Jeroen Kortenoeven (51) is algemeen directeur van Scheepswerf Slob in Papendrecht, een dochteronderneming van Koninklijke De Vries Scheepsbouw. De werf bouwt casco’s en aluminium opbouwen voor Feadship-superjachten — de absolute top van de internationale jachtbouw. Sinds kort is hij lid van de EBZ Taskforce Human Capital. Wij spraken hem over zijn loopbaan, zijn drijfveren en de uitdagingen op de arbeidsmarkt voor de maritieme sector.

Van Amsterdam naar Delft en de scheepsbouw

Jeroen groeide op in de Haarlemmermeerpolder als zoon van een huisschilder. Zijn oorspronkelijke plan was bouwkunde, maar toevalligheid bracht hem bij scheepsbouwkunde in Delft terecht — een keuze waar hij nooit spijt van heeft gehad. “Niemand in mijn familie of vriendenkring zat in de scheepsbouw. Maar het leek me interessant, en dat bleek het ook te zijn.”

In Delft ontmoette hij niet alleen zijn vakgebied, maar ook zijn vrouw — een medestudente wier vriendin zijn huisgenoot was. Zij groeide op in Steenbergen, Noord-Brabant, en dus vestigde het stel zich daar. “Met veel plezier”, benadrukt Jeroen. Ze hebben twee kinderen van 15 en 18 jaar.

 

Zeventien jaar IHC, van engineer tot productiehoofd

Na zijn studie ging Jeroen bij Royal IHC werken, waar hij zeventien jaar zou blijven. Hij begon als engineer/researcher in een 50/50-functie, groeide door naar leidinggevende van de engineeringsafdeling en belandde vervolgens — wederom door toeval — in de productie. “Mijn latere leidinggevende vroeg of ik het leuk vond om in productie te werken. Ik dacht: waarom niet?”

Op de voormalige Verolme-werf in Heusden, vlak bij Den Bosch, startte hij als assistent-bedrijfsleider en groeide hij door naar eindverantwoordelijke van de werf. Daarna volgde een periode als productiemanager op meerdere IHC-locaties, waaronder Sliedrecht en Kinderdijk. Het was ook een periode met moeilijke momenten: “We hebben heel veel mensen weg moeten sturen. Voor mij heel waardevol om mee te maken, maar voor de medewerkers die hun baan verloren absoluut triest.”

“Ik probeerde medewerkers altijd op andere plekken te plaatsen, maar dat moest maar net lukken.”

Superjachten op de Kaag — en weg van de A4

Na IHC maakte Jeroen de overstap naar Feadship-bouwer Royal Van Lent, waar hij operationeel directeur werd van vestigingen op de Kaag, in Amsterdam en bij interieurbouwer Van der Loo. “Het allerhoogste niveau superjachten dat je ter wereld kunt kopen.” Maar drie jaar lang heen en weer rijden tussen Steenbergen en de Randstad sloopte hem. “Met name door die A4 en de files. Daar word je tureluurs van.”

Toen via Tom de Vries een directeurspositie vrijkwam bij Scheepswerf Slob in Papendrecht — dichter bij huis en binnen dezelfde superjachtwereld — greep hij zijn kans. Dat is inmiddels meer dan zes jaar geleden. Nu is hij algemeen directeur van de casco-werf van De Vries en werkt hij mee aan dezelfde Feadship-superjachten, maar dan als bouwer van de casco’s.

De arbeidsmarkt: uitstroom groter dan instroom

De arbeidsmarktproblematiek in de scheepsbouw laat Jeroen niet los. In zijn rol als trekker van de Human Capital-werkgroep binnen het programma Werf van de Toekomst — een initiatief van negen regionale werven, met ondersteuning van een kwartiermaker van de Taskforce Human Capital — werkt hij aan een gezamenlijke arbeidsmarktvisie. Die visie is bijna gereed en het beeld is helder, maar de uitdagingen op personeelsvlak zijn groot.

“Je bent eigenlijk al te laat met opleiden. Voordat nieuwe mensen dezelfde kennis en kunde hebben als degenen die nu met pensioen gaan, ben je tientallen jaren verder.”

