De Conferentie Groeiagenda Zuid-Holland is een jaarlijkse bijeenkomst georganiseerd door én voor de 80 partners van de Groeiagenda Zuid-Holland, waarbij de voortgang van de ambities wordt besproken. De Groeiagenda Zuid-Holland is een initiatief dat gericht is op het versterken van samenwerking in uitdagingen en kansen in de regio. De agenda richt zich op vier belangrijke doelen: CO2-reductie, strategische economische groei, woningbouw en human capital.  

Dit jaar stond de Conferentie Groeiagenda Zuid-Holland in het teken van de energietransitie. Wat kunnen we wél doen? Hoe kunnen we de energietransitie veiligstellen? Sprekers uit bedrijfsleven, kennisinstellingen en overheden gingen tijdens de conferentie in op de uitdagingen en kansen bij deze actuele vraagstukken. 

De conferentie werd geopend met een inspirerend betoog van Ferrie Förster, secretaris van de EBZ, en Femke Brenninkmeijer, voorzitter van de EBZ en CEO van NPRC. Zij riepen op om samen te werken om de grote uitdagingen van de energietransitie aan te pakken. Hierbij werd benadrukt dat leiderschap meer dan ooit het verschil kan maken en dat we blijven spreken uit hoop en vertrouwen.   

Oproep – Strategisch partnerschap en gezamenlijke verantwoordelijkheid 

Zuid-Holland is de sleutelregio voor de strategische autonomie van Nederland. Wat wij hier doen, bepaalt mede de koers van ons land. Daarom is het van belang dat we als bestuurders, directeuren, kennisinstellingen en beleidsmakers onze krachten bundelen. 

Er werd tijdens de conferentie ingezoomd op de energietransitie, en in het bijzonder op de verduurzaming van de industrie. Een thema dat vraagt om visie, samenwerking en lef. Verschillende sprekers, zelfs uit het buitenland, lieten hun licht schijnen op het thema. We zagen, ondanks de hitte deze dag, dat we aan de slag moeten. De nadruk lag op wat we kunnen en vooral moeten doen en wat al gedaan wordt. 

Versnelling is noodzakelijk 

De knelpunten blijven en de randvoorwaarden zijn niet op orde. Daardoor dreigen we onze doelen voor economische groei en CO₂-reductie in 2030 niet te halen. Dat kunnen we ons niet permitteren. 

Daarom zijn de Provincie Zuid-Holland en de Economic Board Zuid-Holland het Versnellingsprogramma gestart, waarin samen wordt gewerkt met partners. Hiermee brengen we investeringskansen voor onze regio in kaart en zoeken we naar oplossingen om belangrijke knelpunten zelf te verhelpen of met behulp van het Rijk en Europa. We vragen hernieuwd commitment van onze partners. Want alleen samen kunnen we de impasse doorbreken. 

Na de opening volgde een keynote van Malou Kroezen, Managing Director – Erasmus Center for Energy Transition. Zij gaf aan: 

“We varen momenteel met de energietransitie tegen de wind in, maar juist daarom is het belangrijk om de juiste koers te blijven varen. Momenteel zitten we nog in spagaat tussen verduurzamen en vestigingsklimaat maar we moeten naar én-én.” 

Malou beschreef de uitdagingen en kansen in Europa, Nederland en specifiek de regio Zuid-Holland. De uitdagingen zijn helder, zoals bijvoorbeeld netcongestie, een onzeker investeringsklimaat en het huidige politieke klimaat. Grote potentie is er op zee. Zuid-Holland heeft een unieke uitgangspositie vanuit industrie, haven, kennis en netwerken. Een aantal van haar tips:  

  • Binnen bedrijven kunnen we energiecoöperaties, flexibiliteitsdiensten, elektrificatie of opslaginitiatieven ondersteunen.  
  • Binnen de overheid kan er ruimte gemaakt worden in beleid voor systeemintegratie (in plaats van alleen zon of wind bijbouwen). 
  • In onderwijs en kennisinstellingen meer experimenteren en living labs versnellen en die ook openstellen voor bedrijven. 
  • In netwerken zoals de onze: projecten zichtbaar maken en opschalen. 

Na deze bemoedigende activerende woorden kwamen we tot nieuwe inzichten tijdens een panelgesprek met Maarten Neelis (Ministerie van Klimaat en Groene Groei), Leo Freriks (Siemens Energy en voorzitter Taskforce Energietransitie), Marjan Kreijns (The Green Village) en Sander Mertens (De Haagse Hogeschool). Het publiek kreeg stellingen voorgelegd waarna de panelleden meer zicht konden bieden op wat keuzes kunnen inhouden. Zoals dat de ideale wereld en de realiteit soms ver uit elkaar kunnen liggen. Het dilemma tussen investeringsklimaat enerzijds en energietransitie anderzijds werd duidelijk zichtbaar. En dat we vooral het gesprek moeten blijven voeren tussen bedrijfsleven en overheid en de focus op de uitvoering op orde krijgen het allerbelangrijkste zijn. 

Na een prachtig intermezzo van zangeres Jeanna uit Delft volgde een hands-on verhaal van Mark Smith, Team Lead Innovation – Energy and Circular bij InnovationQuarter (en lid Taskforce Energietransitie) over de rol van Energy Hubs. 

“We moeten van input naar impact.” Hij gaf concrete voorbeelden over verschillende typen energiehubs en waarom deze handig zijn. Hij vertelde over de Innovatietafel waterstof met als trekker Werkgevers Drechtsteden, een gevormde coalitie met veel partners die tot praktische resultaten leiden. Tot slot vertelde hij hoe een business case een investering kan worden, hoe Human capital hierbij kan helpen en de specifieke kansen voor Energiehubs in de regio Zuid-Holland. Tip van de dag: een stimuleringsprogramma Energiehubs. 

Last but not least, Louise Kingham, head of country UK & Senior Vice President Europe BP sprak ons beeldend en pragmatisch toe: 

“Het gaat om keuzes maken, hoe lastig dan ook. 

We moeten de juiste balans vinden tussen regelgeving en stimulansen… zodat bedrijven het vertrouwen hebben om te investeren, innoveren en groeien- hier in Europa. 

Succes bereiken we alleen als we de krachten bundelen. Met duidelijke afspraken, gezamenlijke transitiekaders en afgestemde energiestrategieën kunnen we werken aan een sterker en beter verbonden Europa. Dat zien we bijvoorbeeld in de samenwerking tussen het Britse Department for Energy Security and Net Zero en de plannen van de Europese Commissie om de energiemarkten nauwer op elkaar af te stemmen. Dat zijn goede signalen. Maar uiteindelijk draait het om meer concurrentievermogen. En daarvoor moet Europa scherp blijven op zijn strategische agenda om sterker en weerbaarder te worden.”   

Daarna konden de partners tijdens de borrel nog even napraten.

Foto’s: (C) Fred Libochant Fotografie
Den Haag / Provinciehuis / Groeiagenda Conferentie

 

 

 

 

 

 

 

 

Meer weten over de Groeiagenda Zuid-Holland? Kijk hier. 

Investeer in een cyberveilige energietransitie. Inzet is hard nodig, want de energietransitie versnelt — maar maakt onze energievoorziening tegelijkertijd kwetsbaarder. Daarom bundelen onder meer netbeheerders, industrie, kennisinstellingen en overheden nu hun krachten in de Innovatiecoalitie Cyberveilige Energietransitie die vandaag officieel van start is gegaan. Zij nemen het initiatief om samen te innoveren en te investeren in de cyberveiligheid van slimme energienetten (smart grids) en energieketens. De groep deed de oproep tijdens de “Kennissessie: hack-out scenario”, bij The Green Village op de TU Delft.

Onder regie van Economic Board Zuid-Holland richt de innovatiecoalitie zich in eerste instantie op het ontwikkelen van intelligente energienetwerken (smart grids) en -ketens die aan de basis veilig zijn ontworpen (secure by design) en op het ontsluiten van investeringen en financieringsmogelijkheden. Van toegepast onderzoek, testen in de (field) labs naar toepassing in de praktijk: de coalitie wil de in de regio aanwezige kennis vertalen naar innovaties en opschalen naar rendabele businessmodellen. Zo ontstaat maatschappelijke vernieuwing mét economische impact.

De gezamenlijke ambitie is dat Zuid-Holland de voortrekkersrol pakt in een energievoorziening die vanaf het ontwerp veilig, betrouwbaar én interoperabel is: secure by design.

Netwerken, apparaten en toepassingen moeten vanaf het ontwerp veilig en goed samenwerkend zijn. Om cyberaanvallen te beperken en betrouwbare data-uitwisseling binnen de energieketens te garanderen, is een zorgvuldige balans tussen vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van data cruciaal voor het veilig en betrouwbaar ondersteunen van zowel strategische doelen als operationele processen. 

Innovatiecoalitie Cyberveilige Energietransitie

De coalitie is opgericht door Economic Board Zuid-Holland, TNO, TU Delft, KPN, Stedin, Batenburg Techniek, Technolution, the Green Village, Provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en Security Delta (HSD) in samenwerking met Havenbedrijf Rotterdam, Westland infra, Dutch Institute for Vulnerability Disclosure (DIVD), European Network for Cyber Security (ENCS), Greenport West-Holland, Topsector ICT, gemeente Den Haag, TU PowerWeb Institute, Living Lab Scheveningen, Campus@Sea, Duurzaamheidsfabriek en Hi Delta.

Kennissessie: hack-out scenario

De coalitie deed de oproep op 8 juli 2025 tijdens de ‘Kennissessie: hack-out scenario’ bij The Green Village op de TU Delft. Dit evenement daagt leveranciers van energiemanagementsystemen uit om hun systemen te laten testen door een team van studenten en een expertteam met ethische hackers, met als doel eventuele kwetsbaarheden vroegtijdig te identificeren. Het hackevenement zelf vindt plaats op 25 november en 4 december van dit jaar. Meer informatie: Kennissessie: hack-out scenario – The Green Village.

