Warmteprojecten dreigen tot stilstand te komen als het Rijk niet snel de benodigde besluiten neemt. Daarom ondertekenen bestuurders uit Zuid-Holland op 8 oktober tijdens het Warmtecongres een manifest waarin zij het Rijk oproepen tot snelle actie voor de ontwikkeling van collectieve warmte. Volgens de ondertekenaars zijn warmtenetten onmisbaar voor het aardgasvrij maken van woningen en bedrijven, het verminderen van de druk op het overvolle elektriciteitsnet en het verkleinen van de afhankelijkheid van buitenlandse fossiele energie.
Namens de Economic Board Zuid-Holland (EBZ) tekende Leo Freriks, voorzitter van de Taskforce Energietransitie, het manifest:
“Voor de verduurzaming, versterking en vernieuwing van onze economie is collectieve warmte cruciaal, en dat vraagt om het goed beleggen van collectieve verantwoordelijkheid. Die handschoen willen we in Zuid-Holland oppakken. Laten we, samen met het Rijk, de benodigde stappen gaan zetten!”
Zuid-Holland als warmteregio Zuid-Holland speelt een belangrijke rol in de overstap naar duurzame warmte. Ongeveer 40 procent van de warmtevraag in Nederland komt uit deze provincie. Ook heeft Zuid-Holland bijzondere warmtebronnen, zoals restwarmte uit de haven, industrie en aardwarmte. Via regionale warmtenetten kunnen deze bronnen op grote schaal worden gebruikt.
De ondertekenaars werken al jaren samen aan regionale warmteprojecten. Zij investeren in de aanleg van warmtenetten en zetten zich in voor draagvlak en uitvoering. Hun doel is om ongeveer één miljoen huishoudens, bijna 30 miljoen vierkante meter bedrijven en 3.000 hectare glastuinbouw aan te sluiten op collectieve warmte.
Verschillende warmteprojecten in Zuid-Holland zijn klaar om van start te gaan. In het manifest vragen de ondertekenaars het Rijk om financiële steun voor deze projecten. Ook vragen zij om investeringen in de regionale verbindingen die nodig zijn om warmte te transporteren. Daarnaast willen zij dat warmtenetten worden erkend als een basisvoorziening die helpt om de druk op het volle elektriciteitsnet te verminderen. Tot slot vragen zij het Rijk om sneller werk te maken van de overgang van private naar publieke warmtebedrijven.
De bestuurders benadrukken dat collectieve warmtenetten een belangrijke bijdrage leveren aan een sterk en betrouwbaar energiesysteem. Doordat woningen, bedrijven en glastuinbouw gezamenlijk van warmte worden voorzien, zijn minder individuele elektrische oplossingen nodig, zoals warmtepompen. Daardoor blijft de druk op het elektriciteitsnet beter beheersbaar.

Projecten staan klaar Gedeputeerde Arno Bonte, ook lid van de Taskforce Energietransitie, licht toe dat in Zuid-Holland warmtebronnen, projecten en de benodigde infrastructuur klaarliggen om woningen en bedrijven van duurzame warmte te voorzien. De regio’s Holland Rijnland, Delft, Gorinchem, Oostland en Drechtsteden staan klaar om binnen een jaar een investeringsbesluit te nemen over grote warmteprojecten.
“We kunnen in Zuid-Holland meer dan een miljoen huishoudens op warmtenetten aansluiten, maar het Rijk moet daarvoor wel snel de juiste voorwaarden scheppen. Als die uitblijven, vallen kansrijke warmteprojecten stil. Dan blijven we langer afhankelijk van aardgas en zal het elektriciteitsnet sneller vollopen. Dat zorgt voor stijgende energierekeningen en vastlopende woningbouwprojecten. We roepen het kabinet daarom op om nu in actie komen.”
Brede coalitie van ondertekenaars Het manifest wordt ondertekend door bestuurders van de Energieregio Rotterdam-Den Haag, de warmteclusters Haaglanden, Westland, Oostland, Rotterdam en omgeving en Voorne-Putten, de gemeenten Alphen aan den Rijn, Katwijk, Leiden, Leiderdorp, Lisse, Dordrecht en Zwijndrecht, de provincie Zuid-Holland, netbeheerders Stedin en Liander, WarmtelinQ, Gasunie, NetVerder, HVC, Alliander Warmte, EBN/Nationale Warmtebank (NDW), Glastuinbouw Nederland, Economic Board Zuid-Holland (EBZ), Capturam en Aedes. Samen vertegenwoordigen deze partijen de schakels die nodig zijn voor de ontwikkeling van collectieve warmte: van overheid, netbeheer en infrastructuur tot warmtebedrijven, woningcorporaties en de glastuinbouwsector.