Bij Scheepswerf Slob werken circa 175 eigen medewerkers, maar in piekperioden loopt het totale aantal mensen op de werf, inclusief uitzendkrachten, op tot 400 à 500. “We willen eigenlijk meer vaste medewerkers hebben. Maar die moet je wel kunnen vinden.” Alle negen werven in het programma herkennen hetzelfde probleem: de pool van gekwalificeerde vakmensen is te klein en de uitstroom richting pensioen te groot. Daarom wordt er met ondersteuning vanuit de EBZ nu gewerkt aan een gezamenlijk plan: Werf van de Toekomst.

 

De marktplaats: mensen slim delen

Als onderdeel van de oplossing bedacht Jeroen een formule die hem de prijs ‘CEO van het Jaar’ opleverde van de Young Professionals van DEAL, het regionale netwerk van bedrijven in de Drechtsteden. Hij noemt het concept ‘de marktplaats’: een structuur waarmee werven onderling capaciteit en mensen kunnen uitwisselen.

“We hebben allemaal pieken en dalen in ons werk. Als ik mensen weg moet sturen, kan ik ze beter plaatsen bij een collega-werf die op dat moment juist behoefte heeft aan personeel. Of we wisselen specialisten onderling uit.” De marktplaats gaat over meer dan mensen: het begint met inzicht geven in elkaars bezetting en capaciteit, daarna volgt het uitwisselen van werk en uiteindelijk ook van mensen.

“Aan de voorkant concurreren we. Maar als het werk binnenkomt, hebben we allemaal dezelfde uitdaging. Dan wisselen we werk en mensen uit.”

Dit model past bij de cultuur die Jeroen aantreft in de regio: naast Scheepswerf Slob bijvoorbeeld ook Mercury, de casco-bouwer van concurrent Oceanco, met wie nauw wordt samengewerkt. Concullega’s dus: samenwerken voor een win-winsituatie, ondanks het feit dat het ook concurrenten zijn. “Een plek onder de zon is er voor iedereen”, zoals hij het noemt.

Win-windenken als kompas

Wie Jeroen vraagt wat hem drijft, krijgt een helder antwoord: samenwerking en resultaat. “Ik ben altijd een win-windenker. De een heeft iets nodig, jij kunt helpen. Jij hebt iets nodig, de ander kan helpen. Gezamenlijk kom je tot de beste oplossingen.” Dat geldt binnen zijn eigen werf, binnen De Vries als geheel en in de bredere maritieme sector.

Ook met het onderwijs wordt goed samengewerkt, bijvoorbeeld met het Da Vinci College, een belangrijke partner voor Scheepswerf Slob.

“Ik vind de maritieme sector een prachtige industrie, waarin heel veel mensen met plezier werken en hun brood verdienen en waaraan een grote keten van leveranciers en partners verbonden is, waar ook veel mensen werken. Ik wil er absoluut in blijven werken en ik wil ervoor zorgen dat die blijft bestaan.”

Die betrokkenheid en drive zijn precies de reden waarom zijn naam viel voor de EBZ Taskforce Human Capital. Hij rolt er, naar eigen zeggen, gewoon in — en gaat dan vanzelf de dingen tegenkomen en zijn kennis, ervaring en netwerk inzetten.

Meer weten over de Taskforce Human Capital? Kijk hier

De wereld om ons heen is minder voorspelbaar geworden. Geopolitieke spanningen, schaarste en digitale dreiging maken duidelijk dat stabiliteit geen vanzelfsprekendheid meer is. Dat vraagt om weerbaarheid, zoals ook benadrukt door staatssecretaris Derk Boswijk tijdens de EBZ Voorjaarsbijeenkomst. Dit heeft ook gevolgen voor het energiesysteem. Naast duurzaamheid, zijn veerkracht en weerbaarheid belangrijk voor onze vitale infrastructuur.

Voor Zuid-Holland is een weerbaar energiesysteem een concrete opgave. Als economische kernregio met industrie, havens, glastuinbouw, kennisinstellingen en groeiende steden zijn we sterk afhankelijk van een betrouwbare energievoorziening. Het functioneren van onze economie staat of valt met de beschikbaarheid van energie.