 Meer achtergrond

Zo’n 800 partijen werken in Nederland aan de energietransitie: van beheerders van elektriciteitsnetwerken, zonneparken, windmolens, warmtenetten tot fabrikanten en leveranciers van batterijen, transformatoren en laadpalen. Energieketens – de weg die energie aflegt van opwekking tot de gebruikers – verlopen via een complex samenspel van hardware, software, infrastructuren en leveranciers. Digitale technologieën kunnen deze ketens efficiënter, beter beheersbaar en betaalbaarder maken. Bijvoorbeeld door vraag en aanbod van energie real-time op elkaar af te stemmen en storingen sneller te signaleren en op te lossen.

Toenemende digitalisering maakt energieketens kwetsbaar

Cyberaanvallen op smart grids of manipulatie van data-uitwisseling vormen daarbij reële risico’s. Zulke incidenten kunnen leiden tot grootschalige storingen in de energievoorziening, economische schade en verlies van controle over vitale infrastructuur. Zonder voldoende aandacht voor cyberveiligheid kan digitalisering de energietransitie juist vertragen en een bedreiging worden voor economische groei, innovatie en leveringszekerheid.

Secure by design als basis voor een betrouwbare energievoorziening

Elf organisaties in Zuid-Holland pleiten nu voor structurele investeringen en samenwerking. Netwerken, apparaten en toepassingen moeten vanaf het ontwerp veilig en goed samenwerkend zijn: secure by design én interoperabel. Om cyberaanvallen te beperken en betrouwbare data-uitwisseling binnen de energieketens te garanderen, is een zorgvuldige balans tussen vertrouwelijkheid, integriteit en beschikbaarheid van data cruciaal voor het veilig en betrouwbaar ondersteunen van zowel strategische doelen als operationele processen.

 Kansen voor Zuid-Holland in cyberveilige energietransitie

Dit is een internationaal vraagstuk dat om gezamenlijke oplossingen vraagt – een opgave waarvoor deze partijen zich actief gaan inzetten. Zuid-Holland heeft alles in huis om hierin het voortouw te nemen: toonaangevende kennisinstellingen, een sterke industriële basis, een innovatieve energie-infrastructuur, geavanceerde lab- en testfaciliteiten, ethische hackers, krachtige publiek-private samenwerkingen en contacten met internationale partners. Maar geen enkele partij kan dit alleen. Daarom bundelen onder meer netbeheerders, industrie, kennisinstellingen en overheden nu hun krachten in de Innovatiecoalitie Cyberveilige Energietransitie.

Foto credits: The Green Village / Robèrt Kroonen

De kracht van Zuid-Holland

Ons land staat voor vele uitdagingen de komende periode, zo ook de regio Zuid-Holland. Hoe kunnen we in deze tijd toch verschil maken? De EBZ is, samen met partners, druk bezig om het Versnellingsprogramma Zuid-Holland vorm te geven. Dit programma richt zich op het versterken van het investeringsklimaat en het benutten van kansen binnen de regio. We zijn in gesprek met de vele samenwerkingspartijen uit het bedrijfsleven, onderwijs en de overheid om de kansen in onze provincie in kaart te brengen.

Daarnaast heeft de EBZ taskforce Technologische Industrie in maart 2025 de aangescherpte ActieAgenda Technologische Industrie gelanceerd. Daarin is met name de context veranderd: meer gericht op concurrentievermogen en strategische autonomie. Er is namelijk een enorm belang bij de technologische industrie. De sector omvat 6.600 bedrijven, biedt werk aan 123.000 FTE en genereert een omzet van €56 miljard met een toegevoegde waarde van €23 miljard. Het is de groeimotor van Zuid-Holland met sterke kennisinstellingen en veel starters. Uitdagingen in deze sector zijn onder meer talenttekort, ruimtegebrek en geopolitieke onzekerheden. Met het Versnellingsprogramma Zuid-Holland willen we werken aan oplossingen voor deze uitdagingen.

Van uitdagingen in de technologische industrie naar technologische industrie met ‘schwung’

De missie van de EBZ is om het investeringsklimaat in de regio te versterken. Taskforces richten zich binnen de EBZ op specifieke uitdagingen. Voor de technologische industrie ligt deze in de diversiteit van de sector. Er gebeurt heel veel: van technologische innovaties in de kassen in het Westland en ambachtelijk handwerk op de scheepswerf tot onderzoek in quantumtechnologie. De technologische industrie in zijn geheel is wel de groeimotor voor Zuid-Holland:

  • 6.600 bedrijven met twee of meer werknemers
  • Biedt werk aan 123.000 FTE – 6% van de Zuid-Hollandse werkgelegenheid
  • Omzet van €56 mld en toegevoegde waarde €23 mld. (2023)
  • Ondernemende regio: meeste starters in de sector in Nederland
  • Krachtige kennis en kunde: 3 universiteiten, 2 UMC’s, 4 hogescholen en 10 mbo-instellingen

Hoe kunnen we de potentie van deze sector ontsluiten? De knelpunten die in heel Nederland voelbaar zijn, spelen ook hier. Zo is er het gebrek aan talent en de zoektocht naar voldoende ruimte en stroomaansluitingen. Daarbij speelt ook de onzekere handelssituatie door geopolitieke spanningen een rol. Hoe maken we tastbaar waar de regio voor staat aan uitdagingen, ook met het oog op de komende verkiezingen? Mensen willen aan iets wezenlijks en duurzaam bijdragen, het moet ‘schwung’ hebben om in de Nederlandse technologische industrie te werken. Het verhaal moet de kracht van Zuid-Holland laten zien, met een duidelijke boodschap voor de beoogde doelgroep. Taskforceleden gelden als ambassadeurs van de technologische industrie.

Op 20 juni was de EBZ te gast bij jachtbouwer Oceanco, waar vakmanschap en geavanceerde technologie hand in hand gaan, met een sterke nadruk op duurzaamheid en circulair ondernemen. Voorzitter taskforce technologische industrie Arie van Andel, tevens CTO van Oceanco, nam ons mee in de wereld van zijn bedrijf.

Bij Oceanco komen diverse vakmanschappen en specialistische expertise samen, variërend van maatwerk timmerwerk tot geavanceerde elektrische systemen. Het bedrijf beschouwt het als haar missie om duurzaam en circulair denken consequent door te voeren – iets wat zichtbaar is in de jachten, de faciliteiten en de klantgerichte aanpak, waarbij duurzaamheid een strikte vereiste is.

Het bezoek aan de Oceanco bood de EBZ-leden een indrukwekkend inkijkje in de jachtbouw, een sector waarin Nederland wereldwijd een leidende positie inneemt. Dit bezoek benadrukte opnieuw de internationale toppositie van de Nederlandse jachtbouwindustrie.

Wat steeds duidelijker wordt, is dat dit het moment is om keuzes maken: welke ketens zijn cruciaal voor Nederland en wil je behouden? In Zuid-Holland zijn we ijzersterk in bijvoorbeeld de maritieme sector, in de tuinbouw en in quantumtechnologie. Hoe kunnen we samenwerken op waarden en sectoren weerbaarder maken? Dit is een vraagstuk waar de EBZ taskforce technologische industrie samen met de EBZ taskforce Human Capital aan de slag gaat. Zoals in de microchiptechnologie, met het programma Beethoven. Een mooi voorbeeld van een meerwaarde in samenwerking tussen onderwijs, overheid en het bedrijfsleven.

Van startup naar scale-up

De regio Zuid-Holland staat hoog op de lijst van DeepTech en Impact startups maar kampt met versnippering van initiatieven en gebrek aan ruimte en netcapaciteit. Er wordt ingezet op datagedreven monitoring, opschaling en gezamenlijke activering om startups te ondersteunen en het ecosysteem te versterken. Een van de uitdagingen is de transitie van startup naar scale-up en vervolgens naar marktleider. Die loopt nog niet soepel. Maaike Zwart, wethouder gemeente Delft, neemt ons mee met wat we beter kunnen doen op het gebied van startups en scale-ups in onze regio. Zuid-Holland staat op nummer twee als startup/scale-up regio. Om verder te groeien moeten we de slag maken van praten naar doen. Maar ook hier spelen het gebrek aan ruimte en netcongestie een rol. In het ecosysteem zijn er een aantal punten die wringen. Waaronder:

  1. We hebben 150 losse initiatieven die zich richten op startups en scale-ups. Hierdoor weten ondernemers niet waar ze moeten zijn met hun vragen.
  2. We hebben de sector niet scherp genoeg in beeld. Daarom kunnen we niet op tijd ergens op reageren en activeren.

Op de schaal van Zuid-Holland kunnen we ons geen onderling concurrentiedenken veroorloven. Juist in samenwerking worden we sterk. In Europa zit op dit thema energie; er is een EU-commissaris voor de startup scale-upstrategie. We moeten een gezamenlijk verhaal over Zuid-Holland hebben. In lijn met het Draghi-rapport en de EU Strategy Startup & Scale-up zetten we daarom in op:

  1. Datagedreven ontwikkeling: met meer monitoring van de startupinitiatieven
  2. Opschaling: meer succesvolle initiatieven helpen naar de volgende fase
  3. Activering van initiatieven: gezamenlijk de uitdagingen van ondernemers adresseren

Met deze uitdagingen in gedachten, is het van cruciaal belang om gerichte acties te ondernemen. Momenteel wordt gewerkt aan de financiering van de Startup & Scale-up Programma Zuid-Holland. Parallel daaraan wordt besloten of dit programma wordt ondergebracht bij de EBZ. We houden u uiteraard op de hoogte van de ontwikkelingen.

