nog een update gegeven over de verkenning Life Sciences & Health, waar in een consultatiebijeenkomst is aangegeven graag te willen starten met een EBZ-taskforce Life Sciences & Health. De komende periode wordt hiervoor aan een voorstel gewerkt.

Startups en scale-ups

Sinds begin dit jaar is onder de vlag van de EBZ de taskforce startup scale-up gestart. Voorzitter Joeri van den Steenhoven, tevens lid College van Bestuur van de Hogeschool Leiden, vertelde over de ambities van het startup en scale-up programma:

  • Het verdubbelen van het aantal startups (van 1.750 naar 3.500)
  • Vergroten van de ratio startups/scale-ups in de regio (van 19% naar 25%)
  • Het creëren van 10 internationale marktleiders in Zuid-Holland in 2037

Zuid-Holland telt ruim 1.500 startups en scale-ups. Zuid-Holland heeft een sterk en divers ecosysteem van startups en scale-ups, maar de laatste jaren is er weinig groei van startups en veel te weinig doorgroei naar scale-ups en verder naar internationaal marktleider. Ook presenteerde Joeri de top 25 scale-ups van Zuid-Holland, waarvan de taskforce het accountmanagement wil verbeteren. Dit zorgt ervoor dat niet alleen deze bedrijven beter gefaciliteerd kunnen worden in hun groei en ontwikkeling maar ook de toekomstige topbedrijven kunnen worden geholpen.

In de komende periode wil het programma actief accountmanagement voeren om hen te helpen verder te groeien in Zuid-Holland. Daarnaast wil het programma op de lange termijn gezamenlijk gericht het ecosysteem voor startups en scale-ups in Zuid-Holland versterken. Voor meer informatie, kijk op de pagina van de taskforce startup scale-up.

Verdeling van schaarse ruimte

Het tweede punt op de agenda ging over de verdeling van schaarse ruimte. Het Rijk werkt momenteel aan een nieuwe Nota Ruimte: hoe verdelen we de ruimte in Nederland? En hoe ziet dat er uit in 2050? Binnen Zuid-Holland zijn hiervoor drie Nationale Omgevingsvisies Extra (NOVEX) voor aangewezen: de Zuidelijke Randstad (gebied tussen Leiden en Dordrecht), Haven en Groene Hart. Marijn Fraanje, directeur Ruimte & Economie van de gemeente Den Haag, lichtte de NOVEX Zuidelijke Randstad, programmalijn toekomstbestendige economie toe, waar de verdeling van de ruimte voor economie in 2050 centraal staat. Hier wordt de komende periode met ondersteuning vanuit TNO verder invulling aan gegeven.