Tegelijkertijd verandert het energiesysteem ingrijpend. Energie wordt steeds meer decentraal opgewekt en digitaal aangestuurd. Met zonnepanelen op het dak kan iedereen tegenwoordig zijn eigen energie produceren. Dat maakt het systeem duurzamer en biedt ruimte voor innovatie en nieuwe bedrijvigheid. Al die lokale systemen zijn alleen ook een mogelijke ingang in het centrale energiesysteem. Diezelfde ontwikkeling vergroot dus ook de kwetsbaarheid van het systeem.

Die kwetsbaarheid is allereerst fysiek. Het elektriciteitsnet bestaat uit veel kwetsbare en belangrijke onderdelen: transformatorstations, verdeelpunten, kabels en installaties. In een decentrale context liggen steeds meer van die onderdelen verspreid door de regio. Het is belangrijk om systemen zo te bouwen dat ze goed beschermd zijn tegen bijvoorbeeld schade, sabotage of ongeautoriseerde toegang.

Daarnaast is het systeem digitaal kwetsbaar. Het elektriciteitsnet transporteert niet alleen maar elektronen, maar ook bits en bytes. Van wind op zee tot het zonnepaneel op het dak: alles is digitaal aangesloten. Dat verhoogt de efficiëntie, maar vergroot ook het aantal mogelijkheden om op aan te vallen.  Digitale veiligheid is daarmee geen IT‑detail, maar een strategische randvoorwaarde voor continuïteit en vertrouwen.

En tenslotte is er de menselijke factor. Energiesystemen worden ontworpen, beheerd en bediend door mensen. Mensen maken fouten, zijn soms te goed van vertrouwen of onderschatten risico’s. Dat is geen uitzondering, maar een gegeven. Juist daarom is het riskant om weerbaarheid alleen te baseren op regels, procedures en bewustwording.

De sleutel ligt in ‘secure‑by‑design’. Niet als extra beveiligingslaag achteraf, maar als uitgangspunt bij het ontwerp van fysieke én digitale energiesystemen. Systemen die standaard uitgaan van minimale toegang, duidelijke verantwoordelijkheden en goede monitoring en opvolging mocht het toch misgaan. Die zo zijn ingericht dat ze veilig blijven functioneren, óók als er iets misgaat.

Voor Zuid-Holland ligt hier een duidelijke kans. De kracht van de regio zit in haar ecosystemen: de samenwerking tussen bedrijven, overheden, netbeheerders, kennisinstellingen en innovatieve startups. In regionale programma’s en living labs komen energietransitie, digitalisering en innovatie samen. Door weerbaarheid daar structureel in te verankeren, bouwen we aan een energiesysteem dat niet alleen duurzaam en slim is, maar ook betrouwbaar.

Dat vraagt om gezamenlijke keuzes. Van overheden die sturen op kwaliteit en langetermijnwaarde. Van bedrijven die veiligheid zien als onderdeel van hun concurrentiekracht. En van samenwerking waarin het besef leeft dat vertrouwen ontstaat door kwetsbaarheid serieus te nemen.

Weerbaarheid is geen rem op vooruitgang. Het is de basis waarop we kunnen blijven investeren, innoveren en groeien. Juist in een wereld die minder vanzelfsprekend is geworden.

Deze column is een initiatief van de Taskforce Energietransitie en geschreven door voorzitter Leo Freriks en Astrid Garretsen

Zuid-Holland is een van de sterkste innovatieregio’s van Europa. Toch groeien van de ruim 3.800 actieve startups in de regio slechts zo’n 150 door naar de scale-upfase. Die kloof vraagt om gerichte actie. Vandaag wordt Founded in South Holland gelanceerd: een initiatief vanuit de EBZ Taskforce Startup & Scale-up om daar structureel verandering in te brengen.

Van ambitie naar ecosysteem

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) heeft in haar Taskforce Startup & Scale-up samen met bedrijven, kennisinstellingen en overheden in kaart gebracht waar het regionale ecosysteem versnipperd is en waar founders structureel vastlopen. De grootste uitdaging ligt niet bij het starten, maar bij het doorgroeien: het aantrekken van senior talent, het ophalen van grotere investeringsrondes, het vinden van productieruimte, het navigeren door vergunningen en regelgeving. De kwaliteiten van de regio zijn aanwezig, maar sluiten voor founders nog onvoldoende op elkaar aan wanneer snelle groei daarom vraagt.