Ten slotte

Ter afsluiting van de bijeenkomst namen we afscheid van twee EBZ-leden, Marja van Bijsterveld, burgemeester van Delft en Annetje Ottow, bestuursvoorzitter Universiteit Leiden. EBZ-voorzitter Femke Brenninkmeijer bedankte hen voor hun langdurige en actieve inzet voor de Economic Board Zuid-Holland en de regio.

Als nieuw lid van de Economic Board Zuid-Holland heeft Annelien Bredenoord, voorzitter van het College van Bestuur van de Erasmus Universiteit Rotterdam, een duidelijke missie: het versterken van de maatschappelijke impact van wetenschap door nauwe samenwerking met bedrijven, overheden en maatschappelijke organisaties. Met haar achtergrond in ethiek, politiek en academisch bestuur wil ze bruggen slaan tussen kennis en praktijk. Binnen de EBZ ziet Annelien kansen om de regionale economie te versterken door het verbinden van onderwijs en arbeidsmarkt, en het aanpakken van maatschappelijke uitdagingen zoals armoede en energietransitie.

Annelien Bredenoord is een veelzijdig bestuurder met een indrukwekkende achtergrond in zowel wetenschap als politiek. Opgegroeid in Utrecht met een vader als huisarts en veel familieleden die geneeskunde hebben gestudeerd, lag een medische carrière voor de hand. Toch koos ze een ander pad: “Ik was meer geïnteresseerd in wereldpolitiek en filosofie, in wat mensen drijft en in waarden en conflicten.” Die zoektocht bracht haar via een studie theologie in Leiden naar de politicologie, die ze beide ook afrondde.

Combinatie van ethiek, politiek en wetenschap
Tijdens haar studie combineerde ze de ethische dimensie van de gezondheidszorg met praktische politieke ervaring. Ze werkte als student-assistent medisch ethiek aan het Leids Universitair Medisch Centrum en was tegelijkertijd fractiemedewerker voor D66 in Leiden. “De combinatie van ethiek, politiek en wetenschap loopt sindsdien als een rode draad door mijn carrière.”

Na haar afstuderen promoveerde Annelien op het gebied van de ethiek van nieuwe technologieën in de gezondheidszorg. Ze bouwde een loopbaan in de wetenschap uit en werkte in diverse academische ziekenhuizen. “Wat me zo aanspreekt in een ziekenhuis is dat het het mensenleven in een notendop is. Mensen worden er geboren en gaan er dood. Je loopt er tegen de grote existentiële vragen aan.”

Maatschappelijke impact van de universiteit
Annelien ziet veel parallellen tussen haar rol als bestuurder en haar achtergrond als ethicus: “Volgens mij bestaat het leven van een bestuurder uit veel morele dilemma’s. Je kunt lang niet altijd het goede nastreven, maar soms gaat het echt om het minst slechte. Dit komt ook in mijn huidige functie bij de Erasmus Universiteit Rotterdam sterk naar voren. Als universiteit zijn we een publieke instelling die wordt betaald met belastinggeld. Dan moet je zorgen dat je kennis en inzichten ontwikkelt die er maatschappelijk toe doen.”

Onder haar leiding zet de Erasmus Universiteit Rotterdam stevig in op maatschappelijke impact. Annelien verwijst daarbij naar de slogan “positive societal impact” die ook fysiek zichtbaar is op de campus. Ze benadrukt dat wetenschap niet op zichzelf staat, maar altijd verbonden moet zijn met de samenleving:

“We zijn een engaged university. We proberen in co-creatie met bedrijven, buurtorganisaties, welzijnsinstellingen en lokale overheden kennisvragen op te halen en daar onderzoek van te maken. Uiteindelijk kan het wetenschappelijk proces kennis, inzichten en interpretaties geven die ons echt gaan helpen met het begrijpen van de wereld. En daardoor met het oplossen van vraagstukken rondom armoede, woningnood, criminaliteit, migratie en economie. De wetenschap kan voor deze dilemma’s niet het beleid maken, maar kan wel zorgen dat de overheid dat geïnformeerd doet.”

Campus Woudesetin met slogan: Creating positive societal impact the Erasmian Way

“Studeren aan een universiteit betekent veel. We hebben een belangrijke emancipatiefunctie. We zijn de grootste eerste-generatie-universiteit van Nederland. Veel studenten zijn de eersten in hun familie die naar de universiteit gaan. We hebben een heel actief outreach-programma op basisscholen in Rotterdam. Zo nemen we onze maatschappelijke rol op in de aanpak van regionale ongelijkheid. Rotterdam-Zuid, een van de armste gebieden van Nederland, vormt een belangrijk aandachtsgebied.”

Bijdrage aan de Economic Board Zuid-Holland
Die sociale betrokkenheid sluit nauw aan bij de agenda van de Economic Board Zuid-Holland (EBZ), waar de Erasmus Universiteit Rotterdam partner van is. Annelien ziet de EBZ als een cruciaal platform om kennis te delen, samenwerkingsverbanden te smeden en maatschappelijke innovatie te bevorderen. Ze beschouwt de samenwerking met EBZ als wederkerig en essentieel. “Wij brengen een extreem grote kennis- en opleidingsmotor mee. Het helpt ons om onderwerpen voor onderzoek te identificeren die rechtstreeks uit de samenleving komen. Bedrijven kunnen bij ons aankloppen met vragen waarvoor nog geen oplossing bestaat, en wij kunnen daarop inspelen met nieuwe kennisontwikkeling.”

“De triple helix zou je willen uitbreiden met maatschappelijke organisaties. Je kunt de complexe vraagstukken van vandaag, zoals weerbaarheid of energietransitie, alleen maar met verschillende spelers aanvliegen. Wij merken bij de bedrijven in ons netwerk dat ze echt zitten te wachten op opgeleide mensen die hieraan kunnen werken.”

“Wij leiden mensen op voor beroepen die soms nog niet bestaan. Je leert hier kritisch denken en vragen stellen, de ‘21st century skills’. We richten ons op het omgaan met nieuwe technologie en met hele grote hoeveelheden onzekere informatie. Daarin vullen we de bredere opleidingswaaier aan, naast hogescholen en mbo-instellingen.”

“De gezamenlijke Human Capital Agenda is heel belangrijk voor het versterken van de regionale arbeidsmarkt. De bedrijven in de regio, zeker in en rond de haven, zitten te springen om personeel. Die koppeling tussen onderwijs en arbeidsmarkt is precies waar EBZ op inzet, en waar wij als universiteit veel waarde aan hechten. Kijk bijvoorbeeld naar de samenwerking binnen het LDE-consortium (Leiden-Delft-Erasmus) en de convergentie met het Erasmus MC en de TU Delft. Deze netwerken dragen bij aan regionale innovatie.”

Politieke bedreigingen
Het politieke klimaat is momenteel wel een grote zorg. De voorgenomen Wet Internationalisering in Balans ziet Annelien als een bedreiging voor de internationale oriëntatie van het Nederlandse hoger onderwijs. “We hebben 150 nationaliteiten op de Erasmus Universiteit Rotterdam. Wetenschap is per definitie internationaal. We merken dat internationale collega’s zich minder welkom voelen in Nederland. Een verdere ‘braindrain’ maakt het steeds onaantrekkelijker om wetenschappelijke carrière in Nederland op te bouwen. Het is natuurlijk heel tegenstrijdig dat in het regeerakkoord 85 keer staat dat innovatie de oplossing is, maar vervolgens is onderwijs de grootste bezuinigingspost in decennia. Dat kan niet.”

“Hiervoor ben ik 3,5 jaar rector geweest en dan ben je verantwoordelijk voor onderwijs en onderzoek in het collegebestuur. Als voorzitter heb ik nu een integrale portefeuille, met meer verantwoordelijkheid voor de externe kant van de universiteit. De hele politieke kant, zowel gemeenteraad, provincie en het Rijk ken ik ook goed. Ook Brussel, want daar ben ik afgelopen jaar adviseur geweest van de Commissie over het nieuwe innovatiebeleid.” Anneliens ervaring in de politiek helpt haar hierbij. “Ik ben jarenlang voorzitter van D66 Utrecht geweest en heb 8 jaar in de Eerste Kamer gezeten. Dat geeft je een soort ervaringskennis die je niet uit een boekje kunt halen. Je leert door de regels heen te kijken.”

Als bestuurder van een universiteit die midden in de samenleving staat, zoekt Annelien naar verbinding: tussen wetenschap en maatschappij, tussen onderwijs en arbeidsmarkt, tussen lokale vraagstukken en internationale samenwerking. Ze ziet universiteiten als essentiële schakels in het oplossen van complexe vraagstukken als armoede, energietransitie en woningnood. “Ik ben als verbinder van verschillende domeinen op mijn sterkst. De grote problemen van deze tijd vragen om technologische én sociale innovatie. Die gaan hand in hand.” Haar boodschap is helder: de kracht van de universiteit zit in de verbondenheid met de omgeving, in samenwerking met andere kennisinstellingen, overheden en bedrijven, en in het opleiden van studenten die bijdragen aan een betere wereld.

 

foto’s: Erasmus Universiteit Rotterdam (Alexander Santos Lima)

Op de EBZ-Voorjaarsbijeenkomst 2025 hield keynote speaker Dirk De Bilde, CEO Siemens Nederland, een vlammend betoog over de noodzaak van internationaal talent. Met de omslag van ‘klassiek’ ingenieurswerk naar een digitale omgeving zijn er in de technische sector veel kenniswerkers met een specifiek talent nodig. EBZ-voorzitter Femke Brenninkmeijer vertelde over hoe we dit IN Zuid-Holland aanpakken met de ecosystemen rondom onderwijsinstellingen, waar bedrijven kunnen aansluiten. Haar verhaal sloot naadloos aan bij het welkomstwoord van Bouke Arends, burgemeester van gemeente Westland, die de genodigden welkom heette in het World Horti Center, het hart van de glastuinbouw.