Founded in South Holland is de concrete uitkomst van die analyse: een platform dat founders centraal stelt en de verbindende laag vormt in het ecosysteem. Geen nieuw programma naast alle andere, maar een slimme infrastructuur die maakt dat wat er al is beter samenkomt. Voor de founder, op het moment dat het er het meest toe doet.

 

Team Founded Upstream Festival

Heldere ambities, meetbare doelen

De EBZ Taskforce stelt scherpe doelen: het aantal startups in Zuid-Holland verdubbelen, de doorgroei naar scale-up verhogen naar 25% en tien internationale marktleiders. Founded in South Holland draagt hieraan bij door founders sneller te verbinden met de juiste mensen, kennis en kansen. Gebouwd op data en inzichten in wat groei in de regio daadwerkelijk versnelt.

Breed gedragen, regionaal verankerd

Founded in South Holland is ontwikkeld samen met een breed palet aan publieke en private partners: Provincie Zuid-Holland, Metropoolregio Rotterdam Den Haag (MRDH), InnovationQuarter, Up!Rotterdam, de gemeenten Rotterdam, Den Haag, Leiden en Delft, en kennisinstellingen als de Erasmus Universiteit Rotterdam, TU Delft en Universiteit Leiden. Sinds begin dit jaar is het initiatief ondergebracht bij de EBZ.

Jorg Kop, Founded in South Holland

Onderdeel van een nationale beweging

Founded in South Holland sluit aan op Founded.in, het succesvolle platform in Noord-Nederland dat al jaren startups en scale-ups in Groningen, Friesland en Drenthe versterkt. Samen bouwen deze initiatieven aan een sterker en effectiever klimaat voor founders in meerdere regio’s. Doorbraken kunnen overal ontstaan; opschalen vraagt om een systeem dat op het juiste moment werkt.

Dat slechts een klein deel van onze startups doorgroeit naar scale-up is geen natuurwet, maar een systeemprobleem dat we kunnen oplossen. Met Founded in South Holland zetten we die analyse om in actie met als ambitie: meer startups, meer scale-ups, en tien internationale marktleiders vanuit Zuid-Holland als ultieme stip op de horizon.”— Joeri van den Steenhoven, Voorzitter Taskforce Startup & Scale-up Zuid-Holland

Een regio waar founders blijven bouwen

De langetermijnambitie reikt verder dan individuele bedrijven. Wanneer scale-ups succesvol opschalen in Zuid-Holland, creëren ze banen met hoge impact, bouwen ze sterke teams en maken ze ruimte voor de volgende generatie ondernemers. Founders die een succesvolle exit realiseren, investeren hun kennis en kapitaal bovendien vaak opnieuw in het ecosysteem. Founded in South Holland wil van Zuid-Holland een plek maken waar founders niet hoeven te vertrekken om te groeien en na een succes kiezen om te blijven en opnieuw te bouwen.

──────────────────────────────────────────

Noot voor de redactie

Voor meer informatie over de EBZ Taskforce Startup & Scale-up

Voor meer informatie over Founded in South Holland

Contactpersonen: Bram Spitzer (Public Lead) | Jorg Kop (Private Lead)

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) hield haar Voorjaarsbijeenkomst op maandag 18 mei bij Koedood Marine Group in Hendrik-Ido-Ambacht. Op een plek waar innovatie, maakkracht en vakmanschap dagelijkse praktijk zijn, gingen Zuid-Hollandse economische sleutelspelers het gesprek aan over weerbaarheid, versnelling en het strategische belang van de regio in een veranderende wereld.

 

Voorzitter Femke Brenninkmeijer: stilstand is geen optie

EBZ-voorzitter Femke Brenninkmeijer schetste een indringend beeld van de wereld om ons heen: geopolitieke verschuivingen, toenemende klimaatrisico’s, netcongestie die verduurzaming blokkeert, en tegelijkertijd pensioenfondsen die klaar staan om honderden miljoenen in innovatie te investeren. Haar boodschap was helder: we weten wat er moet gebeuren, we hebben het kapitaal, de technologie en de mensen – maar we organiseren het niet snel genoeg.