 

Netwerk van triple helix

Op deze netwerkbijeenkomst met het thema Internationaal Talent waren zo’n zeventig bestuurders uit de overheid, kennisinstellingen en bedrijven – de zogenaamde ‘triple helix’ – aanwezig. Burgemeester Arends gaf in zijn welkomstwoord aan waar het belang én de uitdagingen van het Westland liggen. Want als een van de meest innovatieve en krachtige economische clusters van Nederland is de tuinbouw van wereldbelang. De vindingen van de Nederlandse tuinbouwsector maken lokale productie overal ter wereld mogelijk. Zo wordt betaalbaar en gezond voedsel toegankelijk voor tientallen miljoenen mensen. De uitdaging ligt hier onder andere in het aantrekken van geschoolde mensen, praktisch én steeds meer technisch.

Femke Brenninkmeijer heette namens de EBZ iedereen welkom op deze voor de EBZ symbolische locatie: het World Horti Center is de plek waar bedrijfsleven, onderwijs en overheid bij elkaar komen. Ze verhaalde over de inspiratie die ze opdeed op haar reis in India. Daar vliegen ze de innovatie aan met ‘Jugaad’: voor alles is een oplossing. Het kent vier basisprincipes:

  1. Probeer van een probleem een kans te maken
  2. Houd het eenvoudig
  3. Doe meer met minder
  4. Leer om te improviseren

Deze principes neemt ook de EBZ mee in het Versnellingsprogramma Zuid-Holland. In dit programma onder de GroeiAgenda Zuid-Holland uit 2021 maken we nieuwe investeringskansen inzichtelijk en halen we hernieuwd commitment op bij onze partners. Wat Femke verder is opgevallen in de eerste maanden als EBZ-voorzitter is de sterke regionale onderwijsstructuur, met gedreven bestuurders die samenwerken.

Dit illustreert hoe de onderwijsinstellingen als ecosysteem functioneren in de regio en zo een hele sterke onderwijs- en kennisinfrastructuur creëren waarop het bedrijfsleven, groot en klein, kan aansluiten. Dit past perfect in de jugaad-benadering: overheid en bedrijfsleven werken samen en delen voorzieningen, waardoor de maatschappelijke impact hoog is.

Femke: “Ook al zorgt het kabinet voor onzekerheid, in Zuid-Holland gaan we door door slim te handelen. We gaan ons goud verzilveren!”

 

Eerlijke discussie

Als laatste gaf Dirk De Bilde, CEO van Siemens Nederland, een inkijk over hoe zij omgaan met de uitdagingen die de arbeidsmarkt op dit moment biedt. Door de digitalisering veranderen de vereisten aan personeel. Technisch geschoolde mensen zijn steeds belangrijker geworden. En die worden ook gezocht op internationaal niveau. Er werken nu mensen van zo’n vijftig verschillende nationaliteiten.

“We ervaren telkens weer dat het geen fabeltje is dat meer diverse teams beter presteren. Onze buitenlandse medewerkers brengen nieuwe perspectieven mee. Ze plaatsen vraagtekens bij waar we zelf zonder nadenken aan voorbijlopen. Zo houden ze ons scherp.”

Maar Siemens is geen pleitbezorger voor het onbeperkt aantrekken van buitenlands talent. De discussie hierover moet eerlijk, kritisch en genuanceerd worden gevoerd. Met aandacht voor de keerzijde die arbeidsmigratie heeft, bijvoorbeeld op de woningmarkt en voor de sociale cohesie.

Bij Siemens stellen ze altijd de vraag: waarom hebben we deze mensen nodig? Op hun twee kerndomeinen – industriële automatisering en gebouwentechniek – zijn technische kenniswerkers met een specifiek profiel onontbeerlijk. Als bedrijf neemt Siemens zijn verantwoordelijkheid, met oog voor de maatschappelijke impact. Ze trekken niet zomaar personeel uit het buitenland aan; ze werken met functieprofielen met een specifieke ‘deskundigheidsvereiste’, die een meerwaarde voor de Nederlandse economie opleveren.

foto’s: Thierry Schut

Verantwoordelijkheid

Om aantrekkelijk te blijven voor internationaal talent als woon- en werkland moeten we samen de handschoen oppakken. En dat gaat over investeringen in taalonderwijs, integratie, om de sociale landing van mensen te verbeteren. De Bilde roept op om alert te blijven op de maatschappelijke impact van de komst van kennismigranten en ervoor te zorgen dat de samenleving de meerwaarde van hun aanwezigheid ziet en voelt.

De echte wereld is steeds meer verbonden met de digitale wereld. Siemens gaat structureel met scholen en overheid strategisch vooruitkijken. Samen zorgen ze dat het onderwijs inhoudelijk up-to-date blijft. Zo blijft de technische industrie duurzaam innovatief en kan Nederland haar positie als technologieland verstevigen.

De EBZ heeft volop aandacht voor het aantrekken en behouden van internationaal talent. Want als studenten over de grenzen heen leren en gaan werken, zullen ook de diplomatieke banden versterken in een wereld die steeds meer met elkaar verbonden is. Als we willen dat Nederland aantrekkelijk blijft voor nationale en internationale bedrijven en haar innovatiekracht behoudt, moeten we af van het kortetermijndenken en investeren in structurele oplossingen. De Tweede Kamer heeft in ieder geval onze boodschap gehoord en de verplichte Taaltoets Anderstalig Onderwijs uit haar plannen geschrapt.

Nederland staat op een kantelpunt. De halfgeleiderindustrie bepaalt of we in de toekomst nog grip hebben op onze economie, veiligheid en digitale infrastructuur. Chips zijn essentieel voor van alles: van slimme mobiliteit en energienetwerken tot AI, defensie en gezondheidszorg. In deze sector hebben we een unieke internationale positie – maar die staat onder druk. De Economic Board Zuid-Holland en Beethoven Zuid-Holland hebben onderstaand position paper gepubliceerd.

Wat bedrijven nodig hebben is talent, talent én talent

Nederland staat op een kantelpunt. De halfgeleiderindustrie bepaalt of we in de toekomst nog grip hebben op onze economie, veiligheid en digitale infrastructuur. Chips zijn essentieel voor alles: van slimme mobiliteit en energienetwerken tot AI, defensie en gezondheidszorg. In deze sector hebben we een unieke internationale positie – maar die staat onder druk.

De bottleneck? Niet zozeer technologie en geld, maar: mensen! Zonder voldoende technisch talent stagneert de groei. Zonder gedeelde faciliteiten komen start-ups niet van de grond en groeien deze niet door tot scale-ups. En zonder strategisch beleid verliest Nederland zijn autonomie in een keten die steeds geopolitieker wordt.
De toekomst vraagt om kennisgericht industriebeleid.

De regio Zuid-Holland heeft gerenommeerde mbo, hbo en wo-onderwijsinstellingen, een sterke maakindustrie en een groeiend deeptech-ecosysteem. Onze provincie kan en wil zich verder ontwikkelen tot een hub waar  talent, innovatie en productie rond de semicon sector samenkomen. Hieraan bouwen we o.a. met het programma Beethoven Zuid-Holland, onderdeel van het Nationaal Versterkingsplan Microchiptalent en verbonden met de provinciale Human Capital Agenda. In deze eerste maanden heeft Zuid-Holland in hoog tempo dit Beethoven-programma opgestart en de eerste studentengroei is komende  september al zichtbaar (zie www.beethovenzuidholland.nl).

Talent is de sleutel tot een autonome en innovatieve semicon-sector
De grootste bottleneck in de halfgeleiderindustrie is niet technologie, maar talent: techniek begint bij technici. De vraag naar goed opgeleide technici en engineers in deze sector is groter dan ooit – en groeit met dubbele cijfers. In Zuid-Holland leiden wij daarom de komende jaren 2000 extra technici op. Indien nodig kunnen we onze inzet verhogen; Zuid-Holland leidt immers ruim 50% van de technici in Nederland op. Onze regio neemt verantwoordelijkheid en investeert fors in techniekonderwijs, leven lang ontwikkelen (LLO) en shared learning facilities. Denk aan:

  • Opschalen van opleidingen via werving en onderwijsontwikkeling, door een groot aantal opleiders in Zuid-Holland, zoals TU Delft en Via Delta, de LLO opleidingsorganisatie van het mbo.
  • Een Semicon Learning Point, dit is een samenwerkingsverband van onderwijsinstellingen en bedrijven, gericht op het bieden van flexibel en praktijkgericht onderwijs in de halfgeleidertechnologie.
  • Een onderwijs-cleanroom in Delft voor hands-on training met semicontechnologieën. Een cleanroom is een speciaal ontworpen ruimte met strikte controle over verontreinigingen, essentieel voor de productie van halfgeleiders.

In Zuid-Holland leiden we ruim de helft van alle technici in Nederland op. Dit vraagt om stabiele financiering. Ook technische opleidingen lijden onder de structurele bezuinigingen van het huidig kabinet en de voorgenomen Wet Internationalisering in Balans (WIB). Bezuinigen op kennis betekent bezuinigen op strategische autonomie. Daarom onze oproep: zorg voor stabiele basisfinanciering en biedt voor bestaande opleidingen een uitzondering op de WIB en bijbehorende Taaltoets (in lijn met Motie Krul).

Strategische autonomie vereist investering in de hele waardeketen
Halfgeleiders zijn de belangrijkste grondstof van onze digitale samenleving, maar ze zijn ook inzet van geopolitieke rivaliteit. Of het nu gaat om sancties tegen China, exportrestricties vanuit de VS of Europese zorgen over leveringszekerheid – de wereldwijde chipsketen staat onder druk. Voor een land als Nederland, dat innoveert aan de wereldtop, is strategische autonomie daarom geen luxe, maar noodzaak.

Start-ups en scale-ups in o.a. Delft, Rotterdam en Leiden pionieren met AI-chips, quantum, fotonica, medische en ruimtevaarttoepassingen. De vraag is niet alleen hoe we deze positie vasthouden. De echte vraag is: waar ontstaat de volgende ASML? Die zal niet zomaar ontstaan – daarvoor is een samenhangend ecosysteem nodig waarin hightech bedrijven eenvoudig kunnen opschalen zonder te verhuizen naar het buitenland.

Investeren in regio’s die voorop lopen is cruciaal om de technologie en innovaties van morgen veilig te stellen. Kijk daarbij naar innovaties binnen de gehele waardeketen van chipmachine tot chip, zodat Nederland meerdere control points in handen kan krijgen in de toekomst. Daarom onze oproep: positioneer sterke regio’s voor een leidende rol in de ontwikkeling en uitrol van sleuteltechnologieën in het algemeen en chiptech in het bijzonder.

Shared facilities als vliegwiel voor innovatie en doorgroei
Start-ups en scale-ups zijn het vliegwiel van innovatie in de halfgeleiderindustrie – maar zonder toegang tot hoogwaardige faciliteiten remt hun groei. Waar grote bedrijven hun eigen cleanrooms, testlabs enbassemblagevoorzieningen hebben, missen jonge en gespecialiseerde bedrijven die middelen. Daardoor wordt baanbrekende kennis te weinig gevaloriseerd, wordt doorgroei bemoeilijkt en dreigen veelbelovende innovaties naar het buitenland te verdwijnen.

De kracht van de Nederlandse semicon zit niet alleen in ASML – maar juist in het brede netwerk van MKB, toeleveranciers, deeptech-startups en kennisinstellingen. Shared facilities – gedeelde cleanrooms, packagingen testinfrastructuur, prototypingcentra – zijn hierin essentieel. Ze maken samenwerking mogelijk, verlagen instapdrempels en versnellen time-to-market. Shared facilities zijn niet alleen “handig” – ze zijn cruciaal. Niet alleen voor start-ups, maar voor het hele ecosysteem. Daarom onze oproep: investeer in regionale shared facilities van nationaal belang.

Een Beethoven-programma voor elke sleuteltechnologie, tekortsector en defensie
De urgentie is helder. De Nederlandse kenniseconomie moet fors inzetten op het aantrekken, opleiden en behouden van talent. Dat geldt voor de halfgeleiderindustrie, maar eveneens voor alle andere sleuteltechnologie, voor de tekortsectoren en zelfs voor de hernieuwde ambities op defensie. Dat vereist dat we fors investeren in kennis vanuit een Kabinetsbrede inzet. Zuid-Holland levert al op alle fronten – en kan nog veel meer betekenen voor de nationale en Europese ambities.

Daarom vragen wij de Tweede Kamer:
• Investeer in kennisgericht industriebeleid met een Kabinetsbrede inzet.
• Zorg voor stabiele basisfinanciering en biedt voor bestaande opleidingen een uitzondering op de WIB en bijbehorende Taaltoets (in lijn met Motie Krul).
• Positioneer sterke regio’s voor een leidende rol in de ontwikkeling en uitrol van sleuteltechnologieën in het algemeen en chiptech in het bijzonder.
• Investeer in regionale shared facilities van nationaal belang.

Investeer niet alleen in technologie, maar in het vermogen om die technologie hier te ontwikkelen, te maken en toe te passen. Zuid-Holland is er klaar voor.

Download de position paper

 

In deze column gaat Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital, in op de uitdagingen en kansen die de arbeidsmarkt in Zuid-Holland te wachten staat. Hij reflecteert op de economische en maatschappelijke ontwikkelingen die de regio onder druk zetten, zoals dalende arbeidsproductiviteit en personeelstekorten. Met persoonlijke ervaringen en verhalen uit de praktijk benadrukt Ron het belang van samenwerking om deze vraagstukken aan te pakken. De vernieuwde Human Capital Agenda (“HCA 2025-2030”) biedt daarbij een duidelijke koers om samen te bouwen aan een toekomstbestendige arbeidsmarkt in Zuid-Holland.

“In mijn tijd was er nog geen langstudeerboete. Ik heb dan ook een uitgebreid en zorgvuldig studietraject doorlopen en mag mij sindsdien (arbeids- en organisatie)psycholoog noemen. Ik ben ooit eens een voorbeeld tegenkomen dat mij in zorgvuldigheid verre overtrof en dat altijd is blijven hangen. Dan heb ik het over Tamme Tans: zelf noemde hij zich de langst studerende van Nederland en hij ging op voor het Guiness Book of Records. Hij  deed er namelijk ooit 34 jaar over om als psycholoog af te studeren. Tamme studeerde dan ook op de VU, terwijl ik dat deed op de Amsterdamse openbare tegenhanger. Ik heb altijd beweerd dat de UvA van de twee de meer stimulerende studieomgeving is.

Tamme wilde aansluitend op zijn diplomering best aan de slag als psycholoog, maar hij wilde zijn als medewerker van de zuivelafdeling opgebouwde AH-pensioen niet in gevaar brengen. Heeft de eventuele overstap van Tamme macro-economisch gezien een positief effect op de arbeidsproductiviteit? In eerste instantie ben je geneigd daar ja op te antwoorden. Tamme heeft iets geleerd en gaat dat in de praktijk brengen. Vraag het Rutger Bregman en je krijgt van de auteur van het boek ‘Morele ambitie’, mogelijk een ander antwoord afhankelijk van de plek waar Tamme als psycholoog aan de slag gaat. Kortom, zo eenduidig is het niet.”

Vernieuwde Human Capital Agenda: met extra aandacht voor het mkb, verhoging arbeidsproductiviteit en een Lerende Kennisomgeving

“Met de aanscherping van de Zuid-Hollandse Human Capital Agenda 2025-2030 zetten we, naast extra aandacht voor het mkb en de ontwikkeling van een brede lerende kennisomgeving voor een maximaal effectieve aanpak, ook in op het verhogen van de arbeidsproductiviteit. In een structureel krappe arbeidsmarkt moeten we met evenveel mensen meer doen. Alleen dan komen de gewenste transities van de grond.

Nu weet ik als arbeids- en organisatiepsycholoog dat verhoging van de arbeidsproductiviteit een vak apart is. Juist A&O-psychologen richten zich op de zachtere (Tamme zou vast ‘boterzachte’ zeggen) kant van innovatie, namelijk sociale- of procesinnovatie. Hoe herontwerp je werkprocessen, hoe stimuleer je intrinsieke motivatie, welke leiderschapsstijl is gewenst, hoe verbeter je de teamdynamiek, welke welzijn bevorderende maatregelen kun je treffen? Naast de acceptatie en adaptatie van nieuwe technologieën (zoals AI), digitalisering of robotisering door medewerkers, allemaal (HR-) invalshoeken om de arbeidsproductiviteit te verhogen.”

Praktische oplossingen en samen realiseren van een systeemdoorbraak

“De komende tijd gaan we, gebruikmakend van de vele kennis die er al bij onze partners is, kijken hoe we dit vraagstuk concreet en praktisch toepasbaar kunnen oppakken. Welke invalshoek en welke aanpak sorteert het meeste effect, zijn er best practices die te kopiëren zijn, kun je het een doen en het ander laten? Met de HCA gaan voor niets minder dan een systeemdoorbraak, door een werkwijze van voortdurend, met alle partners, leren en verbeteren. Over de uitwerking willen we niet te lang doen. Ik denk dan ook niet dat we Tamme gaan vragen. Die houdt zich waarschijnlijk nu bezig met de werkprocessen binnen het team zuivel van de Amstelveense grootgrutter. Óók belangrijk!”

– Ron Brans, Strategisch Projectadviseur Human Capital

 

De ambitie van onze partners is onverminderd hoog: we gaan met extra urgentie door met onze gezamenlijke aanpak. Waarom júist nu? De economische en maatschappelijke ontwikkeling van Zuid-Holland staat onder druk door dalende arbeidsproductiviteit en personeelstekorten die verduurzaming, groei en ondernemen belemmeren. De arbeidsproductiviteit moet omhoog, en daar dragen we met de HCA 2025-2030 allemaal aan bij.

Houd onze kanalen dus in de gaten, want binnenkort lanceren we de HCA 2025-2030.

Met de belangrijkste spelers uit de Zuid-Hollandse economie hebben we afgelopen jaar luid en duidelijk de boodschap verkondigd: alleen samen kunnen we onze regionale economie vernieuwen en een uitstekend vestigingsklimaat behouden. Het afgelopen jaar stond ook in het teken van onze eigen transitie. Met de komst van een nieuwe strategisch adviseur, een Public-Affairsadviseur én een nieuwe voorzitter is er nieuwe energie bij de EBZ.

Met trots presenteren we het jaarverslag 2024 waarin we laten zien waar de EBZ van zich heeft laten horen.

De belangrijkste resultaten en gebeurtenissen op een rijtje:

Mijlpalen:
    • We hebben een geüpdatete versie van de Groeiagenda Zuid-Holland gelanceerd
    • De evaluatie na vijf jaar Human Capital Agenda is alom positief met commitment voor nog vijf jaar
    • Onze nieuwe voorzitter Femke Brenninkmeijer is enthousiast van start gegaan
    • De jaarlijkse bijeenkomsten voor ons ‘warme’ netwerk zijn succesvol, waaronder:
      • De Voorjaarsbijeenkomst bij GKN Fokker Aerospace over defensie & veiligheid
      • De conferentie Groeiagenda Zuid-Holland met het thema ‘vestigingsklimaat’
      • Het Diner in het Haags Openbaar Vervoer museum met 130 aanwezigen
Opgehaalde investeringen, o.a.:
    • 65 miljoen euro voor vier Zuid-Hollandse Regio Deals (Delft, Waterweggemeenten, Drechtsteden-Gorinchem en Zuid-Hollandse Delta)
    • 3 miljoen euro voor vijf Zuid-Hollandse innovatiecampussen
    • 43 miljoen voor het Zuid-Hollandse plan voor het Nationaal Versterkingsplan van microchip-talent (Beethoven-Zuid-Holland)
Public Affairs

Met brieven, oproepen en werkbezoeken hebben we aandacht gevraagd voor de prangende problemen waar ondernemers, kennisinstellingen en lokale overheden in Zuid-Holland tegenaan lopen, zoals:

    • De gevolgen van bezuinigingen op het openbaar vervoer en op onderwijs
    • De bedreigingen die door uitblijvend lange termijnbeleid ontstaan zoals voor het energiebeheer, kennismigratie en de arbeidsmarkt

Taskforces en Kopgroep

Taskforces richten zich binnen de EBZ op transitiegerelateerde opgaven. De leden uit de triple helix (ondernemers, overheden en onderwijsinstellingen ) voelen de urgentie om samen te werken. Afgelopen jaar hebben de verschillende taskforces dringende onderwerpen geagendeerd. Met de kracht van het netwerk zijn er op verschillende niveaus resultaten behaald.