“Weerbaarheid gaat niet alleen over beschermen wat we hebben. Het gaat over het vermogen te handelen. Om te investeren. Om op het juiste moment te versnellen.”

 

Femke Brenninkmeijer Voorjaarsbijeenkomst EBZ 2026

 

Brenninkmeijer benadrukte de kracht van het Zuid-Hollandse ecosysteem: de haven van Rotterdam, het Leiden Bio Science Park, YES!Delft, een sterke kennis- en onderwijsinfrastructuur. Maar ze was ook direct over de zwakke plek: goed in plannen, maar onvoldoende snel in uitvoeren. De EBZ zet daarom in op het mobiliseren van privaat kapitaal, het opschalen van startups en scale-ups en het wegnemen van procedurele knelpunten.

“De vraag is niet of het geld er is. De vraag is: maken we het aantrekkelijk genoeg om hier te investeren?”

 

Staatssecretaris Derk Boswijk: weerbaarheid vraagt om samenwerking

Staatssecretaris Derk Boswijk van Defensie schetste een wereld die harder, onveiliger en onvoorspelbaarder is geworden. Nederland moet snel weerbaarder worden – en dat is geen taak van Defensie alleen. Juist het bedrijfsleven en de kennisinstellingen spelen een cruciale rol. Boswijk ziet in Zuid-Holland een regio die daarvoor bij uitstek is uitgerust: van maritieme techniek en offshore tot sensoren, drones, cyber- en quantumtechnologie. Die innovatiekracht is direct relevant voor de veiligheid van Nederland en Europa.

 

Staatssecretaris Derk Boswijk Voorjaarsbijeenkomst EBZ

 

Hij wil de relatie met de industrie dan ook fundamenteel veranderen: weg van de klassieke klant-leverancier-verhouding, naar een strategisch partnerschap. Niet voor niets sloot Defensie vorig jaar een intentieverklaring met het ministerie van Economische Zaken en Klimaat, de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en de EBZ om innovatieve bedrijven sneller te verbinden aan defensievraagstukken.

“Overheid en bedrijfsleven zijn in dit model veel minder gescheiden werelden, maar partners met een gedeelde verantwoordelijkheid.”


Gastheer Koedood: innovatie als dagelijkse praktijk

Het woord werd mede gevoerd door Toon Mühlheim, Business Development Director van Koedood Marine Group. Als gastheer verwelkomde hij de aanwezigen op een locatie die het thema van de avond bij uitstek belichaamt: een maritiem maakindustriebedrijf dat werkt aan de schepen en systemen van de toekomst. Koedood is daarmee zelf een voorbeeld van de maakkracht die Zuid-Holland te bieden heeft.

 

 

Burgemeester Nanning Mol: Drechtsteden als motor van de regio

Namens de regio Drechtsteden sprak burgemeester Nanning Mol van Dordrecht. Hij typeerde de Drechtsteden als één van de belangrijkste maritieme maakregio’s van Europa, waar bedrijven dagelijks werken aan scheepsbouw, offshore, energietransitie en defensietoepassingen. Mol benadrukte dat de kracht van de regio niet alleen zit in wat er gemaakt wordt, maar in hoe bedrijven, onderwijs en overheid samenwerken – onder meer via het De Witt Toekomstpact.

 

“Een sterke maakindustrie betekent niet alleen economische groei, maar ook strategische onafhankelijkheid en leveringszekerheid.”

 

Burgemeester Nanning Mol

 

Zuid-Holland als Europese koploper

De bijeenkomst bevestigde de ambitie van de EBZ: Zuid-Holland is geen regio aan de rand van Europa, maar een van de krachtigste economische ecosystemen van het continent. De opgave is nu om die kracht sneller te vertalen naar uitvoering. Want, zoals Brenninkmeijer afsloot met een verwijzing naar Peter Wennink: wie geen plek aan tafel heeft, staat waarschijnlijk op het menu.

 

De Economic Board Zuid-Holland (EBZ) verbindt ondernemers, kennisinstellingen en overheden om de economie van Zuid-Holland te vernieuwen, verduurzamen en versterken.

Bekijk hier de foto’s

 

Voorjaarsbijeenkomt EBZ