  • Human Capital: Met ruim twintig projecten is een totale toegevoegde waarde van circa € 6 miljard in vijf jaar tijd gerealiseerd.
  • Energietransitie: Met lobbybrieven en discussies is er aandacht gevraagd voor onder meer de energiebetaalbaarheid en vraagcreatie.
  • Technologische industrie: Samen met bedrijven, HiDelta, InnovationQuarter en andere betrokkenen coördineert de taskforce de uitvoering van de in 2021 gelanceerde ActieAgenda Technologische Industrie.
  • Digitale Economie: focust op de uitvoering van de regionale actieagenda digitalisering, dit jaar specifiek AI.
  • Circulaire Economie: richt zich op de uitvoering van de Circulaire actieagenda Zuid-Holland, onder andere voor de Circulaire Plastic Norm en vraagcreatie.
  • Kopgroep Innovatiecampussen: Uit een rapport van Buck Consultants International is gebleken dat de Zuid-Hollandse innovatiecampussen in de afgelopen jaren behoorlijk zijn gegroeid.

Lees meer over alle gebeurtenissen in het EBZ Jaarverslag 2024

Donderdag 24 april 2025 hebben de ministeries van Defensie en Economische Zaken, de provincie Zuid-Holland, InnovationQuarter en de Economic Board Zuid-Holland een intentieverklaring ondertekend waarmee zij een nieuwe, structurele samenwerking bekrachtigen. Het doel van deze samenwerking is om Zuid-Hollandse bedrijven en innovaties sneller te verbinden aan de actuele vraagstukken rondom veiligheid en defensie.  

De regionale samenwerking krijgt onder andere vorm via de MINDbases van Defensie. De eerste in Zuid-Holland bevindt zich op de RDM Campus in de Rotterdamse haven. Vandaag wordt daar voor provincie Zuid-Holland een tweede locatie aan toegevoegd bij YES!Delft op de TU Delft Campus. De MINDbases zijn de ontmoetingsplek voor startups en mkb’ers met innovatieve oplossingen die ook voor Defensie van waarde kunnen zijn. Zo worden Zuid-Hollandse innovaties gekoppeld aan concrete vragen vanuit Defensie, zodat producten snel kunnen worden getest, verbeterd en ingezet.

Zuid-Hollandse kennis en innovaties dragen bij aan Nederlandse en Europese veiligheid
Om de veiligheid en autonomie van Nederland en Europa te kunnen waarborgen, is het van belang dat het ministerie van Defensie toegang heeft tot de beste kennis en technologie die Nederland te bieden heeft. De intensieve kenniseconomie van Zuid-Holland heeft tal van innovatieve mkb-bedrijven, startups, scale-ups, multinationals en kennisinstellingen. Maar nog niet alle bedrijven en instellingen met relevante oplossingen weten hun weg richting Defensie te vinden. Met die uitdaging gaat de Zuid-Hollandse samenwerking aan de slag.  

De provincie Zuid-Holland werkt aan het versterken van de regionale innovatieclusters. Campussen en proeftuinen worden daarvoor ondersteund, bijvoorbeeld met de komst van nieuwe testfaciliteiten. Op de MINDbases in Zuid-Holland werkt Defensie nauw samen met InnovationQuarter, de regionale ontwikkelingsmaatschappij voor Zuid-Holland. Zij investeren in startups en scale-ups, ondersteunen bij matchmaking en ontwikkeling van innovatieprojecten. Ook helpt InnovationQuarter bedrijven om de stap naar buitenlandse markten te maken. De Economic Board Zuid-Holland ondersteunt de samenwerking met haar brede bestuurlijke netwerk van Zuid-Hollandse bedrijven, onderwijsinstellingen en overheden.

Sterke sectoren
Zuid-Holland is een logische regio voor het ministerie van Defensie om de samenwerking mee aan te gaan: in Zuid-Holland is een kwart van de traditionele defensie-industrie gevestigd. Breder bekeken heeft Zuid-Holland de grootste concentratie innovatieve bedrijven en kennisinstellingen. Dit zie je terug rondom de grootste haven van Europa in Rotterdam, de Europese Ruimtevaartorganisatie ESA in Noordwijk en toonaangevende nieuwe ontwikkelingen vanuit de universiteiten en hogescholen. De samenwerking richt zich in het bijzonder op vijf technologische focusgebieden die ook voor Defensie relevant zijn: de maritieme industrie, ruimtevaarttechnologie, cyber & kwantumtechnologie, sensoren & radarsystemen en onbemenste systemen & kunstmatige intelligentie. 

Meindert Stolk, gedeputeerde Economie & Innovatie van de provincie Zuid-Holland:

In Zuid-Holland hebben we Defensie ontzettend veel te bieden. Daarom gaan we binnen de vijf focusgebieden gezamenlijk aan de slag om onze bedrijven en kennisinstellingen beter te positioneren en onze innovatieclusters te versterken. We zijn ervan overtuigd dat we de extra investeringen in onze regio niet alleen kunnen benutten om technologieën door te ontwikkelen en innovaties sneller naar de markt te krijgen, maar ook om onze bijdragen te leveren aan de veiligheid en autonomie van Nederland en Europa.”

Dual-use innovaties
Sommige innovaties reiken verder dan de toepassingen waarvoor ze oorspronkelijk zijn bedacht. ‘Dual-use’ is de term die wordt gebruikt voor producten en diensten die zowel voor civiele toepassingen als voor Defensie interessant zijn. Denk bijvoorbeeld aan technologieën om veilig wereldwijd te communiceren, onder water stroomkabels te inspecteren of om een gevaarlijk terrein snel in kaart te brengen. De Zuid-Hollandse samenwerking helpt bedrijven deze potentie te ontdekken en samen met Defensie de vertaalslag te maken.  

Een concreet voorbeeld is het Delftse bedrijf Lobster Robotics, gespecialiseerd in autonome (zelfbesturende) onderwaterdrones voor inspecties en monitoring. Hun technologie wordt toegepast voor natuurbescherming en de bouw van windparken op zee. Maar de technologie blijkt ook van grote waarde om informatie in te winnen over bedreigingen van kritieke infrastructuur onder water, zoals pijpleidingen en internet- en stroomkabels.

Innovatieve bedrijven in Zuid-Holland die willen verkennen wat hun technologie kan betekenen voor defensie-uitdagingen, kunnen contact opnemen met de MINDbases in Rotterdam en Delft. Deze regionale aanpak in Zuid-Holland past binnen de bredere nationale strategie ‘NLD-Regio’ van het ministerie van Defensie, die inzet op samenwerking met innovatieve regio’s. Zuid-Holland voegt zich hiermee bij eerdere succesvolle regionale initiatieven zoals Brainport Eindhoven en Brightlands Limburg, waarmee een landelijk netwerk van innovatieclusters ontstaat. Soortgelijke MINDbases zijn ook actief in Eindhoven, Groningen, Enschede en Geleen. MIND staat voor Military Innovation by Doing. 

 Met de ondertekening van een intentieverklaring op donderdag 24 april leggen het Rijk en de regio de basis voor een gezamenlijke aanpak. Hierbij krijgt Defensie toegang tot technologie en expertise uit de regio en innovatieve bedrijven worden ondersteund bij het verkennen van dual-use toepassingen.   

 

Een interview met Frank Slingerland, Programmamanager Campus Gouda.

We gaan in gesprek met een van onze partners bij de Human Capital Agenda Zuid-Holland (HCA). Deze keer aan het woord Frank Slingerland. Hij is Programmamanager bij Campus Gouda, een van de HCA-Deelakkoorden waarmee het sociaaleconomische ecosysteem van Midden-Holland en daarmee dat van Zuid-Holland is versterkt. Eén van de conclusies van een tussenevaluatie van de HCA in 2022 was dat de deelnemende partijen meer van elkaar konden leren. Dat was de aanleiding om te starten met de Learning Community. Frank Slingerland werkt als Programmamanager bij Campus Gouda en is een enthousiast deelnemer.

Binnen Campus Gouda werken bedrijven, zorgorganisaties, onderwijsinstellingen en overheden samen aan het oplossen van maatschappelijke vraagstukken die te maken hebben met zorg- en bodemtechnologie. Frank Slingerland richt zich als programmamanager op het opzetten van duurzame samenwerkingsverbanden met vele partners. Zo krijgt hij vraagstukken boven tafel die hij vertaalt naar concrete projecten voor werkenden en studenten.

Mede door zijn inspanningen gingen in het collegejaar 2023/2024 281 personen  via Campus Gouda aan de slag binnen zo’n project. Dat zijn naast reguliere mbo-, hbo- of universitaire studenten, vooral ook werknemers die studeren naast hun baan. “Zowel de zorg als de bodem zijn grote maatschappelijke vraagstukken. De centrale vraag is altijd: hoe kunnen technologie en innovatieve oplossingen een rol spelen binnen zorg en bodembeheer?”, legt Frank uit.

Pionieren

De behoefte aan een Learning Community was voor Frank duidelijk: “Met de partners uit onderwijs, overheid en bedrijfsleven bouw je een netwerk op. Ondanks dat we elkaar steeds beter weten te vinden, is het ook pionieren. We hadden nog niet veel ervaring om op terug te vallen. In de Learning Community deel je inzichten en ervaringen. Het geeft mij het podium om te reflecteren, samen met andere deelnemers met een soortgelijke coördinerende rol.”

Het team van de HCA organiseert de bijeenkomsten en roept op om vraagstukken in te brengen. Ook Frank bracht een casus in. Zijn vraag: ‘Hoe lukt het anderen om juist het bedrijfsleven mee te krijgen?’ Daar kreeg hij pasklare antwoorden op: “Zoals: bij partners in het bedrijfsleven moet je de voordelen nog scherper formuleren: wat is nou echt het belang voor een bedrijf? Dat klinkt evident, maar toch hielp het mij om scherper te kijken naar wat ik een bedrijf vraag. Een tweede tip was: vind ambassadeurs om medestanders die je helpen een bedrijf aan te haken.”

Lees hier ons artikel over de meest recente inspiratiesessie van de Learning Community.

Groter spinnenweb

De bijeenkomsten leverden Frank ook zelf een groter netwerk op; buiten de bijeenkomsten heeft hij een-op-een contact met ze. Heeft hij eigenlijk nog een verbeterpunt? “Mogelijk nog meer verdieping aanbrengen op een specifiek thema. Soms gaat het vooral in de breedte om wat er speelt rondom LLO en innovatie. Dan wordt alles kort aangestipt. Dat is fijn, maar je kunt er ook voor kiezen om een onderwerp wat uitgebreider te behandelen.”

Dit interview is eerder opgenomen in het Human Capital Agenda jubileum magazine, waarin we nog meer inspirerende gebeurtenissen delen tijdens vijf jaar Human Capital Agenda. Het online magazine lees je hier.

De haven van Rotterdam is de grootste haven van Europa en een belangrijke speler in zowel de nationale als internationale economie. Voor regio Rotterdam-Rijnmond brengt de haven werkgelegenheid van circa 192.000 arbeidsplaatsen en een toegevoegde waarde van ruim €29,6 miljard met zich mee. Boudewijn Siemons, CEO van het Havenbedrijf Rotterdam, is sinds begin 2025 lid van de Economic Board Zuid-Holland. We spreken hem over de uitdagingen en kansen voor de haven, de transities die nodig zijn en de rol van samenwerking binnen Zuid-Holland en daarbuiten.

Politieboot vaart van links naar rechts met op de achtergrond de gebouwen van de Kop van Zuid

© Leon Willems

“Kijk, vanuit mijn werkplek kijk ik zo over de Maas, de stad en de haven.” Op zijn kantoor aan de Wilhelminakade op de Rotterdamse Kop van Zuid heeft Boudewijn Siemons een uitzicht over de haven van Rotterdam waar hij sinds februari 2024 formeel CEO is.

In die functie is hij ook sinds dit jaar lid van de EBZ. “Ik ken al veel leden van de EBZ, de vertegenwoordigers van bedrijven, kennisinstellingen en overheden kom ik ook op veel andere plekken tegen. De EBZ is een geformaliseerd netwerk, waar iedereen zijn eigen kennis meebrengt. Zij zijn de ogen en oren van hun sector. Ik vind het belangrijk dat ook de CEO van de haven van Rotterdam bij de EBZ aanwezig is, om namens het logistieke en industriële cluster in Rotterdam mee te kunnen denken over het versterken van de economie van Zuid-Holland. Daarnaast vind ik het ook gewoon leuk om te doen.”

 

Grote uitdagingen
In een gezamenlijke oproep aan het kabinet hebben de gemeente Rotterdam en provincie Zuid-Holland met steun van het Havenbedrijf Rotterdam en Deltalinqs onlangs de noodklok geluid: ‘Het Rotterdamse haven- en industriecluster is de motor van de Nederlandse economie; deze motor hapert nu we voor grote transformaties staan. Het is vijf over twaalf, er zijn nu maatregelen nodig om ervoor te zorgen dat Nederland en de haven van Rotterdam tot de koplopers van industriële landen blijven behoren!’ Boudewijn gaat verder in op de uitdagingen waar de bedrijven in de haven net als in heel Nederland mee te maken hebben.

“Op veel terreinen zijn we bezig met de transitie-opgave. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van waterstof, de productie van hernieuwbare producten en elektrificatie. We zien dat de bedrijven in de haven wel willen vergroenen, mits het aantrekkelijk is of überhaupt kan. Er zijn zo nog een heel aantal andere problemen die wij als haven niet meer alleen gerooid krijgen. Die moeten we samen met de overheid oplossen.”

 

Netcongestie en stikstof
De energietransitie is daarbij een van de grootste uitdagingen van dit moment. “Netcongestie maakt bijvoorbeeld elektrificatie moeilijk en hoge nettarieven maken investeringen daarin minder aantrekkelijk. Je ziet dat verschillende landen om ons heen op een eigen manier met de doorbelasting van energiekosten omgaan. Dit moet bij voorkeur op Europees niveau worden geharmoniseerd, met behulp van de lidstaten. En ook dan hebben we wereldwijd nog geen gelijk speelveld; Europa heeft met haar energieprijzen een behoorlijk concurrentienadeel op China en Amerika. Dat is in deze onvoorspelbare tijden veel moeilijker op te lossen.”

“Om netcongestie te verminderen is het daarnaast echt nodig om versneld stations en infrastructuur te bouwen. Daarvoor moeten vergunningen sneller worden verleend. Dat is aan de overheid. Tegelijkertijd kijken we als Havenbedrijf ook hoe we in de tussentijd verlichting kunnen bieden samen met de netbeheerders door flexibele afname van elektriciteit te stimuleren. “

“Iets vergelijkbaars doen we met de stikstofproblematiek. Andere landen hebben dat al deels opgelost. In Nederland blijven we daarmee worstelen en dat stelt verschillende sectoren op achterstand, waaronder de bedrijven in de haven. De rechtbank oordeelde begin dit jaar dat de Staat zich moet houden aan het in de Omgevingswet opgenomen stikstofdoel van 2030. Als Havenbedrijf zien we dat deze uitspraken van de rechter tot nieuwe onzekerheid leiden. We vragen aan de overheid om snel met een oplossing te komen. Er kunnen nog steeds veel belangrijke projecten in de haven, ook voor de energietransitie, niet worden uitgevoerd. Als Havenbedrijf zijn we heel praktisch bezig geweest om vanuit onze rol te kijken waar wij actief aan een oplossing kunnen bijdragen. Zo hebben we met de provincie en de haven een stikstofbank opgezet waarmee we stikstofrechten beschikbaar kunnen maken voor belangrijke projecten in de haven. Daarmee hebben bedrijven zoals Sif eerder toch kunnen uitbreiden.”

 

Samenwerking is essentieel
“Samenwerking tussen de overheid en het bedrijfsleven is essentieel in een tijd waarin bedrijven voor de opgave staan om verduurzaming te combineren met behoud van een goed verdienmodel. En daar zit echt de kracht van het netwerk van de EBZ. Hoe gaan we met de triple helix – de samenwerking tussen overheid, bedrijfsleven en kennisinstellingen – helpen met oplossingen voor de barrières waar we nu tegenaan lopen? Iedereen snapt dat er wat moet gebeuren met het investeringsklimaat. Die boodschap is wel aangekomen in Den Haag en Brussel, kan ik je vertellen.”

De haven is een ecosysteem, met energieopwekking, energiedistributie, scheepswerven, nautische dienstverleners, industrie, logistiek. En dat is allemaal met elkaar verbonden. “In een havencomplex komen heel veel sectoren samen. Als je het sector voor sector bekijkt, dan zie je nooit hoe het met elkaar één geheel wordt. Juist die samenhang tussen verschillende sectoren maakt sterk en concurrerend. De andere kant is dat het ook kwetsbaar maakt; als één onderdeel omvalt, heeft dat gevolgen voor het hele cluster. Als Havenbedrijf hebben we best veel in te brengen. Ik zeg altijd: we proberen de dirigent te zijn van het orkest, om met alle instrumenten een mooie symfonie te laten horen. We kijken dus vanuit het belang van het hele haven- en industriecomplex.”

 

De haven in een nieuwe economie
In het havencluster spelen specifieke opgaven waarin het Havenbedrijf samenwerkt met Rijk en regio. Veel transities die nu spelen, zoals die naar een duurzame energievoorziening, meer circulaire grondstoffen en een betere beschikbaarheid van kritieke materialen, komen op veel plekken in de haven terug. Een van de voorwaarden voor die transities is de beschikbaarheid van ruimte die we gezamenlijk moeten maken: in de hele provincie en ook in de haven is die ruimte schaars. Overheden zien dat er naast de energie- en grondstoffentransitie ook fysieke ruimte nodig is voor bijvoorbeeld natuur, defensie, woningbouw, en bijvoorbeeld mogelijk een kleine kerncentrale.

Een ander actueel thema is strategische autonomie en weerbaarheid. Boudewijn: “De wereld wordt er niet heel veel veiliger en eenvoudiger op. Dat heeft ook een effect op de haven. De stabiliteit in de samenleving is voor een deel ook te danken aan de haven. Van de spullen die jij gebruikt, komt zo’n 90% over zee. De drieduizend bedrijven in de haven dragen bij aan productie en transport van vrijwel alles wat we dagelijks gebruiken. Om een toekomst in Rotterdam te blijven zien, hebben ze een goed verdienvermogen nodig. Dat gaat niet met te hoge kosten door bijvoorbeeld energiebelasting en CO2-heffing. Als we niet investeren in die industrie, gaan bedrijven hier weg en worden we afhankelijker van andere werelddelen.”

kraanschip Thialf in het Calandkanaal met links de Maas in ondergaande zon.

© Kees Torn

“Afgelopen jaar heeft het Havenbedrijf een vernieuwde strategie voor de komende vijf jaar opgesteld waarmee we willen bijdragen aan een haven van waarde voor huidige en toekomstige generaties. Daarmee spelen we in op de opgaven voor de haven. Deze strategie is inmiddels goedgekeurd door de Raad van Commissarissen en onze aandeelhouders; de gemeente Rotterdam en het Rijk. Hierin zijn vier speerpunten benoemd: de eerdergenoemde transities, toekomstbestendig verdienvermogen, weerbaarheid, leveringszekerheid en strategische autonomie en de balans met de maatschappij.”

“De bestaande industrie en logistiek moeten zich aanpassen naar de nieuwe economie. Een olie-importterminal zal wel een keertje ophouden met bestaan als die niet wordt aangepast aan de opslag van hernieuwbare producten, zoals biobrandstoffen. Die ombouw van de haven duurt nog een poosje. Een goed gezegde hiervoor is ‘een schip op het strand is een baken op zee’, niemand wil als Kodak zijn. Je ziet dus dat iedereen in een fossiel gerelateerde industrie bezig is met kijken naar een nieuw verdienmodel. Alleen dat gaat nooit in een rechte lijn. Ik denk dat we ook pragmatischer worden. Eerst moest alles meteen groene waterstof zijn en nu zeggen we: laten we nou alsjeblieft even een beetje kleurenblind zijn op het gebied van waterstof. Blauwe waterstof of zelfs grijze waterstof kan de waterstofeconomie een start geven. We moeten wel oppassen dat we die verduurzaming blijven doorzetten, nu het geopolitiek spannender wordt.”

 

Van Singapore tot Maassluis
“We zijn als haven een wereldspeler én een lokale partner. Het is net zo belangrijk om naar een internationale conferentie in Singapore te gaan als naar een bewonersavond in Maassluis. We willen een goede buurman zijn, dat is onze maatschappelijke rol. Dat betekent dat we de haven willen ontwikkelen in balans met de omgeving. We hebben een dijk van een reputatie, maar die nemen we nooit voor vanzelfsprekend. Er staan door de energie- en grondstoffentransitie flink wat veranderingen op stapel. Met onze omgeving zijn we daarom gesprek over wat nieuwe ontwikkelingen in de haven voor hen betekenen, ook om begrip en de steun te behouden voor de transitie. Daarbij vinden we het ook belangrijk dat bedrijven en omwonenden met elkaar in gesprek blijven over wat zij van de haven merken. Industrie en logistiek zijn bijvoorbeeld te horen en te ruiken, zeker in woongebieden die dicht bij de haven liggen. Ook als dat binnen vergunningen valt, kan dat heel vervelend zijn. Het is belangrijk dat we daarvoor met elkaar aandacht hebben.”

“Zo’n haven is een complete stad waar ook opleidingsinstituten absoluut nodig zijn voor de innovatiekracht van de haven. Zonder voldoende werknemers kan de haven niet blijven draaien. Ook in het verbinden tussen bedrijfsleven, onderwijs en arbeidsmarkt spelen we dus een rol. Dat in de toekomst een dependance van de TU Delft naar Rotterdam wil komen, vind ik hartstikke mooi. Op de Erasmus Universiteit Rotterdam hebben we ook een havenlogistieke en economische tak. Als je leest over de geschiedenis van de haven zijn opleidingen daarvan altijd een belangrijk onderdeel geweest. Natuurlijk verandert het werk in de haven, omdat technologie verandert en de economie verandert. Maar mensen opleiden voor al die verschillende dingen die ertoe doen, blijft voor de haven heel belangrijk.”

 

Balanceren tussen belangen
“Nederland is een fijn en klein land. Iedereen kent elkaar een beetje en de lijntjes zijn kort. Ik heb goede contacten met de wethouder, de gedeputeerde en de voorzitter van Deltalinqs en ook met de bij de haven betrokken ministers. Die laagdrempeligheid is wel uniek in Nederland. Natuurlijk heeft iedereen zijn eigen rol en verantwoordelijkheden. Als je begrijpt waar iemand vandaan komt en begrijpt welk belang ze vertegenwoordigen, kun je een eind komen met elkaar.”

“Een goed zicht op de verschillende rollen was ook belangrijk in de managementfuncties die ik hiervoor deed. En al helemaal bij de Koninklijke Marine waar ik ben begonnen. Zo’n schip op zee is een kleine wereld op zich. Op mijn 23e voer ik als jongste officier de oceaan over met 200 man. Militairen hebben een bepaalde hiërarchie. Een van de spelregels bij de Marine die me altijd is bijgebleven, is dat iedereen aan boord van het schip belangrijk is. Je kunt niet overleven op je rang. Je zult op een respectvolle manier met iedereen om moeten gaan. Duidelijkheid, eerlijkheid, transparantie, dat zijn zaken die ik gelukkig jong heb kunnen leren.”

“Het belangrijkste vind ik wel dat iedereen respect verdient. Op het eind van de dag sta ik even stil bij wat ik goed heb gedaan en wat had ik beter kunnen doen. Soms is het een les voor jezelf, en soms kom je er ook achter dat je in de samenwerking iemand misschien niet op de juiste manier hebt behandeld. Als dat een keer gebeurt, moet je ook sorry kunnen zeggen. Ik heb geleerd dat je niet door de war moet halen wie je bent en wat je doet. En heel veel ego is daarin niet behulpzaam. Ik vind de haven onwijs fijn en open. De mensen zeggen hier de dingen recht voor zijn raap. Iedereen heeft altijd feedback, en dat mag ook. Uiteindelijk, als het puntje bij paaltje komt, is iedereen gewoon beretrots op de mooiste haven van de wereld.”

 

Foto Boudewijn: © Marc Nolte

De economische en maatschappelijke ontwikkeling van Zuid-Holland loopt gevaar door een dalende arbeidsproductiviteit. Tel daarbij op dat volgens ondernemers personeelstekorten nu al de belangrijkste belemmering zijn voor groei en ondernemen. Het is daarom noodzakelijk dat de arbeidsproductiviteit omhoog gaat. Dat kan door slimmer te werken. We moeten technologie gericht inzetten, met aandacht voor techniek én mens. Sociale innovatie is daarbij essentieel. De Human Capital Agenda Zuid-Holland 2025-2030 zet extra op in op deze thema’s, onder andere via de HCA Deelakkoorden.

De projectleiders en kwartiermakers rond de HCA-initiatieven, die tezamen de Learning Community Human Capital Zuid-Holland vormen, hebben zich op 18 maart daarover gebogen. Wat verstaan we onder sociale innovatie? Waar liggen kansen via de lopende Deelakkoorden? Renée Rotmans van het team Sociale Innovatie bij Havenbedrijf Rotterdam, gepromoveerd op dit onderwerp, nam als gast-expert de deelnemers mee in dit onderwerp en bracht inspiratie en concrete handvatten.

Renée vertelde over de hoge opbrengsten en vaak onderbenutte mogelijkheden van sociale innovatie. Die opbrengsten zijn drie maal zo hoog als die van technologische innovatie. En toch gaat het vaak alleen over technologie. Terwijl in de praktijk juist de wisselwerking tussen techniek en mensen belangrijk is. Hoe kan het talent van medewerkers beter worden benut?

Renee Rotmans: “Stel als ondernemer de vraag aan je medewerkers: wat heb jij echt nodig om de beste versie van jezelf te zijn?”

Renée vertelde aan de hand van concrete praktijkvoorbeelden waar kansen voor productiviteitsverhoging via sociale innovatie liggen. Opleiden, de hoofdpijler van de HCA, heeft in tweeërlei opzicht hoge relevantie voor innovatie: nieuwe skills en inzichten leiden tot innovaties en innovaties leiden tot een opleidingsvraag. Kijk naar deze cirkel als geheel.

Er liggen ook via de HCA Deelakkoorden veel kansen om bij te dragen aan innovatie. Inclusief sociale innovatie. Een deel ervan, zoals de Techniekcoalitie Zuid-Holland, Campus Gouda en het Energietransitiehuis in Alphen aan den Rijn, is er al expliciet op gericht. Hoe kan de potentie van alle Deelakkoorden als vliegwiel nog sterker worden benut voor arbeidsproductiviteitsverhoging, zoals via sociale innovatie?

 

Intervisie: wat zijn ervaringen en ideeën binnen de Learning Community?

Na de inspirerende inleiding van Renée Rotmans gingen de deelnemers in een aantal intervisiegroepen met elkaar in gesprek over die vraag. In de plenaire terugkoppeling ging het onder andere over de versterking van de betrokkenheid van (mkb) bedrijven bij Deelakkoorden. Ook werd gesproken over de vernieuwing van HRM en het beter benutten van talenten van medewerkers. Een ander onderwerp was de potentie van AI en hoe de fout kan worden vermeden dat het te eenzijdig alleen over technologie gaat. Ook: hoe kunnen de betrokkenheid en het eigenaarschap van medewerkers worden gestimuleerd bij het realiseren van slimmer werken?

HCA 2025-2030: nieuwe ronde, nieuwe kansen!

Tot slot stonden de deelnemers stil bij de inrichting van de brede Lerende Kennisomgeving, die de komende jaren rond de HCA wordt ingericht. Meer doen wat werkt. Met sterke verbindingen, in een werkende human capital ecosysteem. De komende jaren wordt daarom nog sterker ingezet op het ontwikkelen, delen en toepassen van kennis. Dit werd van harte onderschreven door de deelnemers aan de Learning Community. Benadrukt werd wel dat het aanvullend moet zijn op de huidige intervisieformule. Deze werkt heel goed en wordt gewaardeerd. Ga daarmee door, was het appel van de deelnemers aan het programmateam Human Capital.

De volgende Intervisiebijeenkomst vindt plaats in oktober.